Is er nog toekomst voor de kleine verzekeraars?

    De kleine, onderlinge verzekeringsmaatschappijen, met vaak een sterke lokale binding, hebben moeite om overeind te blijven. Is er überhaupt nog toekomst voor de kleine verzekeraar nu het toezicht steeds strenger en duurder wordt?

    Strengere regels, hoge toezichtkosten en de pijnlijk lage rente – het is de nagel aan de doodskist van de kleine, gespecialiseerde verzekeraar. Nog even en ze zijn allemaal verdwenen. Toch? Het is te vroeg om te dansen op hun graf. Follow The Money onderzocht in opdracht van AM: Magazine hoe de toekomst er voor die kleine verzekeraars uit ziet. Het leverde een gevarieerd beeld op. Ja, veel kleine verzekeraars hebben het moeilijk. Een deel is al gestopt of overweegt dat. Maar enkele floreren juist. Hoe kan dat? Die kleine verzekeraars zijn meestal zogenoemde ‘onderlingen’, met een sterke lokale binding. In veel gevallen richten ze zich op een bepaalde sector. Nu de grote verzekeringsmolochen in diskrediet zijn geraakt, onder meer door de woekerpolisaffaire, genieten ze een zekere sympathie. Maar tegelijk kampen ze met strengere rekenregels, stijgende toezichtkosten en een historisch lage rente. ‘De nieuwe productie droogt een beetje op,’ zegt Peter Linde, toezichthouder bij De Nederlandsche Bank over onder meer onderlinge verzekeraars met een sterke lokale binding. ‘Internetconcurrentie met grote verzekeraars komt op en de bekendheid van lokale verzekeraars op internet is minder.’ Maar dat is niet het enige probleem voor de kleine verzekeraars. De druk vanuit de toezichthouders is ook groter geworden. Zo worden de rekenmethodes (Solvency II) om de solvabiliteit te berekenen vanaf volgend jaar aangescherpt. Een verzekeraar, Conservatrix, besloot begin dit jaar vanwege de combinatie van de lage rente en de nieuwe rekenmethodes om geen nieuwe levensverzekeringen te verkopen. Het bedrijf stopt niet, want de bestaande verzekeringen brengen nog jarenlang verplichtingen met zich mee, maar 'nieuwe productie' wordt niet meer gedraaid.
    Invoering Solvency II Basic kost kleine verzekeraar gemiddeld 200.000 euro
    Ook de kosten die verzekeraars moeten maken om aan het nieuwe toezicht te voldoen, nemen toe. Voor kleine verzekeraars geldt een iets versimpeld toezichtsregime, Solvency II Basic. Het ministerie van Financiën schat dat de kleine verzekeraars die onder Solvency II Basic vallen, in totaal 11,8 miljoen euro kwijt zullen zijn aan de overgang op het nieuwe toezichtsregime. Daarna gaat het jaarlijks om 2,2 miljoen euro aan extra, structurele kosten. Dat is gemiddeld ruim 200.000 aan incidentele kosten per kleine verzekeraar en 44.000 aan structurele kosten.

    Juweliers verdwijnen uit bestuur

    Toch zijn er ook genoeg verzekeraars te vinden die juist optimistisch zijn over hun overlevingskansen. Zij hebben voldoende buffers en bewegen mee met de verzwaarde toezichteisen van DNB, zoals bijvoorbeeld de toets voor bestuurders. Wel heeft die toets tot gevolg dat het type bestuurder verandert. ‘Vroeger bestond het bestuur grotendeels uit onze eigen leden, nu zijn het uitsluitend externen,’ vertelt René de Langen, directeur bij Juwon, de onderlinge verzekeringsmaatschappij van juweliers, goud- en zilversmeden. Waar Juwon vroeger uit eerste hand wist hoe de omzetten zich in de branche ontwikkelden, en wat de laatste trends op het gebied van inbraakpreventie waren, moeten ze die informatie nu aan de leden vragen. De Federatie van Onderlinge Verzekeraars ziet door de opkomst van de professional de afstand van de onderlinge verzekeraar tot hun achterban toenemen. ‘Onderlingen worden door de leden bestuurd en dat zijn per definitie geen verzekeraars. Daarom hebben zij professionele krachten ingehuurd, maar dat vindt DNB niet voldoende; de kennis moet ín het bestuur aanwezig zijn. Dan krijg je een discussie over professionals in het bestuur, meer afstand tot de leden en verlies aan binding met de achterban. Dat is een bekend spanningsveld.’

    Fusie, safe haven, of stoppen?

    In totaal schat DNB dat er zo’n 40 tot 45 kleine verzekeraars onder Solvency II Basic gaan vallen. Daarnaast zijn er nog 65 tot 70 verzekeraars die zo klein zijn dat ze helemaal zijn vrijgesteld van toezicht. Tezamen gaat het om ruim een derde van het totaal aan verzekeraars, maar zij bedienen nog geen één procent van de markt. Maar wat zijn de opties voor verzekeraars die het zelfstandig niet meer redden, bijvoorbeeld omdat zij niet voldoende schaalvoordeel hebben? Reus A.S.R. bood zich onlangs aan als 'safe haven' voor kleine verzekeraars. Maar ook fusies behoren tot de mogelijkheden. Zelfstandig blijven, maar stoppen met nieuwe productie kan ook, zo laat Conservatrix zien. Het licht bij deze verzekeraars gaat dan langzaam uit.
    'Wij zijn het vuilnismannetje van de verzekeringsbranche'
    Doordat verzekeraars stoppen, ontstaat er zelfs een nieuwe markt. Dat er ook in gedoofde verzekeraars nog handel zit, laat Hampden zien. Dat bedrijf koopt schadeverzekeringsportefeuilles op die zijn afgelopen, zoals bijvoorbeeld de asbestrisico’s van werknemers uit de jaren '70 en '80. Maar Hampden klopt ook wel eens aan bij verzekeraars die recent zijn gestopt met een bepaalde verzekeringstak. Dat blijkt een lucratieve handel. Lees meer op Amweb: Kleine verzekeraars vechten om voortbestaan

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Joris Heijn

    Joris Heijn (1985) studeerde Internationale Betrekkingen in Groningen, maar wilde eigenlijk liever journalist worden. Deed da...

    Volg Joris Heijn
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren