Unilever nu nog duurzamer?

Zijn de duurzame ambities van Unilever meer dan alleen gladde marketingpraatjes? Milieudefensie blijft somber gestemd over de groene koers van het Nederbritse zeep- en levensmiddelenconcern.

‘Unilever, nu nog duurzamer.’  Dat zou zo de nieuwe reclameslogan kunnen zijn van het zeep- en levensmiddelenconcern. Vorige maand maakte de Nederbritse gigant bekend dat het hard op weg is om zijn ‘ambitieuze duurzaamheidstoestellingen’  te bereiken.  Maar volgens actiegroep Milieudefensie heeft dit initiatief veel weg van een glad en groen charme-offensief van Unilever.


Een flitsweekendje naar New York, met de auto elke dag in de file forenzen of een paar kiloknallers achter de kiezen weg stouwen. Niks bijzonders zou je denken, totdat je erbij stilstaat hoe milieubelastend sommige hobby's zijn. Daarover is het recent verschenen rapport van de milieugroepering WorldWatch Institute vrij stellig: ‘Als de mensheid zijn leefwijze niet drastisch verduurzamen, helpen we de aarde razend snel naar de knoppen.’


Oud nieuws deze dreigende taal en daarmee oogt deze vermaning als de spreekwoordelijke dertiende in het dozijn. Maar Unilever lijkt het onheilsscenario van het World Watch Institute zeer serieus te nemen. In 2020 wil de multinational alleen duurzaam verbouwde landbouwgrondstoffen inkopen en op die manier de milieuschade met de helft te verminderen.

 

Geen onvertogen woord van het WNF
Richard Holland, hoofd natuurbescherming van het Wereld Natuur Fonds ( WNF ), valt op geen onvertogen woord te betrappen over dit initiatief van Unilever. ‘Dat Unilever zo voortvarend het milieu centraal stelt en zijn eerste prestaties zo transparant met de buitenwereld deelt, is uniek in Nederland. Met de verduurzaming van palmolieproductie ligt het zelf drie jaar voor op schema. Prima nieuws.’


De lofzang van WNF-topman Holland is niet zo verwonderlijk. Het WNF en Unilever werken sinds kort samen in een voorlichtingscampagne, die erop gericht is consumenten te stimuleren tot milieuvriendelijker gedrag bij wassen en douchen. Het doel daarvan is het energieverbruik en daarmee de uitstoot van broeikasgassen, als gevolg van het opwarmen van water, sterk te verlagen. Unilever en WNF zijn een samenwerkingsverband aangegaan voor een periode van drie jaar.


Scepsis bij Milieudefensie
De WNF-Unilever tandem ontlokt scepsis bij Henk Berkhuizen, directeur van de allesbehalve rekkeijke actiegroep Milieudefensie. ‘Hoe overtuigt Unilever de douchende mens dat hij eerder de kraan dicht draait?’ Toch is Berkhuizen ook positief over het rapport van Unilever. ‘Unilever wil de toeleveranciers ook verduurzamen en probeert het gedrag van de consument te beïnvloeden. Die twee groepen moeten veel zuiniger met energie omgaan.”

 

Berekeningen (zie pagina 12 van deze PDF-versie) op dit vlak lijken Berkhuizen gelijk te geven: toeleveranciers en de consument nemen 90 procent voor rekening van de totale broeikasuitstoot.

 

Tegertijd hekelt Berkhuizen de duurzame douche- en wascampagne van Unilever en het WNF. ‘Dit is de zoveelste zachte aanpak. De mens gaat alleen zijn gedrag veranderen als hij écht pijn in zijn portemonnee voelt en de gevolgen van zijn gedrag inziet. Verhoog drastisch de energieprijs en toon hartverscheurende foto’s van smeltende ijskappen, platgewalste oerwouden en gedode dieren. Die bewegen de consument sneller tot een gedragsverandering.’

 

Verder stelt de topman van de activistische milieubelangenvereniging dat Unilever ondanks alle goede en nog groenere bedoelingen de lat voor duurzame palmolie nog hoger zou moeten leggen. Nu leunt het bedrijf te veel op de in zijn ogen te weinig groene afspraken, zoals die zijn vastgelegd aan de Ronde Tafel voor Duurzame Palmolie ( RSPO ).

 

Berkhuizen: ‘Unilever is voorzitter van deze club en kan zelf de definitie vaststellen ‘Wat is duurzame palmolie?’. De slager die zijn eigen vlees keurt. Onafhankelijke instanties zouden die standaard moeten vaststellen.”

  

Echt duurzame palmolie

Ook blijft Berkhuizen hameren op transparantie van de herkomst van RSPO-gecertificeerde palmolie. ‘Door het ingewikkelde systeem is niet exact na te gaan wie de palmolie heeft geproduceerd en of het daadwerkelijk duurzaam is verbouwd.’


Palmolie is een plantaardige olie die in margarine, soepen en zeepproducten wordt verwerkt. De aanleg van oliepalmbomen die het best in de tropen gedijt, is een absolute oerwoudverdelger in grote exporterende landen als Indonesië en Maleisië. Met als gevolg dat regenwouden in een hoog tempo van de aardbodem verdwijnen. En dat maakt de noodzaak tot de productie van echt duurzame palmolie des te groter.

 


'Netto milieuwinst nul'

Voor Unilever is er ook geen ander alternatief dan het verder ‘verduurzamen' van diens bedrijfsactiviteiten, betoogt Berkhuizen. Anders zet het concern haar voortbestaan op de helling. Alleen op die manier slaagt Unilever er volgens Berkhuizen in om ook over enkele jaren enigszins betaalbare grondstoffen te betrekken, zodat het zichzelf niet uit de markt prijst.


Unilever mag zich dan oprecht druk maken over de energie verspillende consument, maar Berkhuizen twijfelt sterk of voorlichtingsfilmpjes in samenwerking met het WNF enig effect sorteren. Al is het alleen maar omdat Unilever tegenstrijdige belangen dient: vergroten van de omzet en verduurzamen van de productie. ‘Als Unilever per product 10 procent efficiënter met het milieu omgaat, maar 10 procent meer producten afzet is de netto milieuwinst nul.'

 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Bram de Lange