© ANP/Valerie Kuypers

    Carel van Eykelenburg was net voor de bui binnen. Een jaar na zijn aantreden als topman van de Bank Nederlandse Gemeenten, in 2008, ging het maximumsalaris voor zijn functie naar 345.000 euro. Hij zit nu op het dubbele. Twee PvdA-Kamerleden vinden dat te veel en trokken bij minister Dijsselbloem aan de bel.

    Is het redelijk dat Carel van Eykelenburg, de topman van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), een staatsbankje met minder dan 300 werknemers, bijna even veel verdient als Gerrit Zalm bij ABN Amro (22.000 werknemers)? Van Eykeleburg toucheert 697.000 euro per jaar en Zalm 759.000 euro.

    Begrijpelijk vraag

    In september 2016 vroegen Henk Nijboer en John Kerstens, beide PvdA-Kamerleden, aan minister Dijsselbloem van Financiën waarom Van Eykelenburg niet gewoon volgens de Wet Normering Topinkomens (WNT) wordt betaald. Een begrijpelijke vraag. BNG is namelijk volledig in handen van de overheid en doet alleen zaken met overheids- en semioverheidsinstellingen — denk aan gemeenten, waterschappen en woningcorporaties. Al die leningen worden door de staat gegarandeerd en het risico is dus nul. Vandaar ook de AAA-beoordeling van de bank door de kredietwaardigheidsbureaus.

    Alle leningen worden door de staat gegarandeerd en het risico is dus nul

    Op 6 oktober vorig jaar kwam het antwoord. Ja, de minister begreep de ophef. Maar Van Eykelenburg was een oud geval. Zijn opvolger kan maximaal 301.000 euro verdienen. Dat is nog steeds ruim boven een ministerssalaris, maar daarvoor noemde de minister een aantal redenen.

    Private organisatie

    In de eerste plaats wees hij erop dat BNG weliswaar uitsluitend overheden als aandeelhouder heeft, maar geen semipublieke instelling is. De bank is een private organisatie. Er gaan geen publieke middelen naar de bank en het bestuur moet dus helemaal zelf zijn broek ophouden.

    Het tweede argument was dat BNG te maken heeft met concurrentie. Dat is een wezenlijk verschil met een direct aan de staat gelieerde uitvoeringsorganisatie zoals bijvoorbeeld het Agentschap van het ministerie van Financiën.

    Dijsselbloems derde argument was dat er speciale bancaire kennis nodig is om zo’n bank te runnen. Dat betekent dat je salarissen moet bieden die interessant zijn voor mensen uit die wereld. Maar omdat de bank tegelijk dicht tegen de overheid aan ligt, vond Dijsselbloem dat je ook weer niet kunt doen alsof het een pure marktbank is. Dat verklaart waarom de minister is uitgekomen op die 301.000 euro per jaar voor Van Eykelenburgs opvolger.

    Onlangs was er weer wat commotie rond Van Eykelenburg. De topman staat op nummer 67 van de Volkskrant-lijst van veelverdieners in het bedrijfsleven. Een aantal PvdA-gemeenteraadsleden uit meerdere grote steden had zich gewend tot  de raad van commissarissen van BNG. Ze verzochten de toezichthouders om Van Eykelenburg te vragen vrijwillig af te zien van een deel van zijn salaris. De commissarissen lieten deze maand weten niet in te zullen gaan op dit verzoek.

    Overgangsregime

    Hoe moeten we nu aankijken tegen deze tegengestelde visies op Van Eykelenburgs bezoldiging? Laten we eerst eens kijken naar de door minister Dijsselbloem gegeven argumenten. Hij stelt dat Van Eykelenburg een oud geval is en dat het overeengekomen salaris daarom onaantastbaar is. Dat is een goed argument, maar er is tegenin te brengen dat zittende corporatiedirecteuren die nog niet aan de WNT voldoen, te maken hebben met een overgangsregime. In vijf jaar tijd moet zo iemand op het reglementaire jaarinkomen terechtkomen. Het zou dus logisch zijn als Van Eykelenburg jaarlijks 79.200 euro inlevert, zijnde een vijfde van het bedrag van 396.000 euro dat hij bovenop de 301.000 euro verdient. Toch zegt de minister in zijn antwoord niets over zo’n regeling.

    Het zou logisch zijn als Van Eykelenburg jaarlijks 79.200 euro inlevert

    Volgens de minister is de BNG een private onderneming met alle juridische en zakelijke voor- en nadelen. Dat is formeel ongetwijfeld juist. Maar ook een woningcorporatie is een zelfstandige stichting en die moet ook zichzelf bedruipen. Bovendien moeten corporaties heel veel geld afdragen aan de staat, in de vorm van belastingen en de verhuurderheffing. Het enige dat je met enige fantasie kunt zien als ‘publieke middelen’ is de achtervang van de staat van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Die garantie heeft de staat overigens nog nooit een cent gekost.

    Er bestaat verder geen enkele twijfel over dat de staat zal bijspringen, mocht de BNG ooit aan de rand van de afgrond komen te staan. BNG heeft namelijk de status van systeembank. In die zin is er dus ook sprake van een garantie, hoewel die waarschijnlijk minder geformaliseerd is dan in de corporatiesector. BNG kan echt alleen theoretisch failliet.

    Concurrentie

    Het argument dan BNG te maken heeft met concurrentie is ook aanvechtbaar. Natuurlijk is er de Nederlandse Waterschapsbank, een vergelijkbare overheidsbank, maar dat betekent niet dat die twee elkaar op leven en dood beconcurreren.

    De European Investment Bank (EIB) financiert wel eens verduurzamingsprojecten in de corporatiesector, maar meestal via de BNG of de Waterschapsbank. Voor zeer lange leningen kloppen semi-overheidspartijen soms aan bij verzekeraars. De concurrentie waarmee Van Eykelenburg te maken heeft, is echter niet groter dan bijvoorbeeld die van de manager van een scholengemeenschap. Die moet immers zorgen dat andere scholen geen leerlingen wegkapen.    

    "De concurrentie waarmee Van Eykelenburg te maken heeft is niet groter dan die van de manager van een scholengemeenschap"

    Bankiers

    Het laatste argument van Dijsselbloem is dat je voor de functie bij BNG met bankiers te maken hebt, mannen en vrouwen met kennis en vaardigheden die ook in trek zijn in de in de bancaire sector. Om de juiste mensen te krijgen moet je een salaris kunnen bieden dat interessant is voor zulke mensen.

    Is dat inderdaad zo? Van Eykelenburg kwam zelf bij het ABP vandaan. Daar heerst een nogal institutionele cultuur. Menno Snel, de nieuwe baas van de Waterschapsbank, was lang werkzaam als ambtenaar op Financiën en heeft verder gewerkt voor pensioenuitvoerder APG, het pensioenfonds ABP en het IMF. Allemaal financieel, maar wel institutioneel. Zalm was, afgezien van zijn ervaring bij DSB, natuurlijk ook een man die altijd de overheid had gediend.

    Waarschijnlijk zijn er legio mensen in overheidsdienst die uitstekend leiding kunnen geven aan de BNG

    Waarschijnlijk zijn er legio mensen in overheidsdienst die uitstekend leiding kunnen geven aan de BNG. Het zou in de toekomst misschien zelfs een leuke baan kunnen zijn voor Dijsselbloem zelf. Misschien moet je juist wel iemand hebben met een meer institutionele of overheidsachtergrond. Dat past beter bij de voorzichtige, degelijke cultuur die heerst bij de BNG.

    Luxepositie

    Twee jaar geleden publiceerde FTM een artikel waarin we uitlegden waarom corporatiedirecteuren niet mogen klagen over de invoering van de WNT in hun sector. In welke mate zijn de in dat artikel gebruikte argumenten ook van toepassing op de topfunctie bij de BNG of de Waterschapsbank?

    Het eerste argument in het stuk was dat corporatiedirecteuren opereren in een sector zonder noemenswaardige concurrentie. Slagvaardig concurreren is juist hoe je je kunt onderscheiden in de private sector. We hebben het al eerder gezegd: BNG heeft zijn vaste klanten, en Van Eykelenburg ligt ’s nachts echt niet wakker omdat er klanten weglopen.

    Ook op de financiële markten zijn de door de staat gegarandeerde AAA-leningen die via BNG worden aangeboden zeer geliefd. Zelfs toen er na het faillissement van Lehman Brothers geen leningen meer geplaatst konden worden, was bij de BNG het loket nog open. Dat geeft aan in wat voor luxepositie de bank verkeert. Over de financiering van de bank zal Van Eykelenburg dan ook niet lopen te malen in zijn vrije tijd, hoewel het zonder meer een serieuze klus was om de balans conform de Bazelse eisen te versterken.

    BNG opereert in een weinig riskante en slechts beperkt competitieve marktniche

    Zoals gezegd is een faillissement voor de BNG, net als voor een woningcorporatie, ondenkbaar. Voor een echte private topmanager is op de fles gaan de ultieme nachtmerrie. Een bedrijf kan kapotgaan en er ligt dan geen enkel vangnet onder. Alles is dan weg en het is zijn verantwoordelijkheid. Dat is traumatisch. BNG opereert echter in een weinig riskante en slechts beperkt competitieve marktniche, waarin alles met zekerheden en garanties is afgedekt en het afbreukrisico voor de topman zeer beperkt is. Het is een functie die vergelijkbaar is met Directeur Generaal op Financiën, directeur van het Agentschap van het ministerie van Financiën of directeur van het WSW.

    Het is heel moeilijk te verdedigen dat de opvolger van Van Eykelenburg meer dan een minister moet verdienen (181.000 euro). Even lastig is het om te begrijpen waarom er voor Van Eykelenburg nooit sprake is geweest van een overgangsregime. In 2009 werd bepaald dat zijn opvolger maar 345.000 euro mag ontvangen. Zou er hier een vergelijkbaar regime zijn gehanteerd als in de corporatiesector, dan had hij in 2014 op het passende salaris kunnen zitten.

     

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Peter Hendriks

    Gevolgd door 1171 leden

    Redacteur Woningmarkt. Signaleert en analyseert problemen waarmee Nederlanders op zoek naar woonruimte worden geconfronteerd.

    Volg Peter Hendriks
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Woningmarkt

    Gevolgd door 1364 leden

    In de afgelopen jaren kwam bij verschillende woningcorporaties het ene schandaal na het andere naar boven. Het bekendste geva...

    Volg dossier