Een ongekend hoog bedrag van 13 miljard euro wil de Europese Unie investeren in militaire innovatie. Hoewel defensie tot nu toe vrijwel uitsluitend het terrein van de lidstaten was, probeert Brussel met dit fonds de strategische samenwerking te forceren. Maar de industrie heeft van begin af aan een dikke vinger in de pap, waarbij het Nederlandse kennisinstituut TNO een opmerkelijke dubbelrol speelt.

    Dit stuk in 1 minuut
    • Voor het eerst in de geschiedenis van de Europese Unie komt er een grote pot subsidiegeld beschikbaar om gericht te investeren in militaire innovatie. Het idee is dat gezamenlijke investeringen leiden tot gezamenlijke inzetbaarheid.
    • Dit idee komt uit de koker van een werkgroep die grotendeels is samengesteld uit vertegenwoordigers van de defensie industrie en die daardoor belang hebben bij extra investeringen. De samenstelling en niet-transparantie werkwijze van deze werkgroep leidde tot kritiek van onder andere de Europese Ombudsman.
    • Paul de Krom, voorzitter van het Nederlandse kennisinstituut TNO, nam ook plaats in deze werkgroep. Uit Kamerstukken en onderzoek komt echter naar voren dat hij deze rol bovendien met Defensie afstemde, wat vragen oproept over wie of wat hij nu precies in Brussel vertegenwoordigde. En vooral: vanuit welk belang hij handelde.
    • Het is niet voor het eerst dat TNO laveert tussen verschillende belangen. Met de ene pet op adviseren ze de overheid, met de andere ontvangt de organisatie geld van de industrie. Het VVD-netwerk van Paul de Krom komt daarbij goed van pas, zo laat zijn verleden zien.
    • In de Europese Unie weet het kennisinstituut zich op vergelijkbare wijze te positioneren. Daarmee haalt het grote bedragen binnen; het Europees Defensiefonds is het recentste succes. Uit stukken die Follow the Money heeft opgevraagd, blijkt dat het geen enkele moeite kost de Nederlandse overheid hierin mee te krijgen.
    • Intussen is het lang niet zeker of het Europees Defensiefonds inderdaad zal functioneren als vehikel voor strategische samenwerking. De Tweede Kamer zit nog met veel vragen, maar de stukken laten zien dat Defensie en TNO die fase reeds gepasseerd zijn: die proberen nu in samenspraak met de industrie vooral hun deel van de poet binnen te slepen.
    • Follow the Money reconstrueerde de gang van zaken met behulp van stukken die met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur boven tafel kwamen en dankzij gesprekken met betrokkenen zowel on- als off the record.
    Lees verder

    Het is een mantra dat met enige regelmaat terugkeert in Kamerdebatten, ronkende opiniestukken en discussies met veiligheidsexperts: Europa kan er niet meer van uitgaan dat de Verenigde Staten ons hachje komt redden. We moeten leren de eigen strategische broek op te houden. 

    Deze roep om meer Europese zelfstandigheid op het gebied van internationale veiligheid is in Brussel in vruchtbare aarde gevallen. In september 2016 kondigde Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker aan de daad bij woord te voegen: de Europese Unie, tot dan toe nadrukkelijk een vredesproject zonder enige zeggenschap op defensie-gebied, zou een militaire rol toebedeeld krijgen.

    ‘Om onze collectieve veiligheid te garanderen, moeten we investeren in de gemeenschappelijke ontwikkeling van technologieën en materieel van strategisch belang — van capaciteit te land, in de lucht, ter zee en in de ruimte tot computerveiligheid,’ zei Juncker tegen het Europees Parlement. ‘Lidstaten moeten meer samenwerken en de nationale middelen meer bundelen. Als Europa niet voor de eigen veiligheid zorgt, zal niemand anders dat voor ons doen. Een sterke, concurrerende en innovatieve industriële defensiebasis is wat ons strategische autonomie bezorgt.’

    Een speciale werkgroep, aangesteld door de Commissie, tikt een rapport op voor de opzet van een militair onderzoeksprogramma. Met dat programma moeten de afspraken uit het verdrag van Lissabon (2007) om de militaire vermogens te verbeteren beslag krijgen.

    In het rapport wordt opnieuw met grote halen omschreven hoe de ‘veiligheidsomgeving’ van Europa ‘dramatisch’ veranderd is; het document eindigt met een pleidooi voor de opzet van een omvangrijke pot Europees geld, om ervan verzekerd te zijn dat de EU op militair terrein op de lange termijn een ‘geloofwaardige’ rol naast de Verenigde Staten kan innemen. Zodoende wordt het fundament gelegd voor wat zou uitgroeien tot het Europees Defensiefonds. 

    Het Europees Defensiefonds (EDF)

    Het Europees Defensiefonds (EDF) is een investeringsfonds van de Europese Unie waar lidstaten aanspraak op kunnen maken bij het opstarten van internationale projecten voor onderzoek naar en ontwikkeling van militair materieel. Om in aanmerking te komen voor financiering, dienen kennisinstituten en/of bedrijven uit minimaal 3 landen mee te doen aan het project, dat zal worden beoordeeld door een ‘onafhankelijke commissie’ van experts en wetenschappers.

    Officieel bestaat het fonds bestaat nog niet, maar het zal in 2021 op volle toeren moeten draaien. Vanuit Brussel wordt het fonds gezien als een aanvulling op de reeds bestaande Permanent Structured Cooperation (PESCO) en de Coordinated Annual Review on Defense (CARD). Samen met deze twee pijlers moet het Europese Defensiefonds volgens de Europese Commissie een ‘allesomvattend defensiepakket’ vormen.

    In aanloop naar het defensiefonds loopt er een tweejarige pilot,  de European Defence Industrial Development Programme (EDIDP). In het kader van dat project schraapt de Commissie vanuit verschillende potjes eenmalig  €500 miljoen bij elkaar voor het co-financieren van gemeenschappelijke industriële projecten die militair materieel of technologie ontwikkelen. Afgelopen zomer konden deelnemers hiervoor hun projecten indienen.

    Een van de redenen voor het oprichten van een defensiefonds is om minder afhankelijk te zijn van Amerikaanse systemen, constateert ook Daniel Thomas, hoogleraar Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Leiden: ‘Zeker omdat de Amerikanen momenteel wapensystemen ontwikkelen die zij nodig zullen hebben, wapens die kunnen opboksen tegen de eerste generatie Chinese wapens. De vraag is of Europese landen middelen nodig hebben die zijn gebouwd voor een conflict waar Europa zich misschien helemaal niet in wil mengen.’

    Tot slot is de invloed die Europese landen kunnen uitoefenen bij het mee-ontwikkelen van Amerikaanse wapensystemen zeer beperkt: ‘De JSF was het meest dure programma en de Nederlandse invloed op het ontwerp was een grotere cockpit zodat ook lange Nederlandse piloten erin zouden passen.’ De keuze is wat Thomas betreft dan ook simpel: ‘Of je kan ervoor kiezen het te doen met wat de Amerikanen bereid zijn met je te delen — zoals een grotere cockpit — of je kunt zelf nieuw materieel ontwikkelen op Europese schaal.’

    Lees verder Inklappen

    Group of personalities

    Maar er is iets vreemds aan de hand met de werkgroep achter het rapport. Dat blijkt wanneer actiegroep Vredesactie en de Europese ombudsman een jaar later onderzoek doen naar de achtergrond van de aangetrokken ‘deskundigen’. Daaruit komt naar voren dat vrijwel alle betrokkenen er op een of andere wijze baat bij hadden de veiligheidssituatie van de EU zo penibel mogelijk te schetsen, en om een warm pleidooi te houden voor flink extra geld voor de financiering van militaire innovatie: in de werkgroep zetelen maar liefst negen topmannen van bedrijven met een militaire tak.

    In deze ‘Group of Personalities’ zitten onder meer de directeuren van Airbus en het Duitse MBDA. Bovendien functioneerde de ‘Group of Personalities’ helemaal niet zoals Europese werkgroepen behoren te werken: hun totstandkoming en werkwijze waren volkomen ondoorzichtig, hetgeen in 2017 leidde tot een tik op de vingers van Europese Ombudsman Emily O’Reilly.

    Het is een schrobbering die ook Nederland aangaat. Want tussen alle grote jongens prijkte nóg een opmerkelijke speler tussen de namen van de expertlijst van de Group of Personalities: Paul de Krom, voormalig VVD-staatssecretaris en nu topman van kenniscentrum TNO. Uit een brief van toenmalig minister Jeanine Hennis van Defensie blijkt dat hij in de Brusselse werkgroep een soort representatieve rol voor de Nederlandse overheid vervulde. In 2015 schrijft de bewindsvrouw aan de Tweede Kamer dat ‘Nederland is vertegenwoordigd in de Group of Personalities, waaraan TNO-bestuursvoorzitter Paul de Krom deelneemt.’

    Een enigszins ongrijpbare formulering, die ruimte laat voor interpretatie over de precieze functie van de VVD’er in deze werkgroep. Bij navraag zegt Defensie dat toenmalig minister Hennis slechts het ‘Nederlandse tintje aan de vertegenwoordiging’ wilde benadrukken, en dat Paul de Krom verder ‘geen instructies heeft meegekregen’ van het departement. 

    Dubbele petten

    En dat is opmerkelijk, want TNO beweert dat Paul de Krom wel degelijk ‘voorafgaand [aan de officiële uitnodiging vanuit Brussel om plaats te nemen in de Group of Personalities] is benaderd door het ministerie van Defensie.’ Verder zegt het kenniscentrum over De Kroms positie in de Brusselse werkgroep dat hij aldaar ‘ondersteund werd door een TNO-medewerker,’ maar verder in principe deelnam op ‘individuele basis’ en als vertegenwoordiger van ‘academia’.

    Dit gegoochel met rollen werpt direct een hoop vragen op. Hoezo schoof De Krom zogenaamd aan op eigen titel, terwijl hij in de werkgroep zelf als vertegenwoordiger van TNO werd geduid en ook zijn inhoudelijke ondersteuning werd betaald door het kennisinstituut? En als Paul de Krom er inderdaad zat namens de ‘wetenschap’, is er dan wel ruggespraak geweest met de Koninklijke Nederlandse Academie der Wetenschappen (KNAW) over zijn inzet? 

    ‘Defensie zonder TNO is toch een beetje als Ajax zonder Frenkie de Jong’

    Het kennisinstituut heeft daar zijn redeneringen over. In reactie stelt TNO dat de kosten voor de medewerker — de zogeheten ‘sherpa’ — zijn opgehoest ‘als onderdeel van [TNO’s] maatschappelijke functie.’ En hoewel Paul de Krom niet is gepromoveerd, geen enkele wetenschappelijke publicatie op zijn naam heeft staan noch is verbonden aan een universiteit, valt hij volgens TNO toch onder de noemer ‘academia’.

    De strekking van de relatie met Defensie blijft mistig. Hoewel er met Paul de Krom duidelijk contact is geweest over zijn rol in de Group of Personalities en de suggestie wordt gewekt dat hij zelfs voor die positie naar voren is geschoven, is er op het departement geen lijstje met selectiecriteria terug te vinden voor geschikte kandidaten. Wat maakte Paul de Krom dan ‘de’ geschikte kandidaat? Op nieuwe vragen over de gang van zaken vijf jaar terug, zegt Defensie echter dat het Follow the Money ‘helaas het antwoord schuldig moet blijven.’

    Zo blijft volkomen onduidelijk wiens belangen Paul de Krom nu precies vanuit de BV Nederland vertegenwoordigde in Brussel — en waarom. Zelf is hij ook niet bereid — ondanks herhaaldelijke verzoeken —om zijn rol toe te lichten.

    Partijgenoten

    Wel is het evident dat dit niet de eerste keer was dat partijgenoten Paul de Krom en Jeanine Hennis elkaar wisten te vinden op de weg tussen Den Haag en Brussel. Zo maakte Hennis zich in 2009 als europarlementariër hard voor een boerkaverbod, en liet ze zich — om haar woorden kracht bij te zetten — fotograferen in boerka voor HP/De Tijd. De Krom kopte het voorzetje soepeltjes in: in hetzelfde medium maakte hij niet veel later zijn wetsvoorstel bekend voor een zogeheten ‘verbod op gezichtsbedekkende kleding’.

    Andersom was het De Krom die het probleem van transportcriminaliteit hoger op de politieke agenda wist te zetten. Een van de manieren om dit te doen was door Europarlementariër Hennis de Europese Commissie te laten vragen de internationale transportcriminaliteit beter aan te pakken. Weer kon het tweetal elkaar de hand schudden.

    Ook na zijn vertrek uit de politiek lukte het De Krom om dicht bij de macht te blijven. Hoewel bijna de helft van de bewindslieden en Tweede Kamerleden na het Binnenhof weer moeilijk aan een baan komt, kon hij na zijn termijn als staatssecretaris vrijwel direct aan de slag bij het Rijk als ‘Aanjager Techniekpact 2020’. Doel van het kabinet-Rutte II was om met dit pact meer leerlingen voor technische vakken te laten kiezen. Heel belangrijk, volgens (ondertussen) minister Hennis, die tijdens de opening van een Gouds technasium het belang van het Techniekpact graag benadrukte: ‘Defensie is de grootste technische werkgever van Nederland en heeft jaarlijks zo’n 4.000 nieuwe mensen nodig, onder wie veel technici.’

    Toen De Krom in maart 2015 ceo van TNO werd, kwamen zijn politieke contacten hem wederom goed van pas. Tijdens de Future Force Conference — een Defensie-congres mede opgericht door TNO — werd er een panel georganiseerd om te praten over mogelijke samenwerkingsverbanden tussen de overheid en het kenniscentrum. De liberaal trok daarvoor zonder problemen een heel blik invloedrijke partijgenoten open. Naast Paul de Krom waren hier Sjoerd Vollebregt (voormalig ceo Fokker en door de VVD aangedragen co-informateur in Zuid-Holland) en Ineke Dezentjé Hamming (voorzitter FME en voormalig VVD Tweede Kamerlid) aanwezig. Het enige panellid zonder VVD-affiliatie was Brainport-directrice Imke Carsouw.

    Innige band

    Die achtergrond van politieke 1-2-’tjes en ons-kent-ons baantjes roept de nodige vragen op over TNO als ‘onafhankelijk’ kennisinstituut. Sowieso is het onderzoeksbureau wat zijn Defensie-tak betreft een vreemd beestje, laverend tussen overheid en industrie. Officieel vervult TNO voor het ministerie van Defensie zogenaamde kennisintensieve overheidstaken, wat inhoudt dat het namens het departement onderzoekstaken uitvoeren. Commandant der Strijdkrachten luitenant-admiraal Rob Bauer sprak in 2017 zelfs van een wederzijdse afhankelijkheidsrelatie: ‘TNO kan niet zonder Defensie en Defensie kan niet zonder TNO.’ En volgens minister Ank Bijleveld is ‘Defensie zonder TNO toch een beetje als Ajax zonder Frenkie de Jong. Een speler die zorgt voor de nodige creativiteit, die altijd vooruit denkt.’

    De militaire versie van Frenkie de Jong is onder andere terug te zien in de strategische rapporten van Defensie, waar op basis van analyses van TNO de kennis- en technologiegebieden worden geïdentificeerd waar het beste in geïnvesteerd kan worden om de Nederlandse krijgsmacht optimaal te positioneren. Opvallend genoeg zijn dit kennisgebieden waar TNO zelf zijn inkomsten vandaan haalt, zowel door te adviseren aan de overheid, als door samen te werken met de industrie. Zij van ‘wc-eend’ bevelen hun waren van harte aan. 

    Deze innige samenwerking tussen Defensie, TNO en industrie wordt binnen Defensie geroemd als de ‘gouden driehoek’. Kennis delen zorgt immers voor innovatie, en innovatie zorgt weer voor banen, zo klinkt de redenering. Bovendien drukt samenwerking de kosten.

    Het argument dat de innige driehoeksverhouding rechtvaardigt, is echter vooral van politieke aard. Uit onderzoek van defensie-economen Eric Jan de Bakker en Robert Beeres blijkt dat de innovatie en werkgelegenheid binnen de defensie-industrie geen aanwijsbaar positief effect hebben op de Nederlandse economische groei. Toch blijven denktanks zoals HCSS (opgericht door oud TNO’er Rob de Wijk) deze claim voortdurend maken. Daarbij vinden zij zich gesteund door Nederlandse politici: ‘Als ik de manier waarop wij in Nederland omgaan met de gouden driehoek vergelijk met andere landen in Europa, denk ik dat zij daar veel van kunnen leren’ constateerde staatssecretaris Barbara Visser (VVD) tijdens een recent Kamerdebat bijvoorbeeld tevreden.

    Niet voor niets heeft TNO ook in de Europese Unie ruimte gezien om het gouden driehoek-model te exporteren. Zo heeft het onderzoeksplatform al weten aan te haken bij tal van defensie-gerelateerde Europese projectjes, waarbij ook de industrie betrokken is. En wat het kenniscentrum betreft is dit pas het begin. Onlangs brak De Krom op de radio nog een lans voor een significante verhoging van de Europese onderzoeksbudgetten, want de 20 miljoen euro die TNO tot dan toe had weten binnen te hengelen, was blijkbaar niet genoeg.

    Ook het MKB moet volgens Defensie de kans krijgen mee te delen in de poet

    Op eenzelfde wijze stond TNO vier jaar geleden vooraan toen er plannen moesten worden opgetuigd voor de uitrol van een grootschalig militair onderzoeksprogramma. Dankzij de innige relatie van TNO met Defensie, en de liberale banden tussen diens CEO en de toenmalige minister van Defensie, kon het kenniscentrum er als de kippen bij zijn op het moment dat er animo was voor de introductie van een totaal nieuwe subsidiebron: het Europees Defensiefonds.

    Nederlandse opstelling

    De Nederlandse regering was van begin af aan wel te porren voor dit idee van een nieuw militair fonds, dat door hun ‘Frenkie de Jong’ immers van een ‘Nederlands tintje’ was voorzien: noch het cruciale Europese werkgroeprapport, noch de daaruit voortkomende Commissie-voorstellen zijn intern fundamenteel bevraagd. Dat blijkt uit documenten die Follow the Money heeft opgevraagd via een wob-verzoek bij de ministeries van Buitenlandse Zaken, Defensie en Economische Zaken. De enige kwestie die in de stukken doorlopend aan de orde is gesteld, is hoe het Europees Defensiefonds zo kon worden ingericht dat Nederlandse belanghebbenden ervan zouden kunnen profiteren.

    In een Defensiememo van eind 2016 wordt bijvoorbeeld met vette letters benadrukt hoe vooral de ‘onderzoekscomponent’ van het Europese Defensiefonds — het terrein dat voor TNO van belang is — door Nederland wordt verwelkomd. Ook het MKB moet volgens Defensie de kans krijgen mee te delen in de poet. Nederland heeft immers niet zulke grote spelers op defensie-gebied en spreekt tijdens de onderhandelingen meermaals de zorg uit dat landen met grotere industrieën (met name Frankrijk en Duitsland) onevenredig profijt kunnen hebben van zo'n nieuw fonds. Bovendien ziet Nederland graag dat ook niet-EU landen kunnen meedingen. Uit de stukken die Follow the Money opvroeg blijkt waarom: het moederbedrijf van Fokker is gesitueerd in Engeland, maar ook is het militair materieel in Nederland grotendeels van Amerikaanse makelij.

    Wel rept Nederland nog enkele keren over de mogelijkheid dat de Commissie met een ‘businesscase’ komt om aan te tonen dat het fonds daadwerkelijk zal leiden tot meer samenwerking. Als hieraan echter geen gehoor wordt gegeven, laat Nederland het verzoek verder varen. Ook over de historische hoogte van het uiteindelijk uitgetrokken bedrag van 13 miljard, blijft Nederland stil: de lijn die de Commissie hanteert wordt klakkeloos overgenomen.

    Europese samenwerking

    Toch is het creëren van politieke samenwerking door de industriële samenwerking aan te slingeren, lang niet zo logisch als de Europese Commissie het wil doen voorkomen. Want wat hebben we aan een gezamenlijke defensiemarkt zonder een gezamenlijke Europese strategie om deze aan te sturen? Het doel bepaalt tenslotte de middelen. Creëert de Europese Unie op deze wijze niet dezelfde situatie als bij de euro: wel een gezamenlijke munt, maar geen politieke unie? 

    De fase van het stellen van fundamentele vragen lijkt geruisloos gepasseerd

    Volgens Daniel Thomas, hoogleraar Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Leiden, gaat die vergelijking niet helemaal op. ‘De invoering van de euro creëerde een ander probleem’, legt hij uit. ‘We waren verenigd in de munt, maar hadden geen gemeenschappelijk fiscaal beleid. Dit zorgde direct voor spill over problemen die in 2008 duidelijk werden: landen met een strakker fiscaal regime draaien op voor landen met een zwakker regime’. 

    Deze spill over effects zitten volgens Thomas niet bij het Europees Defensiefonds. Hij benadrukt dat het fonds het gezamenlijk ontwikkelen van materieel laagdrempeliger maakt, maar dat dit niet betekent dat de Europese Unie vervolgens iets te zeggen heeft over hoe dit wordt gebruikt: ‘Het kan de Duitsers, Zweden en Nederlanders helpen om samen een vliegtuig te ontwikkelen, maar er is vervolgens geen enkele verplichting deze vliegtuigen op een bepaalde manier te gebruiken. De Nederlanders blijven operationeel gezien volledig vrij. Juncker zei dat een Europees leger mooi zou zijn, maar I would not hold my breath.

    Zelfs oud-commandant der strijdkrachten Dick Berlijn moest onlangs in de Volkskrant toegeven dat hij er geen vertrouwen in heeft dat een Europees materieel fonds een recept is voor betere Europese defensie-samenwerking: ‘Nee, eigenlijk niet,’ zei hij. ‘Het is nog steeds heel opportunistisch. Die nationale overwegingen zijn nog steeds dominant.’

    Strategische agenda

    Met het ontwikkelen van dit nieuwe materieel zullen vooral kennisinstellingen als TNO en de defensie-industrie gegarandeerd profijt hebben van deze nieuwe pot geld, waarvan het intellectueel eigendom dat voortkomt uit de gefinancierde innovatie bovendien volledig naar de subsidie-ontvangers zal gaan. Maar hoewel het nieuwe Europees Parlement officieel nog akkoord moet gaan met de instelling van het budget voor de nieuwe Commissieperiode, lijkt de fase van het stellen van fundamentele vragen reeds geruisloos gepasseerd. 

    Volgens de stukken die Follow the Money ontving, is de Nederlandse regering inmiddels vooral bezig met het optimaliseren van de verdeelsleutel voor de poet, waarbij opnieuw de industrie nauw aangehaakt blijft. Zo stelde het ministerie van Defensie vorig jaar augustus alvast een rapport op over hoe Nederlandse belanghebbenden zich optimaal kunnen positioneren om te profiteren van het Europees Defensiefonds, waarvoor ook bedrijven en kennisinstellingen als TNO geraadpleegd worden.

    Één speler blijkt nog met vragen te zitten

    Opvallend is dat hierin wordt erkend dat het bij Defensie ontbreekt aan 'een Nederlandse strategische agenda voor Europees onderzoek en ontwikkeling', oftewel een document ‘waarin is vastgelegd welke behoeftes Defensie in de komende jaren in Europees verband wil gaan ontwikkelen en welke rol daarin is weggelegd voor de Nederlandse defensiesector’. Lang nadat onze regering zich in feite al achter een miljarden tellend Europees fonds heeft geschaard, moet dus nog worden vastgesteld hoe deze pot geld eigenlijk de Nederlandse strategische belangen kan dienen. 

    Bij navraag stelt Defensie dat alle strategische behoeftes wel degelijk zijn vastgelegd in verschillende beleidsstukken, maar dat het er alleen nog aan ontbrak ‘deze behoeftes vanuit Europees kader te bekijken, gekoppeld aan een nieuwe financieringsbron, inclusief de economische kansen van de Nederlandse industrie en kennisinstellingen.’

    Gelukkig doen ‘de kennisinstituten en de defensie-industrie’ — de zogenaamde ‘gouden driehoek’ — in datzelfde rapport direct een handreiking en stellen ze voor hun ‘kennis en expertise met betrekking tot ontwikkelingen in de markt’ te ‘verbinden’ aan ‘de behoefte van Defensie’. Een gebaar dat in het rapport onverdund wordt omgezet naar een interne aanbeveling, die volgens Defensie inmiddels is overgenomen door hun ‘interdepartementale coördinatiegroep Europese Defensiesamenwerking’.

    Vragen

    Terwijl de machinerie zodoende al in volle werking is, blijkt er één speler nog met vragen te zitten. Op de valreep heeft de Tweede Kamer voor de zomer om een technische briefing gevraagd die meer uitleg moet geven over het Europees Defensiefonds. De Defensie-ambtenaren rest daarmee de schone taak de volksvertegenwoordigers te voorzien van een reconstructie van een reeds zo goed als voldongen feit.

    Intussen heeft TNO zelf blijmoedig de vooruitzichten opgetikt. 'We bereiden ons expliciet voor om actief te zijn in de onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s van het Europees Defensiefonds van de Europese Commissie, die per 2021 aanvangen’, schrijft het kennisinstituut recent in haar activiteitenplannen

    Frenkie de Jong heeft zijn bal op de stip gelegd.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dieuwertje Kuijpers

    Gevolgd door 983 leden

    Geopolitiek junkie. Statistiek-pieler. Niet geïnteresseerd in politieke poppetjes, wel in mechanismes die deze voortbrengen.

    Volg Dieuwertje Kuijpers
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Over de auteur

    Lise Witteman

    Gevolgd door 337 leden

    Onze vrouw in Brussel. Volgt lobby's, legt netwerken bloot en bijt politici, belangenbehartigers en bestuurders in de enkels.

    Volg Lise Witteman
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    De #Lobbycratie

    Gevolgd door 1380 leden

    Leven we in een lobbycratie of is lobbyen een wezenlijk element van een gezonde democratie? Zeker is dat de lobbywereld wordt...

    Volg dossier