Kees van Dijkhuizen en Gerrit Zalm voorafgaand aan de presentatie van de halfjaarcijfers van ABN Amro in augustus 2015.

Belastingontwijking: leuker kunnen ze het op de Zuidas niet maken. Wel makkelijker. Lees meer

Er bestaat een wereld waarin iedereen die iets te verbergen heeft, geld kan oppotten en ongestoord kan uitgeven, zonder ooit gepakt te worden.

 

Schrijver en journalist Oliver Bullough doopte deze wereld ‘Moneyland’ en schonk ons daarmee een fantastisch concept om de schimmige offshore-wereld beter te begrijpen. Follow the Money zoekt uit welke rol Nederland speelt bij het doorgeleiden van schimmige en ongeoorloofde geldstromen. Welke bankiers, fiscalisten en advocaten steken corrupte regimes, fraudeurs en oligarchen de helpende hand toe?

67 artikelen

Kees van Dijkhuizen en Gerrit Zalm voorafgaand aan de presentatie van de halfjaarcijfers van ABN Amro in augustus 2015. © ANP, Remko de Waal

De tijd dat Nederlandse topbankiers het strafrecht niet hoefden te vrezen, lijkt definitief voorbij

Het Openbaar Ministerie deed tientallen jaren geen strafrechtelijk onderzoek naar bestuurders van banken, maar die tijd lijkt inmiddels definitief voorbij. Het wachten is nu op de eerste bankier die zich ook daadwerkelijk voor zijn gedragingen bij een rechter moet verantwoorden, schrijft Eric Smit.

Kort voor Kerst werd bekend dat voormalig ABN Amro-ceo Kees van Dijkhuizen een verdachte is van het Openbaar Ministerie. Het nieuws werd door Het Financieele Dagblad naar buiten gebracht en overal opgepikt. Wéér een topbankier die verdacht wordt van het leiding geven aan overtredingen van de antiwitwaswet: de Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Wwft). Van Dijkhuizen is het vierde ex-lid van de raad van bestuur van de staatsbank die deze twijfelachtige eer ten deel valt.

Dat mag gerust opmerkelijk worden genoemd. 

Bankiers worden in Nederland namelijk al decennia door officieren van Justitie zorgvuldig met rust gelaten. De laatste grote zaak is in februari 40 jaar oud: toen deed de FIOD een grote inval bij in een aantal kantoren van de Slavenburg’s bank. De bank zou actief hebben meegewerkt aan een omvangrijk zwartgeldcircuit. De bewijzen daarvoor hadden zich letterlijk opgestapeld: bij de inval werd 187 miljoen gulden aan zwart geld aangetroffen. Dat geld was onder andere afkomstig van criminelen als de Amsterdammer ‘Zwarte Joop’ de Vries, die ook bekend stond als ‘de koning van de Wallen’.

Er werden destijds 21 bankiers gearresteerd. Daarvan werden er maar vier vervolgd en slechts twee hoefden zich voor de rechter te verantwoorden. Ze kwamen er vanaf met geldboetes en voorwaardelijke straffen.

De groots aangepakte inval bij Slavenburg’s bank was niet in goede aarde gevallen bij minister van Financiën Onno Ruding

In een aflevering van televisieprogramma Zembla uit maart 2019 werd teruggekeken op de misstanden bij Slavenburg’s. De groots aangepakte inval bij de bank was niet in goede aarde gevallen bij toenmalig minister van Financiën Onno Ruding. Hij wilde het ‘gedoe’ rond Slavenburg’s vooral zo klein mogelijk houden en slaagde daarin.

‘Als ik dat niet had gedaan, dan had men mij terecht kunnen verwijten dat daar onnodige onrust was ontstaan en dat de spaargelden bij zo’n bank – en bij andere banken – zouden zijn weggelopen. En daar was niemand mee gediend, ook Justitie niet,’ zei Ruding in die uitzending.

Ruding, die voor zijn ministerschap directielid was van de AMRO bank en daarna topman werd bij de Amerikaanse Citibank, lijkt daarmee een status aparte voor financiële instellingen en hun bestuurders te hebben geschapen die decennialang standhield.

Beter met rust laten

Dat er nooit een bankier tegen de lamp liep, had ook andere redenen. Misbruik van voorkennis was in Nederland in de jaren tachtig nog niet strafbaar, de ontwikkeling van het financieel toezicht bevond zich in de embryonale fase en de financiële opsporingsdiensten waren beperkt in omvang, kunde en bevoegdheden. Na dat van Slavenburg’s volgden niettemin vele schandalen waarbij banken direct of indirect betrokken waren. Ik beperk me tot een beknopte bloemlezing.

Operatie Clickfonds was een groots opgezet onderzoek naar grootschalige beursfraude dat de FIOD eind jaren negentig startte. De verdenkingen betroffen onder meer lidmaatschap van een criminele organisatie, witwassen, heling, handel met voorkennis en oplichting. Bij beurshandelaren, vermogensbeheerders, banken en commissionairs werden invallen gedaan, maar het onderzoek liep uit op een grote mislukking. Geen enkele bankier werd vervolgd. 

Binnen ABN Amro wist men tot op bestuurlijk niveau van het duistere gebruik van deze rekeningen, maar niemand trad op

Zwart geld bij banken stallen bleek intussen nog even eenvoudig als in de beste dagen van Zwarte Joop, zo bleek uit de affaire die in dezelfde periode rond het ABN Amro-filiaal aan de Amsterdamse Sarphatistraat speelde. Het kantoor financierde diamanthandelaren, die daar ook geheime coderekeningen konden aanhouden. Binnen de bank wist men tot op bestuurlijk niveau van het duistere gebruik van deze rekeningen, maar niemand trad op en de betrokkenen hoefden zich nooit voor een rechter te verantwoorden.

In mei 2006 hield de FIOD een presentatie bij het ministerie van Financiën met de titel Global Dividendtax Fraud Investigation. Dankzij een klokkenluider was de FIOD een omvangrijke internationale financiële fraude op het spoor waarmee miljarden euro was gemoeid: CumEx. De Amsterdamse afdeling van de Fortis Bank speelde daarbij een hoofdrol. 

Een ‘full-scale strafrechtelijk onderzoek’ zou gepast zijn, maar dat kwam er niet. Daar werd van hogerhand een stokje voor gestoken, vertelden bronnen later aan Follow the Money. Waarom zou Nederland als eerste een van zijn eigen banken aanpakken, terwijl in de rest van de wereld CumEx nergens op het vizier van de opsporingsdiensten stond?

Sinds 2012 is deze vorm van fraude in Duitsland expliciet verboden, en daar worden inmiddels bijna maandelijks bankiers tot gevangenisstraffen veroordeeld. De officier van justitie in Keulen ‘zal niemand sparen’, zei de voormalige minister van Justitie in de deelstaat Nordrhein Westfalen tegen Follow the Money. Daarbij wordt de blik nadrukkelijk op ABN Amro gericht, zo blijkt uit talrijke strafdossiers. Eind december onthulde Follow the Money nog tot in detail hoe Fortis, dat in 2010 opging in ABN Amro, zelfs na de nationalisatie inzette op frauduleuze CumEx-deals.

Dat het hier lang anders toeging, blijkt ook uit een grote fraudezaak rond een Amsterdams trustkantoor. De chique ING-bankier Diederik baron van Wassenaer wist exact hoe een van zijn klanten met behulp van de trustdesk van zijn bank op grove wijze was bedrogen, maar greep niet in, zo bleek uit een reconstructie door Follow the Money. De bewijzen waren spijkerhard, maar het Openbaar Ministerie liet na de bank te vervolgen. Van Wassenaer schopte het vervolgens tot de raad van bestuur van ING Nederland en zat jarenlang in het bestuur van het VNO-NCW.

Van recenter datum is de internationale Libor-fraude, waarin de Rabobank een hoofdrol speelde. De bewijzen lagen hoog opgetast en hoewel de bank voor 774 miljoen euro schikte en toenmalig ceo Piet Moerland vrijwillig opstapte, hoefde geen bankier de tocht naar de rechtbank te maken.

Toenmalig officier van justitie Marianne Bloos zei het volgende over het niet vervolgen van Rabo-bankiers: ‘Wij wilden de Rabobank laten weten dat er niet een constante stroom van aandacht zou zijn voor het strafbare feit. Dus wij hebben tegen de Rabobank gezegd: wij gaan geen natuurlijke personen vervolgen die nu nog werkzaam zijn bij de Rabobank.’ Met andere woorden: de bankiers konden beter met rust worden gelaten.

in Nederland hielpen medewerkers van de ING met stukken vervalsen en het verhullen van de identiteiten van klanten

Tientallen jaren ging dat zo door.

Totdat Ralph Hamers, de voormalige ceo van de ING en de huidige topman van de Zwitserse bank UBS, in december 2020 het Openbaar Ministerie achter zich aan kreeg. Dat gebeurde ruim twee jaar na de recordschikking van 775 miljoen die ING met het Openbaar Ministerie trof en na tussenkomst van de rechter.

Wereldnieuws

Strafrechtelijk onderzoek had uitgewezen dat ING ‘ernstig’ was tekortgeschoten bij het voorkomen van witwassen. Daarin betoonde de ING zich bovendien extreem hardleers, want al in 2012 had de Amerikaanse overheid de bank een megaboete van 619 miljoen dollar opgelegd. De zaak betrof geldstromen die van en naar landen liepen die de Amerikaanse overheid als ‘schurkenstaten’ had aangemerkt en op een economische sanctielijst had gezet: Cuba, Iran, Soedan en Libië. Leidinggevenden in het buitenland overtraden de wet opzettelijk en in Nederland hielpen medewerkers van de bank met stukken vervalsen en het verhullen van de identiteiten van klanten. 

Onderdeel van de overeenkomst met de Amerikanen was dat de ING maatregelen zou treffen waarmee het risico in de toekomst voor herhaling van ‘overeenkomstig gedrag’ zou worden geminimaliseerd, zo bleek uit de overeenkomst waarop Follow the Money in 2018 de hand legde.

Desondanks negeerde het hoogste echelon van de ING de vele signalen en waarschuwingen die nadien nog volgden, waardoor honderden miljoenen euro aan crimineel geld over de rekeningen van de bank konden lopen.

Er waren veel zaken waarin het bij de bank misging; het OM richtte zijn pijlen op slechts vier ervan. De meest spraakmakende was omkoopaffaire van het Noors-Russische telecomconcern VimpelCom, dat via een ING-rekening de Oezbeekse presidentsdochter Gulnara Karimova omkocht. De feiten hierover kwamen naar buiten dankzij de onthullingen van het internationale onderzoekscollectief OCCRP, die ook de Amerikaanse justitie in beweging hadden gebracht. Wederom zagen Amerikanen dat het mis was bij de ING en zetten zij uiteindelijk in Nederland het OM aan het werk.

Niettemin liet het OM de verantwoordelijke bestuurders buiten schot. Daar berustte iedereen in Nederland in, op één man na: bedrijfsonderzoeker Pieter Lakeman. 'Er zijn waarschuwingen van toezichthouders, waaronder De Nederlandsche Bank, richting de ING gegaan,’ zei Lakeman voorafgaand de zitting tegen actualiteitenprogramma EenVandaag. ‘Desondanks heeft ING niet voorkomen dat de rekeningen van ING klanten in Nederland zijn gebruikt voor witwaspraktijken.’

Lakeman was er zeker van dat de waarschuwingen op het bureau van Hamers terecht waren gekomen. Hij startte een artikel 12 Sv-procedure om ervoor te zorgen dat Hamers alsnog zou worden vervolgd, en werd door het gerechtshof in Den Haag in het gelijk gesteld. De rechters kregen toegang tot het dossier en haalden een belastende mail aan, gespreksverslagen met toezichthouders, medewerkers van de bank die verklaren dat Hamers wel degelijk wist dat het allemaal niet goed liep, en andere zaken die niet op orde waren. De rechters lieten het Openbaar Ministerie daarmee zien dat het bewijs wel degelijk in het dossier zat. De harde uitspraak van de rechters leest als een veroordeling en werd wereldnieuws.

Deze uitspraak lijkt ook voor het Openbaar Ministerie een keerpunt te zijn geweest. Vier maanden later -– in april 2021 – kreeg Hamers al gezelschap van het voormalige ABN Amro-trio Gerrit Zalm, Joop Wijn en Chris Vogelzang. De staatsbank had net voor 480 miljoen euro een boete en ontneming voor zijn kiezen gekregen wegens ‘structurele en ernstige overtredingen van de Wwft’. Het was de bank onder andere ontgaan dat een klant via 192 bankrekeningen tonnen euro’s rondpompte. Ook kon een Braziliaanse multinational via Nederlandse rekeningen van de staatsbank miljoenen euro’s aan smeergeld wegsluizen.

In 2014 had ABN Amro zelfs een gezamenlijk project met justitie om witwassen te onderzoeken getorpedeerd

De zorgen over witwassen en andere malafide transacties van klanten waren er al jaren. Met name ABN Amro’s president-commissaris Olga Zoutendijk bracht de tekortkomingen namens de raad van commissarissen herhaaldelijk ter sprake, maar Zalm en de zijnen namen haar waarschuwingen niet serieus. Erger: ze werd het mikpunt van een lastercampagne die vanuit de bank werd opgezet en de kolommen van diverse kranten haalde. Ook andere waarschuwingen werden genegeerd, onder andere die van controlerend accountant KPMG. In 2014 had de bank zelfs een gezamenlijk project met justitie om witwassen te onderzoeken getorpedeerd, zo bleek uit onderzoek van Follow the Money.

‘Slachtoffers’

Anders dan bij de eerdere schikking met de ING hoefde er ditmaal geen rechter aan te pas te komen om het Openbaar Ministerie aan te sporen strafrechtelijk onderzoek in te stellen naar de verantwoordelijke bestuurders. Het OM maakte dat voornemen al meteen bij het aankondigen van de schikking bekend. 

Dat Kees van Dijkhuizen zich nu ook in het rijtje van verdachten bevindt, kan geen verbazing wekken. Voordat hij Zalm in 2017 opvolgde, was hij vier jaar cfo van de bank. Hij zat overal bij, en was net als de andere drie directieleden in de positie om de overtredingen van de Wwft te stoppen. Nadat hij zelf ceo werd, was hij de aangewezen persoon om in te grijpen toen de bank nog steeds niets deed om witwassen en andere financiële criminaliteit via de rekeningen van de bank te voorkomen.

Eind december liet een prominent zich in grote bewoordingen negatief uit over de status van verdachte die Van Dijkhuizen zojuist was toegekend: Arnoud Boot, hoogleraar ondernemingsfinanciering en financiële markten aan de Universiteit van Amsterdam. Boot verwierf in de jaren negentig bekendheid toen hij als een van de eersten de enorme misstand met de woekerpolissen aankaartte. Sindsdien laat hij zich met enige regelmaat in de media horen. Hij ontziet daarbij de gevestigde orde meestal niet en dat levert hem onder andere waardering op van politici, journalisten en commentatoren. 

Daags na het het nieuws over Van Dijkhuizen schoof Boot aan in een radio-uitzending van BNR. Daar zit hij elke twee weken en ditmaal was het toevallig vlak voordat hij naar het Catshuis in Den Haag zou gaan om het kabinet over het toekomstige economische beleid te adviseren.

De vraag of bestuurders verantwoordelijk gehouden mogen worden voor ernstige overtredingen van een wet werd evenmin gesteld

Door de strafrechtelijke onderzoeken van het OM naar Hamers en de vier ex-bestuurders van ABN Amro wordt volgens Boot het bankenlandschap in Nederland ‘gedeeltelijk met de grond gelijk gemaakt’. Dat deze (ex-)bankiers nu verdachten zijn gaat hem ‘veel en veel te ver’. 

De BNR-interviewer wilde weten of het klopte dat Van Dijkhuizen nu verdachte is. ‘Natuurlijk klopt dat niet,’ antwoordde Boot stellig. ‘Hij heeft geen dubbeltje witgewassen,’ vervolgde de hoogleraar. Hij noemde de bankiers zelfs ‘slachtoffers’. 

Indien een bank zijn systemen niet op orde heeft of een wet overtreedt, dan moet een bank tot de orde worden geroepen, lichtte hij toe, ‘maar is dat hetzelfde als dat de betreffende bestuurder een integriteitsprobleem heeft, dat hij een witwasverdachte is? Dat zijn twee totaal verschillende dingen.’

Verder onderbouwde de hoogleraar zijn stellingname niet en de interviewer liet het gaan. Dat het Openbaar Ministerie de bankiers er niet van verdenkt dat zij persoonlijk geld hebben witgewassen, maar van het leidinggeven aan overtredingen van de Wwft bleef onbesproken. De vraag of bestuurders verantwoordelijk gehouden mogen worden voor ernstige overtredingen van een wet werd evenmin gesteld. 

‘Niets doen is ook een keuze. En als je die keuze maakt, dan moet je de gevolgen daarvan aanvaarden’

De uitspraken van de hoogleraar wekten niet alleen bij mij verbazing op, ook collega’s en experts op het gebied van de Wwft betoonden zich verrast. Ik mailde Boot en vroeg hem of hij serieus meende dat hij de onschuld van de bankiers moest benadrukken inzake een feit waarvan niemand ze had beschuldigd? En of hij mogelijk dacht dat bankiers boven de wet stonden, te weten: de Wwft?

Boot antwoordde nog dezelfde avond. Hij had op Teletekst een kop gezien waarop Van Dijkhuizen als witwasser stond omschreven. Daarop had hij gereageerd. En natuurlijk vond hij niet dat de bankiers boven de wet stonden. Maar van enige inhoudelijke kennis van de Wwft en de verdenkingen jegens Hamers, Zalm, Wijn, Vogelzang en Van Dijkhuizen gaf hij geen blijk.

Marcel Pheijffer, hoogleraar accountancy aan de Universiteit van Nijenrode, had Boot niet op de radio gehoord, maar vatte de positie van Hamers c.s vis-à-vis de relevante betekenis van de wet desgevraagd bondig samen: ‘Als bestuurders signalen hebben gekregen die nopen tot ingrijpen, dan moeten ze ingrijpen. Niets doen is ook een keuze. En als je die keuze maakt, dan moet je de gevolgen daarvan aanvaarden.’

Het lijdt geen enkele twijfel meer of ’t het Openbaar Ministerie serieus is. Na veertig jaar naakt het moment waarop ook in Nederland een of meerdere (ex-)bankiers zich bij de rechter voor hun gedragingen zullen moeten verantwoorden.