Weert — Een aspergesteker uit Bulgarije steekt de eerste asperges van het seizoen 2020.
© ANP / Robin Utrecht

Coronacrisis

De redactie van FTM volgt de coronacrisis op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde.

Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie. Wereldwijd gingen landen 'op slot';  beurzen maakten een enorme duikvlucht. Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan.

De uitwerking van de coronamaatregelen op de wereldeconomie is, net als het virus zelf, nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. Die zal overal pijn opleveren, en de maatregelen die we nu nemen zullen bepalen hoe de economie van de toekomst eruit zal zien. 

Nieuwe vragen doemen op: welke oplossing dient welke belangen; welke vragen raken ondergesneeuwd; hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? 

109 Artikelen

Afspraken tussen uitzendbureaus en vakbonden faciliteren uitbuiting van arbeidsmigranten

Het coronavirus heeft de barre werkomstandigheden voor arbeidsmigranten in de Europese voedingsbranche onder een vergrootglas gelegd. Vakbonden luiden de noodklok over gebrekkige regelgeving en illegale praktijken, maar zetten zelf hun handtekening onder cao’s die uitbuiting faciliteren.

Frederique vraagt door

Luister naar de podcast bij dit artikel

Frederique de Jong in gesprek met Lise Witteman

Dit stuk in 1 minuut
  • Tijdens de coronacrisis bleek hoe belangrijk arbeidsmigranten zijn voor onze voedselvoorziening. Maar hoewel de voedingsindustrie in Europa zwaar gesubsidieerd wordt, hebben deze werkers zelf amper waarborgen om op terug te vallen.
  • Ons onderzoek brengt meerdere misstanden aan het licht. Waar de boeren in het zuiden van Europa veel werken met illegale migranten en hun werkers behandelen als vee, maken in het noorden vooral uitzendbureaus en slachthuizen zich schuldig aan uitbuiting van arbeidsmigranten.
  • Nederland valt met name uit de toon door de positie die de uitzendbranche binnen onze voedingsindustrie inneemt. Uitzendkrachten blijken hier vaak goedkoper te zijn dan gewone werknemers. Dit is opvallend, omdat eigenlijk Europees geregeld is dat er sprake moet zijn van gelijke beloning.
  • We ontdekten dat per cao van dit principe wordt afgeweken, ten nadele van de uitzendkrachten. Hierdoor worden zij in onzekere flexconstructies gehouden. Toch verdedigt de FNV haar handtekening onder deze arbeidsovereenkomsten, uit angst grip te verliezen op de steeds flexibelere arbeidsmarkt.
  • Intussen zijn boeren en uitzendbureaus alweer op zoek naar nieuwe, spotgoedkope arbeiders. Daarvoor verzetten ze de bakens: naar migranten van buiten de Europese Unie.
Lees verder

Halverwege juni — het aspergeseizoen liep eigenlijk al op zijn einde — greep de inspectie rigoureus in. Er was een melding binnengekomen over een boerderij langs een landweggetje, op een steenworp afstand van een lieflijk dorp in West-Brabant. De eigenaar, een aspergekweker, zou zijn werkers afbeulen. Op zijn land trof de inspectie vierenveertig Polen en Roemenen aan, die al zes weken onafgebroken dagelijks 8 tot 14 uur asperges hadden moeten steken — onder omstandigheden die je moeilijk corona-proof kon noemen. De inspectie verordonneerde dat de werkzaamheden per direct voor 36 uur werden neergelegd: de arbeidsmigranten hadden recht op rust.

Het is één van de ironieën van de coronacrisis die deze lente over Europa spoelde. Terwijl vrijwel iedereen te verstaan werd gegeven zich achter zijn voordeur te verschansen, vlogen aspergekwekers en slachthuizen vliegtuigladingen arbeidsmigranten in om onze voedselvoorziening in stand te houden. De Europese Commissie stelde geen harde eisen aan de lidstaten om deze kwetsbare werkers extra te beschermen. Sterker nog: vanwege de besmettingsrisico’s deed de arbeidsinspectie juist een stapje terug.

Binnen enkele weken kon men op het journaal, na een diner van asperges en ham, zien welke prijs hiervoor werd betaald. Slachthuizen werden infectiehaarden voor het virus; de een na de ander moest worden gesloten. Ook bij aspergekwekers doken al gauw de eerste besmettingsgevallen op.

Arbeidsmigranten waren de dupe: volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stierven er in de eerste zes weken van de corona-epidemie 38 procent meer autochtone Nederlanders dan gebruikelijk. Bij mensen met een westerse migratie-achtergrond, zoals Polen en Roemenen, lag dit percentage op 49 procent.

Het noopte de Roemeense minister van Sociale Zaken Violeta Alexandru er in mei toe in haar auto te stappen, de 18-urige rit van Boekarest naar Berlijn te maken en poolshoogte te nemen van de omstandigheden waarin de Duitsers haar landgenoten aan het werk hadden gezet. Het viel haar niet mee: ‘De huidige omstandigheden onthullen een aantal structurele problemen die we de afgelopen jaren niet adequaat hebben geadresseerd’, luidde haar conclusie. Haar Duitse ambtsgenoot Hubertus Heil boog nederig het hoofd: ‘Het coronavirus fungeert als een vergrootglas en licht uit wat al langer goed of slecht was in een maatschappij’, erkende hij. ‘Als we een massa-infectie van Roemeense werkers in de vleesindustrie hebben, dan is dat niet acceptabel. Ik schaam me ervoor.’

 ‘De beesten hebben meer waarborgen gekregen dan de mensen’

Subsidiepotten

Toch is het niet zo dat er tot dit jaar nooit over misstanden met arbeidsmigranten in de voedingsindustrie is bericht. In heel Europa is sprake van uitbuiting, illegale dienstverbanden, maffia-praktijken en soms zelfs ronduit van slavernij.Ook in Nederland duiken in de media al decennia regelmatig verhalen op over lange dagen in hete kassen, abominabele huisvesting en onderbetaling.

De deplorabele omstandigheden vormen een bevreemdend contrast met de miljardensubsidies die via het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid jaarlijks naar de voedingsbranche lopen. Meer dan een derde van de totale EU-begroting belandt direct of indirect in de zakken van boeren en voedselverwerkers. Het doel van die subsidies is om een duurzame en betaalbare voedselvoorziening te garanderen en boeren van een behoorlijk inkomen te voorzien. Ook zijn er inmiddels eisen gesteld rond natuurbeheer en dierenwelzijn. Boeren kunnen gekort worden op hun fondsen als ze daar niet respectvol mee omgaan.

Over de arbeidsomstandigheden van de werkers daarentegen, wordt in het hele Landbouwbeleid nog altijd met geen woord gerept. De aspergekweker in West-Brabant, die vorig jaar tienduizenden euro’s aan landbouwsubsidie ontving en deel uitmaakt van een coöperatie die in 2018 miljoenen aan steun binnenhengelde, zal er geen cent minder om krijgen nu gebleken is dat hij zijn werkers afmatte. Zoals een vakbondsman cynisch opmerkte in een achtergrondgesprek: ‘De beesten hebben meer waarborgen gekregen dan de mensen.’

Hoe kon het zover komen? Onder de projectnaam ‘Invisible Workers’ leidde het collectief Lighthouse Reports de afgelopen maanden een journalistiek onderzoek naar de werkomstandigheden van arbeidsmigranten in de voedingsindustrie. Onder meer Der Spiegel, Mediapart, Euronews, The Guardian, Follow the Money en IRPI deden aan het onderzoek mee. We legden de papieren werkelijkheid naast de bittere praktijk en volgden de geldstromen naar het putje van de arbeidsmarkt. We zagen hoe boeren hun werkers als vee behandelen en hoe uitzendbureaus groot werden over de ruggen van de allerarmsten. En toen we eindelijk onze vinger achter de systematiek kregen, kwamen we tot opmerkelijke conclusies.

Onzichtbaar

In Brussel loopt de Europese werknemersorganisatie EFFAT zich als een van de weinigen het vuur uit de sloffen voor de werkers in de velden. Dit clubje idealisten, pakweg tien man sterk, poogt het al jaren op te nemen voor de ongeveer vier miljoen mensen die volgens hen in Europa getroffen worden door illegale tewerkstelling, onzekere arbeidsvoorwaarden en uitbuiting. Tegelijkertijd worden deze mensen eigenlijk door niemand vertegenwoordigd: niet (of onvoldoende) door de nationale vakbonden, waar slechts weinig arbeidsmigranten lid van zijn, noch door de Europarlementariërs, die hun zetels danken aan de machtige boerenlobby. 

Geen wonder dat EFFAT-vertegenwoordiger Arnd Spahn dikwijls het idee kreeg tegen een muur te praten als hij in Brussel de problemen van de arbeidsmigranten probeerde aan te kaarten. ‘Het stond al die tijd stomweg niet bij mensen op het vizier’, verzucht hij tijdens een telefoongesprek. ‘Dat hele landbouwbeleid gaat van meet af aan uit van de situatie van de boeren. Zíj moesten van een behoorlijk inkomen verzekerd zijn. Dat is ook waarop de inzet van de meeste boerenvakbonden werd gericht. Over de werkers in het veld daarentegen zijn niet eens behoorlijke statistieken beschikbaar. Zij zijn onzichtbaar.’

Spahn is blij dat de coronacrisis de beleidsmakers eindelijk met de neus op de feiten drukt. Als opstapje naar de aankomende onderhandelingen over de gemeenschappelijke landbouwsubsidies stelde het Europees Parlement half juni bij meerderheid vast dat daarin meer aandacht moet zijn voor de werkers waarvan de voedselvoorziening afhankelijk is. Het is een grote overwinning voor EFFAT. Tegelijkertijd koestert Spahn geen illusies over de achterliggende motivatie: ‘Door het coronavirus sloten landen hun grenzen en konden arbeidsmigranten niet meer aan het werk. Dat is een economisch probleem en dus wordt nu iedereen wakker.’

Brandhaarden

Het was een steekproef. In mei nam de GGD Brabant-Zuidoost bij 130 personeelsleden van slachterij Van Rooi Meat een monster af, nadat uit een ander onderzoek bleek dat drie werkers van het bedrijf het virus onder de leden hadden. Een week later werd de tent per direct dichtgegooid: 21 mensen waren besmet. Er was sprake van een zich rap ontwikkelende ‘brandhaard’, oordeelde de Veiligheidsregio. De directeur stond er beteuterd bij te kijken. Echt, ze hadden er alle denkbare veiligheidsmaatregelen genomen, verzekerde hij de verslaggevers van het televisieprogramma Hart van Nederland. Ze hadden heus niet ‘opzij’ gekeken. 

Dossier: Coronacrisis

De maatregelen om de verspreiding van het coronavirus in te dammen zijn ongekend; de uitwerking ervan nog grotendeels onbekend. Welke oplossingen dienen welke belangen?

Lees verder Inklappen
Inschrijven

Het is een riedeltje dat de afgelopen maanden door wel meer managers werd afgedraaid. Waar het in de zuidelijke Europese landen vaak de boeren zijn die hun werkers ondermaats behandelen, onderstreept de corona-crisis in het noorden van Europa vooral hoe achteloos er ook verderop in de voedselketen met mensen wordt omgesprongen. Behalve de besmettingen bij Van Rooi, raakte in Nederland ook bij slachterij Vion een kwart van de arbeiders geïnfecteerd.

In Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en natuurlijk in Duitsland liep het al helemaal de spuigaten uit. Volgens Unearthed, de journalistieke tak van milieu-organisatie Greenpeace, zijn er in Europa zeker 4000 slachthuis-medewerkers bij 37 verschillende vleesverwerkingsbedrijven besmet geraakt. Alleen al bij het Duitse slachthuis Tönnies raakten meer dan duizend werkers besmet, voornamelijk Roemenen die aan het begin van de coronacrisis nog gauw waren ingevlogen. Toen de omvang van het drama duidelijk werd, greep de Duitse arbeidsminister hard in. Hij verbood het de slachthuizen nog langer werkers in te huren via onderaannemers. De constructies met onderaannemers waren volgens hem de ‘wortel van het kwaad’: ‘Door die structuren worden verantwoordelijkheden doorgeschoven, arbeidsrechten geschonden en lonen gekort’, luidde zijn oordeel.

Uitzendland 

Terug naar Nederland, het Westland om precies te zijn. Bij bungalowpark De Uithof in Den Haag staat iedere dag in de ochtenddauw een touringcar te wachten, klaar om Oost-Europese arbeidsmigranten naar het fruit- en groentenverpakkingsbedrijf IQ Packing BV in Waddinxveen te brengen. Uitzendbureau Blue Jobcenter doet dat niet gratis: per week wordt er per werknemer 94 euro van het salaris ingehouden voor de slaapplek, en iedere werkdag 6 euro voor het vervoer. Voor de werkers die voor iedere euro flink moeten zwoegen, zijn dit aanzienlijke bedragen.

Wanneer werkers van hun stokje gingen, werden ze aan hun lot overgelaten

Maar de klachten treffen vooral de werkvloer. ‘Een werkkamp’, noemt een 26-jarige Poolse het. Ze was in juni enkele weken in dienst bij IQ Packing BV en schrok zo erg van wat ze meemaakte, dat ze nog dezelfde maand ontslag nam. Ze begon haar dag ‘s ochtends vroeg, om er bijna de klok rond te werken. Ondertussen zag ze hoe zowel mannen als vrouwen zware tilarbeid moesten verrichten, terwijl de Poolse coördinatoren van Blue Jobcenter hen opjaagden en beledigingen uitdeelden. De corona-maatregelen werden intussen wisselvallig opgevolgd: in de kleedkamer was het vaak druk en om het identiteitsbewijs terug te krijgen dat iedere werkdag werd afgenomen, stond iedereen dicht op elkaar te wachten.

Wanneer werkers van hun stokje gingen, werden ze dikwijls aan hun lot overgelaten tot ze aan het eind van de dag naar een huisartsenpost werden gebracht. Dit overkwam de Poolse zelf ook; ze werd zelfs stomweg bij een kruispunt gedropt en moest de resterende kilometers zelf lopen. Haar ervaringen worden door meerdere getuigen bevestigd. Zowel het uitzendbureau als IQ Packing BV zeggen echter niets van de flauwtes te weten en benadrukken dat de werkzaamheden volgens de Arbowetgeving worden verricht. Ook in de bejegening door de coördinatoren zegt Blue Jobcenter zich niet te herkennen. Wel erkent IQ Packing BV dat niet alle facetten van de werkvloer corona-proof zijn. Het bedrijf zegt dit te gaan aanpakken. Ook zullen in het vervolg de ID-bewijzen zo spoedig mogelijk worden teruggegeven, bijvoorbeeld in de eerste pauze van de werktijd.

Het verhaal van de Poolse vrouw echoot door alle uithoeken van de Nederlandse voedingsindustrie. De spil van deze arbeidsmarkt bestaat uit de talloze uitzendbureautjes. Zij zorgen ervoor dat de tuinders en slachters over de broodnodige werkkrachten kunnen beschikken, zonder dat zij zich verder over het lot van deze mensen hoeven te bekommeren. Dankzij de flexibilisering van de Nederlandse arbeidswetgeving kreeg de uitzendbranche de afgelopen kwart eeuw vleugels: het aantal uitzendkrachten groeide van zo’n 140.000 in 1995, naar grofweg 900.000 nu. Nederlandse uitzendbureaus zoals Randstad konden zich ontwikkelen tot de grootste spelers ter wereld.

Ook werd de vergunningsplicht eind jaren negentig afgeschaft. Iedereen kon een uitzendbureau beginnen, waardoor het aantal kleine bedrijfjes dat allerlei sectoren van spotgoedkope mankracht voorzag, welig begon te tieren. De branche groeide van een paar duizend ondernemingen naar een omvang waarvan de schattingen uiteenlopen van 14.000 tot enkele tienduizenden bureautjes. De agrarische sector sprong daar gretig op in. Op steeds grotere schaal werden Oost-Europese arbeiders naar de Nederlandse kassen gehaald, om op basis van bedenkelijke contractjes lange dagen te werken onder zware omstandigheden. 

Precieze cijfers zijn echter moeilijk te vinden. Wat er aan feitelijk materiaal is, blijkt versprokkeld over het Centraal Bureau voor Statistiek, de uitzendkoepels, de verschillende voedingssectoren en de vakbonden. Uit de verschillende rapporten komt evenwel naar voren dat met name in de glastuinbouw en de vleesindustrie veel met uitzendbureaus wordt gewerkt. In de drukste periodes gaat het om 80 tot 90 procent van het aantal werknemers, met name arbeidsmigranten uit Polen, Roemenië en Bulgarije. Alles bij elkaar houden jaarlijks bijnahonderdduizend buitenlandse uitzendkrachten onze voedingsindustrie draaiende.

Gelijk loon

Toch heeft de wetgever wel degelijk actie ondernomen om de woekerende branche te beteugelen. In 2008 werd op Europees niveau een belangrijke afspraak gemaakt: uitzendkrachten hebben recht op dezelfde beloning als hun collega’s die bij hetzelfde bedrijf in vaste dienst zijn. Er mag immers geen financiële prikkel zijn om mensen via uitzendbanen aan te nemen, hooguit een praktische: voor ziek en piek. Oftewel: voor het oplossen van onderbezetting door ziekte-uitval, of voor het ondervangen van een tijdelijke extra behoefte aan mankracht vanwege piekmomenten in de productie.

In de rest van Europa lijkt die maatregel zijn effect te hebben gehad. Uitzendbureaus hebben er amper voet aan de grond gekregen in de agrarische sector. Niet dat uitbuiting daar is uitgeroeid, integendeel. Maar de honger naar de laagste lonen heeft daar andere vormen aangenomen. Met name in zuidelijker landen trachten malafide boeren via schimmige buitenlandse detacheringsconstructies en andere, soms ronduit illegale praktijken de kosten te drukken, dikwijls mogelijk gemaakt door de afwezigheid van een effectieve arbeidsinspectie. Maar uitzendbureaus? Nee, die zijn veel te duur.

In de uitzend-cao is op slechts een beperkt aantal punten afgesproken dat gelijke beloning het uitgangspunt is

Ook in Nederland werd de nieuwe Europese richtlijn in 2012 keurig overgenomen in de wet. Toch heeft de groei van de uitzendbranche — en de uitbuiting van de daarin volop werkzame arbeidsmigranten — hier wél doorgezet. Wie door de kranten van de afgelopen acht jaar bladert, leest terugkerende berichtgeving over onderbetaling, gebrekkige en veel te dure huisvesting, onredelijke boetes voor het niet naleven van allerlei huisregeltjes, onduidelijke arbeidsvoorwaarden etcetera, etcetera. De schrijnende situaties die tijdens de coronacrisis aan het licht kwamen, vormen er slechts het staartje van.

In dergelijke krantenberichten reageert standaard een verbolgen vakbondsman of -vrouw in de laatste alinea’s dat het hoog tijd is dat de regering de malafide uitzendbureaus aanpakt. De flexwet wordt misbruikt, wordt er dan gezegd: de overheid moet ingrijpen. Of, zoals FNV-vicevoorzitter Tuur Elzinga over arbeidsmigranten stelde bij het uitbreken van de coronacrisis: ‘Ze zijn een verdienmodel, want ze kosten minder. Het ondermijnt ons stelsel in Nederland.’

De CBS-cijfers geven Elzinga gelijk. Ondanks het wettelijk vastgelegde principe van gelijk loon voor gelijk werk, ontvangen uitzendkrachten over de band genomen maar liefst 13 procent minder salaris dan hun collega’s in normaal dienstverband. Dit is niet uit te leggen door verschil in leeftijd of ervaring: het CBS noemt de discrepantie simpelweg ‘onverklaarbaar’. Tegelijkertijd is de afwijking te groot om er zomaar vanuit te gaan dat louter bureaus die de regels omzeilen voor dat enorme loonverschil verantwoordelijk zijn.

Uitzondering op de regel

Zit er dan toch een maas in de wet? In eerste instantie levert een rondvraag bij vakbonden en het ministerie van Sociale Zaken weinig nieuwe inzichten op. Daar klinken de bekende klachten over de uitzendbranche, maar een cijfermatige analyse ontbreekt. Pas na lang zoeken blijkt er twee jaar geleden eens een ingezonden lezersbrief in de Leeuwarder Courant te hebben gestaan. Afzender is Harry Vogels, een inmiddels gepensioneerd cao-adviseur en vermaard criticus van de gevestigde vakbonden. ‘Stop met de cao’s in de uitzendbranche’, luidt de kop. De strekking: de collectieve arbeidsovereenkomsten die FNV afsluit met de uitzendbranche doen de werkers meer kwaad dan goed.

Wat blijkt: op de redelijk netjes dichtgetikte wetgeving rond de beloning van uitzendkrachten is één belangrijke uitzondering mogelijk. Wanneer vakbonden en brancheverenigingen een collectieve arbeidsovereenkomst aangaan, kan van het principe van gelijke beloning worden afgeweken — óók ten nadele van de uitzendkracht.

En dat gebeurt: in de uitzend-cao is op slechts een beperkt aantal punten afgesproken dat gelijke beloning het uitgangspunt is. Een aantal looncomponenten is ondertussen buiten beschouwing gelaten of goedkoper gemaakt: eindejaarsuitkeringen, bepaalde verlofregelingen, doorbetaling op feestdagen en ga zo nog maar even door. Dit zorgt ervoor dat uitzendkrachten door de bank genomen minder kosten dan personeel dat onder onder reguliere cao’s valt.

Henry Stroek, bestuurder CNV

"Ik ben van mening dat we niet meer tot een cao uitzendkrachten moeten komen zolang er geen sprake is van gelijk loon voor gelijk werk"

Om een voorbeeld te noemen: een tomatenkweker die mensen direct in dienst neemt onder de geldende glastuinbouw-cao, is per saldo duurder uit dan wanneer hij mensen via een uitzendbureau aan het werk stelt. Bovendien worden er in de uitzend-cao vaker tijdelijke contracten toegestaan. De uitzendkracht kan in totaal 5,5 jaar van de ene flexbaan in de andere worden geduwd, zonder dat een werkgever de verantwoordelijkheid van een vast contract op zich hoeft te nemen. Ook loondoorbetaling bij ziekte en pensioen is slechts minimaal geregeld. Door dit alles is de uitzend-cao niet alleen goedkoper dan veel andere (agrarische) cao’s, maar bovendien in veel opzichten een afzwakking van de reeds bestaande wettelijke arbeidsregelingen. Geen wonder dus dat uitzendbureaus in Nederland zo konden bloeien: ze krijgen een voorkeursbehandeling.

Regelwoud

Dezelfde constatering deed arbeidsrechtspecialist Niels Jansen van de Universiteit van Amsterdam toen hij voor het Sociaal Economisch Onderzoeksbureau (SEO) het afgelopen jaar de Nederlandse uitzendmarkt onder de loep nam. In het rapport ‘de positie van uitzendwerknemers’, dat in april naar de Tweede Kamer werd gestuurd, staan zijn bevindingen. Een daarvan is dat de uitzend-cao op sommige vlakken niet alleen nadelig uitpakt voor werknemers, maar ook hoogst ingewikkeld is. De reden: de uitzendkracht moet zowel de uitzend-cao kennen, als de cao die geldig is in de branche waarin hij of zij aan het werk is, om zijn of haar rechten en de daarop geldende uitzonderingen bij elkaar te kunnen puzzelen. Een vrijwel onmogelijke opgave, meent Jansen: ‘Voor mij is het lezen van die cao’s al ingewikkeld, laat staan voor iemand die vanuit het buitenland komt om fruit te plukken.’

Bovendien blijkt dat in de collectieve arbeidsovereenkomst met de uitzendbranche is afgesproken dat als je achteraf alsnog ontdekt dat je te weinig betaald hebt gekregen, je alleen geld terug krijgt als je kunt hard maken dat je slecht geïnformeerd was over je rechten. Dat is volgens Jansen een vrijwel onmogelijke opgave, die al gauw leidt tot juridisch getouwtrek. Je mag als uitzendkracht dus vaak al blij zijn als je vanaf dat moment wél naar behoren betaald krijgt. Ook dat is in afwijking van de wet, weet de SEO-onderzoeker. ‘Je zou bijna zeggen: spreek maar geen cao af, want dat is beter!’

Kritiek

Opmerkelijk genoeg wordt deze discussie nooit publiekelijk gevoerd. In kranten en televisieprogramma’s kregen de vakbonden de afgelopen maanden alle ruimte om hun afschuw uit te spreken over de uitzendbranche en de politiek op te roepen de uitbuiting van arbeidsmigranten een halt toe te roepen. Niemand wees hen echter op hun eigen handtekening onder arbeidsovereenkomsten, die arbeidsmigranten systematisch in een kwetsbare positie houden — kwetsbaarder zelfs dan de Nederlandse wet beoogt met het gelijkheidsprincipe. Ook het ministerie van Sociale Zaken maakt hier geen punt van. Wat er door vakbonden en werkgevers in de cao’s wordt afgesproken, is niet onze zaak, klinkt het desgevraagd.

Toch rommelt het intern wel degelijk, blijkt als Follow the Money rondvraagt bij de vakbonden. CNV-bestuurder Henry Stroek, die menigmaal aan de onderhandelingstafel zal met de uitzendbranche, durft zich zelfs hardop uit te spreken. Hij twijfelt sterk aan de meerwaarde van de uitzend-cao: ‘Ik ben van mening dat we niet meer tot een cao uitzendkrachten moeten komen zolang er geen sprake is van gelijk loon voor gelijk werk’, aldus Stroek. Volgens hem wordt er louter een beroep gedaan op uitzendbureaus als blijkt dat die goedkoper zijn dan werknemers onder de eigen sector-cao. Dat is ook waarom er in de tuinbouw en de vleesindustrie zoveel bureautjes actief zijn: de bedrijven vinden hun eigen cao’s simpelweg te duur. 

 ‘De uitzend-cao is een optelsom van uitzonderingen die goedkopere inzet mogelijk maakt’

In de open teelten daarentegen, waar veel fruit- en groenboeren actief zijn, wordt veel minder gebruikt gemaakt van uitzendkrachten. De reden, aldus Stroek: ‘Een voordelige regeling rond piek- en seizoenarbeiders in die sector-cao.’ Die maakt dat seizoenarbeiders goedkoper zijn. Er hoeven bijvoorbeeld geen toeslagen betaald te worden voor werken op zondag. Hoewel ook daar niet iedereen binnen de vakbondswereld even gelukkig mee is, benadrukt Stroek dat deze regeling in ieder geval geen verslechtering is ten opzichte van de Nederlandse wet, waarin überhaupt niets is vastgelegd rondom late werkuren of zondagen. Bovendien, zegt de vakbondsman triomfantelijk, zet deze afspraak in de Open Teelten-cao de uitzendbureaus buitenspel. Stroek: ‘Dit is nou net een regeling waar zij geen beroep op kunnen doen. Werknemers die rechtstreeks onder de cao vallen, zijn dus beter af.’

Maar bij de FNV wil men niets weten van het loslaten van de uitzend-cao. Volgens FNV-onderhandelaar Erik Pentenga zijn die afspraken namelijk op sommige punten wel degelijk beter dan de wet, bijvoorbeeld als het gaat om de pensioenpremies. Tegelijkertijd geeft hij enigszins schoorvoetend toe dat de cao wel degelijk voor loonverschillen zorgt ten opzichte van de 800 andere cao’s: ‘De uitzend-cao is een hele optelsom van uitzonderingen die goedkopere inzet dan onder de eigen cao mogelijk maakt.’ Heel wat regelingen in de overeenkomst waren volgens Pentenga oorspronkelijk goed bedoeld, maar over de loop der jaren is de uitwerking ervan scheefgetrokken.

Neem de mogelijkheid om huisvestingskosten van het loon in te houden: in de cao-afspraken is hier meer ruimte voor gelaten dan in veel andere sector-cao’s. Het gevolg: de zogenaamde payback-constructies worden nu op grote schaal door uitzendbureaus misbruikt om arbeidsmigranten uit te persen. Deze constructie blijkt zo lucratief, dat sommige agrarische bedrijfjes hun eigen uitzendbureau opzetten, puur om hun werknemers onder de uitzend-cao te kunnen schuiven. 

Doorgeslagen flexibilisering

Waarom gaat de FNV hier dan in mee? Volgens Pentenga is de cao een manier om nog enige grip op de uitzendmarkt te houden. Als de FNV geen uitzend-cao’s meer wil afsluiten, dan vindt de branche wel een andere vakbond om de handtekening te zetten. Arbeidsmarktonderzoeker Jansen onderkent dat risico: ‘Als werkgeversorganisatie kun je kiezen met welke vakbond je een cao aangaat, ook al gaat het om een klein, weinig-representatief vakbondje. De minister van Sociale Zaken moet ook zo'n cao voor de hele sector algemeen verbindend verklaren, indien de partijen daarom verzoeken en de werkgeversorganisatie voldoende leden heeft. Dat maakt dat vakbonden bang zijn om niet hun handtekening te zitten. Je loopt het risico dat je je rol in het overleg helemaal verliest.’

Bovendien ligt er nog een heel ander gevaar op de loer, weet Jansen. Want wat gebeurt er als uitzendkrachten inderdaad duurder zouden worden? ‘Een opkomend verschijnsel is contracting’, zegt hij: ‘personeelsbedrijven die aan andere organisaties mankracht leveren, inclusief een voormannetje.  Daardoor blijven die werkers onder de leiding van het bedrijf staan dat de arbeidskrachten levert, in plaats van aan de werkplaats waar ze aan de slag gaan. Zo ontduiken die bureaus de uitzendregels en kunnen ze tegen minimale arbeidsvoorwaarden mankracht leveren. Dat maakt de loonverschillen alleen maar groter. Het dreigt het nieuwe putje van de arbeidsmarkt te worden.’

‘De kans dat je alleen nog maar meer ellende krijgt is groot’

Zowel Jansen als de vakbonden hebben nu hun hoop gevestigd op de commissie Borstlap, die in opdracht van het kabinet heeft onderzocht of de arbeidsmarktregels nog wel aansluiten bij de praktijk. Begin dit jaar leverde de commissie de resultaten van hun onderzoek af. De veelzeggende titel van het rapport: ‘In wat voor land willen wij werken?’ Jansen: ‘In feite zegt die commissie: Je moet het arbeidsrecht flink versimpelen en strakke definities hanteren. Dat spreekt mij erg aan.’ Zo zou voor uitzendkrachten moeten gelden dat die weer alleen kunnen worden ingezet voor vervanging van ziekte en voor piekarbeid. Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken noemde het rapport een ‘juiste analyse’ en erkende de noodzaak van ‘fundamentele verandering’. Al voegde hij eraan toe dat er nog heel wat werk verzet zal moeten worden voor de gewenste arbeidsmarkt bereikt is.

Nieuwe horizonnen

Intussen gaat de zoektocht naar de goedkoopste arbeidskrachten ongehinderd door. De afgelopen jaren klonken er in werkgeverskringen toenemendezorgen dat de Poolse arbeidskrachten zich niet meer voor een appel en een ei de velden in lieten sturen. Ze zijn de uitbuiting zat en kunnen dankzij de aantrekkende economie in eigen land wel wat beters vinden dan flexbaantjes in hete Hollandse tomatenkassen, met schimmelende slaapplaatsen toe. 

Maar in plaats van gunstiger arbeidsvoorwaarden aan te bieden, verzetten de uitzendbazen en de boeren de bakens op zoek naar nieuwe groepen arme werklustige buitenlanders, die geen moeilijke vragen stellen. Het vizier wordt daarbij op de buitengrenzen van Europa gericht. Onlangs lanceerde de Nederlandse boerenlobby LTO haar verkiezingsmanifest, met daarin prominent een pleidooi om arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie te werven. Ook de grote Europese werkgeverskoepels, waaronder de uitzendbranche, roepen op tot soepeler regels voor werkers uit Azië en Afrika

De vakbonden zien het met lede ogen aan. ‘We hebben geen bezwaar tegen arbeidsmigranten, maar we maken nu nog zoveel misstanden mee, dat we eigenlijk vinden dat de boel hier eerst beter geregeld moet worden’, reageert FNV-bestuurder Leo van Beekum desgevraagd. ‘De kans dat je anders alleen nog maar meer ellende krijgt, is groot. Want mensen van buiten de EU zijn zich nog minder bewust van hun rechten dan Polen en Roemenen.’ 

Van Beekum vindt dat daarom om te beginnen binnen de eigen grenzen naar mankracht gezocht moet worden. ‘Ook hier in Nederland zijn steeds meer kansarme mensen die langs de kant komen te staan omdat al het “simpele” werk verdwijnt. Wat er nog wel is, wordt uitbesteed aan arbeidsmigranten. Ik zou zeggen: laten we met elkaar kijken of er geen betere betaling mogelijk is, desnoods met loonsubsidie. Wellicht zijn ook Nederlanders dan over de streep te trekken. Trouwens, de druk van de supermarkten helpt ook niet mee. Misschien moeten de prijzen gewoon omhoog.’ Hij denkt even na en besluit: ‘Ja, daar zou wel een keer een dieper debat over gevoerd mogen worden: hoe kunnen we het hier in Nederland beter doen.’

Lise Witteman
Lise Witteman
Onze vrouw in Brussel. Volgt lobby's, legt netwerken bloot en bijt politici, belangenbehartigers en bestuurders in de enkels.
Gevolgd door 820 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren