Testen bij de toegang voor een evenement van Fieldlab.
Coronacrisis

De coronapandemie zet de wereld op zijn kop. Wie betaalt de rekening, en wie profiteert? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde. Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie en gingen landen wereldwijd 'op slot'.

Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan. De gevolgen van deze crisis zijn nog grotendeels onbekend. Maar de maatregelen die we nu nemen, zullen bepalen hoe de samenleving van de toekomst eruitziet. Daarom volgt de redactie van FTM de ontwikkelingen op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen?

176 Artikelen

Testen bij de toegang voor een evenement van Fieldlab. © ANP / Hollandse Hoogte / Robin Utrecht

Ongebruikte capaciteit ‘testen voor toegang’ kost belastingbetaler bijna half miljoen per dag

Nog geen 3 procent van de testcapaciteit voor ‘testen voor toegang’ wordt benut. De lege testcentra kosten de Nederlandse belastingbetaler een half miljoen euro per dag aan operationele kosten. Niettemin heeft VWS honderden miljoenen extra gereserveerd voor verdere uitbreiding. ‘Deze uitgaven zijn op geen enkele manier te verantwoorden.’

16 duizend mensen lieten zich afgelopen weekend testen om de voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal tegen Oekraïne te mogen bijwonen. Dat was verplicht. Begin juni is immers ‘testen voor toegang’ van start gegaan: evenementen met meer dan 50 bezoekers mogen alleen plaatsvinden met een toegangstest. De voetbalsupporters waren daarmee goed voor de helft van alle tests die tussen 11 en 13 juni werden afgenomen in het kader van testen voor toegang. Gemiddeld meldden zich in de eerste twee weken van juni circa 6000 mensen per dag voor een test: 2,7 procent van de inmiddels opgebouwde capaciteit van 225.000 tests per dag.

Het ministerie van VWS zegt ‘constant’ een inschatting te maken ‘welke capaciteit nodig is, gebaseerd op te verwachten bezoekersaantallen bij sectoren en evenementen’. Op grond van welke criteria en bij welke bezettingsgraad sprake is van onder- of overcapaciteit, wil het ministerie niet toelichten.

Overcapaciteit

Ondanks de bezetting van nog geen 3 procent ziet VWS geen reden om pas op de plaats te maken en een deel van de gereserveerde miljoenen op zak te houden. Het ministerie laat de testaanbieders doorbouwen, om zo eind juni een totale testcapaciteit te bereiken van 300.000 tot 350.000 testen per dag. VWS: ‘Dat is nodig om een fijnmazig netwerk te creëren, waarbij testen laagdrempelig toegankelijk is en waarbij mensen ook op piekmomenten goed terecht kunnen.’ Uiteindelijk zou zelfs opgeschaald kunnen worden tot 400.000 testen per dag. 

Er zijn al 76 spiksplinternieuwe testlocaties opgetuigd door 11 commerciële testaanbieders

VWS zegt tegen FTM dat de kosten daarvoor in de periode van maart tot en met eind augustus op 500 tot 700 miljoen euro zullen uitkomen (eerder was 1,1 miljard begroot). Het grootste deel van dat geld vloeit naar de stichting Open Nederland (SON), die mede op initiatief van werkgeversorganisatie VNO-NCW tot stand kwam. VWS gunde ‘testen voor toegang’ zonder aanbesteding – en dus in strijd met de wet – aan deze stichting, die onder leiding staat van oud-generaal Tom Middendorp.

De keuze voor deze exclusieve opdrachtverlening heeft tot gevolg dat bestaande testlocaties niet gebruikt mogen worden. Alleen de testbewijzen van SON zijn geldig; een testuitslag van een andere commerciële aanbieder of de GGD verschaft geen toegang. Er zijn daarom al 76 spiksplinternieuwe testlocaties opgetuigd door 11 commerciële testaanbieders, die na een marktuitvraag door de stichting zijn ingeloot.

Een half miljoen per dag

Het ministerie zegt meer dan 220 miljoen aan de stichting van Middendorp te hebben ‘voorgeschoten’, maar de definitieve afrekening vindt plaats op basis van nacalculatie. ‘De precieze kosten voor het testen voor toegang kunnen pas achteraf berekend worden omdat betaald wordt op basis van werkelijk gemaakte kosten.’ VWS wil geen verdere specificatie geven van de financiële afspraken die zijn gemaakt met de stichting.

SON gaf FTM wel een indicatie van de vergoedingen die ze ontvangt: een vast bedrag van 387 euro per afnameplek per dag en een variabele vergoeding van 130 euro per uur, die afhangt van de ingeplande testcapaciteit. Deze cijfers komen overeen met die uit eerder gepubliceerde documenten over testlocaties.

Dossier

Coronacrisis

De coronapandemie zet de wereld op zijn kop. Wie betaalt de rekening? En wie profiteert?

Volg dit dossier

FTM berekende op basis van deze gegevens dat de Nederlandse belastingbetaler bij een testcapaciteit van 225.000 plekken meer dan 430.000 euro per dag betaalt aan vaste vergoedingen voor de afnameplekken, ongeacht of die worden gebruikt. De operationele kosten voor de testcentra bedragen momenteel, inclusief de variabele vergoeding van 39.000 euro, iets minder dan een half miljoen per dag. Dat is exclusief de testkits die verplicht worden afgenomen via de Dienst Testen; die worden één-op-één vergoed door VWS en hebben een inkoopprijs van circa 5 euro per stuk

Epidemioloog en gezondheidseconoom Eline van den Broek-Altenburg, verbonden aan de Universiteit van Vermont, kwam eerder al tot de conclusie dat de kosten van ‘testen voor toegang’ exorbitant veel hoger liggen dan de heersende norm van kosteneffectieve maatregelen. Die norm ligt tussen de 20.000 en 150.000 euro per gewonnen kwalitatief levensjaar. VWS kan niet kwantificeren of aan FTM onderbouwen hoeveel levensjaren met testen voor toegang worden gered. Van den Broek: ‘Deze uitgaven zijn op geen enkele manier te verantwoorden. Je kunt dit geld veel beter investeren in het opschalen en verbeteren van de zorg.’

Valspositieven krijgen de overhand

Los van de kosten is er een fundamenteel argument tegen ‘testen voor toegang’: bij een lage besmettingsgraad onder de bevolking – waarvan nu sprake is – neemt de voorspellende waarde ervan sterk af. Armand Girbes, IC-hoofd van de locatie VUmc van het Amsterdam UMC, zei eind mei tegen FTM: ‘De medische noodzaak voor massaal testen wordt onvoldoende onderbouwd. De samenleving kan ook veilig van het slot zonder verplichte tests.’ Nu het vaccinatietempo er lekker in zit en de zon schijnt, neemt niet alleen het aantal patiënten op de IC flink af, maar ook het aantal mensen dat besmettelijk is, plus het aantal mensen dat besmet kan worden en ernstig ziek wordt. 

Omdat de testen nooit 100 procent betrouwbaar zijn, krijgt circa 1 op de 5 besmettelijke mensen ten onrechte een negatieve uitslag. Maar wanneer je vooral gezonde mensen test, wordt een tweede onnauwkeurigheid echt problematisch: zelfs bij gebruik van de meest betrouwbare sneltests neemt het percentage valspositieve testuitslagen sterk toe. Ook het OMT waarschuwde in november al voor het scheppen van ‘onrealistische verwachtingen’: ‘Massaal testen levert verhoudingsgewijs veel foutpositieve testuitslagen op (bij een lage prevalentie zijn er meer foutpositieve dan terecht positieve testuitslagen).’

Bij het huidige besmettingsniveau zou statistisch gezien 43 tot 77 procent van de positieve uitslagen valspositief zijn, afhankelijk van de exacte nauwkeurigheid van de tests. Wanneer de besmettingsniveaus verder dalen, loopt dit al snel op tot 90 procent valspositieve uitslagen. In dat geval worden negen op de tien mensen die positief testen, ten onrechte geweigerd. Girbes noemt testen voor toegang daarom een vorm van ‘schijnveiligheid en willekeur’.

De ondergrens

Ook in de Eerste Kamer stond een medicus op die aandacht vroeg voor de onzinnigheid van testen bij een lage besmettingsgraad (prevalentie) onder de bevolking. Senator Peter van der Voort (D66), die tevens intensivist is, verzocht de regering ‘een realistische ondergrens van de prevalentie van het aantal geschatte besmettelijke personen op te nemen voor coronatestbewijzen en andere maatregelen’. De Kamer nam op 25 mei de ‘Tijdelijke wet toegangsbewijzen’ aan; de motie van Van der Voort werd op 1 juni in de Senaat aangenomen.

‘Er is geen ondergrens bepaald waarbij coronatoegangsbewijzen niet meer nodig zijn’

FTM vroeg VWS of die ondergrens inmiddels is bepaald. Het ministerie antwoordde daarop: ‘Het aandeel fout-positieven is beperkt en de voordelen van het sneller openen van de samenleving wegen daar ruimschoots tegenop. Er is geen ondergrens bepaald waarbij coronatoegangsbewijzen niet meer nodig zijn.’ VWS negeert hiermee de motie van de Eerste Kamer en ontkent de praktische realiteit van testen: ze zijn niet 100 procent betrouwbaar, zoals de fabrikanten zelf ook in hun gebruiksaanwijzing schrijven.

Het RIVM en het OMT, die tijdens de coronacrisis voor alle belangrijke beleidsbeslissingen om advies zijn gevraagd, werden niet betrokken bij de opzet van testen voor toegang. Het RIVM zei eerder tegen FTM: ‘Het is een politieke, beleidsmatige beslissing. Wij hebben niet gerekend aan de testsamenleving.’ 

De overgrote meerderheid van de horeca, bioscopen, theaters en musea die volgens VWS gebaat zouden zijn bij het programma, weigert mee te doen. De voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland, Robèr Willemsen, zei vorige week: ‘We moeten zo snel mogelijk terug naar het oude “normaal” en niet onnodig een systeem van testen in stand willen houden. Het lijkt wel alsof het kabinet de enorme uitgaven op deze manier wil verantwoorden, in plaats van de focus te leggen op de heropening van de samenleving.’