De belangrijkste onderzoeken naar vrijhandelsverdrag TTIP zijn verricht door een klein team van economen. ‘Je weet dat als je het onderzoek laat doen door dit team in welke richting de conclusies gaan.’ En daar maken de Nederlandse regering en de Europese Commissie gretig gebruik van.

    Een Italiaan, twee Nederlanders en een Oostenrijker staan voor de ‘Apenrots’ zoals de bijnaam luidt van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag. Een vijfde bezoeker, een Amerikaan, heeft zich afgemeld voor de komende ontmoeting. Het is dan 11 maart 2015, iets voor elven in de ochtend.

    De vijf genodigden zijn gerenommeerde economen, allemaal mannen en gespecialiseerd in het berekenen van de effecten van internationale handelsverdragen. Ze zijn in Den Haag vanwege één of meerdere onderzoeken van hun hand naar TTIP, het aanstaande vrijhandels- en investeringsverdrag tussen Europa en de Verenigde Staten. Over die onderzoeken willen Lilianne Ploumen, Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, en haar ambtenaren graag worden bijgepraat tijdens een rondetafelgesprek.

    Follow the Money wilde meer weten over het rondetafelgesprek en dook in de wereld achter de TTIP-onderzoeken. Daar bleek een wel heel selecte club economen aan het werk te zijn. Keer op keer zijn zij degenen die in teamverband de onderzoeken doen naar de effecten van TTIP. Waarbij  hun conclusies daarbij telkens positief uitvallen. De Nederlandse regering en de Europese Commissie maken op hun beurt gretig gebruik van die conclusies voor hun pro-TTIP campagne. 

    Hoe zit dat selecte gezelschap in elkaar? En: hoe betrouwbaar zijn de uitkomsten van hun TTIP-onderzoeken? Daarvoor moeten we terug naar Den Haag, terug naar dat moment waarop de minister en haar ambtenaren op 11 maart 2015 tussen 11 en 12 uur bijgepraat worden door de belangrijkste clubleden.

    Vier economen en een dissident

    In een vergaderzaal van de ‘Apenrots’ presenteren vier economen hun verschillende perspectieven over de verwachtte effecten van TTIP. De eerste econoom is de Nederlander Koen Berden. Hij werkt veel samen met de Amerikaan, Joseph Francois. In rapporten uit 2009, 2012 en 2013 concluderen beide economen positieve gevolgen voor de Europese economie als gevolg van een handelsverdrag met de Verenigde Staten. Francois is degene die verstek laat gaan voor het gesprek in Den Haag.

    De Oostenrijkse Gabriel Felbermayr is een tweede aanwezige, hij komt met een rapport uit 2013 ook op positieve effecten uit als gevolg van TTIP. De derde econoom is de Nederlander Arjan Lejour, werkzaam bij het Centraal Plan Bureau (CPB) en specialist op het gebied van internationale handel. Lejour houdt — samen met een team economen — in 2014 een rapport van eerder genoemde Joseph Francois over TTIP uit 2013 tegen het licht. Ze zijn allemaal kritisch over het gebruikte rekenmodel, maar concluderen dat dit desondanks het ‘best haalbare model’ is.

    Onder de vier economen is ook een dissident aanwezig. De Italiaanse Jeronim Capaldo komt met heel andere conclusies over TTIP. In Capaldo’s rapport uit 2014 geen positieve cijfers als gevolg van TTIP. Integendeel, Europa gaat verliezen, banen gaan verloren en er komt niets terecht van economische groei.

    Dé opvattingen over TTIP

    Actiegroepen tegen TTIP, evenals verschillende politici en de media wijzen met het rapport van Capaldo in de hand op de tegenstrijdige uitkomsten van de verschillende onderzoeken. Gaan we nu economisch winnen of verliezen als gevolg van TTIP? De minister noemt het rapport van Capaldo in onder andere een Kamerbrief uit januari 2015 ‘een aanvulling’. Het rekenmodel van Francois en Berden noemt ze ‘state of the art’.

    De rapporten van Francois en Berden bevatten dan ook niet zomaar de zoveelste opvattingen over TTIP. Ze bevatten dé opvattingen over TTIP

    De rapporten van Francois en Berden (uit 2009, 2012 en 2013) bevatten dan ook niet zomaar de zoveelste opvattingen over TTIP. Ze bevatten dé opvattingen over TTIP. De rapporten zijn geschreven in opdracht van de Europese Commissie en het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Voor Nederland verwachten Francois en Berden een jaarlijkse toename van 1,4 tot 4 miljard stijging van het bnp per jaar. De cijfers staan op de informatiepagina van het ministerie.

    Met het gebruik van die cijfers is Arjan Lejour, niet echt gelukkig. Door de telefoon zegt hij: ‘Ja ik weet van die cijfers, dat is een lastige kwestie. Je hoopt dat ze voorzichtig omgaan met zoiets, maar cijfers zijn sprekend hè.’

    Het GTAP Model

    De effecten van TTIP onderzoeken is een lastig karwei voor economen, want niemand weet nog precies hoe TTIP eruit komt te zien. Over TTIP, het transatlantische vrijhandel- en investeringsverdrag tussen Europa en de Verenigde Staten, wordt sinds 2013 onderhandeld door de Europese Commissie en de Amerikaanse overheid. Het doel is om, waarschijnlijk in 2016, een verdrag te sluiten waarmee de nog bestaande handelsbarrières tussen Europa en de VS moeten verdwijnen. Hierbij gaat het om verlaging of het afschaffen van importtarieven en het gelijktrekken van wet- en regelgeving. Bijna niemand weet (nog) welke tarieven, wetten en regels precies gaan veranderen, want de TTIP-onderhandelingen zijn geheim.

    Om het toekomstige effect van TTIP te kunnen berekenen moeten onderzoekers alle mogelijke veranderingen in een economisch rekenmodel stoppen. De rapporten waar de Europese Commissie en de Nederlandse overheid op steunen, zijn gemaakt het behulp van het GTAP Model. ‘Onderdeel van het GTAP Model is CGE, dat staat voor Computable General Equilibrium’, zegt Roel Beetsma. Beetsma is hoogleraar macro- en internationale economie aan de UvA en legt uit: ‘Dit zijn algemene evenwichtsmodellen, waarmee wordt bedoeld dat ze naast handelsvolumes ook uitkomsten voor lonen en rendement genereren.’ Een complex model dus, met verschillende toepassingen.

    Beetsma: ‘CGE-modellen worden bijvoorbeeld ook gebruikt voor het onderzoeken van klimaatverandering. De Verenigde Naties gebruiken het, de Wereldbank en het IMF.’

    Arjan Lejour: ‘Als je dan zoiets complex als de gevolgen van handelsovereenkomsten op de wereldhandel wilt evalueren, haal je je gegevens uit de database van het Global Trade Analysis Project (GTAP). GTAP kent geen alternatief, het is de enige database die zo compleet is gemaakt’.

    De pleitbezorger

    De voornaamste drie onderzoeken die positieve resultaten zien voor onze economie als gevolg van TTIP ontstaan aan de hand van het GTAP Model. De econoom Francois — spreek uit ‘Frenkois’ — werkte mee aan twee van die drie onderzoeken, en werd geciteerd in de derde. Lejour: ‘Francois is niet de bedenker van het GTAP Model, maar wel een van de grootste pleitbezorgers ervan in Europa’.

    ‘Francois weet ontzettend veel af van het model. Mensen weten van het werk van Francois. Op basis van de onderliggende economische theorie zit al in het model ingebakken dat je positieve effecten zult zien als gevolg van TTIP. Je weet dat als je het onderzoek laat doen door Francois en zijn team, in welke richting de conclusies gaan’, aldus Lejour.

    Liet de Europese Commissie daarom het onderzoek doen bij Francois en collega’s?

    De academische wereld

    ‘Dat is totale onzin’, reageert Joseph Francois per e-mail. ‘Mijn integriteit als een wetenschapper staat voorop, dit is de academische wereld en geen samenzweringstheorie’. Volgens Francois is zijn rapport uit 2013 slechts een update van een eerder rapport voor Ecorys.

    Het Nederlandse onderzoeksbureau Ecorys verrichtte in 2009 een onderzoek naar het effect voor de economie van een vergaande samenwerking tussen Europa en Verenigde Staten. De onderzoeksopdracht voor Ecorys, ter waarde van 650.000 euro, was in 2007 uitgeschreven door de Europese Commissie voor Buitenlandse Handel (DG Trade).

    Ecorys stelde een team samen van experts op terrein van de internationale handel. De Nederlandse econoom Koen Berden werd de hoofdonderzoeker en Joseph Francois deed het modelleren aan de hand van het GTAP Model. Berden en Francois zijn geen vreemden voor elkaar, ze werken dan beide op de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Daar is Francois in 2007 de promotor van Berdens PhD-dissertatie.


    Arjan Lejour

    "Je weet dat als je het onderzoek laat doen door Francois en zijn team, in welke richting de conclusies gaan"

    Trade Partnership LCC

    Opvallend aan het rapport van Ecorys uit 2009 is de medewerking van het Amerikaanse bedrijf Trade Partnerschip LCC. Het onderzoeksbureau uit Washington levert allerlei handelsdata en rapporten op maat. Op de website staat met welke inslag ze te werk gaan: ‘Economists and trade policy analysts at The Trade Partnership and Trade Partnership Worldwide, LLC provide high-quality analysis designed to improve corporate, industry or national competitiveness.’

    Niet vermeld in het rapport van Ecorys, maar wel te vinden op de website van Trade Partnership LCC, is de naam van de grondlegger van het Amerikaanse bedrijf: het is Joseph Francois.

    Een verband tussen het een en ander is niet aan de orde volgens Francois: ‘Nogmaals: er is echt op geen enkele manier sprake van een samenzwering’.

    ‘We hadden geen idee’

    Koen Berden doet namens Ecorys in 2012 nogmaals een onderzoek naar de effecten van een toekomstig handelsverdrag tussen Europa en de Verenigde Staten (van de naam TTIP was toen nog geen sprake). Dit keer vindt het onderzoek plaats in opdracht van de Nederlandse overheid. Francois is niet direct betrokken bij dit onderzoek, maar in het rapport van Ecorys staat het GTAP Model van Francois wel centraal.

    ‘We hadden geen idee wat zouden gaan vinden.’

    Francois zelf blijft niet aan de zijlijn staan. In 2013 verricht hij voor het Londense instituut CEPR een update van het onderzoek uit 2009. Ditmaal betaalt de Europese Commissie weer voor het onderzoek. In een meer dan 100 pagina’s tellend rapport zet Francois concreet de economische winst van een toekomstig handelsverdrag voor Europa uiteen: maar liefst 119 miljard euro per jaar. Per gezin komt dat neer op 545 euro per jaar. Volgens Francois stonden de conclusies van dat rapport van te voren allerminst vast. ‘We hadden geen idee wat zouden gaan vinden.’

    Francois’ rapport tegen het licht

    In 2014 verricht Arjan Lejour met een team economen in opdracht van het Europees Parlement, een evaluatie naar rapport van Francois uit 2013. Ze kijken met name naar het gebruikte GTAP Model. Hoe klein de academische wereld van het GTAP Model is blijkt uit het team dat Francois’ onderzoek tegen het licht hield.

    De hoofdonderzoeker van het team is Jacques Pelkmans. Pelkmans en Francois zijn goede bekenden: Pelkmans echtgenote deed verschillende onderzoeken samen met Francois, bovendien werd haar PhD-dissertatie beoordeeld door Francois. Jaren later in januari 2016 verschijnt er een rapport van Amcham EU, de Amerikaanse Kamer van Koophandel in Europa over de positieve effecten van TTIP. Pelkmans en Francois werkten er samen aan.

    In 2014 plaatst het onderzoeksteam met onder andere Pelkmans en Lejour kanttekeningen over belangrijke informatie die mist in Francois’ rapport uit 2013. Toch concludeert het team uiteindelijk dat bij het complexe TTIP-verdrag het GTAP rekenmodel van Francois ‘het best haalbare’ model is.

    Francois reageerde destijds tevreden op die conclusie: ‘Dus: GTAP is het beste gereedschap voorhanden, maar mensen willen altijd meer zaken die nog niet inbegrepen zijn.’

    ‘Aannemelijk dat de cijfers niet kloppen’

    Lejour wil graag opmerken dat momenteel het GTAP Model het best mogelijke model voor handen is, het is ‘state of the art’. ‘Of je daar dan beleid op moet afstemmen? Tja, eigenlijk zou er in z’n algemeenheid een groot onderzoek moeten plaatsvinden naar de effecten van handel. Nu heeft het GTAP Model een monopoliepositie bij dit soort onderzoek.’

    'Nu heeft het GTAP Model een monopoliepositie bij dit soort onderzoek’

    Waartoe die positie kan leiden legt Lejour uit aan de hand van Francois rapport over TTIP uit 2013 waarin het GTAP Model wordt gebruikt: ‘Er zitten wel grote beperkingen aan dit type rapporten. De welvaartswinst staat niet goed in het model en de omvang van de spill over effecten is uit de lucht gegrepen.’ Met het spill over effect worden de gevolgen van TTIP op landen buiten Europa en de VS bedoeld.

    Volgens Lejour mist het cruciale onderdeel van het wegvallen van handelsbarrières in het rapport: ‘In het rapport zijn de buitenlandse investeringen daardoor niet goed gemodelleerd’. En bovendien: ‘het model veronderstelt een algemeen evenwicht op de arbeidsmarkt (als iemand werkloos wordt in een sector, stapt deze zo over naar een andere sector). ‘Ook zijn belangrijke zaken die een impact hebben op de economie, zoals investeringsarbitrage, niet meegenomen.’

    Het voornaamste probleem heeft Lejour met het ontbreken van de investeringsdata voor een onderzoek naar een handels- en investeringsverdrag. ‘Die gegevens zitten niet in de GTAP-database, onderzoekers kunnen daarom het effect van investeringen niet opnemen in hun model. Lejour: ‘Aangezien TTIP gaat over handel en investeringen is het daardoor aannemelijk dat de uiteindelijke cijfers in het rapport niet kloppen.’

    ‘Vereenvoudiging van de werkelijkheid’

    In het rapport van Francois uit 2013 staan referenties naar 26 bronnen, 17 keer verwijzen die naar eerdere werken van de econoom zelf. ‘Of dat niet wat veel is? Ik doe het primair in de technische annex en enkel om papier te besparen’, geeft Francois als verklaring.

    ‘Ik vind 17 van de 26 wel erg veel en ik zou dat zelf niet aandurven’, zegt Roel Beetsma. ‘Het lijkt erop dat Francois zich vooral baseert op zijn eigen eerdere werk in plaats ook het werk van anderen.’ Lejour: ‘17 van de 26 referenties naar je eigen werk is niet normaal, het geeft wel aan hoe weinig concurrentie er is in dit vakgebied.’

    Voor een gebrek aan concurrerende modellen is volgens Koen Berden een goede verklaring: ‘Het verzamelen van de data voor GTAP is heel erg arbeidsintensief, omdat voor heel veel landen en voor elk land 58 sectoren aan data bij elkaar moet worden gehaald. Die data van de statistiek bureaus overal ter wereld moet dan ook nog eens internationaal vergelijkbaar zijn. Dat is wat GTAP doet. Omdat het zo enorm intensief is, kan dit slechts elke drie tot vier jaar. Dat kost vele jaren en veel geld.’

    Volgens Roel Beetsma kan het ook anders: ‘Als je echt goed onderzoek wilt doen naar de handel en investeringen moet je er een paar miljoen tegenaan gooien en er jaren voor uittrekken. Die tijd is er niet, daarom hebben we nu dit onderzoek. Ik hoop dat de politiek het gebruikte model niet te letterlijk neemt, het is immers een vereenvoudiging van de werkelijkheid.


    Roel Beetsma

    "Ik hoop dat de politiek het gebruikte model niet te letterlijk neemt, het is immers een vereenvoudiging van de werkelijkheid"

    ‘Dat was dat’

    Terug naar maart 2015. Op de Haagse 'Apenrots' zitten inmiddels de economen Berden, Lejour, Capaldo en Felbermayr om tafel met de minister en haar ambtenaren. Op een gegeven moment vertrekt de minister.

    Tijdens het gesprek dat volgt met de ambtenaren van de Directie Internationale Marktordening en Handelspolitiek maakt Lejour de beperkingen van de cijfers van Francois bespreekbaar. Volgens Lejour herkende Berden die beperkingen en was hij het ermee eens. De ambtenaren reageerden anders. Lejour: ‘Men nam er kennis van. Dat was dat, en men ging over tot de orde van dag.’

    ‘Men nam er kennis van. Dat was dat, en men ging over tot de orde van dag’

    Volgens Berden ging het gesprek net even anders. Berden: ‘Wederom is gezegd dat alle modellen hun limitaties hebben, maar dat het juist het CGE-model is dat de meest betrouwbare resultaten oplevert. Het model van Capaldo werd door de andere drie experts als methodologisch inadequaat en zelfs onjuist aangemerkt, terwijl de uitkomsten van het model van IFO [gebruikt in het rapport van Gabriel Felbermayr, red.] wel heel erg positief waren.’

    Koen Berden en de pro-TTIP-lobby

    Hoe onafhankelijk is expert Koen Berden zelf eigenlijk? Zijn Linkedin-pagina vermeldt het lidmaatschap van de Transnational Policy Network (TPN). Een lobbyorganisatie met een pagina in het Europese Transparantieregister.

    Sinds 1 januari 2015 is Berden een fellow van TPN. Op de website van TPN staat wat er van Berden en andere leden wordt verwacht: ‘TPN participants keep the two administrations [US and EU] focused on the indispensability of pursuing the goal of a strengthened Transatlantic Partnership.’

    Wat een fellow precies voorstelt ,wil de woordvoerder van TPN niet vertellen. Berden wil dat wel: ‘Ik kan als academicus geen lid zijn van de TPN, daar moet ik Europarlementariër voor zijn of een bedrijf, maar wel een fellow. Dit betekent dat ik af en toe kan deelnemen en uitkomsten van onderzoek van mij of van anderen in kan brengen om de parlementariërs in EU en VS van het academische discours op de hoogte te houden. Omgekeerd is de informatie uit TPN voor mij een bron van informatie over bijvoorbeeld de zorgen die bij Europarlementariërs bestaan over TTIP of bij leden van het Huis van Afgevaardigden van het Congres.’

    Berden verliet onderzoeksbureau Ecorys per 1 januari 2016. Hij gaat naar het Zwitserse Basel voor het aldaar gevestigde World Trade Institute (WTI). In de functie Director of Outreach zijn de strategische partnerschappen van de economische denktank WTI zijn nieuwe werkveld. De kans is groot dat Berden geregeld om tafel zit met de directeur van het WTI. En die directeur is een oude bekende van Berden: Joseph Francois.

    Lees verder Inklappen

    Op verzoek van Follow the Money vertelt het ministerie zijn versie van hetgeen er heeft plaatsgevonden bij het rondetafelgesprek in maart 2015. Het ministerie: ‘Economische analyses van een toekomstig akkoord kunnen nooit precies zijn, omdat een toekomstig akkoord nog niet bestaat en omdat elk onderzoeksmodel voor- en nadelen heeft die gevolgen hebben voor de voorspellingskracht van dat model. Dat geldt voor de economische analyses en voorspellingen van alle wetenschappers, ook de aanwezigen bij het gesprek.’

    Falen is geen optie

    ‘Modellen met limitaties’ en ‘niet-precieze economische analyses’ leveren positieve rapporten op over de economische effecten van vrijhandelsverdrag TTIP. Het Nederlandse kabinet en de Europese Commissie gebruiken drie van die rapporten om hun uitspraken over TTIP mee te staven. Centraal in de rapporten staat het ‘state of the art’ GTAP Model. Een model waarbij verschillende vraagtekens zijn te zetten over de betrouwbaarheid.

    ‘Modellen met limitaties’ en ‘niet-precieze economische analyses’ leveren positieve rapporten op over TTIP

    Minister Ploumen geeft in februari 2015 — in de uitnodiging aan de vijf economen — aan dat ze openstaat voor alle informatie over TTIP: ‘I feel a pressing need to review all available information in order to form a well-founded opinion’. Die zin blijkt in directe tegenspraak met interne documenten van het ministerie, waarover Follow the Money afgelopen februari berichtte. ‘Falen is geen optie’ is sinds 2012 de leidraad van het ministerie bij de TTIP-onderhandelingen.

    Waarom dan toch een gesprek tussen minister, ambtenaren en de economen op de ‘Apenrots’? In een interne memo gedateerd op 10 maart 2015 schrijven ambtenaren erover aan de bewindsvrouw: ‘U kunt met deze rondetafel aantonen dat u alle perspectieven aanhoort’.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Mitchell van de Klundert

    Mitchell van de Klundert (1990) onderzoekt voor Follow the Money internationale handels- en investeringsverdragen, de voeding...

    Volg Mitchell van de Klundert
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Internationale vrijhandelsverdragen

    Gevolgd door 461 leden

    Tegen vrije handel tussen burgers, landen en continenten valt weinig in te brengen. Grote internationale vrijhandelsverdragen...

    Volg dossier