Over een miljardenindustrie die stelselmatig artsen en ziekenhuizen probeert te beïnvloeden. Lees meer

Medische hulpmiddelen zijn een miljardenindustrie.

 

Producenten uit deze wereld onderhouden nauwe banden met artsen en ziekenhuizen: ze sponsoren opleidingen, geven ‘gratis’ materiaal weg en contracteren specialisten als consultants. Soms komen zo zelfs producten van dubieuze kwaliteit het ziekenhuis in. FTM onderzoekt welke middelen de leveranciers gebruiken om de onderhandelingen over de inkoop in hun voordeel te beslechten.

23 artikelen

© José Luis Garcia

Medische toezichthouder keurt snoepreisjes voor artsen goed tegen de eigen regels in

De stichting die de gedragscode medische hulpmiddelen opstelt, handelt in strijd met haar eigen regels. Dat zegt hoogleraar gezondheidsrecht Martin Buijsen. Vorige maand bleek dat in contracten tussen artsen van het Erasmus MC en de industrie is gesjoemeld. De toezichthouder oordeelde – op basis van nagezonden verklaringen van betrokken fabrikanten – dat de gedragscode is nageleefd. ‘De regels kunnen niet getoetst worden door een club die ze zelf heeft opgesteld’, vindt Buijsen.

Vorige maand onthulde Follow the Money dat artsen van het Erasmus MC, onder leiding van de huidige minister van VWS Ernst Kuipers, contracten met de industrie tekenden die tegen de gedragscode medische hulpmiddelen (GMH) indruisen. Daarop toetste stichting GMH twee van deze contracten aan de eigen code. Conclusie: de regels zijn volledig nageleefd

Volgens een van de onderzochte contracten is aan een specialist interne geneeskunde van het Rotterdamse Erasmus MC 800 euro betaald voor een lezing van 20 minuten bij Sysmex, een producent van medische apparatuur in Japan. Een honorarium ver boven het maximale uurtarief  van 177 euro zoals dat is vastgesteld in de gedragscode.

Onkosten lezing in Japan: 5000 euro

Het positieve oordeel van de GMH-codecommissie is echter niet gebaseerd op de originele contracten, maar op de toelichting die naderhand blijkt te zijn aangeleverd door de industrie. Zo is het snoepreisje naar Japan volgens de commissie geoorloofd omdat ‘de fabrikant heeft aangegeven dat de vergoeding inclusief voorbereidingstijd is’. 

Bovendien geeft de commissie aan dat ‘het destijds geldende uurtarief voor een hoogleraar 200 euro was. Nu er 800 euro is betaald, is kennelijk uitgegaan van een tijdsinvestering van 4 uur’.  

Het originele contract vermeldt echter niets over een tijdsinvestering, voorbereidingstijd of een specificatie van de uren en de vergoeding daarvoor, terwijl dat volgens de gedragscode vereisten zijn voor dit soort overeenkomsten. Ook wordt in het contract niet gerept van een onkostenvergoeding, waarvan naar nu blijkt wel sprake van was. ‘De fabrikant heeft onkosten vergoed die noodzakelijk waren in het kader van de dienstverlening. Daarbij is aangesloten bij de eisen van de GMH Code’, concludeert de commissie. Het gaat om een totaalbedrag voor reis en verblijf van ruim 5000 euro. 

‘Dit is overduidelijk gunstbetoon,’ vindt hoogleraar Gezondheidsrecht Martin Buijsen van de Erasmus Universiteit. ‘De fabrikant betaalt het verblijf aan de andere kant van de wereld inclusief allerlei uitstapjes, voor een tegenprestatie die niet veel om het lijf lijkt te hebben.’

‘De GMH komt met gegevens die nergens in de overeenkomsten zijn terug te vinden. Dat vind ik een zwaktebod’ 

In het andere contract wordt een onkostenvergoeding van 6000 euro voor een lezing in Canada voor Siemens niet gespecificeerd. ‘Zonder specificatie is het onmogelijk te bepalen in hoeverre de vergoeding voor onkosten redelijk is en dat heeft de schijn van een overtreding,’ aldus Buijsen. De hoogleraar onderzoekt het (internationale) gezondheidsrecht en verdiept zich onder meer in de regelgeving in de medische hulpmiddelensector. 

Siemens specificeert het bedrag niet in de overeenkomst, maar doet dit net als Sysmex achteraf, op verzoek van de GMH-commissie. ‘Siemens heeft een gedetailleerd overzicht gegeven van de kosten die zij voor haar rekening heeft genomen. De kosten voor overnachting en verblijf komen de Codecommissie niet onredelijk over.’

De illusie van zelfregulerende transparantie

In een Kamerdebat op 1 februari 2011 beloofde Edith Schippers, destijds minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, dat de ‘robuuste’ GMH-code voor ‘volledige transparantie’ zou zorgen. Het doel van de code is om gunstbetoon, oneigenlijke beïnvloeding, te voorkomen. Schippers besloot de verantwoordelijkheid bij de sector neer te leggen. Volgens Schippers was zelfregulering voldoende en wetgeving daarom niet nodig. Artsen, ziekenhuizen en bedrijven die de GMH-code ondertekenen, beloven daarmee een aantal spelregels na te leven: er mag geen oneigenlijke beïnvloeding optreden, snoepreisjes zijn verboden, honorering moet marktconform zijn en duidelijk gespecificeerd staan in de contracten. Daarnaast moeten de financiële banden tussen artsen en industrie transparant zijn voor het publiek en gemeld worden aan het Transparantieregister Zorg, een online database met betalingen tussen de medische industrie en de gezondheidszorg. Sinds 2014 is herhaaldelijk door onder meer FTM aangetoond dat het register onvolledig en onduidelijk is, en dat er sluiproutes zijn om onder de meldplicht uit te komen. 

Anders dan zelfregulerende instanties, zoals de stichting GMH en het Transparantieregister Zorg, heeft de Inspectie een wettelijke grondslag. Zij kan zelfstandig controles uitvoeren, onderzoek doen, waarschuwingen uitdelen en eventueel zelfs boetes opleggen. Per 1 januari 2018 geldt er een wettelijk verbod op gunstbetoon met betrekking tot medische hulpmiddelen. Dit verbod is vastgelegd in de Wet medische hulpmiddelen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)  is bevoegd om bestuurlijke boetes op te leggen bij een overtreding.

Lees verder Inklappen

Met verbazing leest hoogleraar Buijsen de gronden waarop de commissie haar adviezen heeft gebaseerd. ‘De GMH komt met gegevens aanzetten die te rijmen zijn met hun eigen richtlijnen, maar nergens in de overeenkomsten zijn terug te vinden. Dit vind ik een zwaktebod. De Stichting GMH kent haar code, maar handelt in strijd met hun eigen regels.’

Elke zweem van gunstbetoon wil je als ziekenhuis toch voorkomen?

In een toelichting onder artikel 14 van de code staat dat in het contract ‘een duidelijke omschrijving’ moet staan van de vergoeding die de zorgprofessional ontvangt. ‘Daarbij moet worden aangegeven hoeveel tijd, en eventueel voorbereidingstijd, vergoed wordt tegen welk tarief. Als er afspraken worden gemaakt over de vergoeding van reistijd, reiskosten en eventuele andere onkosten moet dit worden gespecificeerd.'

‘Ik begrijp niet hoe dit aan de aandacht van het Erasmus is ontsnapt. Elke zweem van gunstbetoon wil je toch als ziekenhuis voorkomen? Dus pas je het contract direct aan als je dit soort ongeregeldheden tegenkomt. Slecht voor de reputatie van het ziekenhuis’, aldus Buijsen.

‘Deze opzet is zeer gebruikelijk’

Sinds de oprichting van de GMH in 2012 heeft de Codecommissie in totaal 42 adviezen uitgebracht en één klacht behandeld, die ongegrond is verklaard. Een voorzitter met een juridische achtergrond, medisch specialisten en leveranciers maken deel uit van de commissie. ‘Op deze manier zijn er verschillende deskundigheidsgebieden binnen de Codecommissie vertegenwoordigd’, zegt Henk Bakker, bestuursvoorzitter van de GMH. Dat er twee advocaten van Medtronic en Philips zitting houden in de commissie doet niks af aan de onafhankelijkheid, vindt Bakker.  ‘Deze opzet is zeer gebruikelijk bij zelfregulering. Op grond van het reglement wordt bij de samenstelling van de Codecommissie voor een specifieke zaak goed gekeken naar de onafhankelijkheid en onpartijdigheid.’

Het Erasmus MC wil niet ingaan op vragen van FTM voor dit artikel. Een woordvoerder zegt: ‘Wij onderschrijven de conclusies van de Codecommissie GMH en zien geen reden om verdere vragen hierover te beantwoorden.’

Ook de GMH beantwoordt geen vragen. ‘Het is de vaste handelswijze van de GMH dat noch de Codecommissie noch het bestuur van de GMH nader in discussie gaat over uitspraken van de Codecommissie’, aldus bestuursvoorzitter Bakker. 

‘De handelwijze van de GMH illustreert hoe ongezond het systeem is. Het is duidelijk dat de regels niet getoetst kunnen worden door een organisatie die de regels zelf heeft opgesteld. Het is zaak dat een andere club dan de GMH de regels beoordeelt’, concludeert Buijsen.