Transparantere Haagse lobby vakkundig ten grave gedragen

2 Connecties

Onderwerpen

Minister Kamp

Werkvelden

Lobby
4 Bijdragen

Slechts zo’n vijf procent van de Kamerleden reken lobbyisten van lobbykantoren tot de betrouwbaarste gesprekspartners, wijst een onlangs gepresenteerd onderzoek uit. Tegelijkertijd zien veel Kamerleden belangenbehartigers als een reddende engel in de lawine van informatie die hen overspoelt. Dus wordt de roep om meer transparantie welwillend aangehoord, maar al snel gesmoord.

Bezoekers van de Nieuwspoort moeten donderdagmiddag 23 juni wat verdwaasd om zich heen hebben gekeken. Op een reguliere Kamerdag wordt de sociëteit frequent bezocht door Kamerleden, journalisten en lobbyisten, maar nu zal  de ruimte een nogal desolate aanblik hebben geboden. Heel wat leden van laatstgenoemde groep habitués hadden zich namelijk verzameld op een steenworp afstand van het parlementsgebouw. Het bekende lobbykantoor Public Matters hield ter ere van het 15-jarig bestaan een seminar over de relatie tussen belangenbehartigers en Tweede Kamerleden.   

Onder de aanwezigen was duidelijk zichtbaar wie zich tot het jubilerende gezelschap mocht rekenen. Met hun uitermate gesoigneerde voorkomen voldeden de medewerkers van het kantoor aan het doorsnee beeld van een lobbyist. Het mannelijke deel leek in ieder geval rechtstreeks te zijn weggelopen uit de etalage van SuitSupply.

Minister Kamp neemt regierol

Niet alleen in uiterlijk vertoon maakte de organisator duidelijk dat het over echte vakmensen beschikt. Zoals een goed lobbyist betaamt, beschikte hij duidelijk over een perfect gevoel voor timing. Met minister voor Economische Zaken Henk Kamp had Public Matters een bijzonder actuele hoofdgast gestrikt. ‘De eerste gast die voor de tweede keer wilde komen,’ aldus oprichter Peter van Keulen.

Twee dagen eerder had Kamp aangekondigd met een kabinetsnotitie te zullen komen over de transparantie in het wetgevingsproces. Met dat document gaat de regering ook in op een aantal voorstellen die Kamerleden Bouwmeester en Oosenburg in hun eigen initiatiefnota Lobby in Daglicht doen. Het PvdA-duo presenteerde zijn plannen begin dit jaar. Die plannen vormen nog altijd de meest vergaande politieke inspanning om de beïnvloeding op Haagse besluitvormingsprocessen transparanter te maken.

De aankondiging van Kamp was echter geen directe reactie op het voorstel om lobbyinvloed beter in beeld te brengen. Kamps mededeling maakte deel uit van zijn antwoorden op schriftelijke vragen die waren gesteld na het debat in februari over de invloed van bedrijfslobby’s op het kabinetsbeleid. In dat debat sprak Kamp zich resoluut uit tegen nieuwe maatregelen om het wetgevingstraject opener en transparanter te maken. Volgens de minister was geen enkel probleem dat een oplossing behoefte, het wetgevingsproces al open genoeg en kon iedereen tijdig zijn of haar input leveren. Op dezelfde februaridag toonde collega-minister Dijsselbloem in een ander debat zich juist heel wat toegeeflijker ten opzichte van de roep om meer transparantie; hij zegde een lobbyparagraaf toe bij fiscale wetgeving.

Kamp sprak zich resoluut uit tegen nieuwe maatregelen om het wetgevingstraject opener en transparanter te maken

Kamps antwoorden van dinsdag bevatten niettemin dezelfde boodschap als die hij maanden geleden afgaf. Op de vraag hoe hij inzicht wil geven in beïnvloeding en belangenafweging, verwijst de minister naar de bestaande manieren, zoals internetconsultaties en verantwoording in de Memorie van Toelichting die bij wetten worden gevoegd. Angstig stil blijft het over nieuwe mogelijkheden.

‘Kamerleden willen geen transparante lobby’

De leidende rol die minister Kamp naar zich toetrekt geeft weinig reden hoopvol te zijn dat de beïnvloeding door lobbyisten in de Haagse politiek werkelijk inzichtelijker wordt. Het onderzoek van Caelesta Braun, universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden, dat tijdens de seminar werd gepresenteerd, laat die hoop haast vervliegen. Niet alleen in het kabinet is weinig enthousiasme te bespeuren, ook de Kamer voelt zich nauwelijks geroepen om transparanter te zijn in haar contacten met belangenbehartigers, zo luidde de belangrijkste conclusie.

In het onderzoek is Kamerleden gevraagd naar verschillende aspecten van het contact met lobbyisten en andere belangenbehartigers. Met slechts 35 respondenten valt er behoorlijk wat af te dingen op de representativiteit en derhalve op de geldigheid van de conclusies. Dat bleek overigens geen reden om niet op donderdagochtend op Radio 1 zonder voorbehoud die conclusies te verdedigen. Bovendien is Public Matters – dat niet ontevreden zal zijn over de onderzoeksuitkomsten – bij meerdere fasen van het onderzoek betrokken geweest en heeft het sturing gegeven aan de onderzoeksvragen, zo vermeld de verantwoording. Ondanks deze bedenkingen biedt het onderzoek  een aantal interessante inzichten.

Reddende engelen

Op de vraag wie zij de belangrijkste gesprekspartners vinden, antwoorden veruit de meeste Kamerleden: individuele burgers. Zij worden ook als betrouwbaar gezien, al worden wetenschappers nog het vaakst zo beoordeeld, maar die zijn alleen dan weer niet zo belangrijk. Lobbyisten scoren in beide categorieën laag. Slechts zo’n 5 procent van de Kamerleden beschouwt lobbyisten van lobbykantoren als een van de drie meest betrouwbare gesprekspartners.

Slechts zo’n 5 procent van de Kamerleden beschouwt lobbyisten van lobbykantoren als een van de drie meest betrouwbare gesprekspartners

Uit de antwoorden op andere vragen komt echter een heel ander beeld naar voren. De ondervraagden klagen over te weinig tijd, gebrek aan ondersteuning en een overdaad aan informatie. In al deze gevallen is de lobbyist de reddende engel.

De onderzoekers hebben een aantal oud-Kamerleden en lobbyisten geïnterviewd die de uitkomsten becommentariëren en de knelpunten soms pijnlijk blootleggen. ‘De Kamer kan niet zonder; lobbyisten kunnen de kernboodschap even snel samenvatten, daar heb je als Kamerlid geen tijd voor,’ zegt een voormalig Kamerlid. Lobbyisten weten wanneer ze met welke kennis naar een Kamerlid moeten en hoe die voor te leggen. Burgers – die zo belangrijk worden gevonden door Kamerleden – hebben daar geen kaas van gegeten. ‘De bereidheid is er wel om iedereen te ontvangen. Maar als iedereen vervolgens komt, dan ontstaat er een probleem, dan duurt het dagen voordat je alle informatie in kaart hebt gebracht.’ De ruimte om echt te luisteren naar eenvoudige burgers is dus flink beperkt.


Lobbyist in Den Haag

"Wij faciliteren vaker gesprekken met de boer om wie het gaat, dan met de belangenclub. Die gesprekken regisseren we natuurlijk wel"

En een lobbyist is ook niet gek, die snapt wel dat ‘Jan met de pet’ goed scoort en maakt daar handig gebruik van: ‘Wij faciliteren vaker gesprekken met de boer om wie het gaat, dan met de belangenclub. Die gesprekken regisseren we natuurlijk wel,’ aldus een lobbyist in het onderzoek.

Afhankelijke relatie

De afhankelijke relatie wordt helemaal duidelijk bij de vraag op basis waarvan Kamerleden de geloofwaardigheid van hun gesprekspartners beoordelen. Inhoudelijke expertise en de kwaliteit van de argumentatie zijn belangrijke factoren. Eerdere ervaringen met organisaties of personen evenals de vertrouwensrelatie die ze met hen hebben, zijn daarnaast de voornaamste aspecten die de geloofwaardigheid bepalen. Wie in staat is om aan die vereisten te voldoen, is niet moeilijk te bedenken.

‘Bij nieuwe Kamerleden moet je weer opnieuw beginnen bij de basisinformatie. Vooral bij technische dossiers, zoals bijvoorbeeld bij pensioenen, is het een kwestie van inhoudelijk opvoeden. Als je een Kamerlid in de educatieve fase kunt helpen, dan bouw je wel een vertrouwensband op,’ is wederom een illustrerende uitspraak van een lobbyist in het onderzoek.

Veel geblaat, weinig wol

De aanwezige bezoekers van de seminar konden zich na de presentatie van het onderzoek en de paneldiscussie erna wil vinden in de conclusies. Binnen de sector wordt geen moment onbenut gelaten om te stellen dat transparantie een hot item is en uiteraard belangrijk. Velen worden het ook niet moe te stellen dat ze geen enkele moeite hebben met welke nieuwe regelgeving dan ook. Van een coöperatieve houding is alleen geen sprake, voornamelijk wordt gewezen op beren op de weg, wat elk initiatief voor meer transparantie ondermijnt.

Kamerlid Lea Bouwmeester, die zichzelf uitnodigde, vroeg vanuit de zaal tijdens de paneldiscussie waar het zelfkritisch vermogen van de sector was. De PvdA’ster vond dat er veel werd gesproken over wat niet mogelijk is en wat niet werkt, maar nauwelijks nagedacht over wat er dan wel moet gebeuren. De bal werd wel meteen teruggekaatst door Jeroen de Veth, lobbyist bij EVO, de belangenbehartiger van verladers. De Veth is van mening dat Kamerleden zelf inspanningen moeten leveren om het besluitvormingsproces te verbeteren.

Ook Kamp deed nog een duit in het zakje. Zijn houding over het transparanter maken van het besluitvormingsproces is helder: ‘Als er iets was dat beter kon, dan hadden we het wel gedaan.’ Het moge duidelijk zijn, van Kamps kant valt weinig te verwachten, de sector wijst alles met een glimlach af en de Tweede Kamer loopt er ook nauwelijks warm voor. De kans dat er serieuze veranderingen komen die meer inzicht geven in de beïnvloeding op het Haagse besluitvormingsproces is in de ijskast gezet.      

 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Pieter van der Lugt

Gevolgd door 251 leden

Pieter van der Lugt (1990) studeerde politicologie aan de Radboud Universiteit. Tijdens zijn studie zette hij zijn eerste sta...

Dit artikel zit in het dossier

De #Lobbycratie

Gevolgd door 2567 leden

Leven we in een lobbycratie of is lobbyen een wezenlijk element van een gezonde democratie? Zeker is dat de lobbywereld wordt...

Volg dossier