Biljet van 500.000 lira, met afbeelding van Atatürk
© Bob Howl, via Flickr: https://www.flickr.com/photos/alive_world_runners/2554621021

Het casino achter de Turkse crisis

  • ?
  • Typo: de zwerm bijen die

De lira-crisis is in de eerste plaats een Turkse aangelegenheid, maar op de achtergrond speelt een wereldwijd probleem. Centrale banken hebben de wereldeconomie in een casino veranderd – met oneindig veel fiches voor sommige gokkers.

De Turkse economie verkeert in zwaar weer. De lira verloor dit jaar meer dan 40 procent van zijn waarde en verkeert in vrije val ten opzichte van de dollar en euro. Hierdoor worden de schulden van Turkse bedrijven aan het buitenland onbetaalbaar. De inflatie over het afgelopen jaar is meer dan 100 procent.

De Amerikaanse president Donald Trump gooide olie op het vuur door de importheffingen te verhogen. De Turkse president Recep Erdogan ontkent ondertussen de economische realiteit en beschuldigt de Verenigde Staten van een 'complot tegen Turkije'. In de maanden daarvoor wist Erdogan de verlenging van zijn presidentschap veilig te stellen: hij schreef vervroegde verkiezingen uit en kon daarbij nog schermen met de economische groei van Turkije. Afgelopen jaar was het één van de snelst groeiende economieën van de G20.

Reken je rijk

Hoewel je kiezers (tijdelijk) kunt verblinden met economische groeicijfers, zijn cijfers op zichzelf niet zaligmakend; zeker niet wanneer de groei niet duurzaam is. ‘Groei op steroïden,’ noemde econoom Murat Ucer het fenomeen eind vorig jaar in het NRC: ‘Zulke groei is niet vol te houden, want de structurele problemen zijn niet opgelost. De groei is onevenwichtig en komt voor een groot deel van de bouwsector.’ Mustafa Sonmez beschreef al in 2016 in The Economist hoe dat werkt: 'Ik geef jou stukken publieke grond, jij bouwt daarop, en we verdelen de winst – een fantastische manier om je vriendjes te belonen.'

Ondertussen zit bijna een kwart van de jonge Turken werkloos thuis en was de handelsbalans jaar na jaar negatief. Dat resulteerde in een hoge schuld van Turkse bedrijven aan het buitenland. De Turkse bezittingen minus de schulden in buitenlandse valuta bedragen inmiddels min 200 miljard dollar. Erdogan is er allesbehalve in geslaagd om de unieke groeipotentie van Turkije – het land heeft een groeiende beroepsbevolking ten opzichte van een vergrijzend Europa – om te zetten in een bloeiende economie.

Er is een aparte term uitgevonden voor zulk economisch beleid: Erdoganomics

Hoe kan het dan dat Erdogan jarenlang de show stal met cijfers van economische groei? Het antwoord is simpel: die groei drukken we overal ter wereld uit in ‘monetaire circulatie’; hoe meer geld er van hand tot hand gaat, hoe groter de economische groei die we meten. Door de geldpersen aan te zetten kun je economische groei teweeg brengen, zonder dat er echte waarde wordt gecreëerd. ‘Erdoganomics’ – er is een aparte term uitgevonden voor zulk economisch beleid – is op dit principe gestoeld: de Turkse centrale bank hield de rente jarenlang laag en creëerde zo soepele omstandigheden voor de Turkse banken om veel geld uit te lenen. De hoeveelheid lira in omloop is de afgelopen 10 jaar verdrievoudigd.

Die schijn van gezonde groei is nu doorbroken. Hoge inflatie en een dalende wisselkoers zijn het onvermijdelijke gevolg van dit veel te soepele monetaire beleid. Daarvoor betalen de Turken nu de rekening: de waarde van hun spaargeld verdampt en de bedrijfsschulden in euro's en dollars zijn vanwege de ingestorte wisselkoers van de lira onbetaalbaar geworden.

Als de Turkse centrale bank de rente niet stevig verhoogt, zal het vertrouwen in de Turkse economie verder afbrokkelen. Zoals bankier Stephen Roach bij CNBC zei: 'de markten schreeuwen om daadkrachtig handelen'. Desondanks predikte Erdogan zelfs deze week nog tegen renteverhogingen: ‘Rentevoeten zijn een uitbuitingsmiddel dat de rijken rijker maakt en de armen armer. Niemand moet proberen ons in die val te lokken. We zullen ons niet laten vangen in dat scenario.’

Hoewel deze religieus ingegeven wijsheden een kern van waarheid bevatten, overschreeuwt Erdogan hiermee de realiteit van Turkijes benarde economische situatie. Om te voorkomen dat de banken omvallen, gaf hij zijn centrale bank de opdracht om de Turkse banken met goedkoop krediet te injecteren (ter waarde van 10 miljard euro). Een nieuwe renteverhoging bleef echter uit. Erdogan weigert voorlopig ook om hulp te vragen bij het Internationaal Monetair Fonds.

Lage rente

Erdogan speelt met vuur, maar het gemak waarmee Europese en Amerikaanse media de situatie bestempelen als 'een Turks probleem', doet de economische complexiteit tekort. Wanneer je 'Erdoganomics' goed analyseert, zie je opvallend veel overeenkomsten met het type economische beleid dat ook in de rest van de wereld enorm populair is: de schuldenaanwas negeren, om op papier koste wat kost economische groei te realiseren. Erdoganomics is een extreme vorm daarvan. Met behulp van ruim monetair beleid heeft de Turkse president zijn economie opgeblazen; maar de rest van de wereld riskeert hetzelfde, inclusief Nederland.

De ‘lage’ Turkse rente is in absolute zin helemaal niet laag, zeker niet vergeleken met die in de Eurozone of de Verenigde Staten (zie figuur). In mei verhoogde Turkije, ondanks Erdogans sterke anti-renteretoriek, de rente van 13,5 naar 16,5 procent. De FED verhoogde de rente slechts naar 2 procent en in de Eurozone staat de rente nog altijd op 0 procent.

Nu kun je de munten van opkomende markten zoals Turkije – maar ook Mexico of Zuid-Afrika – niet zomaar vergelijken met de ontwikkelde economieën van de EU of de VS. De euro en dollar genieten veel meer vertrouwen bij zowel bedrijven als particulieren en vervullen een belangrijke rol in de wereldhandel. De munten in opkomende economieën kampen daarentegen vaak met een gebrek aan vertrouwen: de Turkse bevolking heeft de valutacrisis van 2001 nog vers in het geheugen en Zuid-Amerikanen kennen hoge inflatie meer als regel dan uitzondering. Dat heeft niet alleen te maken met wanbeleid van hun eigen centrale banken, maar ook met de economische machtsverhoudingen tussen landen.

De dominantie van de dollar

De dollar is sinds de Tweede Wereldoorlog de wereldreservemunt waarop het monetaire systeem van andere landen stevig leunt. De dollar is betrokken bij ruim 80 procent van de wereldvalutahandel, en 40 procent van alle schulden wordt verstrekt in dollars. De Federal Reserve (FED) is een soort centrale bank der centrale banken. Het beleid van de FED is daarom niet alleen cruciaal voor de Amerikaanse financiële stabiliteit, maar bepaalt ook welk monetair beleid andere centraalbankiers zich kunnen permitteren.

Ex-Goldman Sachs bankier Nomi Prins zet in haar boek Collusion (op een vrij droge maar grondige wijze) uiteen hoe nauw verknoopt het beleid van de diverse centrale banken is. Toen de FED tijdens de bankencrisis 10 jaar geleden de rente verlaagde om zijn banken met goedkoop krediet te redden, konden andere centrale banken – zelfs de ECB – niets anders doen dan volgen. Dat leidde tot wereldwijde kwantitatieve verruiming; goedkoop-geld-beleid zoals niet eerder in de geschiedenis was vertoond. De Turkse crisis laat zien dat dit beleid niet zonder risico’s is.

De afhankelijkheid tussen valuta steekt, eenvoudig gezegd, als volgt in elkaar: wanneer de financiële markten overspoeld worden met goedkope dollars (of euro’s), gaat dat nieuwe geld op zoek naar het hoogste rendement. De dollars stromen weg uit de lage rentezone van de VS en komen terecht in opkomende markten, zeker wanneer de rentes daar onverminderd hoog blijven.

De zwerm bijen de bloemen bevruchtte, blijkt een sprinkhanenplaag te zijn geweest

Die kapitaalinstroom wordt enerzijds verwelkomd door zulke landen; het betekent immers goedkope financiering voor ondernemers ter plekke. Een te grote instroom van kapitaal kan echter zorgen voor financiële oververhitting, met economische bubbels als gevolg. Dankzij de liberalisering van de financiële sector hoeft dat voor kundige speculanten geen probleem te zijn. Ze pakken de rit omhoog mee en trekken precies op tijd hun dollars (en euro's) terug uit de landen waar de bubbel op knappen staat. Zij hebben hun schaapjes op het droge voor de bubbel barst. Maar lokale economieën blijven achter met onoverkomelijke financieringsproblemen. De kapitaalinstroom die als een zwerm bijen de bloemen bevruchtte, blijkt achteraf een allesverslindende sprinkhanenplaag te zijn geweest. Op deze manier zijn tijdelijke ‘economische wonderen’ talloze keren in economische malaise verzeild, zoals bijvoorbeeld gebeurde na de Aziatische financiële crisis twintig jaar geleden.

Vrij verkeer van kapitaal

Agustin Carstens, voormalig centrale bankdirecteur van Mexico en momenteel directeur bij de Bank voor Internationale Betalingen, beschreef deze problematiek in een toespraak in 2015 als volgt: ‘Lage rentestanden in ontwikkelde landen als de VS zorgden tijdelijk voor kapitaalstromen richting opkomende markten, op zoek naar hoger rendement. Nu de Amerikaanse economie weer sterker is, neemt de instroom van geld af en dat remt de opkomende economieën. Sommige investeerders verplaatsen grote hoeveelheden kapitaal in rap tempo van het ene naar het andere land. Dat zorgt voor volatiliteit en kan de waarde van lokale munten omlaag duwen.’

Precies dit scenario speelt zich momenteel in Turkije af. Toen het de Turken economisch voor de wind ging, stonden de buitenlandse banken te springen om hun geld in Turkije uit te lenen. In afgelopen 10 jaar zijn de externe schulden van Turkse bedrijven bij buitenlandse banken daardoor enorm opgelopen; ze hebben een omvang bereikt van 70 procent van het bbp.

Nu de Turkse inflatie oploopt en de lira wegzakt, trekken externe partijen hun geld terug en dat zet de wisselkoersen nog verder onder druk. Het zal erg moeilijk worden voor Turkse bedrijven en banken om aflopende leningen in vreemde valuta te herfinancieren. Turkije heeft zodoende een groot probleem, waarvoor Erdogan zijn eigen geldpers niet kan inzetten; het aankomende jaar moeten buitenlandse leningen ter waarde van ruim 180 miljard dollar worden geherfinancierd.

De huidige financiële onrust in Turkije spoort investeerders aan om zich terug te trekken in de veilige havens van de VS en de EU. Dat zet ook in andere opkomende economieën, zoals Zuid-Afrika en Mexico, de lokale munten onder druk.

De macht van centrale banken

Het beleid van centrale banken heeft grote invloed op zulke macro-economische gebeurtenissen. De directe invloed van centrale banken op het gedrag van commerciële banken is echter beperkt en asymmetrisch. Met renteverhogingen kunnen centrale banken de geldschepping door het commerciële bankwezen effectief inperken. Maar een renteverlaging door centrale banken heeft veel minder direct effect op de maatschappelijke geldschepping.

Een lage rente betekent gunstige financieringsomstandigheden voor banken zelf, maar centrale banken kunnen niet afdwingen dat banken diezelfde condities vervolgens ook hanteren voor hun eigen klanten. Banken zijn vrij om hun eigen doelen voorop te stellen. Hoewel de ECB met haar beleid beoogde de Europese economie te stimuleren (om inflatie omhoog te stuwen), gingen commerciële banken met het goedkope geld op zoek naar hoge rendementen buiten de eurozone. De nieuwe euro’s gingen niet naar Spaanse, Italiaanse of Nederlandse ondernemers, maar vloeiden naar Turkije – via de Spaanse bank BBVA, het Italiaanse Unicredit en onze eigen ING. Dat ze daarmee het (economische) wanbeleid van Erdogan faciliteerden, vormde geen belemmering. De uitgeholde regulering van de financiële sector stelt geen ethische eisen aan de activiteiten van banken.

De correlatie tussen de balansen van de ECB, de FED en de groei van de Turkse leningen in euro’s en dollars illustreert hoe goedkoop geld heeft bijgedragen aan het opblazen van de Turkse economie. Deze correlatie is veel groter dan die tussen de centrale bankbalansen en de inflatie in de Eurozone en de VS.

 

De onafhankelijkheid van (centrale) banken

Erdogan heeft (net als Trump) zijn schoonzoon een belangrijke positie in de regering toebedeeld. Berat Albayrak is kortgeleden als minister van Financiën benoemd. Samen met zijn schoonzoon heeft Erdogan een sterke grip op de Turkse centrale bank; van onafhankelijkheid is geen sprake meer.  Maar in hoeverre is er überhaupt nog sprake van de ‘onafhankelijkheid’ van centrale banken – en vooral: onafhankelijkheid waarvan?

Centrale banken zijn in elk geval afhankelijk van elkaar. Met de huidige bewegingsvrijheid van het wereldwijde kapitaal, moeten centraal bankiers in opkomende markten hun eigen rente nauw afstemmen op het beleid van de FED (en in mindere mate de ECB). Wanneer ze dat niet doen, riskeren ze enerzijds bubbelvorming en anderzijds kapitaalvlucht plus (hyper)inflatie.  

Centrale banken kun je evenmin onafhankelijk zien van de rest van het bankwezen. Centrale bankiers onderhouden innige banden met commerciële banken, hebben er gewerkt of gaan er later weer aan de slag. Wanneer commerciële banken in de problemen komen, schieten centraalbankiers ze te hulp met publiek geld, ook als ze de problemen aan hun eigen hebzucht hebben te danken. Dat gebeurde na de kredietcrisis tien jaar geleden, toen Griekenland in de problemen kwam, en nu opnieuw; de Turkse centrale bank verstrekt goedkoop krediet aan de Turkse commerciële banken. Europese banken verwachten voorlopig niet in de problemen te zullen komen door de Turkse crisis, maar de ECB zou ongetwijfeld ingrijpen zodra dat wel het geval is.

Het enige waar (centrale) banken onafhankelijk van zijn, is democratische inspraak, maar daarmee staat hun beleid nog niet los van politiek en maatschappij. Het beleid van de ECB en de FED heeft significante maatschappelijke gevolgen, die vanwege het internationale karakter van het financiële systeem zelfs tot ver buiten de eigen landsgrenzen reiken. De ECB en de FED hebben met hun soepele monetaire beleid een acute economische meltdown afgewend, maar tegelijkertijd het mondiale bankencasino voorzien van nieuwe fiches. De meeste roulettes draaien nog, maar zoals altijd bij casino’s zullen er aan het eind van de avond meer verliezers naar buiten lopen dan winnaars.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Thomas Bollen

Gevolgd door 1180 leden

Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.

Lees meer

Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

Volg Thomas Bollen
Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren