© Katja Fred

Troebele baggerhandel is aan een grondige sanering toe

De grond- en baggerbranche en het toezicht daarop is door en door verrot. Niet alleen overtreden bedrijven de milieuregels, ze worden daarbij zelfs actief geholpen door de overheid. ‘Ontoelaatbaar, onacceptabel, woorden schieten tekort. Dit moet tot de bodem worden uitgezocht. Anders verliest de overheid zijn geloofwaardigheid.’

In april 2017 krijgen we een telefoontje: er is heibel rond een oude zandwinplas in Culemborg. Die dreigt volgestort te worden met vervuilde grond. De tipgevers, een lokaal Culemborgs nieuwsplatform, vermoeden dat sprake is van corruptie. Want waarom geeft de gemeente een lokale zakenman annex grootgrondbezitter ruim baan om een natuurplas, waar heel Culemborg recreëert, vol te storten met vuile grond die vrijkomt bij het graven van nieuwe metrotunnels in Parijs? Dit is het begin van een ruim twee jaar durende zoektocht in de troebele wereld van grondhandel. 

Voor burgers is het onbegrijpelijk: vuile grond die in een schone zwemplas wordt gegooid, daarbij moet wel sprake zijn van corruptie. Maar de werkelijkheid is veel complexer. Wat baggeraars, overheden en aannemers doen, is niet per definitie illegaal. Het is de uitkomst van jarenlang beleid, waarbij de naleving van milieuregels is gedecentraliseerd naar lagere overheden, die steeds keuzes moet maken tussen geld en natuur. Op de regels van wat wel en niet mag met vervuilde grond zijn tal van uitzonderingen. En de harde regels die er wél zijn, worden regelmatig door de lagere overheden zelf overtreden. Ook private bedrijven die als toezichthouders worden ingehuurd door overheden werken daaraan mee. Dat bleek uit een serie geheime documenten die we dit voorjaar in handen kregen.

Jessica Kuitenbrouwer maakte met de omwonenden van de Meeslouwerplas deze audio-illustratie.

In april 2019 stromen de eerste geheime documenten de mailbox van onderzoekscollectief Spit binnen. In de Meeslouwerplas, een recreatieplas bij Voorschoten, stort een vrachtschip onder begeleiding van de milieupolitie een illegale partij arseenhoudende bagger. Navraag leert dat de politie de stort had willen tegenhouden, maar daarvoor geen toestemming kreeg van het waterschap.

We krijgen ook een mail doorgestuurd waarin een door de provincie ingehuurde toezichthouder, die moet zorgen dat milieuregels worden nageleefd, een baggeraar vraagt een lading asbest af te dekken met schone bagger en die vervolgens heimelijk af te voeren naar een voormalig zandwinplas in Gameren. Een derde reeks documenten gaat over een manegehouder die, in opdracht van een provincie, een partij asbesthoudende bagger op zijn terrein kreeg gestort en daardoor failliet dreigt te gaan. 

Deze gevallen staan niet op zichzelf. Dat merken we niet alleen aan de hoeveelheid tips over misstanden in de grond- en baggerbranche die we naar aanleiding van onze publicaties binnenkrijgen. Het RIVM deed onlangs een onderzoek naar de grootste risico’s in de bodemketen. De conclusie: ‘Van de twintig meest ongewenste gebeurtenissen bij bodemwerkzaamheden is in ten minste een derde van deze gevallen bewust de regels niet opgevolgd.’ 

Rijkswaterstaat meldde deze week dat zeker honderd ladingen met vervuilde grond zijn tegengehouden omdat er te veel bouwafval, asbest en andere rotzooi in zat. En zelfs in België vraagt men zich af waarom afval uit Vlaanderen in Nederlandse plassen wordt gedumpt.

1600 vaten chemisch afval

Waarom kunnen baggeraars in Nederland onder toeziend oog van de overheid en controlerende instanties vuile grond op weilanden en in plassen storten? De wortels van het huidige beleid liggen in Lekkerkerk, waar in 1979 een waterleiding sprong omdat de grond zo smerig was dat plastic buizen erin oplosten. Het was het eerste grote gifschandaal van Nederland. De grond werd afgegraven en schoongemaakt, er kwamen 1600 vaten chemisch afval uit. Nu claimen Lekkerkerkse makelaars dat ze de schoonste grond van Nederland hebben. 

De affaire leidde tot wetgeving met een ambitieus doel: alle grond in Nederland moest weer zo schoon worden als de natuur het had bedoeld. Dat bleek al snel volstrekt onbetaalbaar. De sanering van Lekkerkerk, een wijkje van krap 260 woningen, had 160 miljoen gulden gekost. Uiteindelijk versoepelde de wetgever de wet. Het uitgangspunt werd dat de Nederlandse grond nergens vuiler mag worden dan die al is: het standstill-principe. Op dat principe bestaan een aantal uitzonderingen. Een daarvan is het storten van licht vervuilde grond in diepe plassen. In de rest van Europa is dat strikt verboden. 

Om overstromingen te voorkomen, moeten in Nederland de grote rivieren breder worden gemaakt en vaarwegen worden uitgebaggerd. Deze enorme hoeveelheden vaak (licht) verontreinigde bagger moet ergens naartoe. De grondbranche, overheden en natuurorganisaties bedenken een ‘nuttige toepassing’: storten in voormalige zandwinplassen. Daar zou de natuur beter van worden. Of dat echt zo is, betwijfelen wetenschappers inmiddels. De wet laat het aan de lagere overheden zelf in welke plassen ze hun slib mogen storten. De gedachte daarachter is dat zo maatwerk wordt geleverd.

Verdienen aan vervuilde bagger

In de praktijk geven lagere overheden nogal eens een creatieve draai aan dat maatwerk. In de gemeente West Maas en Waal trokken bezorgde burgers aan de bel nadat ze hadden ontdekt dat er scheepsladingen vervuild slib uit België in een nabijgelegen plas werden gedumpt. Oranje plastic, in België gebruikt bij wegafzettingen, lag kilometers stroomafwaarts langs de Maas. Het probleem bereikte zelfs de Tweede Kamer. Toch kon de gemeente de baggertoevoer uit België niet stoppen. Uit een aan Spit en Follow the Money gelekt document bleek waarom: de gemeente West Maas en Waal verdient zelf een slordige 2 miljoen aan de baggerstort en draait op voor de planschade: legt de gemeente de baggerstort stil, dan draait zij op voor de misgelopen inkomsten die in het bestemmingsplanwaren beloofd aan de aannemer. 

Behalve in diepe plassen, hebben baggeraars ook op land ruimte gekregen om vervuild slib te storten. Ook daar gaat het mis met de beleidsvrijheid van overheden en het toezicht. Jaarlijks wordt er 6 à 8 miljoen kubieke meter bagger uit het water gehaald. Veel daarvan wordt verspreid op het land, direct naast het water. Het idee is dat aan water grenzend land toch niet vuiler wordt, omdat bagger op deze manier al eeuwen ‘op de kant gezet’ wordt. Voor de overheid is het bovendien een veel goedkopere manier om watergangen op diepte te houden dan het verplaatsen van baggerslib naar de Slufter

Bij het storten van baggerslib op land zijn de risico’s nog groter dan in plassen, vanwege stoffen als PFOS, dat in de ringvaart van de Haarlemmermeer bijvoorbeeld via het bluswater van Schiphol in het water terechtkwam. PFOS kan ervoor zorgen dat vaccinaties bij kinderen minder goed werken. Wordt met PFOS vervuilde bagger op agrarisch land ‘op de kant gezet’, dan kan die stof in de voedselketen terechtkomen, waarschuwen toxicologen. En als PFOS eenmaal in de bodem zit, is het er lastig uit te krijgen. Op de aanwezigheid van PFOS in baggerslib is tot nu toe nooit getest. In een nieuwe richtlijn stelt staatssecretaris Infrastructuur en Waterstaat Stientje van Veldhoven dat die tests er wél moeten komen. Maar die richtlijn is niet dwingend. Gemeenten mogen daar zelf een eigen invulling aan geven. 

Eigen invulling is de goedkoopste oplossing

In Heemstede leidde die eigen invulling van de provincie Noord-Holland tot een partij met asbest vervuilde slib op het land van een manegehouder in Heemstede. De slib werd daar vooral gestort, omdat dit voor de provincie Noord-Holland de goedkoopste manier was om de Ringvaart uit te baggeren. Aan de manegehouder was een partij schone bagger beloofd om zijn land mee op te hogen. ‘De provincie draagt hier een dubbele pet: ze is verantwoordelijk voor het schoonhouden van het milieu, maar ook voor de kosten van het uitbaggeren van de Ringvaart,’ vat de gedupeerde manegehouder het treffend samen. 

Luister hier de audio-illustratie van Jessica Kuitenbrouwer terug, die ze maakte op manege Rusthof in Heemstede.

Het toezicht werd bij de manege gedaan door een commercieel adviesbureau, ingehuurd door het waterschap en de provincie. Een mailconversatie in handen van Spit laat zien dat belangenconflicten op de loer liggen. Toen een baggeraar bij deze toezichthouder meldde dat hij asbest was tegengekomen, kreeg hij de opmerkelijke reactie of hij die asbest niet kon afdekken met een partij schone bagger en afvoeren naar een plas in het Gelderse Gameren. De toezichthouder schrijft dat hij hiermee wilde ‘voorkomen dat onnodig stagnatie uren (...) optreden’ en voegt toe: ‘Graag z.s.m. in gang zetten.’

Het tekent de spagaat waarin dit soort commerciële toezichthouders zich bevinden. Ze worden ingehuurd door overheden, zoals waterschappen en provincies, die als eerste belang hebben het uitbaggeren van watergangen, liefst tegen een zo laag mogelijke prijs. Een toezichthouder die te kritisch is en de baggerwerkzaamheden vertraagt en duurder maakt, loopt het risico de volgende keer niet te worden ingehuurd.  

Tot op de bodem uitzoeken

Forensisch onderzoeker en voormalig toezichthouder milieuwetgeving Ton Diepeveen schrikt van de stukken die we hem laten zien. ‘Deze manier van werken is binnen de afvalwereld de kat op spek binden. Ontoelaatbaar, onacceptabel, woorden schieten tekort. Als een toezichthouder van de provincie hierbij betrokken was, moet dit tot de bodem worden uitgezocht. Anders verliest de overheid zijn geloofwaardigheid.’

Diepeveen schetst hoe simpel het voor een baggeraar is om de regels te overtreden. ‘De eerste keer ben je zenuwachtig, de tweede keer al wat minder en vanaf de derde keer wordt het een gewoonte, want de pakkans is toch minimaal. En als je dan een misstand meldt, ben je afhankelijk van publieke bestuurders. Durven die in te grijpen, of hebben ze slappe knieën en zijn ze bang voor schadeclaim van zo’n bedrijf?’

Inmiddels is zelfs de baggerbranche het gesjoemel zat. De vereniging van waterbouwers doet op haar website een oproep aan haar leden om misstanden te melden. ‘Uit de praktijk komen signalen dat het in dit soort weilanden vaak mis gaat. Het lokale bevoegde gezag en de regionale milieudiensten blijken een eigen interpretatie te geven aan de voorwaarden.’ En dat schaadt niet alleen het milieu, maar ook de positie van bedrijven en opdrachtgevers die zich wel aan de regels houden, meldt de vereniging op haar website.

Gaat er nu iets verbeteren na de onthullingen van Spit, Follow the Money en Zembla? Daar lijkt het niet op. Een deelnemer aan een werkgroep van de omgevingsdiensten die zich met slibstort bezighoudt, ziet alweer nieuwe problemen opdoemen, vertelt hij anoniem. ‘Met de nieuwe omgevingswet krijgen gemeenten nog meer eigen beleidsvrijheid. Nu moeten partijen bagger bij verschillende instanties worden gemeld. Die regeldruk wil het kabinet afschaffen. Straks hoeft een bedrijf helemaal geen melding meer te doen. Dat maakt de pakkans nog kleiner.’

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Bram Logger

Onderzoeksjournalist

Volg Bram Logger
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Over de auteur

Mira Sys

Gevolgd door 351 leden

Redacteur grondzaken

Volg Mira Sys
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Over de auteur

Parcival Weijnen

Onderzoeksjournalist

Volg Parcival Weijnen
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Gore grond in je gemeente

Gevolgd door 571 leden

In het dossier Gore grond in je gemeente onderzoeken we alle ins en outs van de bodemwereld. Hoeveel geld kan er worden verdi...

Volg dossier