Tussen hoop, vrees en bullshit

  • rondbazuint = rondbazuind
  • bevrijdde = bevrijde
  • beloond = beloont
  • beland = belandt

Één jaar na het grootste studentenprotest dat Nederland ooit gezien heeft, heerst er nog altijd een ongekende geestdrift onder studenten en werknemers van de Universiteit van Amsterdam om de rendementsklucht ten goede te keren. Tegelijkertijd, zo constateert columnist Reijer Hendrikse, worden onder het mom van ‘marktwerking’ de financiële duimschroeven bij de sociale- en geesteswetenschappen weer flink aangedraaid. Zolang er achter de bestuurlijke façade van welwillendheid niets wezenlijks verandert zal de academische onrust voortwoekeren.

Groundhog Day

Die dolle dagen, dat ongrijpbare momentum – het is alweer een jaar geleden. Even leek het alsof heel Nederland als één blok achter de Maagdenhuisbevrijders stond, tot Sjuul Paradijs aan toe. Maar na weken protest ebde de massale bijval alsnog langzaam weg: studenten van het eerste uur raakten uitgeput, en Telegraaf Media Groep verlegde de focus van inhoudelijke steun naar kritiek op de protestvorm, terecht of niet. En hoewel de actievoerders na maanden protest en één nacht onenigheid uiteindelijk beloofden het Maagdenhuis vrijwillig te verlaten, vond collegevoorzitter Louise Gunning het toch noodzakelijk om de boel twee dagen voor vertrek onder valse voorwendselen te laten ontruimen – een nog altijd onbegrijpelijke beslissing die haar terecht de kop kostte.

Met de ontruiming van het Maagdenhuis was de ogenschijnlijk constructieve houding van het college voorbij. Sindsdien is duidelijk geworden dat het college vooral voor de bühne meebeweegt met de morrende academische gemeenschap. Het traineren van het beloofde veranderingsproces, de zucht naar decorum en het spinnen van leugens suggereren dat college c.s. échte verandering niet ziet zitten.

De academische gemeenschap wacht nog altijd op duidelijkheid: transparantie over budgetallocatie en vastgoedbeleid; over financiële verplichtingen en overheadkosten; over reserves en tekorten

Ook minister Bussemaker van onderwijs (OCW) veerde retorisch mee tijdens de revolte, om studenten en docenten onlangs met een lullig kluitje wetgeving het riet in te sturen. Een enkeling staat er zelfs op dat het allemaal fantastisch gaat met de universiteit: het moest maar eens afgelopen zijn met het egocentrisch navelstaren van die ‘kleine minderheid.’ Dat drie faculteiten elders in de stad voor loodzware uitdagingen staan is blijkbaar nog niet geland bij sommige old boys op het Science Park. Over navelstaren gesproken.

Na de flinke beloften van het college wacht de academische gemeenschap nog altijd op duidelijkheid: transparantie over budgetallocatie en vastgoedbeleid; over financiële verplichtingen en overheadkosten; over reserves en tekorten. Het lullige is dat vrijwel iedere afdeling tot vervelens toe bekend is met dit soort toestanden – de incidentele onrust is inmiddels gemuteerd tot chronische aandoening. Moet een universiteit dan ook aangestuurd worden volgens een bestuursmodel dat bewust ‘interne onrust en ongerustheid’ creëert?

‘Bestuurlijk geeft het juist veel rust en voorspelbaarheid,’ aldus het management aan het Spui. Chronische onrust als noodzakelijk kwaad. De hoop is deels gevestigd op de drie onderzoekscommissies. Maar vooralsnog krijgt de academische gemeenschap de ene bezuiniging na de andere te verduren.

Een spiegel

Afnemende subsidies, ongelijke publieke en private financiering van onderzoek, opgezwollen overheadkosten en een corroderende disciplinering door schuld: stapsgewijs transformeren deze beleidskeuzes verpakt als economische ‘wetmatigheden’ de brede academische kennisinstelling tot een afgeslankte opleidings- en onderzoeksafdeling voor het bedrijfsleven.

Het Maagdenhuis was dan ook een afspiegeling van bredere ontwikkelingen: het ontmantelen van sociale verworvenheden, van democratie en rechtsstaat, vervangen door technocratie in een zogenaamd neutraal jasje – het is allesbehalve uniek. Het resultaat? Links- en rechtsom lijkt wereld in de ban van een totale afkeer van de gevestigde orde. Het ‘redelijke midden’ lijkt definitief ontmaskerd als extreme center. Denk aan de zelfverklaard ideologievrije Jeroen Dijsselbloem.

Om de diepere betekenis en implicaties van de chronische onrust aan de UvA te duiden is het goed om dit grotere plaatje niet uit het oog te verliezen. Anders gezegd, je moet niet verstrikt raken in de oneindige reeks cijfers en details van specifieke bezuinigingen of financieringsmodellen: voor je het weet raak je verstikt in die onvermijdelijke ‘performatieve’ taal van het marktdenken, neem je ontwikkelingen als schuldgedreven disciplinering onbedoeld voor lief, en raak je ‘automatisch’ gevangen in die grotere ideeënwereld die je eigenlijk verfoeit.

De aannames zijn verweven met dogma's die aantoonbaar onzinnig zijn, zoals het idee dat de overheid per definitie inefficiënt is, of dat de publieke sector niet kan ‘innoveren’

Die aannames, termen en ratio’s – ze zijn zo subjectief als wat. Zo ligt een reeks aannames die nooit empirisch bewezen zijn diep verscholen in het evangelie van marktwerking en competitie: de ‘rationele’ menselijke natuur, het ‘neutrale’ prijsmechanisme – het zijn geloofsartikelen. Tegelijkertijd zijn deze aannames verweven met dogma's die aantoonbaar onzinnig zijn, zoals het idee dat de overheid per definitie inefficiënt is, of dat de publieke sector niet kan ‘innoveren.’ Als klap op de vuurpijl laat het dominante perspectief talloze cruciale variabelen buiten beschouwing: denk aan de dominante rol van het kredietmechanisme op markt en prijsvorming, en bijkomende disciplinering door schuld – de orthodoxe econoom heeft er ‘toevallig’ geen oog voor.

Een centrale pijler van de neoliberale mythe is dat iedere student, onderzoeker, faculteit of afdeling de eigen boontjes moet doppen: rendementsdenken. Het onderliggende idee is dat de staat zich geleidelijk terugtrekt als geldschieter van academie en student, zodat universiteitsbedrijf en studentconsument als echte ondernemers hun weg kunnen vinden in een wereld van vraag en aanbod. De van staatswege opgedrongen marktwerking wordt gepresenteerd als efficiënt en vanzelfsprekend, alsof er geen politiek aan te pas komt en de ‘onzichtbare hand’ het werk doet. De praktijk vertelt echter een ander verhaal.

Ongelijk speelveld

Weekblad De Groene Amsterdammer rekende het onlangs voor: waar de overheid eind jaren negentig een kleine 80 procent van het budget van Nederlandse universiteiten voor haar rekening nam, maakt de publieke bijdrage inmiddels nog zo’n 60 procent van het totale budget uit. Tegelijkertijd zijn de niet-publieke bijdragen toegenomen: collegegelden en bedrijfsfinancieringen zijn respectievelijk gegroeid van 6 procent tot 9 procent en van 16 procent tot bijna 30 procent op de universitaire begrotingen. Laat de cijfers even op u inwerken: als we dit stabiele patroon extrapoleren zullen private bijdragen binnenkort de overhand hebben.

Waar de subsidies slinken heeft de studenteninstroom een vlucht genomen. Aangezien er dus structureel minder geld per student binnenkomt, zou je verwachten dat de UvA aan een weldoordachte rendementstucht onderhevig is. Niets is minder waar: het zijn namelijk enkel studenten, faculteiten en afdelingen die permanent bloot staan aan de bezuinigings- en reorganisatiedrift. Zo kan er maar ‘beperkt’ bezuinigd worden op overhead, zo stelt het college. Toegegeven, het is ook lastig om te korten op riante salarissen en exorbitant declaratiegedrag van bestuur en management – op peperdure vliegtickets, dienstauto’s met chauffeur, afscheidsfeestjes voor falende bestuurders. En wat moet je zonder al die consultants, headhunters en spindoctors? Waar laat je die miljoenenleningen zonder geldverslindende IT projecten, financiële constructies en gebouwen?

Slechts 27 procent van de onderwijssubsidie van de Rechtenfaculteit gaat naar daadwerkelijk naar onderwijs; ofwel driekwart is overhead

Sinds midden jaren negentig heeft het college uitvoerig onderzoek laten doen naar nieuwbouw/ruimteoptimalisatie, met als doel de huisvestingskosten te drukken. Wat blijkt? Interim decaan Fischer van de Faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen (FMG) vertelde vorige week dat het nieuwe Roeterseilandcomplex maar liefst 75 procent meer publieke ruimtes heeft dan gebruikelijk is voor dergelijke gebouwen! Hogere plafonds, bredere gangen, grotere trappen – volledig onrendabele vierkante meters waar onderwijs, noch onderzoek plaatsvindt. Inmiddels dreigt de FMG via huuropslag op te draaien voor gapende trappengaten en slapende vastgoedexperts. Het maakt een nog grotere farce van de rendementstucht op de werkvloer. Hoogleraar Marc de Wilde berekende onlangs dat slechts 27 procent van de onderwijssubsidie aan de rechtenfaculteit ook daadwerkelijk naar onderwijs gaat. Ofwel, drie kwart is overhead. En toch belandt de rekening voor al die overmoed en overvloed via het bestuursmodel op de werkvloer? Hoezo eigen boontjes doppen?

 


Bernie Sanders

"I am going to provide free education, and Wall Street is gonna pay for it!"

Academisch wingewest

Bestuur en management hebben één ding gemeen met het bedrijfsleven: zij zitten gezamenlijk aan de goede kant van het ongelijke speelveld. Met de gehele semipublieke sector is ook het Maagdenhuis verworden tot wingewest voor bestuurderscarrousel en bedrijfsleven: AT Osborne, Atos, Ballast Nedam, BAM, Capita, Deutsche Bank, Egon Zehnder, Oracle, PriceWaterhouseCoopers – de lijst aan ingevlogen ‘experts’ is eindeloos. Ook hier strookt de theorie niet met de realiteit: in tegenstelling tot de neoliberale mythe hangt het grootbedrijf namelijk structureel aan de staatsruif, zo ook aan de universiteit.

Zoals Mariana Mazzucato in haar boek The Entrepreneurial State laat zien zijn technologiebedrijven het resultaat van de honderden miljarden die overheden sinds de naoorlogse tijd in onderzoek en ontwikkeling hebben gestoken. Zo had Sillicon Valley simpelweg niet bestaan zonder de Amerikaanse overheid. Maar hoewel bedrijven als Apple inmiddels zwemmen in het geld, maakt diezelfde staat het hen nog altijd mogelijk om te parasiteren op de publieke portemonnee. Zo zit technologiereus ASML tegenwoordig in het Instituut voor Nanolithografie op het Science Park. ASML bekostigt een derde van het instituut, zo’n dertig miljoen, terwijl de rest hoofdzakelijk gefinancierd wordt uit publieke gelden – door de UvA, de Vrije Universiteit (VU), de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de gemeente Amsterdam. Zeg eens, beste rendementsdenkers, waarom moeten belastingontwijkende multinationals als ASML beloond worden door de belastingbetaler? ASML ontweek in 2014 voor 250 miljoen Nederlandse winstbelasting, ofwel 2,5 Instituten voor Nanolithografie 100 procent gefinancierd door ASML. Wat geldt voor bestuur en management gaat ook hier op: wordt het niet eens tijd dat het grootbedrijf op eigen benen gaat staan, precies zoals de liturgie voorschrijft?

Het idee van ‘maatschappelijke vraag’ staat tegenwoordig gelijk aan de wens van werkgeverslobby VNO-NCW, een club die prima vertegenwoordigd is aan de UvA

Het academische speelveld is fundamenteel ongelijk. Waar de universiteit niet lang geleden zelf het beschikbare onderzoeksgeld over de verschillende faculteiten mocht verdelen, is deze (eerste) geldstroom inmiddels aardig opgedroogd. Tegenwoordig verloopt onderzoekfinanciering middels het NWO, de zogenaamde tweede geldstroom. En wat blijkt? Socioloog Herman van de Werfhorst berekende vorig jaar dat medische- en bètastudies structureel meer succes hebben met het aanvragen van NWO onderzoeksfinanciering, terwijl de sociale wetenschappen er bijzonder bekaaid vanaf komen. De slagingskansen variëren van 61 procent tot 16 procent.

Wederom is hier geen sprake van een ‘natuurlijk’ proces. Het zijn overduidelijk politieke keuzes, zoals het topsectorenbeleid dat belastingontwijkers beloont met subsidie. Zoals Willem Schinkel vorig jaar optekende, het idee van ‘maatschappelijke vraag’ staat tegenwoordig gelijk aan de wens van werkgeverslobby VNO-NCW, een club die overigens prima vertegenwoordigd is aan de UvA. En zo bouwt het grootbedrijf een nieuwbakken welvaartsstaat op, zij het exclusief voor zichzelf.

Schuld

Het ongelijke speelveld is overal zichtbaar. Op hoeveel manieren wordt de door-en-door verrotte UvA huisbankier Deutsche Bank wel niet op de been gehouden door overheidsbeleid? Hoewel de UvA goddank geen ROC Leiden is, is er ook in Amsterdam te duur en blijkbaar te veel geleend: zo is het vastgoedkrediet aan de vooravond van de crisis verdubbeld naar 400 miljoen euro omdat de heldere lichten van AT Osborne voorrekenden dat groter zogenaamd beter was. En nu blijkt die zwarte blokkendoos op Roeterseiland maar liefst een kwart groter dan noodzakelijk? Bovendien stelt het college verheugd te zijn dat de UvA tegen 3,6 procent rente mag bouwen, terwijl men aan de Vrije Universiteit Brussel slechts 1,5 procent rente betaalt voor nieuwbouw, en de Nederlandse staat tegen nog lagere rentes leent. Hoezo rendementsdenken? Wie wordt hier precies beter van?

Schuldenaren zijn minder snel geneigd zich te organiseren, en dat is mooi meegenomen als je wilt dat de assemblageband blijft draaien. De UvA is sinds 2008 schuldenaar

In de gefinancialiseerde samenleving zijn krediet- en schuldaanwas de centrale pijlers waarmee mens en maatschappij worden gedisciplineerd. De Duitse socioloog Wolfgang Streeck vertelde een treffende anekdote in het bevrijde Maagdenhuis: toen Mercedes-Benz een nieuwe fabriek opende in de Verenigde Staten, en het een veelvoud van sollicitaties te verwerken kreeg voor het aantal beschikbare banen, keek het concern in eerste instantie of de sollicitant een huur- of koophuis had. De reden? Het hebben van een hypotheek werkt disciplinerend. Zo zijn schuldenaren minder snel geneigd zich te organiseren, en dat is mooi meegenomen als je wilt dat de assemblageband blijft draaien.

Ook de UvA is sinds 2008 schuldenaar, en sindsdien schuldhorig aan haar kredietverstrekkers. En sinds de recente invoering van het sociaal leenstelsel zijn ook studenten onderdeel geworden van de schuldige mensenwereld. Er is dus sprake van een dubbele schuldhorigheid op de universiteit: aan de aanbodzijde heeft de universiteit zich inmiddels voor zo’n 220 miljoen euro in de schulden gestoken, en in totaal is de universiteit voornemens voor zo’n half miljard euro te lenen om de plannen te realiseren. Aan de vraagzijde hebben studenten inmiddels een kleine 9 miljard euro aan studieschuld opgebouwd. De onderliggende oorzaak is in beide gevallen een terugtrekkende overheid. De gedeelde gevolgtrekking is dat universiteit en student zich in toenemende mate gaan ‘zelfdisciplineren’ als zijnde een financiële investeerder. Foucault noemt dit biopolitics. Maurizio Lazzarato heeft hier een boekje over geschreven, Governing by Debt, waarin universiteit en student een prominente rol spelen.

Volgens Lazzarato is de Amerikaanse universiteit – het voorland waar de UvA en OCW zich graag aan spiegelen – de ‘ideale plek’ voor de realisatie van crediteur-debiteur verhoudingen, met de Amerikaanse student als ‘perfecte belichaming’ van de schuldenzondaar. Wat is tenslotte een betere voorbereiding op de logica van kapitaal dan studentenschuld? De universiteit is niet langer een vrijplaats voor ongebonden jeugdige verwondering, maar een disciplineringsmachine van productiviteit en rendement. ‘Iedere student wordt middels schuld haar of zijn eigen manager’, en verbindt zodoende gedrag, salaris en toekomstig inkomen over lange tijd met een studiehypotheek. Volgens Lazzarato is schuld de beste manier om de ‘homo economicus’ te cultiveren. Niet lang geleden genoot de student recht op onderwijs. Nu ‘geniet’ de student recht op schuld.

De gevolgen? Een groeiend aantal studentinvesteerders zal niet langer zal kiezen voor een opleiding die zij het interessantst vinden, maar voor een studierichting die zijn geld oplevert

Wat zijn de lange-termijn effecten van schuldhorigheid op het voortbestaan van de universiteit? Hoewel het leenstelsel recent is ingevoerd, en duidelijke analyse nog op zich laat wachten, valt te verwachten dat een groeiend aantal studentinvesteerders niet langer zal kiezen voor een opleiding die zij het interessantst vinden, maar voor een studierichting die zijn geld oplevert.

Een recent onderzoek naar studieschuld door RTL Nieuws suggereert dat ook in dit geval (pseudo-)bètarichtingen als economie of informatica het structureel winnen van kunst of culturele studies, de alfa- en gammarichtingen. En zodoende ontstaat ook hier door een schuldgedreven politiek beleid een ‘maatschappelijke vraag’ die de selectieve eliminatie van kennis bevordert.

Geestdoding

Deze ontwikkelingen werken als radertjes in een groter institutioneel uurwerk. En hoewel het geheel vrij recent is opgetogen, presenteert het ensemble zich als natuurlijk en tijdloos. Inmiddels hangen deze beleidskeuzes als een strop om de nek van onderwijs en onderzoek, en het logische gevolg is dat het afstoten van zogenaamd ‘onrendabele’ kennis wel eens een vlucht kan gaan nemen over de komende jaren. Nogmaals, het is niet dat geschiedenis, de letteren of filosofie van nature waardeloze studies zijn, maar dat deze disciplines simpelweg geen ‘maatschappelijk nut’ meer dienen onder de universele taal en tijdloze waarheid van de heersende mythologie: de ieder-voor-zich heilsleer van het in werkelijkheid met-de-staat-vervlochten grootbedrijf.

Het rücksichtslos verdiepen van dit beleid zal de brede universiteit in dienst van de algemene vooruitgang de nek omdraaien. De verbeelding heeft ons blijkbaar gebracht waar we willen zijn, dus houden zo. Ook de internationale context laat een somber beeld zien. Ook hier zitten de geestes- en sociale wetenschappen in het nauw. Zo liet de minister van onderwijs van het Verenigd Koninkrijk weten geen heil te zien in het financieren van de humanities and social sciences. Laat dat maar aan ‘de markt’ over. Tegelijkertijd moeten studentinvesteerders zich voor 9.000 pond collegegeld per jaar in de schulden steken. Zoals een Britse docent onlangs opmerkte: ‘now they think they own me.’

Ooit was de moderne universiteit een vrijplaats voor de algemene ontwikkeling, verwondering en vooruitgang

 In Japan heeft de regering alle 86 universiteiten bevolen om al die ‘nutteloze’ alfa- en gammafaculteiten af te stoten. De Wetenschappelijke Raad van Japan heeft onlangs grote zorgen geuit ‘over de potentiële impact van dit beleid voor de toekomst van geestes- en sociale wetenschappen, en het essentiële idee van de universiteit zelf.’ Zie hier rendementsdenken als doodgraver van de geest.

Ooit was de moderne universiteit een vrijplaats voor de algemene ontwikkeling, verwondering en vooruitgang. Grote exacte wetenschappers zoals Einstein of Oppenheimer stelden fundamentele vragen – vragen waarvoor filosofie simpelweg onvermijdelijk is. Het is juist de combinatie van exacte meetkunde en creatieve introspectie die kan leiden tot oneindig meer belangwekkende en productieve zingeving. Is dat geen rendementsdenken? Maar nee, niet aan de huidige universiteit: ‘Men wil de universiteit omvormen tot scholen voor professionele experts. Maar in onbegrijpelijke tijden als de onze hebben we meer nodig dan experts. We hebben mensen nodig die radicaal nadenken om echt tot de oorzaken van onze problemen te komen,’ aldus Slavoj Žižek.

Fundamenteel denken gaat buiten de lijntjes. En wat ligt daarbuiten zoal ten grondslag aan die onbegrijpelijke tijden van ons – politieke crisis, financiële crisis, ecologische crisis, academische crisis, you name it? Mij dunkt in ieder geval iets met een neoliberale hamer, spijkers en Einsteins definitie van krankzinnigheid.

Bullshit

Laat het duidelijk zijn: het is dit kritische denken dat je als student sociale of geesteswetenschappen bijgebracht wordt – precies die studierichtingen die wereldwijd onder een pervers idee van marktwerking een langzame dood tegemoet gaan. Dit is geen natuurverschijnsel, marktwerking of toeval, maar beleid. Fundamenteel nadenken is niet langer gewenst: het grootbedrijf verlangt toepasbare vaardigheden binnen een onaantastbaar kader. Men vraagt excellent sheep, en universiteiten draaien. Zoals C. Wright Mills het ooit stelde: dominant institutions transform lesser institutions into means for their ends.

Sociale- en geesteswetenschappen, waar je als student kritisch denken wordt bijgebracht, zijn precies die studierichtingen die wereldwijd onder een pervers idee van marktwerking een langzame dood tegemoet gaan

Het college zegt te luisteren naar studenten en docenten, maar ondertussen gaat men op dezelfde voet verder. De selectieve rendementsdrift dendert voort, altijd en overal gebaseerd op een ideeënraamwerk dat moreel failliet is. Want er is helemaal geen sprake van een eerlijke markt in het hoger onderwijs: het is de staat die doet alsof. Ondertussen worden de vetste vissen steevast geholpen en ontzien, terwijl rede en ziel vakkundig gesmoord worden. Vind je het gek dat studenten in opstand komen? Is het vreemd dat Bernie Sanders de held is van de Amerikaanse jeugd? ’I am going to provide free education, and Wall Street is gonna pay for it!’ Sanders heeft gelijk: als het grootbedrijf gewoon doet wat redelijkerwijs verwacht mag worden, dat is geld verdienen en belasting betalen, dan is de collectieve betaalbaarheid van hoger onderwijs peanuts.

Het Maagdenhuisprotest is niet voorbij

Dus daarom, geacht college, houdt toch eens op met die voldongen feitenpolitiek. Wees niet bang maar omarm de vrije geestdrift van de academische gemeenschap. Kap eens met uiterlijk vertoon en spinnen, kijk naar binnen en wees eerlijk. Kom eens met weldoordachte pogingen tot rendementsdenken, hoe miniem ze ook zijn. Zorg dat bijzaken weer hoofdzaak worden, en andersom. En mocht dit weer ‘niet realistisch’ zijn, doe dan tenminste wat u zegt te doen. Als iedereen de eigen boontjes moet doppen, why don’t you get off our backs?

Het Maagdenhuisprotest is niet voorbij. Nog altijd heerst er een breed gedeelde onvrede die traditionele links-rechts divisies overstijgt. Zo behelst de revolte naast een progressief geluid ook een oerconservatieve aanklacht. Het merendeel van studenten en docenten wil echt geen socialistische heilstaat – een andere hardnekkige mythe die nogal eens wordt rondbazuind in de media. Men wil goed onderwijs, inspraak, punt. In die zin stellen de actievoerders een klassiek liberale eis – voor democratie, autonomie en vrijheid. Lang verhaal kort, het Maagdenhuis staat symbool voor een brede blijvende opstand. En terecht.

Want van welke kant je er ook naar kijkt, deze bullshit maakt alles kapot.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Reijer Hendrikse

Reijer Hendrikse is als financieel geograaf en politiek econoom verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Reijer stu...

Volg Reijer Hendrikse
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren