Tucht van markt noch staat

2 Connecties

De privatisering van de woningcorporaties heeft geleid tot grootschalige fraude, omvangrijke schulden en talloze onvoltooide bouw- en leefbaarheidsprojecten, concludeert een onderzoeksteam van de Groene Amsterdammer.

Woningcorporatie Rentree, die zich verslikte in een vernieuwingsplan van de Rivierenwijk in Deventer en miljoenen verloor, Woonbron, die 250 miljoen euro investeerde om het schip de SS Rotterdam om te bouwen tot een hotel en congrescentrum (nu te koop voor 29 miljoen euro), Rochdale directeur Hubert Möllenkamp die in een Maserati door de Amsterdamse straten reed, Servatius dat zich vertilde aan de bouw van een nieuwe campus aan de universiteit van Maastricht en last but not least Vestia,dat miljardenverliezen maakte op riskante derivatenposities. 

 
De oorsprong van deze schandalen is volgens het onderzoeksteam van de Groene te vinden in de bruteringsoperatie begin jaren ’90. ‘Minder bureaucratie, decentralisatie en verzelfstandiging, dat was het klimaat van die tijd. Alles moest naar de markt,’ herinnert Arnold Moerkamp, als ambtenaar op het ministerie van volkshuisvesting één van de bedenkers van de brutering, zich. Corporaties moesten financieel zelfstandig worden. Om dit mogelijk te maken streepte de overheid miljarden aan leningen weg tegen toekomstige subsidies. 
 
Na de verzelfstandiging trok het Rijk haar handen af van de corporatiesector. Van de tweeduizend ambtenaren die jarenlang op meer dan vijftig verschillende bouw- en subsidieregelingen hadden toegezien, moesten achthonderd man naar een nieuwe baan op zoek. Van de tweehonderd rijksinspecteurs die jaarlijks bij alle corporaties langs gingen en jaarverslagen uitplozen, moest het merendeel op zoek naar ander werk.
 
Het nieuwe toezicht werd chaotisch georganiseerd. Woningcorporaties mochten onder staatgarantie geld lenen, maar hun kredietwaardigheid moest dan eerst beoordeeld worden door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) moest namens het rijk toezicht houden op de corporatiesector. De samenwerking met WSW verliep echter moeizaam. Het CFV kreeg nooit toegang tot de bedrijfsgevoelige informatie die WSW tot haar beschikking had. Volgens Jan van der Moolen van 1997 tot 2012 directeur van CFV was er sprake van een ‘weeffout in het systeem’. ‘Drie partijen kregen een rol in het toezicht: het ministerie, het wsw en het cfv. En hun onderlinge communicatie is nooit optimaal geweest.’ 
 
Het CFV was bijvoorbeeld al sinds 2008 op de hoogte van de derivatenproblemen bij Vestia, maar kon weinig doen om Vestia een halt toe te roepen. ‘Het CFV heeft niet de formele bevoegdheden die een toezichthouder zou moeten hebben,’ zegt van der Moolen tegen de Groene. ‘Het kan niet besluiten de financiering van een corporatie stop te zetten.' Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw kan dat wel, maar roept dat het geen toezichthouder is. Van der Moolen: 'Ik loop niet weg voor mijn verantwoordelijkheid, maar het is een ongelooflijk rare wirwar van partijen geweest. Voor niemand was duidelijk wie nu wat deed.'
 
Gerard Erents, een voormalig accountant en nu puinruimer bij Vestia en eerder bij Rochdale, is het daar niet mee eens. ‘Dat het cfv op het wsw vertrouwde, moeten ze zelf weten, maar zij zijn de financieel toezichthouder. En als het wsw aangeeft naar derivaten te kijken, moet het dat ook doen. Beide hebben boter op hun hoofd. Je kunt je niet achter elkaar verschuilen. Er hadden allerlei rode lampen kunnen gaan branden, maar iedereen vond dat Vestia goed werk deed. Niemand wilde slecht nieuws horen.’ Dat geldt ook voor het ministerie, dat eindverantwoordelijke is. Het departement werd meermalen gewaarschuwd, maar na alle reorganisaties is nog maar tien fte gereserveerd voor het rijkstoezicht op de corporatiesector.
 
* * * 
 
Lees hier meer over het onderzoek van de Groene Amsterdammer
Redactie
Redactie
Gevolgd door 698 leden