De limo van president Obama rijdt door Nederland (maart 2014)
© Flickr

  • #matchfixing
  • Geen NL in de lijst. Hoofdonderhandelaars EU zijn Spanjaarden, Fransen, Italianen en n verdwaalde Deen.

Het vrijhandelsverdrag TTIP moet er van de Nederlandse overheid hoe dan ook komen. Uit interne memo’s blijkt hoe toegewijd het ministerie van Buitenlandse Zaken aan het welslagen van die missie is. ‘Mislukking behoort daarbij niet tot de mogelijkheden.’

Het is begin november 2012 en het tweede kabinet-Rutte is net geïnstalleerd. Behalve de bijzondere samenstelling van de coalitie – PvdA en VVD – bevat de pas gevormde ministersploeg een primeur. Voor het eerst in de geschiedenis staat er een minister voor Buitenlandse Handel én Ontwikkelingssamenwerking op het bordes bij de koningin. Lilianne Ploumen is haar naam.

Nog dezelfde maand spoedt Ploumen zich naar de Tweede Kamer voor een overleg over handel. In een memo wordt ze door ambtenaren van de Directie Internationale Marktordening en Handelspolitiek  – die zijn gehuisvest in het Ministerie van Buitenlandse Zaken – zorgvuldig op het overleg voorbereid. Er staat zelfs een geheugensteuntje in de memo over het vrijhandelsverdrag Transatlantic Trade and Investment Partnerschip (TTIP), terwijl dat verdrag helemaal niet op de agenda staat voor het overleg.

Het geheugensteuntje luidt: ‘EU en VS hebben in ieder geval aangegeven dat als onderhandelingen worden geopend, mislukking niet tot de mogelijkheid (sic) behoort.’

TTIP op de radar

Het onderwerp TTIP komt bij dat overleg in 2012 uiteindelijk niet ter sprake. Niemand weet daardoor dat op het ministerie het enorme handelsverdrag als onontkoombaar wordt gezien. In die tijd had überhaupt nog bijna niemand ooit gehoord van het TTIP. Dat is drie maanden later wel anders wanneer TTIP voor het eerst op de radar verschijnt. Het is de Amerikaanse president Barack Obama die het vrijhandelsverdrag als eerste wereldkundig maakt.

Het is de Amerikaanse president Barack Obama die het vrijhandelsverdrag als eerste wereldkundig maakt

In zijn State of the Union van 12 februari 2013 lanceert hij de TTIP-onderhandelingen: deze moeten leiden tot een alomvattend vrijhandelsakkoord tussen de Verenigde Staten en Europa, waarmee de wederzijdse standaarden worden erkend en importtarieven moeten verdwijnen. De dag erna op 13 februari staat in een persbericht van minister Ploumen: ‘De Nederlandse economie kan fors profiteren van een vrijhandelsverdrag tussen Europa en de Verenigde Staten. Het kabinet zet daarom in op een ambitieus en veelomvattend akkoord.’

Wat het persbericht van Ploumen niet vermeldt is hoe toegewijd het ministerie inzake TTIP is en dat ‘mislukking niet tot de mogelijkheden behoort’.

Een ambitieuze overeenkomst

Op 11 april 2013 wordt de Tweede Kamer voor het eerst geïnformeerd over de aanstaande TTIP-onderhandelingen. ‘De EU en de VS zetten in op een ambitieuze overeenkomst, die een breed scala aan handels- en investeringsissues dekt’, schrijft Minister Ploumen aan de Kamer. Vooral voor ‘topsectoren’ agrofood en tuinbouw, high tech systems en de chemie moeten de bestaande handelsbelemmeringen sterk worden verminderd. Dat zal de economie goed doen. Ploumen noemt de ‘structurele stijging van het Nederlandse BNP’ die het verdrag zal opleveren en ergens tussen de 1,4 en 4,1 miljard euro zal komen te liggen.

Maar het verdrag behelst meer dan alleen de centen, zo maakt de minister duidelijk. ‘Dit akkoord is meer dan een economisch akkoord. Het is ook een duidelijk politiek signaal naar de rest van de wereld. Ook is Nederland verheugd dat het een verdere versterking betekent van de politiek-economische relatie tussen de EU en de VS.’

Het doel is om de onderhandelingen in twee jaar tijd af te ronden. Dat die onderhandelingen achter gesloten deuren plaats vinden, schrijft Ploumen er niet bij. De Tweede Kamerleden zwijgen over het ingewikkelde en veelomvattende Trans-Atlantische verdrag en er is geen journalist die een woord aan de brief van Ploumen besteedt.

"EU en VS hebben in ieder geval aangegeven dat als onderhandelingen worden geopend, mislukking niet tot de mogelijkheid (sic) behoort"

Geen feest voor de democratie

De stilte rond TTIP zal niet lang aanhouden. Actiegroepen hebben het verdrag in het vizier. De Nederlander Ante Wessels is een van de eersten. Op 2 februari 2013 schrijft hij over TTIP in een blogbericht voor de Foundation for a Free Information Infrastructure (FFII): ‘De onderhandelaars gaan achter gesloten deuren het veranderen van onze wetten bespreken, waarbij alleen de bedrijfslobby en sommige parlementsleden toegang zullen krijgen tot de onderhandelingstekst. De uitkomst zal een groot pakket zijn, laten we zeggen 1000 pagina’s, waartegen enkel ja of nee kan worden gezegd. De EU zit in een benarde toestand, want de commissie wil wanhopig graag een succes. De druk op het Europees Parlement om voor te stemmen zal enorm zijn. En wat er vervolgens gaat gebeuren, zal geen feest voor de democratie worden.’

Een aantal maanden later, in oktober 2013, publiceert de Brusselse lobbywaakhond Corporate Europe Observatory (CEO) in samenwerking met het Transnational Institute (TNI) een onderzoek met de titel ‘A transatlantic corporate bill of rights’. Ze betogen in het onderzoek dat grote bedrijven als gevolg van TTIP een verbeterde juridische investeringsbescherming genieten. Die bescherming, met de naam Investor-State Dispute Settlement (ISDS) leidt volgens de auteurs tot aantasting van democratische beginselen. Door middel van ISDS kan een bedrijf misgelopen investeringen claimen bij een land. Het gevaar van ISDS schuilt in de dreiging die ervan uitgaat: landen zwakken mogelijk nieuwe wetgeving – die bedrijven slecht uitkomt – af om zo niet aangeklaagd te worden. In een interview met Follow the Money uit maart 2015 noemt de Amerikaanse ISDS-expert en hoogleraar internationaal recht Gus van Harten ISDS in z’n de huidige vorm ‘onacceptabel’.

‘Wake up, people we’re being shafted’

In november 2013 luidt ook schrijver George Monbiot de alarmklok over TTIP. In een column in de Britse krant The Guardian schrijft hij: ‘Wake up, people we’re being shafted.’ De column wordt meer dan 100 duizend keer gedeeld via sociale media en levert talloze reacties op. Het publieke onbehagen over het monstrueuze handelsakkoord dat achter gesloten deuren wordt geconstrueerd, neemt hand over hand toe. Bezorgde burgers merken op dat ze er geen invloed op kunnen uitoefenen, alles lijkt van te voren te zijn bekokstoofd. De groeiende onrust wordt ook op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag waargenomen. Eind 2013 schrijven ambtenaren van BuZa in een memo aan de minister: ‘De zorgen […hier is een gedeelte onleesbaar gemaakt] over de mogelijke gevolgen van TTIP lijken toe te nemen. Voorkomen moet worden dat deze zorgen en onrust een negatieve weerslag krijgen op de onderhandelingen.’

Wob-verzoek

Onrust of niet, TTIP moet er hoe dan ook komen, zo blijkt uit interne memo’s die op het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn opgesteld. De documenten dateren van 2012 tot en met 2015. Een zeker deel – meer dan honderd interne documenten van het ministerie – werden verkregen door middel van een verzoek op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Follow the Money onderzocht de memo’s die werden opgevraagd door activist Frank van der Linde. Van der Linde strijdt tegen ongelijkheid en maakt veel gebruik van de Wob. Hij deed het handwerk voor dit verzoek en wil nog meer TTIP-documenten los krijgen: ‘Het ministerie traineert de boel en houdt nog steeds veel belangrijke documenten achter’.

In de memo’s informeren ambtenaren de minister over de voortgang van de TTIP-onderhandelingen. Ook schrijven de ambtenaren de ministeriële spreeklijn voor bij overleg en debat. In een memo gedateerd op 22 april 2015 staat: ‘[De] regering doet er alles aan om te verzekeren dat het debat op basis van de juiste feiten wordt gevoerd. Onderhandelingen zijn nog (lang) niet afgerond, dus stellige uitspraken over zaken die wel of niet in TTIP staan, komen soms niet overeen met de stand van zaken. Aan ons de taak hierover duidelijkheid te scheppen. Door het parlement regelmatig te informeren, stakeholders te betrekken, en maximale openheid te betrachten.’

Maar dezelfde memo vermeld ook: ‘Een fair en gebalanceerd TTIP zal de economische en politieke relatie versterken en positieve gevolgen hebben voor een open economie als de Nederlandse.’ 

Uit de beschikbare documenten – waarvan sommige nagenoeg onleesbaar zijn gemaakt – blijkt dat uitspraken van de minister en haar ambtenaren over TTIP gebaseerd zijn op enkele specifieke aannames. De essentiële aanname – dat TTIP economische vooruitgang oplevert en positief is voor de rest van de wereld – wordt door met name een rapport van het Nederlandse onderzoeksbureau Ecorys onderbouwd. Uit de correspondentie van ambtenaren met de minister blijkt steeds opnieuw dat die aannames een hardnekkig standpunt op het ministerie onderschrijven: het verdrag moet linksom of rechtsom worden geratificeerd. Falen is geen optie.

TTIP ‘op hoog niveau’ afgetikt

‘Een dag die al lange tijd werd voorzien,’ noemt de hoogste Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Michael Froman de eerste dag van de TTIP-onderhandelingen op 8 juli 2013. Bij de aftrap en latere sessies van de onderhandelingen ontmoeten onderhandelaars uit Europa en de VS elkaar om het verdrag vorm te geven. Uit de eerdergenoemde memo van het ministerie gedateerd op 16 november 2012 staat dat er al in 2011 (twee jaar voorafgaand aan de officiële start van de onderhandelingen) ‘op hoog niveau’ door een werkgroep gepraat wordt over TTIP: ‘Het eindrapport van deze werkgroep wordt eind dit jaar verwacht. Ook zullen VS en EU hun achterban/thuisfront moeten consulteren over het eventuele vervolg.’

Het bewuste overleg tussen Europa en de VS vindt plaats in een zogenoemde High Level Working Group (HLWG). Deze wordt in die tijd voorgezeten door de Europese commissaris voor handel Karel de Gucht en zijn Amerikaanse tegenhanger Froman. De overige leden van de HLWG blijven lange tijd geheim, maar zijn in 2013 deels door de Brusselse waakhond CEO onthuld. De organisatie werd daarbij tegengewerkt door de Europese Commissie. Zo verklaarde de Europese Commissie onder andere dat: ‘Een lijst met namen niet bestaat en daarom niet gedeeld kan worden op basis van informatieverzoeken’. Uiteindelijk kreeg CEO via de Amerikanen een lijst met namen onder ogen. Het betrof hier de experts die betrokken waren bij de HLWG. CEO wijst erop dat de HLWG 114 gesprekken heeft gehad met ‘expertise van buiten’. Wie dat zijn of wat die expertise inhoudt blijft onduidelijk.

Uit de memo blijkt dat aan het ‘eventuele vervolg’ van het rapport van de HLWG door het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken – met behulp van ‘expertise van buiten’ – al druk werd gewerkt: ‘Nederland inventariseert op dit moment [in 2012, red] de belangen van het bedrijfsleven om deze optimaal te behartigen bij de aanstaande onderhandelingen over een akkoord.’ Welke belangen of bedrijven dat zijn staat niet beschreven. Wel dat de topsectoren ‘Agro, High Tech en Chemie’ als speerpunten voor de Nederlandse inzet bij de TTIP-onderhandelingen zullen dienen.

‘De juiste deal op het juiste moment’

‘Om het momentum vast te houden, moeten we nu doorpakken en de onderhandelingen zo snel mogelijk starten,’ schrijft het ministerie in een memo gedateerd op 16 april 2013. Er is op dat moment nog geen mandaat vanuit ieder Europees land om de Europese Commissie te laten onderhandelen over TTIP. Maar als het aan Nederland ligt moet dat mandaat er zo snel mogelijk komen. In die memo staat de ministeriële spreeklijn, welke een week eerder aan de Tweede Kamer is gecommuniceerd: ‘Deze onderhandelingen kunnen resulteren in de juiste deal op het juiste moment voor beide economieën in deze tijden van economische crisis. Het streven is om in circa twee jaar de – naar verwachting moeilijke – onderhandelingen af te ronden.’

Om de termijn te kunnen halen, moeten wel eerst een aantal lastige zaken uit de weg worden gewerkt, zo staat in dezelfde memo: ‘Het is van groot belang dat de Commissie voldoende ruimte heeft in het mandaat om succesvol te kunnen onderhandelen en waar nodig creatieve oplossingen te kunnen inbrengen. Voldoende ruimte betekent wat betreft de Nederlandse regering dat er zo min mogelijk uitzonderingen worden vastgelegd in dit mandaat. Sommige Lidstaten zullen pleiten om vooraf al bepaalde sectoren uit te zonderen van het akkoord, maar dat heeft niet onze voorkeur. Alle opties moeten op tafel liggen voor dit belangrijke akkoord.’

‘Alle opties moeten op tafel liggen voor dit belangrijke akkoord’

In een memo van 31 mei 2013 benadrukken de ambtenaren het nogmaals: ‘Nederland steunt de Commissie en zet er op in dat de Commissie voldoende ruimte in het mandaat krijgt om een ambitieuze deal te sluiten. Daarom zijn we tegen het op voorhand uitsluiten van sectoren. [onderstreping door ministerie]’

Enkele maanden later in juni 2013 volgde het mandaat van de Europese lidstaten. De TTIP-onderhandelingen kunnen nu van start gaan. Het advies van de High Level Working Group luidde evengoed maanden daarvoor al weinig verrassend om de onderhandelingen snel te starten. De vaarroute voor TTIP lijkt ijsvrij.

TTIP is goed voor ons

Na de eerste TTIP-onderhandelingsronde in juli 2013 volgt er een in november, en dan nog een in december. De Europese Commissie en het ministerie doen beloftes over meer banen als gevolg van toename van de handel, eindelijk de baas worden over eigen standaarden zonder Chinese inmenging, en bovenal een uitweg uit die verschrikkelijke crisis. Nederland gaat profiteren, en hoe. In de memo van november 2012 somt het ministerie de voornaamste economische voordelen op: ‘[Het] vrijhandelsakkoord maakt handel goedkoper en gemakkelijker door verwijdering en vermindering van douanemaatregelen.’ En: ‘[Een] studie toont aan dat vrijhandelsakkoord met de VS voor Nederland een jaarlijkse toename van 1,4 tot 4 miljard van [het] bnp betekent.’

De twee economische studies waar het ministerie en de Europese Commissie op leunen zijn intussen een twijfelachtig daglicht gezet vanwege de nadruk op de optimistische claims. De onderzoeksbureau’s Ecorys en CEPR voerden de studies uit. Eerst die van Ecorys uit 2012: Ecorys claimt een toename van 1,4 tot 4 miljard euro van het bnp per jaar als gevolg van TTIP. Het zijn deze getallen die Ploumen gebruikt bij haar eerste brief over TTIP aan de Tweede Kamer. Ecorys baseert de bedragen op de mate waarin het verdrag slaagt in de harmonisering van wet- en regelgeving. De Amerikaanse en Europese wetten op gebied van voedselveiligheid, milieu en van alles en nog wat liggen namelijk ver uit elkaar. TTIP moet zorgen voor een wederzijdse erkenning of compromis. Pas dan kunnen bedrijven over en weer goedkoper handel bedrijven.

Klinkt geloofwaardig, maar de claim van vier miljard euro wordt intussen gezien als onrealistisch. Dit blijkt uit onderzoek van het Platform Authentieke Journalistiek (PAJ). De onderzoeksjournalisten beschrijven hoe het harmoniseren van regelgeving tussen Europa en de VS ‘overoptimistisch’ wordt ingeschat. Bovendien worden de positieve effecten van TTIP pas zichtbaar na een implementatieperiode van tien jaar. Door de kosten die daarmee gemoeid schrijft PAJ dat de uiteindelijke opbrengst ‘triviaal’ is te noemen.

‘Waarom wordt er blind van uitgegaan dat dit geld gaat naar het creëren van nieuwe banen in plaats van winstuitkeringen voor aandeelhouders?’

In een op Europa georiënteerde studie van het Britse onderzoeksbureau CEPR wordt banengroei als positief gevolg van TTIP gepresenteerd. Ja, zo stelt de studie, er verdwijnen banen in sommige sectoren (die worden overgenomen door Amerikanen), maar in andere sectoren zijn het juist Europeanen die aan het langste eind trekken. CEPR veronderstelt dat winsten bij bedrijven worden besteed aan nieuwe werknemers. De journalisten van PAJ vragen zich af of dit werkelijk gaat gebeuren: ‘Waarom wordt er blind van uitgegaan dat dit geld gaat naar het creëren van nieuwe banen in plaats van winstuitkeringen voor aandeelhouders?’

Volgens de De Groene Amsterdammer baseren de onderzoekers van CEPR zich bovendien op versimpelde aannames over de economie, zoals: ‘Arbeiders die werkloos worden in de ene sector als gevolg van handelsliberalisering kunnen zonder enig probleem worden ingezet in een andere, expanderende sector.’ De Groene schrijft ook dat CEPR onder druk van de Europese Commissie een berekening heeft gemaakt op basis van de aanname dat een gemiddeld Europees gezin bestaat uit vier personen. Dit blijkt echter slechts 2,3 te zijn.

De klapper

In oktober 2014 komt de klapper en heel eventjes dreigt het TTIP-schip te kapseizen. Het is de jonge Jeronim Capaldo, onderzoeker bij Tufts University die zijn onderzoek naar de aangenomen banengroei in Europe door TTIP publiceert. Capaldo veegt de vloer aan met het onderzoek van CEPR, er klopt weinig van. Volgens Capaldo brengt TTIP vooral veel negatiefs: nationale inkomens gaan dalen, de export neemt af, de lonen worden verlaagd en 600.000 Europese banen gaan verloren. Capaldo noemt het een paradox: ‘[De Europese Commissie] streeft naar economische vooruitgang met TTIP, maar bereikt juist het omgekeerde.’

De kritiek van Capaldo gaat voor een groot deel over het gebruikte rekenmodel van Ecorys en CEPR. Dat model is kortzichtig volgens Capaldo, omdat het uitgaat van volledige werkgelegenheid. Het ministerie houdt niet van natte voeten en haast zich eind november te zeggen dat de kritiek van Capaldo ongegrond is. In een memo gedateerd op 3 november 2014 staat: Het model is ‘state of the art’ en bovendien, zo stelt het ministerie: ‘Elk economisch model is afhankelijk van de onderliggende aannames en zal nooit de toekomst perfect kunnen schetsen.’

‘Winnaars en nog grotere winnaars’

De economische toekomst van Nederland als gevolg van TTIP laat zich niet perfect schetsen. Volgens minister Ploumen staat TTIP dan ook voor meer dan enkel de Nederlandse economie. Op 10 september 2014 schrijft ze in een opinie-artikel in de Volkskrant: ‘Als we TTIP echt goed regelen, zullen er naar mijn overtuiging vooral winnaars en nog grotere winnaars zijn. In Nederland, de rest van de EU en de VS, en zelfs daarbuiten.’

Uit een memo van 10 september 2013 blijkt waar die aanname, waarmee TTIP als iets positiefs voor de rest van de wereld wordt genoemd, op is gestoeld. In de memo worden vier studies van onderzoeksbureaus samengevat. Die studies gaan over het effect van het vrijhandelsverdrag op landen die niet direct onder TTIP vallen. Dit wordt het effect van TTIP op ‘derde landen’ genoemd. Twee van de vier studies wijzen op negatieve gevolgen en zijn uitgevoerd door CARIS en Bertelsmann Stiftung. Een studie van Sandler Trade LLC vindt geen directe voordelen. Een studie van CEPR (dezelfde CEPR als hierboven besproken) ziet positieve effecten voor derde landen als gevolg van TTIP.

‘Totdat de onderhandelingen verder gevorderd zijn, is verder onderzoek van beperkte toegevoegde waarde’

Twee onderzoeken negatief, één neutraal en één positief. Het ministerie concludeert in de memo: ‘De studies geven een gedetailleerd beeld van de negatieve en positieve welvaartseffecten. Onze appreciatie van bovenstaande onderzoeken is dat de effecten van TTIP op lage- en middeninkomenslanden per saldo positief zijn.’ Hoewel de kritische rapporten de economische voordelen van TTIP in een ander daglicht stellen, staan de geesten op het ministerie niet meer open voor betere onderbouwing: ‘Totdat de onderhandelingen verder gevorderd zijn, is verder onderzoek van beperkte toegevoegde waarde.’

Toch vervolgonderzoek

Toch komt er een vervolgonderzoek. TTIP wordt eind 2014 steeds meer een onderwerp van brede discussie. Actiegroepen starten de ‘Stop TTIP’-campagne en politieke partijen stellen Kamervragen. Het ministerie bezint zich. Er blijft twijfel over het effect van TTIP op ontwikkelingslanden.

Het ministerie besluit om toch vervolgonderzoek te doen, staat in een memo uit januari 2015. In een onderhandse aanbesteding ter waarde van 70 duizend euro wordt (na lang zoeken) de Rijksuniversiteit Groningen gevraagd om uit te vinden in hoeverre ontwikkelingslanden toch kunnen gaan profiteren van TTIP. Daaruit blijkt dat er op het ministerie wordt getwijfeld. In de Engelstalige aanbesteding staat dat het ministerie niet meer zo zeker is van de positieve effecten en schrijft zelfs uit te gaan van het tegenovergestelde: ‘There is no consensus about the effects on third countries, in particular LICs [low income countries, red]. The position of the Netherlands for the TTIP negotiations is to asses the impact on LICs and where necessary, see if negative effects can be prevented and whether additional flanking measures are necessary.’

De Groningse onderzoekers proberen de vraag voor eens en voor altijd te beantwoorden: brengt de TTIP-boot economische vooruitgang naar ontwikkelingslanden of moeten die landen vissen in de slipstream van mooie beloftes?

In november 2015 arriveert het 115-pagina’s tellende rapport uit Groningen. Bijna de helft van alle Afrikaanse, Zuid-Amerikaanse en Aziatische landen staan in de rode cijfers, dit betekent: negatieve effecten voor de eigen export als gevolg van TTIP. De andere helft staat in het groen en profiteert. Het onderzoek laat zien dat veruit de grootste winnaars van TTIP de Europese landen en de VS zijn. Bijna de helft van de ontwikkelingslanden profiteert niet van TTIP, toch schrijft het ministerie in een Kamerbrief:  ‘Het kabinet is positief over deze uitkomsten. Het kabinet is van mening dat de economische voordelen van TTIP voor de VS en de EU niet ten koste mogen gaan van de lage-inkomenslanden.’

Het ministerie heeft dan ook geen tijd voor twijfel, want het is 2015 en het TTIP bevindt zich ineens in extreem zwaar weer. Op het ministerie moeten alle hens aan dek. Het ministerie bundelt de krachten in een speciale ‘TTIP-taskforce’, driemaal per week is er overleg met onder andere de communicatieafdeling. Iedere dag om 12 uur wordt de minister bijgepraat over TTIP.

Het ministerie bundelt de krachten in een speciale ‘TTIP-taskforce’

Vrijwel alle binnenlandse media besteden nu aandacht aan het aankomende verdrag. Alleen al bij Follow the Money verschenen bijna veertig artikelen over het onderwerp. Obama zet druk door te zeggen dat hij het verdrag graag uitonderhandeld wil hebben voordat hij president af is. Drie miljoen verontruste burgers zetten in korte tijd hun handtekeningen onder de ‘Stop-TTIP’-campagne. Op 10 oktober demonstreren duizenden mensen in Amsterdam tegen TTIP, in Berlijn zelfs 150 duizend. In heel Europa verklaren steden en provincies zich ‘TTIP-vrij’. Opnieuw komen er Kamervragen, de parlementariërs willen garanties dat TTIP geen Trojaans paard is. Eind december 2015 gaat minister Ploumen hoogstpersoonlijk naar het televisieprogramma Lubach op Zondag en geeft daar garanties over het bewaken van de voedselveiligheid onder TTIP. Maar verandert er wezenlijk iets?

Voor een nieuw elan

Het ministerie blijft hameren op de economische groei als gevolg van TTIP, maar er is nog een andere reden om het handelsakkoord te steunen. Dat is de politieke betekenis. Dit staat onder andere beschreven in een memo gedateerd op 16 april 2013: ‘Ook in politiek opzicht is dit akkoord van groot belang. Het geeft nieuw elan aan de Trans-Atlantische relatie.’ Over die politieke betekenis schreef Follow the Money al eerder na een bezoek aan de Amerikaanse ambassade om daar bijgepraat te worden over TTIP. Het verdrag krijgt zonder twijfel de vrije doorgang, was aldaar de consensus.

Hoezeer het vrijhandelsverdrag ertoe doet voor een nieuw elan bleek ook eind maart 2014 in het Rijksmuseum te Amsterdam. President Obama bezocht toen Nederland en hield voor De Nachtwacht een toespraak waarin hij Nederland de hemel prees voor onder andere de inzet bij de TTIP-onderhandelingen. Het leidde destijds tot een glunderende Mark Rutte.

‘De vraag is niet of er een handelsakkoord moet komen’

Het vrijhandelsverdrag TTIP stoomt op naar Europa en de onderhandelingen worden waarschijnlijk in 2016 afgerond. Uit de besproken interne documenten blijkt dat sinds 2012 het ministerie en kabinet faliekant achter TTIP staan. Het afblazen of falen van de onderhandelingen is absoluut geen optie. Er rijst ook geen twijfel bij deze en gene als gaandeweg blijkt dat de positieve effecten voor de Nederlandse economie en voor derde landen weinig rooskleurig zijn.

Follow the Money vroeg in januari 2016 het ministerie onder andere naar de verwachte impact van TTIP. Het ministerie antwoordde: ‘Dat handel (zowel import als export) voordeel oplevert voor Nederland is geen discussiepunt. De vraag is dus vooral hoe een handelsakkoord eruit moet zien zodat het positieve effecten voor Nederland oplevert en niet zozeer of er een handelsakkoord moet komen.’

Bekijk hieronder alle documenten over TTIP, verkregen door middel van een Wob-verzoek.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Mitchell van de Klundert

Mitchell van de Klundert (1990) onderzoekt voor Follow the Money internationale handels- en investeringsverdragen, de voeding...

Volg Mitchell van de Klundert
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Internationale vrijhandelsverdragen

Gevolgd door 436 leden

Tegen vrije handel tussen burgers, landen en continenten valt weinig in te brengen. Grote internationale vrijhandelsverdragen...

Volg dossier