© SP

Overijssel

Eternit wist al ruim een halve eeuw van de gevaren van asbest

16
Hof van Twente

    Ook jouw gemeente krijgt steeds meer taken en dus macht. Lokale journalisten zijn steeds minder in staat om deze macht te controleren. Daarom gaat Follow the Money lokaal.

    In de Nederlandse asbestfabriek Eternit in het Twentse Goor stierven in de jaren ’60 en ’70 tientallen fabrieksarbeiders op jonge leeftijd. In diezelfde periode lag het langdurig ziekteverzuim zó hoog, dat het productieproces acuut gevaar liep. Tientallen interne bedrijfsdocumenten bevestigen dat het personeel willens en wetens werd blootgesteld aan de asbest — terwijl de risico’s al lang bekend waren.

    Het gravel spat tegen z’n schoenen. Cohn heeft daar zojuist via een volley een punt gemaakt. Tijd voor een glaasje prik, na een inspannend potje tennis op het het sportveld aan de Diepenheimseweg in Goor. 

    Het is 1939 en de grauwsluier van de naderende wereldoorlog hangt in de lucht. Herrmann Cohn (28) is Duitsland ontvlucht, waar hij als jood niet langer veilig is. Nu woont hij in Goor, waar hij graag een potje tennis speelt. Aan stadsgenoot en huisarts Gerard Lindeboom heeft hij een prima sparringpartner. 

    Tijdens hun pauze vertelt Lindeboom over zijn zorgen rond de mogelijke gezondheidsrisico’s van de nieuwe Eternit-fabriek. Hij heeft zorgwekkende medische publicaties uit Amerika gelezen. Lindeboom weet dat zijn tennismaatje veel connecties heeft in Zwitserland; Cohn heeft daar gestudeerd, en er staat al sinds het begin van de eeuw een Eternit-fabriek. Lindeboom wil weten of de werknemers daar bekend zijn met longproblemen.

    Fabrieksarbeiders ogen als meelbestoven bakkers

    De zorgen van de Goorse huisarts blijken gegrond. Cohn vertelt hem dat in de Zwitserse fabriek tientallen arbeiders met longproblemen tobben of ziek thuis zitten. Ze hebben asbestose opgelopen. Lindeboom waarschuwt de Goorse fabrieksdirectie, maar die wuift zijn zorgen weg. In de bedrijfshal zijn afzuiginstallaties geplaatst die de schadelijke asbestvezels opnemen, zo krijgt hij te horen.

    Uit balorigheid bekogelen de arbeiders elkaar met ballen van asbestpulp

    Wat de huisarts niet weet, is dat de afzuiginstallaties onvoldoende bescherming bieden. Wanneer schepen in de jaren ’40 tonnen asbest bij het bedrijf lossen, ontstaan stofwolken van asbestvezels die neerdalen op de werkoveralls van het personeel. De arbeiders ogen als bakkers, wit bestoven met meel. In de bedrijfshal is de situatie niet anders. Personeel staat in een waas van asbeststof te werken bij de golfplaten- en buizenmachines. Uit balorigheid bekogelen ze elkaar met van asbestpulp geknede sneeuwballen.

    Gevaren inademing asbestvezels al eind 19e eeuw onder artsen bekend

    Het Eternit-personeel is zich niet bewust van de gevaren, maar buitenlandse wetenschappers en artsen zijn dat wel. Aan het einde van de 19e eeuw wordt in Engeland en Amerika vastgesteld dat inademing van asbeststof schadelijk is voor de longen. In 1930 verschijnt de eerste publicatie in de Nederlandse vakliteratuur over asbestose, geschreven door de arts Remijnse. De arbeidsinspectie komt in jaarverslagen in de jaren ’30 met de eerste meldingen van asbestose als beroepsziekte. De zorgwekkende medische informatie bereikt de Goorse werknemers niet, maar wel de bedrijfsleiding.

    De bedrijfstop van Eternit was op de hoogte van de wetenschappelijke publicaties over de gevaren van asbest. De Goorse fabrieksleiding vraagt in 1949 aan de Belgische moedermaatschappij welke maatregelen nodig zijn, nu asbestose als beroepsziekte is erkend. De Belgische bazen antwoordden kort en bondig: ze moeten voorkomen dat de arbeiders asbeststof inademen. 

    Ondanks dat advies wordt in Goor onbeschermd doorgewerkt. Werknemers krijgen geen mondkapjes uitgereikt, maar moeten vanaf 1950 wel verplicht hun longen en bloed laten testen. De gegevens gaan linea recta ter beoordeling naar de Belgische bedrijfsarts van Eternit, Jacques Lepoutre. Het is onbekend wat Lepoutre met die gegevens doet; in elk geval geeft hij geen alarmerende signalen af. 

    In de jaren ’50 is er een grote aanwas van nieuw personeel in de Goorse fabriek. Complete gezinnen uit Amsterdam en de provincies Friesland, Groningen en Drenthe vestigden zich in woningen van Eternit in de volkswijk ’t Gymink, dichtbij de fabriek.

    "Niemand maalt om de gevaren van asbest. Intussen kijken de directies en eigenaren de andere kant op"

    Meer asbestziektes ontdekt in de jaren ’50

    Eternit brengt economische welvaart in Goor en groeit in de jaren ’50 uit tot een van de grootste lokale werkgevers. De fabriek wordt door iedereen omarmd. Niemand maalt om – of heeft weet van – de gevaren van blootstelling aan asbest. Intussen kijken de directies en eigenaren van de asbestproducent de andere kant op. 

    De alarmsignalen uit de medische wereld worden sterker. In de jaren ’50 wordt bewezen dat blootstelling aan asbest behalve asbestose ook longkanker kan veroorzaken. Ook deze informatie is bij de bedrijfsleiding bekend; die heeft intussen zelf wetenschappers in dienst genomen, die alle congressen aflopen waar de gevaren van asbest worden besproken. 

    De bewijzen stapelen zich op. In 1960 toont de Zuid-Afrikaanse arts Chris Wagner aan dat werknemers en omwonenden van een asbestmijn in zijn land zijn overleden aan mesothelioom, een zeldzame kankersoort die uitsluitend veroorzaakt wordt door asbest. Wagners bevindingen worden bevestigd door de Amerikaanse arts Irving Selikoff, die zijn onderzoek presenteert tijdens het eerste grote asbestcongres in New York in 1964; ook de wetenschappelijke staf van Eternit is daar aanwezig.

    Eerste doden in de Goorse Eternit-fabriek

    Voor de Goorse directie zal het derhalve geen verrassing zijn dat midden jaren ’60 een groot aantal werknemers van de fabriek komt te overlijden. In interne notulen van het halfjaarlijkse overleg tussen directie en OR uit 1965 wordt geen exact aantal genoemd. De doodsoorzaak wordt evenmin gemeld, laat staan of er een verband is met blootstelling aan asbest. Dat de bedrijfsleiding geen nader onderzoek aankondigt, is opmerkelijk; de gemiddelde leeftijd van de arbeiders in de fabriek is dan 45 jaar. Er is bovendien een andere zorgwekkende ontwikkeling: het langdurig ziekteverzuim ligt vanaf 1964 ver boven het het landelijk gemiddelde. 

    Uit de notulen van de halfjaarlijkse bijeenkomsten van de Eternit-directie in Goor en de ondernemingsraad, komt een opmerkelijk beeld naar voren over de gezondheid van het personeel:

    De laatste twijfels over de gevaren van asbest nam de Zeeuwse bedrijfsarts Jan Stumphius in 1969 weg. Hij bewees dat zelfs gering contact met asbest kan leiden tot een zeldzame en dodelijke kanker: mesothelioom. Stumphius onderzocht de ziektegeschiedenis van 25 werknemers van scheepswerf De Schelde in Vlissingen. Het personeel daar was slechts korte tijd blootgesteld aan asbest, maar ze kregen allemaal mesothelioom.

    Wake-up call

    Voor medisch specialisten en huisartsen in Twente is het onderzoek van Stumphius een wake-up call. Huisarts Dick Lindeboom, inmiddels gepensioneerd en zoon van Gerard Lindeboom, de huisarts die eind jaren ’30 al ongerust was, staat de stoet werknemers in zijn praktijk nog helder voor de geest. Vanaf het midden van de jaren ’70 ging het hard. ‘Het baarde mij en mijn collega’s zorgen. Ik bespeurde onder familieleden veel woede jegens de fabriek, maar ook loyaliteit aan de werkgever die zich altijd een goede broodheer had betoond.’ Lindeboom junior schetst het dilemma waar hij en andere artsen voor stonden: tussen blootstelling en diagnose zat wel 25 tot 30 jaar.  

    Halverwege de jaren ’70 kan Eternit de gevaren van asbest niet langer ontkennen. Maar de directie stelt zich op het standpunt dat de productie van asbestmateriaal nodig is, omdat de bouwsector daar nu eenmaal om vraagt. Overstappen op alternatieve bouwmaterialen is volgens het bedrijf te kostbaar. Ook al neemt de Eternit geen extra veiligheidsmaatregelen, toch blijven het lokale bestuur en werknemers het bedrijf trouw. Toenmalig wethouder Schutte zegt in een gesprek met de regionale pers dat er geen gevaar voor de bevolking en de werknemers is omdat er geen droge asbeststof ibij het bedrijf wordt verwerkt.

    De bedrijfsactiviteiten in Goor bereiken een hoogtepunt. Met de import van asbest cementproducten is in 1975 circa 52 miljoen gulden gemoeid, de omzet bedraagt zo’n 120 miljoen gulden. 

    In diezelfde periode stijgt het ziekteverzuim onder de werknemers: ze krijgen longproblemen. Eternit-werknemer Te Wierik sterft in 1975 op 66-jarige leeftijd aan longkanker; hij werkte van 1937 tot 1970 in de Goorse fabriek. Te Wierik is de eerste werknemer van wie officieel bekend is dat hij door langdurige blootstelling aan asbest is overleden. In september 1976 sterft zijn collega Gerard Stevens op 61-jarige leeftijd aan asbestose en longkanker; Stevens heeft sinds 1948 als modellenmaker en schraper-timmerman bij Eternit gewerkt. Eind 1976 weet de directie derhalve dat twee werknemers zijn overleden aan asbestkanker, maar het bedrijf houdt dat liever stil.

    'Geen enkele werknemer van ons lijdt aan een longafwijking'

    De Tweede Kamer vraagt in januari 1977 aan minister Jaap Boersma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of hij onderzoek wil laten doen naar asbestvergiftiging in de Goorse fabriek. Boersma weigert: hij heeft van de Eternit-directie de verzekering gekregen dat geen enkele werknemer is overleden aan blootstelling aan asbest. ’Uit de jaarlijkse longfoto’s van werknemers staat vast dat nooit asbestose is ontdekt bij één van hen’.

    De bedrijfstop van Eternit is de aanhoudende discussie over de gevaren van asbest beu. Directeur De Jong schrijft daarom in mei 1977 een intern memo; hij meldt dat de werkomgeving veilig is en dat de gezondheidssituatie van werknemers en familieleden nauwlettend in de gaten wordt gehouden, via de jaarlijkse long-en bloedtesten. ‘Ik kan daarom concluderen dat er geen enkele werknemer van ons aan een longafwijking lijdt,’ beweert hij opnieuw. Ook drie jaar na het interne memo meldt Eternit in de regionale media dat de gevaren van asbest worden overschat.

    In 1980 zijn 58 van de 373 fabrieksarbeiders langdurig ziek. Volgens de directie loopt het productieproces acuut gevaar. Wervingsacties voor nieuw personeel levert alleen Turkse en Spaanse gastarbeiders op; Nederlandse arbeiders blijven weg, vanwege het inmiddels negatieve imago van asbest. De directie tracht onrust op de werkvloer voorkomen en geeft een historisch overzicht van de medische controles van het personeel.

    Hoge concentraties asbestvezels

    In 1980 verricht onderzoeksinstituut TNO, op verzoek van de Inspectie Volksgezondheid en de Arbeidsinspectie, metingen in en om de Goorse Eternit-fabriek. Er worden hoge concentraties asbestvezels aangetroffen. Die uitslag is reden voor overleg tussen de inspectie Volksgezondheid, de gezondheidsdienst Twente, een delegatie van de Eternit-directie en het college van B&W van Goor. Follow the Money beschikt over het verslag van die bijeenkomst in april 1981. De inzet is de hoge waarden te reduceren, maar het overleg levert niets op. Eternit is niet bereid te investeren in extra beschermende maatregelen voor het personeel, maar de Inspectie voor de Volksgezondheid dreigt niet met sluiting. Het belang van de werkgelegenheid staat voorop.

    De bevindingen van het TNO vinden enige maanden later alsnog hun weg naar de pers. Op 9 juli 1981 schrijft dagblad Tubantia dat er een hogere concentratie asbestvezels rond Goor is gemeten. Reden tot ongerustheid is er volgens de Districtsgezondheidsdienst niet, aangezien de waarden binnen de wettelijke norm liggen. Wat de wettelijke norm dan is, wordt niet vermeld.

    Het tij begint te keren. Eind oktober 1981 maakt Eternit bekend dat 143 van de 450 arbeidsplaatsen komen te vervallen. De directie stelt dat de slechte situatie in de bouw en negatieve publiciteit over asbest de oorzaak zijn. Toenmalig burgemeester van Goor, Van der Zwaag, reageert teleurgesteld. ‘Het Ministerie van Sociale Zaken en werkgelegenheid heeft veel te zwaar alleen het product asbest op de korrel genomen en dit op een ongenuanceerde wijze in de publiciteit gebracht.’

    Scheidend Eternit-baas: ‘Publicaties zijn een hetze’

    Directeur de Jong van Eternit legt op 1 januari 1982 zijn functie neer; hij gaat met vervroegd pensioen. In een afscheidsinterview in  Tubantia typeert hij de publicaties over asbest als ‘een hetze’. De Jong houdt de vakbonden daarvoor verantwoordelijk.

    Krap een maand na dit interview komt er bij de Industriebond FNV een telefoontje binnen. Een vakbondslid meldt dat een collega van hem, Rudolf Ottens, op 49-jarige leeftijd is overleden aan mesothelioom. Na Te Wierik en Stevens is Ottens de derde werknemer uit de fabriek die aan asbestkanker is gestorven. Reden voor de Stichting Arbeid en Gezondheid om, samen met de vakbonden FNV en CNV, nader onderzoek te doen onder fabrieksarbeiders bij Eternit. Uit dit onderzoek blijkt dat halverwege 1982 liefst 65 werknemers in Goor longklachten hebben.

    Drie weduwen binden de strijd aan met Eternit

     De vakbonden dringen aan op een totaal asbestverbod. Jans Maatje,bestuurder bij de industriebond FNV zegt op 25 februari 1982 in een interview op Radio Oost dat een uitgebreid naar asbestkanker bij Eternit-werknemers noodzakelijk is. Hij meldt tevens dat  de vakbond inmiddels weet dat er werknemers zijn overleden aan asbestkanker. Maar zelfs nu blijft Eternit beweren dat er tijdens medisch onderzoek geen enkele werknemer is ontdekt die aan een asbestziekte lijdt. In 1983 en 1984 sterven twee oud-fabrieksarbeiders aan asbestgerelateerde longkanker. Boonk, die van 1952 tot 1967 bij Eternit werkte, sterft op 62-jarige leeftijd; bij Krooshoop wordt 11 jaar na zijn vertrek longkanker ontdekt, hij wordt 70 jaar. Geen van de weduwen of familieleden durft de fabriek aansprakelijk te stellen.

    Dat verandert eind jaren ’80. Drie Goorse weduwen binden als eerste nabestaanden de strijd aan met Eternit. Het gaat om de vrouwen van Johan Meijer, Benno Elfers en Frans Meijer, die alledrie tussen 1987 en 1989 sterven door blootstelling aan asbest.

    De weduwe van Johan Meijer, Gusta, zegt tegen Follow the Money: ‘De longarts zei dat asbest de boosdoener was, maar de bedrijfsarts van Eternit ontkende dat vervolgens. Toen ik na de dood van mijn man zijn longfoto’s bij Eternit opvroeg, waren die zoek. Ik denk dat ze zijn verwijderd omdat ze belastend waren voor het bedrijf.’ Het verhaal van weduwe Betsie Elfers is al even schrijnend. ‘Toen mijn man ernstig ziek was, heb ik Eternit direct een bericht gestuurd dat dat kwam door zijn werk in de fabriek. Van het bedrijf is nooit iemand op ziekenbezoek geweest. En dat als dank voor de 22 dienstjaren die hij daar heeft gewerkt. Eternit draaide goede winsten en ik bleef achter met verdriet en twee kinderen.’  

    De huisartsen in Kapelle op den Bos, waar de Belgische Eternit-fabriek staat, hebben eveneens veel zieke werknemers met longproblemen in de praktijk gehad. Renaat Huysmans is al jaren dokter in het Belgische plaatsje. In de Belgische documentaire Ademloos, over asbestslachtoffers in België en India, bekritiseert hij bedrijfsarts Lepoutre die uiteindelijk zelf aan asbestkanker zou sterven. ‘Ik denk dat er toch een conflictsituatie ontstaat als je wordt betaald door Eternit en dan moet zeggen dat we hier aan het werk zijn met producten die de gezondheid kunnen schaden.’  

    Eternit weet tot eind jaren ’80 de problemen binnenshuis te houden. Maar in 1989 steekt alsnog een storm op, wanneer Remi Poppe – mede-oprichter van de SP en milieuactivist – het verzet tegen de dodelijke stof nieuw leven inblaast. Poppe stapt op een warme zomeravond in augustus met een cameraploeg in zijn kielzog de bedrijfshal in. Hij wil laten zien hoe slecht de werknemers worden beschermd. 

    ‘De stofwolken kwamen ons tegemoet’

    Remi Poppe is inmiddels dik in de tachtig, maar herinnert zich de situatie in de fabriek in 1989 goed. Hij vertelt Follow the Money: ‘Het was een grote puinhoop. Schandalig onder welke omstandigheden het personeel in de hal moest werken. Overal lagen opengescheurde zakken asbest. Het ontbrak maximaal aan beschermende maatregelen voor het personeel in de hal. Het was er warm, droog en de vezels kwamen je als het ware tegemoet. Anderhalf uur zijn we binnen geweest. Toen wist ik genoeg.’

    De actie van Poppe in de fabriek leidt tot een hausse aan publicaties. De vakbonden nemen het stokje over, de publieke opinie slaat om. Maar het duurt nog geruime tijd voordat Eternit de bakens verzet. Tot grote verbazing van de werknemers in de fabriekshal arriveren in 1992, bijna drie jaar na het guerilla-bezoek van Poppe, mannen in witte pakken met zuurstofmaskers op om de bedrijfshal te saneren. Het personeel staat er dan nog altijd onbeschermd te werken. De Eternit-leiding had blootstelling aan asbest tientallen jaren gebagatelliseerd en nu wordt asbest rigoureus verwijderd. De saneringsoperatie kost Eternit zes miljoen euro.

    Lees verder Inklappen

    De tijdbom ontploft

    Op zijn Utrechtse advocatenkantoor heeft raadsman Bob Ruers in de jaren ‘90 zijn handen vol aan de dossiers van doodzieke Eternit-werknemers. In de lichamen van veel fabrieksarbeiders ontploft de tijdbom die mesothelioom heet, maar lang niet alle werknemers en hun families willen – of durven – de juridische strijd met Eternit aan te gaan. Ruers ging in 2012 met pensioen en had toen een lijst van 30 werknemers die doodziek waren geworden en tegen Eternit hebben geprocedeerd. Niemand van hen heeft het vonnis tegen de fabriek meegemaakt; de asbestziekte werd ze voortijdig fataal. In werkelijkheid is de lijst groter. Dat komt doordat veel werknemers en familieleden de fabriek niet wilden of durfden aan te klagen. 

    Anke Tiemens, voormalig raadslid in Goor voor de SP, heeft eind jaren ’70 zelf in de productiehal van de fabriek gewerkt; ze vertrok er in 1982. Als raadslid is ze eind jaren ’90 bij minstens 65 weduwes van Eternit-werknemers op bezoek geweest. Keer op keer hoorde ze dat de overleden werknemers hun broodheer Eternit niet wilden aanklagen. Follow the Money heeft deze lijst gecheckt door – met toestemming van Tiemens – nogmaals contact te zoeken met de nabestaanden. Zo weten we dat zeker 95 werknemers aan astbenstkanker zijn overleden. In de fabriek van de Belgische moedermaatschappij zijn de aantallen nog hoger. 

    ‘Flagrante leugen’

    De Belgische demograaf Laura van den Borre deed jarenlang onderzoek naar asbestslachtoffers in België, in het bijzonder naar het lot van werknemers en hun familie in Kapelle op den Bos. Zij concludeert dat er nooit registraties zijn geweest van slachtoffers en dat officiële cijfers derhalve ontbreken, maar ze kan wel een schatting maken, op basis van lijsten van de Waalse – inmiddels overleden – vakbondsman Michel Verviers en de Vlaamse activist Eric de Joncheere, die z’n vader, moeder en twee broers aan mesothelioom verloor. Zij meldt dat in het Waalse Coverit, een dochteronderneming van Eternit die in 1986 werd gesloten, 120 personeelsleden en 51 omwonenden aan asbestkanker stierven. In het Vlaamse Kapelle op den Bos heeft de Belgische Eternit-fabriek bijna even zoveel levens gekost: 170 werknemers en familieleden zijn gestorven door inademing van asbestvezels. 

    Renaat Huysmans, al jaren huisarts in Kapelle op den Bosch, ziet veel werknemers met longproblemen en mesothelioompatiënten in zijn praktijk, waaronder ook inwoners die slechts een kortdurend vakantiebaantje hadden in de fabriek. ‘Ik kan me niet voorstellen dat de bedrijfsleiding niet al decennia exact op de hoogte was van de dodelijke gevolgen van de stof,’ zegt hij. ‘Dat consequent herhalen dat ze van niks wisten is in mijn ogen een flagrante leugen.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Rob Vorkink

    Gevolgd door 104 leden

    Bonkige, ervaren onderzoeksjournalist uit Twente. Voor Follow the Money Lokaal speurt hij naar misstanden in NO-Nederland.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg Rob Vorkink
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    FTM Lokaal

    Gevolgd door 446 leden

    Van Noord-Oost Groningen tot Zeeuws-Vlaanderen en van Den Helder tot Maastricht: deze waakhond komt naar je toe.

    Lees meer

    Volg dit dossier en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg dossier