Het Transparantieregister Zorg moet financiële banden tussen artsen en de medische industrie inzichtelijk maken voor patiënten. Maar al sinds de lancering in 2013 loopt het spaak: het register is onvolledig, niet gebruiksvriendelijk en er zijn allerlei sluiproutes waardoor betalingen buiten zicht blijven. Hoe kan het dat dit falende systeem nog steeds bestaat?

0:00
Dit stuk in 1 minuut
  • Het Transparantieregister Zorg is een online database met betalingen tussen de medische industrie en de gezondheidszorg. Het doel van het register is om deze betalingen inzichtelijk te maken voor een breed publiek.
  • In september meldden Nieuwsuur en de NOS dat honderden betalingen van bedrijven aan artsen onvindbaar zijn. Een bedrag van 14 miljoen euro is niet te herleiden in het Transparantieregister.
  • Dit onderzoek van Nieuwsuur en de NOS bevestigde wat al sinds 2014 herhaaldelijk is aangetoond: het register is onvolledig, onduidelijk en er zijn allerlei sluiproutes mogelijk. Hoe kan het dat er niets verandert? 
  • Wie dat wil begrijpen, moet terug naar 2009. De toenmalige minister van VWS Ab Klink koos in strijd met de wens van de Tweede Kamer voor zelfregulering. Het ontwerp van het register liet hij over aan de farmaceutische industrie en de zorgsector. 
  • Die namen een chic lobbykantoor in de arm om het proces vanaf het begin te begeleiden. Onder het mom van transparantie tuigden ze een register op dat de schijn van controleerbaarheid ophoudt. Ondanks gemor in de Tweede Kamer zien betrokken ministers tot nu toe geen reden om de regels aan te passen.
Lees verder

Komt een man bij de dokter. Zijn hartklachten blijken ernstiger dan verwacht: hij heeft een pacemaker nodig. Maar geen zorgen, stelt de arts hem gerust, er is een nieuw apparaatje op de markt dat de klachten direct zal verhelpen.

Als hij thuiskomt, vraagt de man zich af waarom de cardioloog specifiek voor de nieuwe technologie kiest. Las hij laatst niet iets over artsen die geld kregen toegestopt door fabrikanten van medische hulpmiddelen?  

Na een online zoektocht komt hij terecht op de website van het Transparantieregister Zorg: een database waarin je kunt opzoeken of artsen en zorginstellingen geld ontvangen van de medische industrie. 

Hier moet ik zijn, denkt de man opgelucht. 

Maar de website werkt niet mee. Je kunt niet zoeken op naam van de arts, er is blijkbaar een ‘BIG-nummer’ nodig. 

Als de pagina dan ook nog een foutmelding geeft, gaat hij op zoek naar een telefoonnummer. Hij wil liever een medewerker spreken. 

Met zijn lijstje vragen paraat toetst hij het 070-nummer in van de Stichting Transparantieregister Zorg. 

‘Brabers Corporate Counseling, goedemiddag, waarmee kan ik u helpen?’

Heeft de man een verkeerd nummer? Allerminst. Brabers Corporate Counseling, gevestigd in een historische witte villa aan de lommerrijke Hogeweg in Den Haag, zit achter het Transparantieregister Zorg. Een platform met een nobel maatschappelijk doel: financiële relaties tussen zorgaanbieders en de medische industrie inzichtelijk maken. 

Vanuit het Haagse hoofdkantoor met uitzicht op het Van Stolkpark behartigt Brabers daarnaast de belangen van bedrijven in zogeheten gereguleerde markten, zoals de gezondheidszorg en de chemie. Ze staan hun klanten bij met juridisch en strategisch advies, en adverteren met een ‘sterk netwerk in Brussel en Den Haag’. Een lobbykantoor, dus.

Onvindbare betalingen

De markt voor medicijnen en medische hulpmiddelen is een miljardenbusiness, waarin commerciële belangen soms zwaarder wegen dan die van de patiënt. 

Dankzij misleidende marketingtactieken komen soms gevaarlijke producten op de markt. Zo kreeg de Amerikaanse fabrikant Johnson & Johnson een boete van 344 miljoen dollar vanwege het doelbewust verzwijgen van ernstige complicaties veroorzaakt door bekkenbodemmatjes. 

Een andere fabrikant, Abbott, promootte op agressieve wijze een bepaald type oplosbare stent – een buisje om de kransslagader open te houden – dat achteraf levensgevaarlijk bleek

Beide bedrijven betaalden artsen om de producten te promoten. 

Voor patiënten is het dus van groot belang om te weten of een arts geld krijgt van de industrie. En in het Transparantieregister kun je dat checken. 

Althans, in theorie.

Half september 2022 onthullen Nieuwsuur en de NOS dat honderden betalingen aan artsen in het Transparantieregister onvindbaar zijn. Het zou gaan om een bedrag van in totaal 14 miljoen euro. Artsen blijken geld te ontvangen via privébedrijven, waardoor patiënten dit in het register niet kunnen terugvinden. 

Kamerleden buitelen over elkaar heen in verontwaardiging en minister Ernst Kuipers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) zegt ‘geschrokken’ te zijn van het nieuws.  

Die reacties zijn opmerkelijk, want sinds 2014 is keer op keer vastgesteld dat het Transparantieregister niet goed functioneert. Er blijken allerlei sluiproutes mogelijk, en gaten in de regelgeving onttrekken grote geldstromen aan het zicht.  

Toch blijft het falende register bestaan. Sterker nog, opeenvolgende ministers concluderen dat het register goed werkt. Hoe kan dat? 

Het antwoord op die vraag ligt, zoals te verwachten viel, in de historische villa aan de Haagse Hogeweg. 

Wereldprimeur

Het verhaal begint aan het Binnenhof in 2009. Er is ophef ontstaan: in de Tweede Kamer klinkt de roep om transparantie nadat viroloog Ab Osterhaus beschuldigd is van belangenverstrengeling. 

Als de Mexicaanse griep uitbreekt, waarschuwt Osterhaus – toen al een prominente mediapersoonlijkheid – publiekelijk voor de risico's. Onderzoeksprogramma Argos suggereert dat Osterhaus economische belangen zou hebben bij het vaccin, dat door de overheid inderdaad groot werd ingekocht. 

In de Tweede Kamer is de verontwaardiging compleet. Kamerleden eisen ‘volstrekte helderheid’ over de banden tussen artsen en de farmaceutische industrie. Ze vragen minister van VWS Ab Klink om een openbaar, wettelijk register. 

‘De afgelopen jaren is niet gebleken dat zelfregulering werkt’

Maar een wet komt er niet. Klink spreekt met farmaceutische bedrijven en zorgkoepels verenigd in de stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) en kiest daarna voor zelfregulering. ‘Ik werd getroffen door het feit dat de farmaceutische industrie zelf heeft aangekondigd dat zij betalingen aan artsen openbaar wil maken.’

Kamerleden zien het met lede ogen aan. ‘Ik verzoek de minister om toch scherper in te grijpen’, zegt SP-kamerlid Henk van Gerven in een algemeen overleg. ‘De afgelopen jaren is niet gebleken dat zelfregulering werkt.’

Een jaar eerder moest Alan Greenspan, voormalig voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, publiekelijk door het stof. Onder zijn toeziend oog had zelfregulering in de financiële sector gefaald – met een wereldwijde bankencrisis tot gevolg.

Toch komt er geen wet, en ligt er twee jaar later een plan van de sector zelf. ‘In relatief korte tijd zijn we er in geslaagd regels op te stellen die zullen leiden tot een register’, meldt voorzitter van de CGR en oud-minister Benk Korthals. ‘Ik durf te stellen dat een vergelijkbaar resultaat via wetgeving nooit zo snel en met zoveel draagvlak was gerealiseerd.’ 

Bij de lancering in 2013 is Klinks opvolger Edith Schippers in haar nopjes met het zelfregulerende register, dat grotendeels gefinancierd wordt door de industrie: ‘Een unieke situatie in Europa en vooralsnog in de wereld’, meldt de minister trots.  

Datzelfde enthousiasme leeft bij een man die achter de schermen nauw betrokken is bij het initiatief. Frederik Schutte, secretaris van de CGR, verwacht dat het register de transparantie een boost zal geven, tekent zorgblad Arts en Auto uit zijn mond op: ‘Alle farmaceutische bedrijven die zijn aangesloten bij de brancheorganisaties Nefarma en Bogin werken eraan mee.’

Schutte, gespecialiseerd in Nederlands en Internationaal recht, laat gemakshalve buiten beschouwing dat bedrijven die niet meewerken aan het register daarvan geen enkel gevolg ondervinden. En als bedrijven zich niet aan de regels houden, volgen er geen sancties.

Verborgen sponsordeals

In het doolhof van regels voor de geneesmiddelenindustrie weet juridisch expert Schutte feilloos de weg. Zijn rol als CGR-secretaris vervult hij vanuit Brabers Corporate Counseling, het lobbykantoor aan de Haagse Hogeweg. Sinds 2000 is Schutte daar een van de drie partners.

‘De stichting CGR en de Stichting Transparantieregister Zorg zijn cliënten van ons’, zegt Schutte desgevraagd tegen Follow the Money. ‘Ik ben adviseur van beide stichtingen, maar ik treed ook op als secretaris.’

Daarnaast houdt hij genoeg tijd over voor andere cliënten, want het Transparantieregister kost Schutte grofweg een middag per week, laat hij weten. Voor deze werkzaamheden bracht hij in 2021 zo'n 25.000 euro in rekening.

Wat kost het Transparantieregister?

Van de stichting Transparantieregister Zorg zijn geen openbare jaarverslagen beschikbaar, maar op verzoek deelt Frederik Schutte de cijfers. 

Het idee is dat medische industrie het Transparantieregister bekostigt. In 2021 moesten bedrijven per financiële relatie die ze aan het register doorgeven 7 euro afrekenen. Bedrijven die zijn aangesloten bij het register moeten transacties boven de 500 euro verplicht melden omdat ze een gedragscode hebben ondertekend. Als ze dit niet doen, volgt echter geen sanctie. 

Met de kosten per betaling zou het register worden onderhouden. Maar dat leidde tot een tekort.

Vorig jaar kostte het Transparantieregister 130 duizend euro, meldt Frederik Schutte, en de inkomsten bedroegen slechts 75 duizend euro. Die zouden door corona enorm zijn teruggelopen, wat resulteerde in een tekort van 65 duizend euro. Om toekomstige verliezen te voorkomen, hanteert de stichting sinds dit jaar een nieuw bekostigingssysteem. Hiermee moeten de inkomsten stijgen naar 150 duizend euro en de uitgaven naar 110 duizend euro dalen.

Van de 130 duizend euro in 2021 ging 60 duizend euro naar de rekening van Brabers. 25.000 voor juridisch advies van Schutte, de overige 35.000 euro voor data-analyse en administratieve diensten – samen een inzet van 0,2 fte. Het overige deel? Externe kosten voor het systeem (35 duizend euro) en overige posten als een jaarlijkse accountantscontrole, een evaluatie, onderhoud en hosting voor de website en bankkosten.

Lees verder Inklappen

De jubelstemming die bij de lancering van het Transparantieregister heerst, verstomt al snel. Een jaar na de start blijkt het niet het beloofde baken van helderheid. Het is onduidelijk, niet gebruiksvriendelijk en onvolledig, stelt Albert Van Maaren, die in 2014 aan de Amsterdamse Vrije Universiteit een scriptie schrijft over het register.  

Van Maaren, zelf actief in de farmasector en tijdens zijn studie ‘compliance officer Benelux’ voor het Duitse farmabedrijf Merck, vindt dat het veel beter kan. Door het gebrek aan echte transparantie ontstaat zelfs de schijn dat het register de industrie beschermt, stelt Van Maaren. Door onder andere het ontbreken van belangrijke geldstromen lijkt het een ‘imago-instrument’ dat de reputatie van bedrijven moet verbeteren. 

Meer kritiek volgt snel. 

In 2015 onthult radioprogramma Argos dat er miljoenen euro’s aan betalingen ontbreken. Ook verdienen sommige artsen veel meer dan onder hun naam in het Transparantieregister is terug te vinden. Door betalingen te ontvangen via een privébedrijf, blijven die onzichtbaar, ontdekt Argos: ‘Veel van die bv’s worden in het register niet verbonden aan de namen van de betrokkenen.’

Een jaar later kopt de Volkskrant dat farmabedrijven artsen via een ‘sluiproute’ tot tienduizenden euro's betalen buiten het Transparantieregister om. ‘Een deel van de betalingen door de farmabedrijven wordt verhuld doordat ze via een tussenstation lopen, in de vorm van commerciële, gesponsorde nascholingsbureaus’, schrijft de krant. 

Ook Follow the Money toont sinds 2016 meermaals aan dat de zelfregulering tekortschiet. In 2018 vroeg FTM vijftig contracten op tussen artsen en leveranciers van medische hulpmiddelen via de Wet Openbaarheid Bestuur (Wob). Het gaat om topartsen in academische ziekenhuizen die betaald in adviesraden zitten, scholing geven en andere gesponsorde werkzaamheden uitvoeren. Geen van de opgevraagde contracten is te vinden in het Transparantieregister. Ook blijken de ziekenhuizen de helft van de tijd geen weet te hebben van de sponsordeals. 

Geen controle door ziekenhuizen

De Gedragscode Medische Hulpmiddelen, waaraan alle ziekenhuizen zich hebben gecommitteerd, verplicht ziekenhuizen alle contracten tussen artsen en leveranciers van medische hulpmiddelen goed te keuren, te ondertekenen, en erop toe te zien dat artsen bij het Transparantieregister melden wat een leverancier zelf niet doet. Bovendien moeten ziekenhuizen meldingen doorgeven van buitenlandse leveranciers zonder vestiging in Nederland. 

In 2019 verkeerden UMC's in de veronderstelling dat de meldplicht volledig bij de medische-hulpmiddeleindustrie berustte. En daar is weinig aan veranderd, blijkt uit een nieuwe rondvraag onder vijf academische ziekenhuizen. 

‘Het is aan de betrokken bedrijven om de registraties in het Transparantieregister te doen', meldt het UMC Groningen. Het UMC Utrecht: 'Wij leveren niet rechtstreeks data aan.’

Geen van de bevraagde UMC's kan garanderen dat alle betalingen aan hun ziekenhuis in het register staan. Het blijkt lastig om de gegevens in het Transparantieregister te controleren – waar de ziekenhuizen volgens gedragscodes wel toe verplicht zijn. 

'Het is best een zoektocht om de betalingen te matchen met de contracten die eronder liggen', zegt een woordvoerder van het RadboudUMC: 'In het Transparantieregister staat nergens een registratienummer waarmee we betalingen makkelijk kunnen terugvinden.'

Lees verder Inklappen

En in september van dit jaar laten Nieuwsuur en de NOS zien dat 14 miljoen euro aan betalingen onvindbaar zijn in het register. Cardiologen ontvangen veel geld via stichtingen en privébedrijven zonder dat ziekenhuizen daarvan op de hoogte zijn. 

‘Voor zover wij zien houdt iedereen zich aan de regels’ 

‘Voor mij is het nieuw dat op grote schaal betalingen plaatsvinden via de bv’s van artsen’, zegt Frederik Schutte desgevraagd. ‘Wij hebben zo’n onderzoek nooit gedaan. Dat kunnen wij niet en dat is onze taak ook niet.’

Op de website kondigt de Stichting Transparantieregister Zorg aan met een ‘verbeterplan te komen.

Controle van de betalingen is aan artsen, ziekenhuizen en bedrijven zelf, zo blijkt. En als die dat niet doen? ‘Naming en shaming’, zegt Schutte. ‘Als wij constateren dat er een kleine omissie is, zeggen we: herstel het. Bij grote omissies publiceren wij het.’ Maar dit blijkt in de praktijk niet nodig. Schutte: ‘Voor zover wij zien houdt iedereen zich aan de regels.’ 

Marketinginstrument

Behalve het scala aan sluiproutes blijft binnen de regels van het register ook de nodige ruimte over. Zo moeten betalingen voor congressen, adviesdiensten of lezingen wel worden gemeld, maar het sponsoren van onderzoek niet. Terwijl dit de grootste geldstroom is.

Ter illustratie: het UMC Utrecht ontving de laatste twee jaar 21,5 miljoen aan onderzoeksgeld van de industrie, meldt het ziekenhuis aan FTM. In diezelfde periode staat in het Transparantieregister een bedrag van ‘slechts’ 5,6 miljoen euro vermeld voor onder andere het sponsoren van projecten en samenkomsten. 

‘Het geven van wetenschapsgeld is een manier voor de industrie om hun producten in het ziekenhuis te krijgen’

De opdrachtgevers van Frederik Schutte zagen bij de inrichting van het Transparantieregister tien jaar geleden ‘geen noodzaak’ om er onderzoeksgeld in op te nemen. ‘Onderzoeksgeld wordt op een bepaalde manier al transparant gemaakt in het trialregister’, meent Schutte. 

Maar in dit andere online register – dat wegens onderhoud tijdelijk niet beschikbaar is – staat alleen wie een onderzoek sponsort, niet hoeveel ervoor is betaald. Volgens Schutte ligt er ‘een grote commerciële gevoeligheid in het publiceren van de hoogte van bedragen.’

Achter het sponsoren van onderzoek gaan niet altijd wetenschappelijke motieven schuil. 

‘Bedrijven laten ziekenhuizen ook wetenschappelijke studies uitvoeren als marketinginstrument’, zegt emeritus hoogleraar farmaceutische biotechnologie Huub Schellekens. ‘Deze seeding trials zijn puur bedoeld om artsen te laten wennen aan nieuwe producten.’

Onder het mom van onderzoek krijgen medische bedrijven zo een ingang bij ziekenhuizen

‘Het geven van wetenschapsgeld is een manier voor de industrie om hun producten in het ziekenhuis te krijgen’, bevestigt een crisismanager die in ruim twintig Nederlandse ziekenhuizen op de inkoopafdeling heeft gewerkt. ‘Tijdens het onderzoek werken de leveranciers intensief samen met artsen en proberen ze via de specialisten meer producten te verkopen.’

In buitenlandse transparantieregisters is onderzoeksgeld wel terug te vinden. In België – waar het register wettelijk is verankerd– vormt het ruim 60 procent van het totale bedrag. In Zweden is dat zelfs 80 procent. 

‘Breed nageleefd’

In de loop der jaren komen er uitbreidingen of kleine verbeteringen aan het Transparantieregister, maar aan de sluiproutes en ontbrekende geldstromen gebeurt niets. 

Daarom probeert PvdA-Kamerlid Lilianne Ploumen in 2019 een einde te maken aan de zelfregulering. Ze wil terug naar het oorspronkelijke idee: een wettelijk verplicht register met boetes als bedrijven zich niet aan de regels houden. 

Dat stuit op felle kritiek: artsen en verpleegkundigen twijfelen aan de ‘noodzaak en proportionaliteit’ van het voorstel en farmaceutische bedrijven zien geen reden om aan te nemen dat de zelfregulering niet ‘breed wordt nageleefd’. 

Volgens de critici is het bovendien voorbarig: binnenkort zal namelijk het eerste evaluatierapport van het register uitkomen, door het onafhankelijke Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Daaruit zal blijken of het register echt niet goed functioneert.

Eind 2019 kan de sector opgelucht ademhalen: het Transparantieregister Zorg is ‘volledig en juist volgens de normen van de CGR’, vinden de onderzoekers. In 2020 en 2021 volgt dezelfde conclusie. Hoe is dat mogelijk? 

Het register moet voldoen aan de normen die het zelf heeft opgesteld

‘We houden ons strikt aan de onderzoeksopdracht die VWS heeft opgesteld,’ zegt IVM-directeur Ruud Coolen van Brakel, die het eerste onderzoek uitvoerde. 

Voor het onderzoek krijgt het IVM ondersteuning van een achtkoppige begeleidingscommissie van direct betrokkenen. Coolen van Brakel: ‘Tussentijds willen zij op de hoogte gehouden worden van waar we mee bezig zijn en ze helpen ons met praktische vragen over bijvoorbeeld de site.’

Vast lid van de commissie is Brabers-partner Frederik Schutte, die zegt inhoudelijk geen invloed te hebben op het rapport: ‘Nul. Het IVM voert het onderzoek echt onafhankelijk uit.’

Maar de begeleidingscommissie denkt wel mee over de onderzoeksopdracht. ‘We hebben besproken wat de evaluatie gaat inhouden’, zegt Schutte. 'We hebben het plan van aanpak met het IVM besproken en het conceptrapport.’

Uiteindelijk formuleert VWS een onderzoeksopdracht die de sector buitengewoon goed uitkomt: het register moet voldoen aan de normen die het zelf heeft opgesteld.

‘Geschrokken’

Stel dus dat het Transparantieregister een huis zou zijn. Dan beoordeelt het IVM nu alleen de kwaliteit en de toegankelijkheid van het huis. Niet het formaat, de locatie of hoe het huis eruitziet. ‘Als je dat anders wil, is dat een politieke keuze’, zegt Coolen van Brakel. 

Toch is de evaluatie kritischer dan je op basis van de conclusie zou denken. Onder het kopje ‘Beschouwingen’ doet het IVM in 2019 zes aanbevelingen om transparantie van het register te vergroten.

Maak de financiële relaties per farmaceutisch bedrijf inzichtelijk, suggereert het IVM, en specificeer grote sponsorbetalingen voor ziekenhuizen. Het register geeft daarover nu ‘geen enkele informatie voor de patiënt’. Ook de hoge drempelwaarde van 500 euro voor meldplichtige betalingen en het ontbreken van onderzoeksgeld zijn volgens het IVM het heroverwegen waard. 

De suggesties verdwijnen in een la. 

‘Het is wel besproken met VWS’, zegt Frederik Schutte. ‘Maar we constateerden dat de aanbevelingen buiten de onderzoeksopdracht lagen.’ 

Voor verandering is bij het ministerie van VWS weinig animo. Hoewel minister Ernst Kuipers naar eigen zeggen schrok van de misstanden die Nieuwsuur en de NOS kortgeleden aan het licht brachten, vindt hij het niet nodig de regels op de schop te nemen. ‘De regulering deugt’, zei Kuipers.

Begin dit jaar meldde hij aan de Tweede Kamer dat de zelfregulering zelfs ‘goed’ functioneert. De minister benadrukte daarbij dat samenwerkingen tussen de medische industrie en de gezondheidszorg ‘onmisbaar’ zijn voor innovatie en het uitwisselen van kennis.

Kuipers is allerminst een leek op dit gebied. Als voormalig bestuurder van het Erasmus MC – het grootste ziekenhuis van Nederland – noemde Kuipers samenwerking met bedrijven ‘cruciaal’. Dit zei hij tijdens een interview met Philips in de serie The World’s Best Hospital Chiefs‘Onze onderzoekers hebben ideeën en zoeken daar een bedrijf bij om die samen door te ontwikkelen en te vermarkten.’ 

Dat de lijntjes kort zijn bleek aan het begin van de coronacrisis. Toen Nederland acuut beademingsapparatuur nodig had, vond Kuipers met zijn ziekenhuis de kortste route naar Philips. Een levering die al snel vragen opriep, onthulde FTM.

De laatste drie jaar ontving het Erasmus MC zo'n 16 miljoen euro van de industrie, blijkt uit het Transparantieregister. Relatief meer dan andere academische ziekenhuizen: het UMC Utrecht kreeg in diezelfde periode zo’n 7,5 miljoen euro en het UMC Groningen 4,4 miljoen. 

Schone schijn

Emeritus hoogleraar Huub Schellekens heeft een andere visie op de volgens Kuipers ‘onmisbare’ samenwerkingen tussen zorg en industrie. ‘Innovatie zal nu en dan een rol spelen, maar meestal is het doel puur marketing: een manier voor de industrie om producten bij een ziekenhuis te introduceren.’

Hij vervolgt: ‘Wat je wil is dat een medicus niet in de verleiding wordt gebracht een middel voor te schrijven om andere dan medische redenen.’

Het Transparantieregister is volgens Schellekens geen geschikt middel om dat doel te bereiken: ‘Iedereen kent de omwegen en ook het feit dat er eigenlijk niets gebeurt als je betalingen niet opgeeft.’ 

‘Er is een register opgetuigd dat de schone schijn ophoudt’ 

Maar dat is volgens Schellekens niet eens het grootste probleem: ‘Mijn voornaamste kritiek is: wat beoog je nou eigenlijk met dit register? Ik ken geen enkele patiënt die het gebruikt.’ 

Een jaar na de oprichting in 2013 concludeerde de sector zelf dat het register ‘meer bekendheid’ moest krijgen ‘onder het publiek voor wie het register feitelijk is bedoeld.’ Maar acht jaar later weet nog geen 10 procent van de Nederlanders dat het bestaat, volgens het laatste IVM-rapport. 

‘In 2009 moest er onder politieke druk iets gebeuren en de industrie heeft zover gelobbyd dat het de minst hinderlijke regeling voor hun eigen achterban is geworden’, zegt Schellekens. ‘Er is een register opgetuigd dat de schone schijn ophoudt.’