© Rosa Snijders

Twitter verwijdert wel vaker berichten, maar eind mei gaf het bedrijf voor het eerst in zijn bestaan een hooggeplaatst man een tik op de vingers: Twitter zette een voetnoot bij een tweet van Donald Trump. Verontwaardigd riep de Amerikaanse president dat dit censuur was. Hij schreef een executive order die volgens hem de vrijheid van meningsuiting op sociale media moet waarborgen. Deskundigen menen dat Trump daarmee juist het omgekeerde bereikt. Jan Kuitenbrouwer schetst de valkuilen in het debat.

Donald Trumps handtekening lijkt op de seismografische weergave van een aardbeving. Eind mei plaatste hij er eentje onder de Executive Order on Preventing Online Censorship. Het document is een dreigement aan de sociale mediaplatforms om paragraaf 230 van de Communications Decency Act (CDA) te herzien. Zo’n executive order is een bevel tot uitvoering van maatregelen binnen de wet. Het veranderen of intrekken van een wet per executive order is onmogelijk. Zo wemelt het van de ongerijmdheden in dit document, waar volgens juristen geen touw aan vast te knopen is. De belangrijkste is dat uitvoering van Trumps dreigement online censuur niet zou inperken, maar juist een enorme impuls zou geven. Zoals Tim Wu, een prominent cyber-rechtsgeleerde, verwonderd opmerkte: ‘Artikel 230 is Trumps grootste vriend.

Hoe Donald Trump internet gebruikt door rechtstreeks, 24/7, met miljoenen burgers te communiceren: dat kan dankzij artikel 230

Zonder artikel 230 zou het internet van vandaag er totaal anders uitzien. Er zou waarschijnlijk nauwelijks user-generated content zijn. Stel het je even voor: driekwart van alle YouTube-content zou niet bestaan. Facebook, Instagram, Twitter: ondenkbaar. Piraterij: idem. Nepnieuws, desinformatie, geheime politieke propaganda, fake accounts, troll farms, netbots, lastercampagnes, haattaal, online pesten, wraakporno, slutshaming, exposing, doxing – allemaal onmogelijk. De manier waarop Donald Trump internet gebruikt door rechtstreeks, 24/7, met miljoenen burgers te communiceren: dat kan dankzij artikel 230. Artikel 230 is de stamcel van het huidige internet. Artikel 1 van de Grondwet van Cyberspace.

Als het internet van nu de zaterdageditie van The New York Times is, was het internet van begin jaren negentig het zelfgestencilde blaadje van rebellenclub De Rode Hand. Het Internet, toen nog met een hoofdletter, kende toen wereldwijd ongeveer 500.000 gebruikers. Je had e mail, er was een handjevol websites, en verder waren er veel online gebruikersgroepen, chatrooms, primitieve discussiefora, een vroege voorloper van de sociale media. ‘Normale’ consumenten zaten niet op internet, het was een (snelgroeiende) subcultuur van informatietechnologen, programmeurs, wetenschappers en computerhobbyisten. Een technologisch wingewest, waar elke pionier zijn gang kon gaan. Regels, anders dan vastgelegd in technische protocollen, waren er niet.

Aansprakelijkheid

Met name de message boards veranderden het karakter van het internet. Tot dan toe was het een soort telex (schriftelijke telefoon), een medium om informatie van A naar B te brengen, van de ene gebruiker aan de andere. Door informatie ook toegankelijk voor anderen te maken, te publiceren, werd het internet een forum, een publieke ruimte, een gemeenschap. In de oude wereld golden daar allerlei regels voor: de vrijheid van meningsuiting, sancties op smaad en laster, journalistieke principes als hoor en wederhoor, enzovoorts. Internet kende die regels niet en dat leidde al snel tot gedoe.

Een tech-nieuwsbrief, Rumorville, kwalificeerde een andere tech-nieuwsbrief, Skutlebutt, als een scam: oplichterij. Skuttlebutt sleepte de provider van Rumorville in 1991 voor de rechter, maar die oordeelde dat de provider, CompuServe, geen enkele content filterde en dus moest worden beschouwd als een distributeur die niet op de hoogte kan zijn van alles dat hij doorgeeft, zoals een kiosks of een boekenwinkel ook niet aansprakelijk is voor alles wat in de boeken en tijdschriften staat die in de schappen staan.

Internetproviders mogen filteren, maar als daar iets doorheen slipt, zijn zij niet aansprakelijk

In 1994 werd op een forum van provider Prodigy een makelaarskantoor, Stratton Oakmont, uitgemaakt voor ‘a cult of brokers who either lie for a living or get fired’. Stratton Oakmont  stelde Prodigy aansprakelijk en de rechter oordeelde in 1995 dat Prodigy wel degelijk aansprakelijk was, omdat het zich profileerde als familie-vriendelijke provider, die actief modereerde om aanstootgevend materiaal te onderscheppen. Hetzelfde geschil, andere omstandigheden, verschillende uitspraken.

Onfatsoenlijk

Intussen verscheen ook porno op internet, toegankelijk voor iedere tiener met een internetverbinding. Het Congres bereidde in 1995 een nieuwe wet voor, de Communications Decency Act, bedoeld om porno, erotica en andere ‘objectionable content’ van het internet te verbannen, door providers er aansprakelijk voor te stellen. Silicon Valley kwam in het geweer, de digitale burgerrechtenbeweging tekende verzet aan, het invloedrijke blad Wired begon een anti-campagne, John Perry Barlow, boegbeeld van de net roots beweging, schreef zijn legendarische Declaration of the Independence of Cyberspace, en het plan werd ingetrokken.

In plaats daarvan kwam er een nieuw artikel in de telecommunicatiewet, met daarin de provisie dat internetproviders weliswaar mogen filteren, maar dat doen als ‘good samaritans’ en als daar iets doorheen slipt, zijn zij niet aansprakelijk, want zij zijn geen uitgevers. ‘No provider or user of an interactive computer service shall be treated as the publisher or speaker of any information provided by another information content provider.’ (‘Geen internetprovider of -gebruiker zal behandeld worden als de uitgever van enigerlei informatie afkomstig van een andere informatie-aanbieder.’)

Volg de datadictatuur

2018 was het jaar van de Grote Internet Ontnuchtering. Voor het eerst zagen we de techindustrie met haar datahonger als een Godzilla, die dreunend onze privacy vermorzelt. Jan Kuitenbrouwer signaleert een kentering en kapt tweewekelijks een pad door de online jungle.

Lees verder Inklappen
Inschrijven

In het gelijknamige boek noemt Jeff Kosseff die zin The Twenty-Six Words that Created the Internet (2019). Wat de opstellers ermee beoogden was internetproviders aan te moedigen zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de kwaliteit van hun content, door ze de vrijheid te geven te filteren en te modereren, en ze niet te bestraffen voor eventuele fouten die daarbij gemaakt werden. Het was een neoliberaal geloofsartikel van de jaren negentig: zelfregulering. Regulering is bij uitstek iets dat iemand anders doet, dus ‘zelfregulering’ is een oxymoron, zoals Joseph Stiglitz al dertig jaar onvermoeibaar uitlegt, maar daar stoort niemand zich aan.

Het marginale stroompje user-generated content zwol aan tot een wereldwijde mudslide van miljoenen postings per uur

Wat Washington, bedwelmd door de vrijheidsretoriek der pioniers, niet doorhad was dat de internetindustrie helemaal niet zat te wachten op intensief contentmanagement. In Silicon Valley is alles altijd gericht geweest op efficiency en groei – zoveel mogelijk gebruikers tegen zo laag mogelijke kosten. Moderatie, curatie en kwaliteitsbeheer vormen een rem op beide, dus: weg ermee. (Iets dergelijks gebeurde in Nederland met de privatisering van de filmkeuring in de jaren negentig: laat ons dat maar zelf doen, zei de audiovisuele industrie, om Stanley Kubricks Lolita voor Alle Leeftijden in de videotheek te leggen.)

Als niemand aansprakelijk is, hoef je ook niet te weten wie de afzender is, dus dankzij artikel 230 kon de anonimiteitscultuur van het internet gewoon in stand blijven, ook toen het een consumentenproduct werd zonder enige drempel. Dat je op internet wegkomt met dingen die in de rest van de samenleving strafbaar zijn, is dankzij artikel 230.

De rest is geschiedenis: CompuServe, Prodigy en AOL werden Facebook, Google en Twitter, het marginale stroompje user-generated content zwol aan tot een wereldwijde mudslide van miljoenen postings per uur. Inclusief de leugens, smaad, laster, haattaal en humbug van Donald Trump, dagelijks geconsumeerd door zijn 81,7 miljoen volgers en indirect door wie-weet-hoeveel honderden miljoenen mediaconsumenten wereldwijd. Misschien hebben wij aan die zesentwintig woorden niet alleen het internet van vandaag te danken, maar ook het verschijnsel Trump.

Informatieoorlog

Herziening van artikel 230 zou het civiliseren van internet een stuk eenvoudiger maken, maar tegelijk een bom onder Silicon Valley zijn. De platforms hebben de laatste jaren al zwaar geïnvesteerd in moderatie om zoveel mogelijk tegen te houden van de onzegbare drek die zij krijgen aangeboden – lees bijvoorbeeld dit huiveringwekkende stuk over hoe het is om dat werk te doen – maar een volledige, waterdichte zuivering is ondoenlijk. Een van de uitwassen die zij proberen te bestrijden is nepnieuws, desinformatie en geheime politieke propaganda.

Maar het first amendment regelt niet dat media gedwongen kunnen worden bepaalde meningen te verspreiden

Omdat rechts zich daar vaker van bedient dan links (zie bijvoorbeeld dit onderzoek), heeft rechts het meeste te vrezen van dat beleid. Wat rechts-conservatief Amerika wil, is een informatieoorlog zonder enige restricties, en daarom framen zij het weren van smaad, laster en desinformatie nu als ‘censuur’, in strijd met artikel 1 van de grondwet. Maar het first amendment regelt niet dat media gedwongen kunnen worden bepaalde meningen te verspreiden. Waar elke Amerikaanse burger recht op heeft is freedom of speech, niet  freedom of reach.

Trump beweert in zijn executive order dat artikel 230 ‘gebaseerd is op de theorie dat de platforms neutraal zijn’, maar dat is dus onzin, het was juist bedoeld om filtering te stimuleren. Dat Silicon Valley daar geen trek in had en alles maar toeliet, doet niets af aan hun recht om schadelijke of aanstootgevende content te weigeren, als ‘barmhartige samaritanen’. Dat de sociale media een ‘liberal bias’ zouden hebben, zoals rechts Amerika bij hoog en bij laag beweert, is een loos verwijt. En als het waar zou zijn: dan ga je maar naar een platform met een pro-rechtse bias, of, als dat niet bestaat, er zelf een beginnen.

Conservatieve bloggers en activisten voeren aan de lopende band rechtszaken tegen de sociale media omdat zij zich ‘gecensureerd’ voelen, en zij verliezen altijd. The Verge gaf onlangs een uitvoerige opsomming van recente zaken, tegen Facebook, Twitter, Google en YouTube: zonder uitzondering haalden de klagers bakzeil en werden door de rechter, soms in bijtende bewoordingen, gewezen op hun onbegrip van artikel 230 van de CDA.

Persoonlijke aanvallen, intimidatie van getuigen, oproepen tot geweld, smaad, laster, fake nieuws – Donald Trump grossiert in overtredingen van de gedragsregels van de sociale media die hij gebruikt, en zij zouden hem met recht en reden kunnen royeren. Dat zij hem gedogen is louter opportunisme. Trump is een sociale media-ster, miljoenen andere gebruikers zouden weglopen als hij geblokkeerd werd, en bovendien zijn de platforms doorgaans coulanter voor ‘wereldleiders’, waarbij ‘nieuwswaardigheid’ zwaarder weegt dan de regels. Toch heeft Twitter nu de eerste stap in die richting gezet, heel voorzichtig, door een van Trumps tweets wegens onjuistheid van een factcheck te voorzien (over stemmen per post) en een andere af te schermen, wegen het aanzetten tot geweld. (‘When the looting starts, the shooting starts.’) Om dezelfde reden heeft Snapchat Trump inmiddels gedeclasseerd, zodat hij minder snel gevonden wordt.

Escalatie

Trumps reactie, een vetleren executive order met een handtekening van 6 op de schaal van Richter, verraadt eerder hormonale dominantiedrang en gebrek aan impulscontrole, dan politiek inzicht. Hij dreigt met iets dat onmogelijk is en, als het mogelijk was, niet in zijn belang zou zijn. Waterdichte moderatie is ondoenlijk, maar als je als provider de risico’s om te worden aangeklaagd wilt beperken, ligt het account om mee te beginnen voor de hand: Draaideurdelinquent Numero Uno, Grandmaster Trash, Donald Trump zelf.

Herroep artikel 230 en in Silicon Valley daalt een sprinkhanenplaag neer van ‘gedupeerden’, bijgestaan door advocaten

Herroep artikel 230 en in Silicon Valley daalt een sprinkhanenplaag neer van ‘gedupeerden’, bijgestaan door advocaten, belust op een schadevergoeding uit de peilloos diepe zakken van Big Tech. Platforms die gebruik maken van user-generated content zouden hun deuren kunnen sluiten, Van Facebook tot de nietigste duivensportclub met een ledenforum. Follow the Money zou zich geen comment section meer kunnen veroorloven. 

Als Trump artikel 230 al zou kunnen herroepen, zou hij de kleuter zijn die zijn eigen brandweerauto kapot slaat zodat andere kinderen er niet mee kunnen spelen. Die alle golfbanen sluit omdat hij zijn handicap niet omlaag krijgt. Die de vrije pers verbiedt omdat ze zijn ingezonden brieven niet plaatsen. Politieke leugenverkopers, linkse én rechtse, zouden worden teruggeworpen naar het stenciltijdperk. Silicon Valley zou midscheeps geraakt worden in zijn verdienmodel en naar de kelder gaan. Elke politicus die dat probeert, zou door Silicon Valley moeiteloos mee onder water worden getrokken, de diepzee in.

Trumps campagneleider heeft de ‘gecensureerde’ tweets van zijn baas nu opnieuw geplaatst, als JPEG’s, ongetwijfeld met de bedoeling om een escalatie uit te lokken. Het wachten is op de reactie van Twitter.

Jan Kuitenbrouwer
Journalist, schrijver en presentator. Auteur van het boek 'Datadictatuur, hoe de mens het internet de baas blijft'.
Gevolgd door 896 leden