Davos, kort voor het World Economic Forum 2020
© EPA / Gian Ehrenzeller

De valse deugdzaamheid van Davos

In Davos wordt weer het World Economic Forum gehouden, waar de groten der aarde zich over de grote problemen van de wereld buigen. Het uitgangspunt daar is dat ‘we’ niet zonder elkaar kunnen: de industrie moet met overheden samenwerken, en wil zodoende de keuzevrijheid van burgers vergroten. Eric Smit betoogt dat dit mantra weinig meer is dan een schaamlap.

Deze week komen de rijkste, belangrijkste en machtigste mensen op aarde weer samen in het Zwitserse skidorp Davos. Het is de vijftigste keer dat het World Economic Forum (WEF) wordt georganiseerd. Het jubileum valt precies in een periode dat maatschappelijke en politieke problemen de hoogste graad van urgentie hebben bereikt. Het thema voor deze bijzondere aflevering van het World Economic Forum: Stakeholders for a Cohesive and Sustainable World. Maatschappelijke thema’s staan al sinds de oprichting van het WEF op de agenda. ‘Toegewijd aan de verbetering van de toestand in de wereld’ is al vele jaren het voornaamste credo van het World Economic Forum. En ‘morele en intellectuele integriteit is de kern van alles wat wij doen’. 

De Duitser Klaus Schwab is al een halve eeuw de drijvende kracht achter het Forum en de grote promotor van deze waarden. Twee jaar geleden opende hij voor het eerst in de geschiedenis van het WEF de deuren voor een documentairemaker: de Duitser Marcus Vetter. In zijn film Das Forum: rettet Davos die Welt? die in november op het IDFA in première ging, is Schwab het belangrijkste personage. De ‘professor’ wordt op de voet gevolgd en krijgt alle ruimte om zijn drijfveren te etaleren.

Het gaat Schwab erom een dialoog tot stand te brengen en iedereen daarbij te betrekken: de zogenoemde ‘stakeholders’ bij de grote ondernemingen en de belangrijkste maatschappelijke vraagstukken. Met elkaar in gesprek gaan is de absolute voorwaarde voor de sociale cohesie in de wereld, stelt Schwab. Hij nodigt ook de zondaars in zijn kerk uit, juist die zijn interessant, zegt hij. En zondaars zijn er in overvloed. Vertegenwoordigers van BP, de oliemaatschappij die schuldig is aan de grootste olieramp uit de geschiedenis, lopen er rond, en ook de controversiële chemiereus Monsanto is een ‘partner’. 

De gewichtige voordrachten en gesprekken over ethische kwesties die de wereld aangaan, verwaaien na het verlaten van de conferentiezalen in de frisse Alpenlucht

Schwab heeft natuurlijk gelijk, het gesprek voeren is van elementair belang. De vraag is alleen of de dialoog ergens toe leidt. 

De oprichter van het forum stookt in de film het vreugdevuur der ijdelheden hoogstpersoonlijk op met de vele vooraanstaande genodigden van het WEF. Netanyahu wordt aan een Nobelprijswinnaar gekoppeld: garantie voor succes. Wat zullen ze hun voorname gasten voor geschenk meegeven, een kristal of een koeienbel? Het is wat je van een conferentie verwacht: harde confrontaties doen zich nauwelijk voor. Vorig jaar sprak historicus en schrijver Rutger Bregman de verzamelde jetset miljardairs op hun vlieggedrag aan en opperde hij dat ze beter meer belasting kunnen betalen. Maar het optreden van Bregman was een uitzondering; in Davos schuurt het vrijwel nooit. Dubieuze lieden die er spreektijd krijgen – de Braziliaanse president Jair Bolsonaro, regeringsleider van Myanmar Aung San Suu Kyi – worden er met een fluwelen handschoen aangepakt. De gewichtige voordrachten en gesprekken over ethische kwesties die de wereld aangaan – klimaat, armoede, ongelijkheid, corruptie, mensenrechten – verwaaien na het verlaten van de conferentiezalen al snel in de frisse Alpenlucht.

Kolossaal netwerkevent

The sessions are great, but more so the networking,’ zegt een bezoeker in de film. Deze dynamiek openbaarde zich jaren geleden al aan me toen ik vertrouwelijke e-mailcorrespondentie onder ogen kreeg van Victor Halberstadt, de toenmalig honorair secretaris-generaal van de Bilderbergconferenties, de Nederlandse evenknie van het WEF. Halberstadt is een habitué van het Forum en een goede bekende van Schwab. Net als de Duitser is hij een makelaar in machtige mensen.

Halberstadt kwam afgelopen zomer uitgebreid op FTM aan bod toen ik hem portretteerde en een onbekende episode in de aanloop van de beruchte beursgang van het internetbedrijf World Online belichtte. Halberstadt mailde de vroegere topvrouw van internetbedrijf World Online, Nina Brink (thans Storms geheten), een gastenlijst van het door hem georganiseerde diner in het chique Seedorf Hotel in Davos. Hij adviseerde Brink nauwgezet met welke bankiers, topmannen en ministers ze beslist een gesprek moest aanknopen.

Het World Economic Forum is boven alles een kolossaal netwerkevent voor de wereldwijde politieke en corporate elite

De mail illustreert waar het in Davos om draait. De vertegenwoordigers van de maatschappelijke kwesties mogen weliswaar op uitnodiging gratis het Forum bezoeken en als uithangbord dienen, maar in de zijdelingse bijeenkomsten in de hotels en restaurants zijn zij zelden degenen die het gesprek bepalen. De mannen en vrouwen die zich voor vele tienduizenden Zwitserse frank toegang tot het Forum hebben weten te verschaffen, voeren daar wél het hoogste woord. Er worden vooral zaken besproken en vele handen geschud.

Dat laat Vetters film ook zien. ‘Gaat u in de VS investeren?’ vraagt Donald Trump in 2018 op het Forum aan Werner Baumann, de ceo van Bayer, in een speciale ontmoeting met topmensen uit de corporate wereld. ‘Ja,’ antwoordt Baumann, ‘we gaan 16 miljard investeren.’ Het World Economic Forum is boven alles een kolossaal netwerkevent voor de wereldwijde politieke en corporate elite, waar grote zakelijke belangen schuilgaan achter een façade van nobele intenties.

Nudgen

In Das Forum legt Jennifer Morgan, directeur van Greenpeace, haar vinger op deze pijnlijke waarheid. Ze heeft scherp oog voor de ethische franje die als schaamlap dient voor de werkelijkheid van Davos. ‘Dat die mensen zichzelf nog in de spiegel aan kunnen kijken,’ verzucht ze. Morgan probeert Schwab op diplomatieke wijze in te laten zien dat er van sprake is van een wereldwijde noodsituatie en dat er een kans ligt om daar iets aan te doen – en dat hij een verantwoordelijkheid draagt om in Davos de wereldleiders te overtuigen van de urgentie van radicale ingrepen om klimaatverandering tegen te gaan. De tijd om er nog langer over de praten is voorbij en Morgan zegt het te kunnen weten: ‘I've worked on climate change voor 25 years.’ Daar slaat Schwab op aan. ‘I worked on climate change since ’73,’ brengt hij daar tegenin. Hij bood immers de vertegenwoordigers van de Club van Rome in 1973 hun eerste grote platform!

De Club van Rome bracht in 1972 het rapport Grenzen aan de groei uit en zette daarmee als eerste de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen op de agenda. In de decennia die volgden, werden die grenzen door de deelnemers aan het Forum echter ruimschoots opgerekt en op veel terreinen ver overschreden. Het Schwab zo goed gezinde multinationale bedrijfsleven zorgde voor een toenemende ongelijkheid, uitbuiting, mensenrechtenschendingen, kolossale ontbossing, talloze milieurampen en de uitstoot van inmiddels onmeetbaar grote hoeveelheden broeikasgassen. Schwab weet dat. Toch blijft hij liever rustig praten dan de confrontatie aan te gaan. Nudgen is zijn manier van werken. Confereren in Davos gebeurt op vrijwillige basis: niemand moet iets, alles is onverplicht.

Marktwerking en zelfregulering

Nudgen was bepaald niet de manier waarop Paul Polman als topman van Unilever te werk ging. De Brits-Nederlandse multinational moest onder zijn leiding tot een force for good worden en Polman wilde daar de rest van de wereld – overheden, burgers – in meenemen. Hij zag de ernst van de zaak in en predikte in Davos liever de revolutie. Dat onderscheidde hem van de rest van de bedrijfselite, maar het is een missie die op verschillende vlakken pijnlijk schuurt.

Het op koloniale leest geschoeide bedrijfsmodel van een multinational als Unilever draait voor een belangrijk deel op het goedkoop verkrijgen van natuurlijke grondstoffen als palmolie en thee. Grondstoffen die tegen bodemprijzen uit lage lonenlanden zonder democratische traditie worden betrokken, vaak tegen kolossale maatschappelijke kosten die in de kostprijsberekening van de producten niet worden meegenomen. Het is waarde-extractie ten koste van anderen, in plaats van waardecreatie ten behoeve van velen. Het is nogal veel gevraagd te denken dat deze ‘daders’ opeens de ‘redders’ zullen worden die erin zullen slagen consumenten ervan te doordringen dat zij de eigenlijke verantwoordelijken zijn om de problemen van de wereld op te lossen door ‘deugdelijke’ producten te kopen.

De Polman-doctrine is een voortzetting van het aloude geloof in marktwerking en zelfregulering, waarvan het failliet al sinds de financiële crisis van 2008 vaststaat

De aan applaus verslaafde Polman werkte niettemin hard aan dit Hollywood-scenario en zag voor zichzelf de rol van de grote verlosser weggelegd. Voor het personeel van Unilever is het motiverend en geruststellend te geloven dat ze meewerken aan een betere wereld, en er is tevens een groep ‘believers’ in deze strategie – consumentenactivisten, welwillende ngo’s, met name de Verenigde Naties – maar een belangrijk deel van de buitenwereld keek sceptisch naar deze stappen. En met recht.

De Polman-doctrine, die hij vaak in Davos verkondigde en die ook door Schwab wordt omarmd, stelt dat multinationals van cruciaal belang zijn bij het oplossen van de grote vraagstukken: armoede, ongelijkheid en klimaatproblemen. Deze analyse schiet fundamenteel tekort en is in feite een voortzetting van het aloude geloof in marktwerking en zelfregulering, waarvan het failliet al sinds de financiële crisis van 2008 vaststaat. Het is ook een herhaling van de allang gebroken belofte dat globalisering en liberalisering iedereen voordeel zal opleveren. Vooral herhaalt deze doctrine de valse suggestie dat het uiteindelijk de verantwoordelijkheid van de consument zélf is dat dit alles wordt opgelost.

Consumentenactivisme

De Davos-elite wordt daarbij geholpen door een belangrijk deel van de huidige consumentenactivisten die de gedachte omarmen dat burgers zelf verantwoordelijk zijn voor het oplossen van de grote vraagstukken. Ook het jongste boek van de Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer – Het klimaat zijn wij: de wereld redden begint bij het ontbijt – getuigt van die ideologie. 

Het boek heeft een constructieve boodschap die mensen een handelingsperspectief biedt, maar de titel tekent het hoe ver het denken van vrijemarkteconomen is doorgesijpeld in het ‘progressieve’ narratief. Deze vrijemarkteconomen zien de markt graag als een natuurlijk fenomeen waar natuurwetten hun werk doen. Maar zoals de financiële crisis duidelijk liet zien: economische wetten zijn geen natuurwetten. Markten zijn door mensen gecreëerd en worden gedomineerd door concerns waar mensen aan de top staan. We weten inmiddels goed dat zij in staat zijn door krachtige lobby’s wetgeving te beïnvloeden en dat ze bereid zijn met stiekeme prijsafspraken consumenten een oor aan te naaien. Zolang het maar geld oplevert. Dit merkte Adam Smith al op in zijn overigens door de meeste vrijemarkteconomen geprezen boek An Inquiry into the causes of the Wealth of Nations uit 1776.

Edward Bernays, ’s wereld eerste professionele propagandist en pr- annex reclamegoeroe snapte dat het gedrag van mensen door manipulatie van het onderbewustzijn gestuurd kan worden. Bernays, overigens een volle neef van Sigmund Freud, werkte tijdens de Eerste Wereldoorlog voor het Committee on Public Information van de Amerikaanse regering. ‘Make the World Safe for Democracy’ was de leus waarmee het Amerikaanse propaganda-instituut de deelname aan de Eerste Wereldoorlog verkocht.

Het goedbedoelde consumentenactivisme heeft een schaamtecultus tot stand gebracht die tweespalt zaait tussen mensen die de ‘juiste’ keuzes maken en mensen die dat niet doen

Het drong tot Bernays door dat wanneer je het grote publiek een oorlog kunt verkopen, je het ook politieke ideeën en allerlei producten kunt aansmeren. Zijn inzichten werden gemeengoed en vormen tot op de dag van vandaag de basis van het marketingvak dat op vrijwel iedere hogeschool en universiteit wordt onderwezen. Het aanbod wordt door producenten bepaald, niet door consumenten en dat weten marketingmachines als Unilever, McDonalds en Coca Cola als geen ander.

Schrijfster Roxane van Iperen publiceerde in november een bijtende kritiek in Vrij Nederland op het consumentenactivisme van Jonathan Safran Foer. De kern van haar betoog: het goedbedoelde consumentenactivisme heeft een contraproductieve schaamtecultus tot stand gebracht die tweespalt zaait tussen mensen die de ‘juiste’ keuzes maken en mensen die dat niet doen, terwijl zulk consumentengedrag feitelijk niet meer dan ‘een zijweg’ vormt die ‘niet alleen (te) weinig bijdraagt, maar een snelle, zinvolle aanpak van klimaatverandering zelfs in de weg staat’.

Multinationals hebben de ‘populaire meisjes en jongens’ weten in te lijven zodat die lachend vanaf de pagina’s van kranten, glanzende weekbladen en social media reclame maken voor hun zogenaamd ‘duurzame’ producten. Het machtige bedrijfsleven kan zo vrijuit gaan en ‘zet mensen ertoe aan de pijlen op elkaar te richten’.

Volg Eric Smit en ontvang zijn updates

Eric is mede-oprichter van FTM en als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen. Volg hem nu en we sturen je een e-mail als hij een nieuw stuk publiceert.

Lees verder Inklappen
Volg Eric

De gijzeling van de publieke zaak

Bedrijven hebben een wezenlijk andere doelstelling dan overheden, stelt Van Iperen vast. ‘Dat uitgangspunt lijkt, na jaren van overheveling van publieke taken naar de private sector, te zijn verwaterd, en consumentenactivisme is daar een symptoom van. De mantra “betrek de industrie bij verandering” is zo normaal geworden, dat weinigen inzien dat die aanpak in sommige situaties neerkomt op het gijzelen van de publieke zaak.’

Door publiek-private samenwerkingen vervaagt de grens tussen de staat en het grootbedrijf; dat is niet in het voordeel van de samenleving

Als er één niet-gouvernementele organisatie (ngo) is die zichzelf de afgelopen decennia aan dit samenwerkingsmantra heeft uitgeleverd, dan zijn het de Verenigde Naties, betoogde de Nederlandse publicist Maria Hengeveld in het Amerikaanse weekblad The Nation. ‘Van VN-vrouwen en de VN-stichting tot het VN-bevolkingsfonds, veel VN-agentschappen werken, in verschillende mate van terughoudendheid, samen met grote bedrijven en propageren het “business case”-evangelie voor hen,’ schrijft ze. De heiligverklaring van publiek-private samenwerkingen (pps) is gevaarlijk. Die vervaagt de grenzen tussen de staat en het grootbedrijf, en dat is bepaald niet in het voordeel van de samenleving. De natuurlijke controlemechanismen die zo belangrijk zijn om de grote machten in evenwicht te houden, vervagen erdoor en de agenda's van de corporates sijpelen door in de beleidsmaatregelen die internationaal worden ingevoerd.

De inspirerende verhalen van verlichte ceo’s kun je maar beter niet al te serieus nemen. ‘Bedrijven die niets bijdragen aan de samenleving moeten zich afvragen of ze wel bestaansrecht hebben,’ zei DSM-topman Sijbesma onlangs in zijn afscheidsinterview in NRC Handelsblad. Diezelfde woorden sprak ook Paul Polman vaak uit; hij werd om die reden door de Verenigde Naties in 2015 zelfs tot Champion of the Earth gekroond.

De frase klinkt prachtig, maar het feit is dat multinationals die aan beurzen staan genoteerd, niets aan het bestrijden van armoede willen doen, en de opwarming van het klimaat liever aan anderen overlaten, helaas wel degelijk bestaansrecht hebben. Zelfs meer dan dat: ze zijn hoogst populair. De dodelijke tabaksindustrie heeft nog altijd vele tevreden aandeelhouders en de aandelenkoersen van Amerikaanse wapenproducenten zijn sinds de hoogoplopende spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran aanzienlijk toegenomen.

Multinationals zijn onderhevig aan de krachten van de naar monetair rendement hongerende aandeelhouders. Uiteindelijk gaat het om geld, en niets meer dan geld. Sijbesma is goed doordrongen van deze realiteit. Hij ging in zijn laatste maand als bestuursvoorzitter van DSM voor zijn aandeelhouders door de knieën door voor 1 miljard euro eigen aandelen in te kopen. Plannen voor investeringen in nieuwe duurzame producten liggen er kennelijk niet.

Alle mooie praatjes van goedwillende ceo’s ten spijt: financiële markten hebben geen prijs voor ethiek of moraal. Het gaat om geld verdienen en je aan de wet houden, zegt Marijn Dekkers, oud-president-commissaris van Unilever en voormalig Bayer-ceo in het boek van journalist Jeroen Smit over Paul Polman. Hoe wetten tot stand zijn gekomen en of ze überhaupt deugen – het doet er niet toe. Multinationale ondernemingen excelleren juist in het zoeken en vinden van de laagste wettelijke weerstand. Het liefst willen ze frictieloos belastingen ontwijken, hoge loonkosten vermijden en goedkope grondstoffen winnen.

Existentiële bedreiging

Ook Sijbesma is een regelmatige Davos-ganger. Het congresseren in de Zwitserse Alpen heeft hem goed gedaan, liet hij in het NRC-interview weten. ‘Om DSM goed te leiden moet ik constant mijn denkbeelden over de wereld aanscherpen. Davos heeft daarin veel voor mij betekend. Praten met regeringsleiders, met topeconomen als Joseph Stiglitz. Telkens mijn visie bijstellen en die vertalen in een strategie voor het bedrijf.’

Maar om kennis te maken met het gedachtegoed van Nobelprijswinnaar Stiglitz hoef je echt niet tienduizenden Zwitserse frank te betalen om het World Economic Forum te kunnen bezoeken. De mogelijkheid om boeken van deze econoom te kopen, bestaat al vele jaren. Zijn nieuwsteWinst voor iedereen: progressief kapitalisme in een tijd van onvrede – bevat talrijke inzichten die bij de nudgende Davos-elite zwaar op de maag zullen liggen.

...een formidabel internationaal netwerkplatform waar ongemakkelijke waarheden het liefst aan het oog worden onttrokken en beloften tot niets verplichten

‘Het systeem een beetje bijstellen zal niet voldoende zijn, daarvoor zijn we al te ver heen,’ schrijft Stiglitz onder andere. En: ‘Als er een grote discrepantie bestaat tussen maatschappelijke en private opbrengsten van een bepaalde activiteit, zal marktwerking uit zichzelf niet tot het gewenste resultaat leiden. Het voorbeeld bij uitstek hiervan betreft klimaatverandering. De wereldwijde kosten van de uitstoot van broeikasgassen zijn gigantisch – de opwarming van de aarde vormt een existentiële bedreiging – en staan in geen verhouding tot de kosten voor afzonderlijke bedrijven of zelfs landen. Alleen door regulering of door beprijzing van CO2-uitstoot zal een reductie bewerkstelligd kunnen worden.’

In Davos leeft echter al vele jaren het idee dat technologie een uitweg kan bieden en dat er in gezamenlijkheid oplossingen zijn te bedenken voor de huidige problemen, waarbij iedereen wint. In die geest heeft Klaus Schwab de afgelopen 49 jaar een formidabel internationaal netwerkplatform gecreëerd, waar daders publiek-private samenwerkingen kunnen initiëren en zichzelf onder veel bijval als forces for good kunnen presenteren, maar waar ongemakkelijke waarheden het liefst aan het oog worden onttrokken en beloften tot niets verplichten.

Dat is bij lange na niet genoeg. We leven in een tijd dat er snel meer nodig is dan een vruchteloos congresserende bovenklasse die maar niet wil begrijpen dat zijzelf het belangrijkste onderdeel van het probleem vormt.

Naschrift: delen van deze tekst werden eerder in de VARAgids gepubliceerd.

Eric Smit
Eric Smit
Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.
Gevolgd door 6119 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren