Tussenpersoon liquideert zichzelf

    René Graafsma was een tussenpersoon die woekerpolissen verkocht, totdat zijn geweten begon te knagen. Dezer dagen onthulde hij alles in een boek en stapt hij symbolisch uit de branche. Hier zijn verhaal.

    De oud-geneeskundestudent pakt een bekertje van de tafel, schuift het naar voren en vult het met water. ‘Als het éne pilletje niet meer werkt en het andere wel, dan moet ik dat toch eerlijk vertellen aan ál mijn klanten?’ René Graafsma (52) had graag arts willen worden, maar werd na een niet afgeronde geneeskundestudie financieel adviseur… totdat hij in oktober 2005 ontdekte dat hij zijn klanten moest gaan voorliegen over hun pensioenpolis. Dinsdag stond hij op een schavot op het Binnenhof om zich symbolisch te verhangen. De Noord-Hollander met koppige Friese voorouders rekent daarmee af met de woekerpolismaffia waar hij zelf meer dan twee decennia deel van uitmaakte. Samen met Follow The Money-auteur Eric Smit schreef hij een onthullend how-to boek over zijn duistere ervaringen met de financiële witteboordenboefjes: Woekerpolis, Hoe kom ik er van af? Gelijktijdig met de ophanging presenteerde het duo het schotschrift, waarbij Graafsma’s carrière als uitgangspunt dient om de voortwoekerende excessen in de verzekeringswereld te beschrijven.
    'De mysterieuze slogan van een product was: "Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan!"'
    ‘Ik begon als verkoper bij een klein kantoor met verkopen van verzekeringen in Utrecht. Toen had ik nog een band met mijn klanten. Je groeide mee met zo’n gezin. Je zag kinderen worden geboren, huizen worden gekocht. Je kon iets betekenen. Vreselijk leuk werk was het, omdat je een vriendschappelijke band opbouwde.' De jonge en betrokken assurantieverkoper sloot opstalverzekeringen af, begrafenispolissen en aansprakelijkheidsverzekeringen. ‘Mijn marge was redelijk, maar niet excessief. Ik reed in een oude Peugeot 205 zonder achterbank.’ Dat duurde ongeveer vijf jaar, waarna hij promoveerde naar de hogere margeproducten bij een nieuw bedrijf: Huisman Assurantiën in Zeist. De Peugeot 205 werd ingeruild voor een nieuwe 405, een met achterbank. ‘Mijn klantenkring bestond nu uit witte boorden en de vrije beroepen. Die hadden al wat complexere spullen nodig. Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, hypotheken en vooral ook pensioenen.’

    Alarmbellen

    En vooral dat laatste spaarproduct bleek, zo zag hij, een tijdbom te vormen voor enkele van zijn klanten. Nadat hij in 1995 voor zichzelf startte, begon hij steeds meer te twijfelen aan de rol van de verzekeraars. Graafsma kreeg ronduit wroeging toen hij in 2005 een ronkend pr-schrijven ontving van Frits van Bruggen, de toenmalige directeur van Nationale Nederlanden. De mysterieuze slogan van een product was: ‘Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan!’ Bij de toch al achterdochtige Graafsma gingen nu de alarmbellen af. ‘Ik constateerde dat hij twee soorten klanten creëerde. Een groep geluksvogels die 20 tot 30 procent minder premie hoefde te betalen, en mijn oude klanten die al een contract hadden.’ Graafsma ging rekenen en vroeg zich af of hij – voor eigen gewin – mee moest doen aan dit duivelse complot. Het antwoord was: dat nóóit. ‘Ten eerste kon ik het niet over mijn hart verkrijgen om het voor de ene groep beter te regelen dan voor de andere. Ten tweede: ik denk niet dat je als ondernemer wegkomt met zo’n houding. Op de langere termijn keert zich dat tegen je.’ Op zijn calculator zag hij al snel hoe de polisbedenkers te werk gingen. De grote verzekeraars roomden elk jaar een percentage van de meeropbrengst van het opgebouwde kapitaal af. Hij ging vragen stellen. Graafsma, een ogenschijnlijk opgeruimd heerschap met een rond brilletje, kijkt op. ‘Ik heb nog steeds geen antwoord gekregen. Tot op de dag van vandaag niet.’ De consequentie voor Graafsma, vader van zes kinderen, is dat hij zijn kantoor opdoekt. ‘Het kan niet zo zijn dat de verzekeraar buitenproportioneel verdient aan het geld dat een gezin spaart voor later.’

    Wabeke

    De drie jaar geleden ingestelde Wabeke-norm, waarbij verzekeraars jaarlijks tot maximaal 3,5 procent van de totale poliswaarde in rekening mogen brengen, vindt hij onverkwikkelijk. Woensdag mag de klokkenluider tijdens een parlementaire hoorzitting zijn verhaal doen. ‘Zolang dat percentage gehandhaafd blijft kun je over dertig jaar 40.000 tot 60.000 euro kwijt zijn. Dat klopt niet’, stelt hij. Hij is en blijft een financieel geneesheer. ‘Vanaf nu zal ik me storten op de voorlichting van financiële producten. Ik wilde als arts ouderen langer laten leven. Met pensioenen dacht ik mijn klanten in een goede oude dag te kunnen voorzien. Dat is niet gelukt.’ De stijfkop start een bureau om de consument te waarschuwen voor veel te dure financiële placebo’s. ‘Burgers moeten zelf in beweging komen.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    admin

    Volg admin
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren