Niemand lijkt goed zicht te hebben op de uraniumhandel van Urenco

  • URENCO heeft ook verrijkingscapaciteit in de USA. zoek: "Urenco USA production" zie ook: http://www.wise-uranium.org/eples.html
  • URENCO heeft ook verrijkingscapaciteit in de USA. zoek: "Urenco USA production"

Begin februari boog de Raad van State zich over de vraag of er onterecht transport van uranium heeft plaatsgevonden naar de nucleaire verrijkingsinstallatie van Urenco in Almelo. Dit zou te maken hebben met prijsspeculatie door de Amerikaanse investeringsbank Goldman Sachs. Follow the Money neemt de zaak onder de loep.

De zaak begon als een voetnoot bij de Amerikaanse kredietcrisis. Na 2008 kwamen Amerikaanse banken onder strenger overheidstoezicht te staan. Als gevolg hiervan ondervroeg de Amerikaanse Senaat investeringsbank Goldman Sachs in het najaar van 2014 over haar activiteiten op de internationale grondstoffenmarkt. 'Vormde de grondstoffenhandel van de bank een gevaar voor de publieke energiebelangen van Amerika?,' zo vroeg de Senaat zich af.

'...[Goldman] was also speculating on uranium prices by trading uranium futures and other financial products’

Uit het Senaatsrapport bleek het volgende. Goldman Sachs begaf zich in 2009 op de uraniummarkt toen het een Londons handelskantoor in uranium, genaamd Nufcor International, overnam. Tussen 2009 en 2013 groeide Goldmans uraniumhandel via Nufcor met een factor 10 tot een waarde van ruim 240 miljoen dollar. De handel van Goldman bestond uit het opkopen van uranium van mijnbouwbedrijven, het opslaan hiervan, en het weer doorverkopen aan energiebedrijven voor de productie van kernenergie. Het rapport stelt dat Goldman effectief de opslag van uranium financierde totdat energiebedrijven het materiaal wilden opkopen. Over deze fysieke leveringen zegt het rapport: ‘Goldman said that it hedged its physical positions primarily by selling the physical supply through forward contracts.’ Maar het rapport stelt dat Goldman naast leverancier van uranium ook als speculant optrad: ‘...[Goldman] was also speculating on uranium prices by trading uranium futures and other financial products.’

Een van de plekken waar Goldman zijn uranium volgens het Senaatsrapport opsloeg was de Nederlandse verrijkingsinstallatie van Urenco in Almelo. Urenco is ’s werelds op twee na grootste uraniumverrijkingsbedrijf. Het bedrijf verzorgt de verrijking van natuurlijk uranium (gasvormig uraniumhexafluoride, UF6) tot lichtverrijkt uranium wat geschikt is voor gebruik in kerncentrales. Dit leidt tevens tot verarmd uranium als bijproduct. De Urenco Group heeft hier in totaal vier installaties voor in Nederland (Almelo), Engeland (Capenhurst), Duitsland (Gronau) en de VS (New Mexico). Van deze installaties neemt Almelo circa 30 procent voor haar rekening, of zo’n 10 procent van de totale wereldmarkt in uraniumverrijking.

Kamervragen

Naar aanleiding van dat Senaatsrapport stelde Liesbeth van Tongeren (GroenLinks) eind 2014 Kamervragen aan minister Henk Kamp van Economische Zaken. De minister bevestigde  hierop dat Goldman Sachs via haar dochteronderneming Nufcor inderdaad natuurlijk uranium (UF6) opslaat op het terrein van Urenco. Hij ontkende echter dat dit tot extra fysieke transporten van radioactief materiaal heeft geleid. Uranium werd alleen in Almelo opgeslagen om daar verrijkt te worden, zo stelde de minister.

Stichting Laka, een actiegroep tegen kernenergie, was het niet eens met de uitleg van de minister en stelde dat de speculatie van Goldman Sachs wel degelijk tot extra transporten leidt. De aanwijzing hiervoor: nieuwe transportvergunningen voor de export van natuurlijk uranium naar Rusland. Eind vorig jaar stelde D66 vragen aan minister Melanie Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu over fouten die in deze exportvergunningen waren geslopen. Door een administratieve fout betroffen de vergunningen zowel natuurlijk als verarmd uranium, zo bleek uit het antwoord van de minister, terwijl dit alleen natuurlijk uranium mocht zijn. Het ministerie meldde de vergunningen te zullen gaan aanpassen. Maar de vraag bleef hangen: waarom exporteert Urenco überhaupt natuurlijk uranium naar Rusland? Het Russische staatsbedrijf Tenex is wereldwijd marktleider op het gebied van uraniumverrijking, en daarmee Urenco’s grootste concurrent. En minister Kamp had toch gezegd dat er alleen uranium werd opgeslagen in Almelo met als doel om daar ter plekke te worden verrijkt?

Waarom exporteert Urenco überhaupt uranium naar Rusland?

Stichting Laka stapte naar aanleiding van deze Kamervragen en het Amerikaanse Senaatsrapport naar de Raad van State. Daniel Meijers, onderzoeker bij Laka, legt uit: ‘De vergunningen die zijn afgegeven voor het transport van natuurlijk uranium naar Almelo toe zijn afgegeven met de bedoeling dat het uranium in Almelo zou worden verrijkt. Als blijkt dat een deel van dat uranium vervolgens doorgestuurd wordt naar Rusland voor verrijking bij Tenex, is dat in strijd met de rechtvaardiging voor de verleende vergunning. Het uranium had dan nooit naar Almelo mogen worden gebracht.’

Aan de hoogste bestuursrechter van Nederland vraagt Stichting Laka daarom dat de vergunningen voor transport van uranium van en naar Almelo nietig worden verklaard. De Raad van State moet beoordelen of de transporten naar Almelo toe wel plaats hadden mogen vinden als minister Schultz tegelijkertijd wist dat een deel van dat uranium mogelijk naar Rusland zou worden geëxporteerd. Dit is een juridisch-technische strijd over de interpretatie van de vergunningen die wordt gevoerd tussen het Ministerie en Stichting Laka. Het doel van Laka is om op deze manier meer aandacht voor het transport van nucleair materiaal te vragen en zo het toezicht te verscherpen, aldus Meijers.

Naar Rusland en terug

Dat er naar Rusland wordt geëxporteerd staat buiten kijf. 12 Januari dit jaar meldde minister Schultz van Haegen in haar antwoord op nieuwe Kamervragen van D66 dat er wel degelijk transport van natuurlijk uranium naar Rusland plaatsvindt, met als doel om daar verrijkt te worden en vervolgens weer terug te worden gestuurd naar Almelo. Dit is in tegenspraak met de eerdere uitspraak van minister Kamp dat uranium alleen in Almelo wordt opgeslagen om daar te worden verrijkt. Volgens minister Schultz ligt die bepaling dus toch wat minder strikt dan eerder door haar collega van Economische Zaken voorgesteld.

Meijers: ‘Dit betekent dat het mogelijk is dat gemijnd uranium uit Kazachstan via de haven van Sint-Petersburg naar Rotterdam wordt verscheept, vervolgens per trein naar Almelo wordt getransporteerd, daar ligt opgeslagen, vervolgens per trein weer terug naar Rotterdam gaat, om per boot naar Sint-Petersburg te gaan, vanwaar het per trein naar Siberië gaat om uiteindelijk te worden verrijkt bij Tenex. Daarna gaat het de hele weg weer terug naar Almelo, om ten slotte naar de kerncentrale in Borssele te gaan.’

Het uranium dat in de periode 2008 t/m 2011 in Borssele werd gebruikt kwam bijvoorbeeld allemaal uit Kazachstan. Indien uranium inderdaad op deze manier heen en weer gesleept wordt zou dat daarmee ingaan tegen het wettelijke ALARA-principe (As Low As Reasonably Achievable) dat voorschrijft dat opslag en transport van uranium tot een minimum dienen te worden beperkt. Transport van radioactief uranium is een publiek veiligheidsrisico dat aan wettelijke restricties gebonden is.

Capaciteitsproblemen

Voor de Raad van State gaf het ministerie van I&M begin deze maand opnieuw toe dat er inderdaad uranium naar Rusland gaat voor verrijking. Urenco en het ministerie beweren echter dat deze export alleen in zeer incidentele gevallen gebeurt.

‘Alleen in het geval van capaciteitsproblemen sturen wij UF6 naar Rusland, als een back-up optie,’ zo stelt een woordvoerster van Urenco Nederland. ‘Wij hebben de voorkeur om niet naar Rusland te exporteren, maar als het niet anders kan dan moet het wel omdat wij onze leveringsverplichtingen na moeten komen.’

Een 'capaciteitsprobleem' lijkt daarmee vooral een bedrijfseconomisch 'probleem'

Dat is eigenaardig, want ten eerste heeft Urenco back-up opties in Engeland en Duitsland, en ten tweede zouden capaciteitsproblemen lang van tevoren bekend moeten zijn en dus opgevangen moeten kunnen worden. Wegens de doorlopende activiteit van kerncentrales worden leveringsverplichtingen over het algemeen vastgelegd in langetermijncontracten van twee tot soms wel 10 jaar. Dit wordt door zowel het Amerikaanse Senaatsrapport als Urenco zelf onderschreven.

Een 'capaciteitsprobleem' lijkt daarmee vooral een bedrijfseconomisch 'probleem'. Meijers: ‘Het is bedrijfseconomisch, omdat de prijs nu goed is en de klant het uranium nu wil verhandelen. De reden om het dus door te sturen naar Rusland is dan pure winstmaximalisatie. Daarmee wordt het ALARA-principe over boord gezet.’

Fysiek transport

In het Senaatsrapport beweert Goldman Sachs dat haar activiteiten nooit tot fysiek transport van uranium hebben geleid. Maar wat betekent fysiek transport dan precies? Goldman Sachs koopt uranium op, op het moment dat het bij Urenco staat opgeslagen in de vorm van gasvormig UF6. En de bank verkoopt het uranium weer op het moment dat de prijs het gunstigst is. De vraag naar verrijkt uranium wordt bepaald door de vraag van kerncentrales voor brandstof. Op het moment dat er veel vraag is, en dus een gunstige prijs, kan er meer winst worden gemaakt. Dat betekent dat er tijdelijk meer uranium verrijkt moet worden. Daarmee lijkt het capaciteitsprobleem van Urenco een gevolg te zijn van de prijsspeculatie met uranium. Meijers: ‘Prijsspeculatie is nooit niet fysiek. Rusland lijkt het tipje van de sluier te zijn.’

‘Prijsspeculatie is nooit niet fysiek. Rusland lijkt het tipje van de sluier te zijn’

Ook de Raad van State stelde grote vraagtekens bij het incidentele karakter van de transporten toen tijdens de zitting aan het licht kwam dat Urenco een langdurig contract heeft met Tenex in Rusland. Tijdens de zitting bleek na doorvragen door de Raadsvoorzitter dat Tenex permanente capaciteit voor uraniumverrijking voor Urenco heeft gereserveerd.

Urenco zelf zegt in 2015 maar een keer uranium naar Rusland te hebben geëxporteerd. Dit betrof een zending van in totaal circa 200 ton. Voor de eerste helft van 2016 staan er verder geen zendingen gepland, aldus de woordvoerster van Urenco.

Dubbele rol overheid

Urenco is een staatsbedrijf, voor een derde in handen van de Nederlandse staat, voor een derde in handen van de Britse staat, en voor een derde in handen van de Duitse energiebedrijven E.ON en RWE. Dit maakt Urenco uiteindelijk een publiek belang waarbij winstmaximalisatie niet als leidraad zou mogen gelden. Een lucratief publiek belang, dat wel. Voor Goldman Sachs was de uraniumhandel zeer lucratief doordat uraniumprijzen door grote boom-and-bust cycli gaan. Dat maakt speculatie aantrekkelijk.

Ook de Nederlandse staat profiteert als aandeelhouder van deze winstgevende handel, met ruim 110 miljoen euro dividenduitkering in 2014. In dat jaar behaalde Urenco een nettowinst van ruim 400 miljoen euro, 20 procent meer dan in het jaar daarvoor. Saillant detail: de belangrijke economische positie die Urenco inneemt leek nog eens onderstreept te worden door het feit dat voormalig Goldman Sachs-werknemer wijlen Prins Friso enkele jaren na zijn functie bij de investeringsbank aangesteld werd als Chief Financial Officer bij Urenco.

Desondanks besloot Goldman in 2014 om de handel in uranium weer af te stoten, naar eigen zeggen omdat de uraniumhandel ‘makkelijk tot misverstanden’ leidt. De lage uraniumprijzen van de afgelopen jaren zullen ook een rol hebben gespeeld in dit besluit. Tot een werkelijke verkoop van dochteronderneming Nufcor is het echter nooit gekomen. Doordat de uraniummarkt instortte na de ramp met de Japanse kernreactor in Fukushima lukte het de bank niet om een geschikte koper te vinden. Vanwege lopende contracten aan elektriciteitsbedrijven blijft Goldman daarom in ieder geval nog tot 2018 actief op de uraniummarkt. Goldman Sachs was bij navraag niet bereid om hier verder op te reageren.

De beschuldigingen van speculatie voegen een nieuw hoofdstuk toe aan hoofdpijndossier Urenco

Wat dit voor de handel van Urenco betekent is onduidelijk. Wel is duidelijk dat de beschuldigingen van prijsspeculatie voor de overheid een nieuw hoofdstuk toevoegen aan het hoofdpijndossier Urenco. In de jaren ’80 kwam Urenco al in een zwaar negatief daglicht te staan door een spionagezaak waarbij gevoelige nucleaire informatie uitlekte naar Pakistan, dat zo een atoombom kon ontwikkelen.

In januari van dit jaar kwam het verrijkingsbedrijf opnieuw in het nieuws wegens een mislukte poging tot privatisering. Al in 2013 sprak Nederland het voornemen uit om Urenco te privatiseren. Dit plan is nu weer in de ijskast gezet door minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën. Centraal in het mislukken van deze verkoop staat de dubbele rol die de overheid speelt als aandeelhouder en behartiger van de publieke belangen. Zij kon niet garanderen dat een mogelijke verkoopdeal het Nederlandse publieke belang in nucleaire technologie voldoende behartigde.

Transparantie ver te zoeken

Zo blijft de Nederlandse overheid nog wel even met Urenco in haar maag zitten. In haar rol als toezichthouder lijkt zij recent te zijn tekortgeschoten gezien de tegenstrijdige uitlatingen van de ministers Kamp en Schultz van Haegen. Dit suggereert op z’n minst enige onwetendheid over de gang van zaken in Almelo. Ook de fouten die in de recente vergunningen voor export naar Rusland zijn geslopen wekken weinig vertrouwen in een scherp overheidstoezicht op Urenco.

Transparantie is ver te zoeken, zowel bij de bedrijven zelf als bij de overheid

Deze fouten worden verder geproblematiseerd door de algehele onduidelijkheid rondom de uraniumhandel. Transparantie is ver te zoeken, zowel bij de bedrijven zelf als bij de verantwoordelijke overheid. Minister Kamp kon bijvoorbeeld weinig toelichten in zijn antwoorden op Kamervragen omdat het om 'bedrijfsvertrouwelijke informatie' ging. Ook kernenergie-actiegroep WISE benadrukte in een rapport uit 2014 al het gebrek aan transparantie in de uraniumwereld.

Meijers van Stichting Laka: ‘Het is moeilijk om inzicht te krijgen in wat er werkelijk gaande is, omdat de handelscontracten bedrijfsgeheim zijn. Maar uiteindelijk betreft het wel publieke belangen die beschermd dienen te worden.’

Over de beschuldiging van prijsspeculatie laat Urenco zelf zich weinig uit. De woordvoerster: ‘De zaak dient niet voor niets voor de Raad van State. Het is aan de rechter of de vergunningen terecht zijn verleend. Verder is het een zaak tussen de vergunningverlener (het Ministerie) en Stichting Laka.’

De Raad van State spreekt zich over circa zes tot twaalf weken uit over deze zaak.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Bart Crezee

Gevolgd door 147 leden

Milieuwetenschapper. Schrijft over olie- en gasboringen, de energietransitie en klimaatverandering.

Volg Bart Crezee
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren