Van appelboer tot zorgmiljonair: hoe zorgorganisatie De Karmel het grote geld ontdekte

    Al maanden volgt Follow the Money zorgorganisatie De Karmel, waarvan de bestuurders mogelijk illegaal anderhalf miljoen euro aan winst uitkeerden. Na een speurtocht door de cijfers en langs betrokkenen, nu een uitgebreid tweeluik over een zorgbedrijf met vette reserves, dikke winsten, niet verantwoorde miljoenen en cliënten op wie bezuinigd wordt.

    In de eerste jaren van het nieuwe millennium ontdekken fruitboer Teun Kaptein en zijn vrouw Joke een nieuwe levensinvulling. Particuliere zorginstellingen voor jeugd en gehandicapten zijn in die periode in opkomst. Joke is werkzaam in de zorg en Teun redt het niet langer om zijn appelbedrijf draaiende te houden. De ondernemer ziet echter kansen in de piepjonge markt voor dagbesteding van verstandelijk gehandicapten. Bovendien is er veel behoefte aan zorg met verblijf voor deze doelgroep. Kleinschalige woonvormen waarin de lijnen kort zijn en de groepen klein, schieten overal in het land als paddestoelen uit de grond. Zo komt het dat het echtpaar Kaptein in 2005 ook in de woonzorg stapt. Als ware pioniers.

    Ze richten samen met compagnon Theo Oteman het bedrijf De Karmel op, religieus geïnspireerd en vernoemd naar de Rooms-Katholieke bedelorde die op de Israëlische berg Karmel gesticht werd. Al snel sluiten Teun en Joke Kaptein overeenkomsten met gezinsouders die voor De Karmel woonzorg gaan verlenen.

    De eerste is Hannie Hoefs, die op dat moment al jaren ervaring heeft met het runnen van een opvanghuis en dan sinds kort gevestigd is in een eigen pand in Oosterbeek. ‘Al snel kwam Teun ten tonele met de vraag of we met hun wilden samenwerken,’ vertelt Hoefs. ‘Wij waren niet geïnteresseerd. Teun heeft zich via allerlei mensen een half jaar lang aan ons opgedrongen om ons ervan te overtuigen dat we beter wél op zijn aanbiedingen konden ingaan. Uiteindelijk kwam Teun samen met Theo Oteman. Bij die man hadden we een beter onderbuikgevoel, dus zijn we overstag gegaan.' 

    ‘Alles was mogelijk’

    Ondanks de scepsis die tegenwoordig doorklinkt in de woorden van Hoefs, is De Karmel in die beginjaren volgens meerdere gezinsouders een bedrijf waar met veel idealisme en inzet samengewerkt wordt. Ouders van cliënten zijn in die tijd ook uitermate enthousiast over De Karmel en er ontstaan zelfs persoonlijke vriendschappen tussen sommigen van hen en de bestuurders.

    Ouders van cliënten zijn uitermate enthousiast en er ontstaan zelfs persoonlijke vriendschappen met de bestuurders

    'Informeel' is het sleutelwoord volgens die getuigenissen. 'Alles was mogelijk, en dat was een verademing nadat ons kind jaren in een grote instelling had gezeten,’ zegt een ouder van een cliënt. ‘De sfeer was amicaal. Je vroeg Teun om hulp en hij regelde het voor je,’ zegt  een van de gezinsouders. Maar over de ‘hulp’ van toen, denkt de gezinsouder inmiddels anders: ‘De afgelopen jaren is ons duidelijk geworden dat dit gunsten waren die volledig afhingen van een kritiekloze houding van ons, en van de nukken van Teun en Joke.’

    Wat is er gebeurd met dat oorspronkelijk kleine en sympathieke zorgbedrijfje in het Gelderse Angeren? Hoe kon de amicale sfeer uit de begintijd in de loop der jaren omslaan in een bittere juridische strijd die leidde tot het vertrek van vier van de twaalf gezinsouderparen? Het huidige beeld van De Karmel is allesbehalve sympathiek: een lucratieve melkkoe met vette reserves waaruit in de afgelopen jaren tonnen aan vastgoedwaarde op onverklaarbare — of in elk geval onverklaarde — wijze verdwenen, anderhalf miljoen euro aan winst werd uitgekeerd en van nog eens miljoenen euro's onduidelijk is waar ze aan zijn uitgegeven.

    Geen geld voor boodschappen

    Het verhaal lijkt te beginnen bij de basisvoorwaarden die De Karmel schept om zaken te doen met gezinsouders. Die worden zelfstandige ondernemers die als onderaannemer voor De Karmel alle woonzorg voor de licht verstandelijk gehandicapten gaan leveren. Daarvoor ontvangen ze jarenlang een standaardbedrag, 2000 euro per cliënt per maand, onafhankelijk van de zwaarte van de zorg. Voor een ‘makkelijke’ cliënt, waarvoor de Karmel een laag budget per jaar krijgt en waar de ouders minder tijd aan kwijt zijn, wordt dus net zo veel doorbetaald als voor de zwaarste gevallen, waar de gezinsouders vaak veel meer tijd en energie in moeten steken en waarvoor De Karmel van het zorgekantoor veel meer geld ontvangt — soms wel dubbel zo veel.

    "De afgelopen jaren is ons duidelijk geworden dat dit gunsten waren die volledig afhingen van een kritiekloze houding van ons, en van de nukken van Teun en Joke’"

    De Karmel regelt in alle gevallen de aankoop van het huis waar de gezinsouders in komen. Veel van de gezinshuizen van De Karmel zijn privé-eigendom dat de familie Kaptein over de laatste tien jaar heeft vergaard; volgens het kadaster geldt dat op dit moment voor zeven gezinshuizen. Andere panden zijn in handen van derden, soms vrienden van de familie Kaptein. Aan huur vragen de Kapteins gemiddeld 60.000 euro per jaar of 5000 euro per maand. Een flink bedrag, maar de huizen zijn wel geschikt voor de functie van gezinshuis waar meerdere cliënten in gehuisvest kunnen worden. Het zijn echter de gezinsouders die moeten opdraaien voor de verbouwingskosten van deze panden, betaald uit een persoonlijke lening. Het echtpaar Kaptein, en in sommige gevallen De Karmel als bedrijf, leent geld uit aan gezinsouders en ontvangt die lening naast de huur ook weer terug. De bedragen liggen rond of boven de 100.000 euro, in één geval zelfs op 170.000 euro. Daarmee zitten de ouders ook privé vast aan de bestuurders van De Karmel. Het echtpaar Kaptein is hun enige opdrachtgever, verhuurder en schuldeiser tegelijk.

    Hannie Hoefs ziet dat al vanaf het begin niet zitten. ‘Uiteindelijk hebben Teun en Joke meerdere pogingen gedaan om mij ook in de regio van Angeren te laten huisvesten. Daar ben ik niet op ingegaan, omdat ik van Teun moest tekenen voor een financiële lening die via hem zou worden vertrekt.’ Andere gezinsouders tekenden echter wel, en kregen later spijt. Een gezinsouder van het eerste uur: ‘Achteraf kan ik me wel voor mijn kop slaan dat we hierin zijn meegegaan. Destijds moest alles haastig geregeld worden, aan de keukentafel het liefst. We hebben vragen gesteld aan de accountant, en zelfs nog gevraagd of hij als accountant van De Karmel ook wel in staat was om naar onze belangen te kijken, maar die bezwoer ons dat dit een prima regeling voor beide partijen zou zijn.’

    Als een aantal gezinsouders met elkaar gaat praten, blijkt dat iedereen met dezelfde moeilijkheden kampt

    Dat dit in de praktijk anders uitpakt, wordt sommige ouders pijnlijk duidelijk op het moment dat ze de boodschappen niet meer kunnen betalen en bij De Karmel om hulp moeten vragen om voedsel voor hun cliënten te kunnen kopen. ‘Je schaamt je dat je niet rond kan komen van een bedrag waar anderen het blijkbaar wel van kunnen. Zo leek het althans.’ Maar als een aantal van de gezinsouders uiteindelijk met elkaar gaat praten, blijkt dat iedereen met dezelfde moeilijkheden kampt.

    Hand op de knip

    Die problemen beperken zich niet tot de financiën van de gezinsouders. Buiten het wonen om, wordt alle zorg voor cliënten in principe afgenomen bij De Karmel. Clienten gaan verplicht naar de dagbesteding van De Karmel, en ouders moeten er — in theorie — ook aankloppen voor benodigde behandelingen. Maar dat loopt niet altijd even soepel.  

    De houding van het bedrijf omtrent de zorg voor de licht verstandelijk gehandicapte cliënten lijkt erop gericht om zo zuinig mogelijk om te gaan met behandelgelden. In principe een verstandige bedrijfsvoering, die volgens verklaringen uit het juridische dossier echter in de praktijk uitmondt in situaties waarin cliënten broodnodige behandeling onthouden wordt. Zo staat in een van de klachten vanuit de gezinshuizen die ingebracht is in de rechtszaak te lezen:

    Tijdens de laatste jaren is het verschillende malen gebeurd dat een indicatie van een cliënt opgehoogd is omdat dit passender is bij de cliënt en diens (toegenomen) zorgvraag. In een geval werd dit gedaan (..) en wordt dit ook gefaciliteerd vanuit de BV. In alle andere gevallen heeft het niet geleid tot meer financiële middelen ten behoeve van begeleiding of behandeling voor de betreffende cliënt.

    Verschillende bronnen bevestigen het beeld van de Kapteins als bestuurders die graag de hand op de knip houden als het om behandelgelden gaat. Eén van hen is Johan de Boer, voormalig manager zorg voor De Karmel. Hij heeft er geen probleem mee om met naam en toenaam genoemd te worden. De Boer: ‘Het was altijd een uitdaging om het bestuur te overtuigen van noodzakelijke behandelingen voor cliënten. Teun bemoeide zich werkelijk overal mee. Je moest van goede huize komen om hem te overtuigen, maar ik kon me wel handhaven.’ Dat is te danken aan de ruime ervaring die De Boer op dat moment al heeft, zegt hij. ‘Ik was hem op zorggebied door mijn achtergrond de baas. Ik had er meer verstand van, dus ik kon dingen doordrukken. Dat moest ook wel.’ Met name als er inkomsten op het spel stonden was het lastig, weet De Boer nog. ‘Vooral doorplaatsingen naar zelfstandig wonen, dat cliënten weer uitstroomden, dat was altijd strijd. Teun moest dat echt heel goed uitgelegd krijgen. Hij dacht alleen maar aan de inkomsten die daarmee verloren gingen.’

    ‘Vooral doorplaatsingen naar zelfstandig wonen, dat cliënten weer uitstroomden, dat was altijd strijd’

    De documentatie die voor de rechtszaak is gebruikt, laat bovendien een bij vlagen grimmig plaatje zien. Cliënten krijgen niet de noodzakelijke behandeling van het team van De Karmel en moeten door de huisarts doorverwezen worden naar andere zorgverleners. Of het bestuur zwicht pas na maanden van vragen, aandringen en uiteindelijk zware druk zetten, terwijl bij het zorgkantoor al wel extra behandelgeld is aangevraagd. Bewoners met zware problematiek als psychotisch gedrag en zelfmoordneigingen komen zonder extra begeleiding of middelen op het bordje van gezinsouders te liggen, die zelf niet de opleiding en ervaring hebben om met de zware doelgroep te werken. Daar plaatsen ook andere zorgverleners vraagtekens bij, staat te lezen in een van de verklaringen:

    De huisarts heeft een doorverwijzing gegeven naar eerste of tweedelijns GGZ en vroeg zich hardop af hoe het kan dat (client X) binnen een setting zoals wij die aanbieden, was terecht gekomen.

    De Boer is geen lange carrière beschoren bij De Karmel en zijn vertrek ervaart hij als uitermate vervelend. ‘Op een zonnige ochtend in 2014 werd ik er zonder enige aankondiging uitgeknikkerd. Om kwart over acht was ik op mijn werk, we hadden nog gebak die ochtend vanwege een festiviteit. Om tien voor negen stond ik weer buiten, zonder baan. Daar heb ik nog lang last van gehad.’

    Afgevoerd

    De Boer is niet de eerste die een naar gevoel overhoudt aan de breuk met het bedrijf van het echtpaar Kaptein. In de ruim tien jaar die De Karmel nu oud is, zijn meerdere gezinsouders bij de organisatie vertrokken. Hannie Hoefs is de enige die daarover aan Follow the Money haar verhaal doet. Het was geen harmonieus afscheid: ‘De samenwerking met De Karmel en mij ging steeds moeizamer. Mijn mening, die duidelijk afweek van de mening van Teun en Joke, werd ook niet op prijs gesteld. Daarom hebben ze al onze bewoners van de ene op de andere dag bij ons weggehaald.’

    De verstandelijk gehandicapte bewoners van Hoefs huis die naar de dagbesteding van de Karmel gaan, worden niet meer thuisgebracht, maar krijgen eenvoudigweg te horen dat ze vanaf dat moment in een andere groep komen te wonen. Volgens een andere bron die anoniem wil blijven en heeft gewerkt binnen De Karmel, was dat een traumatische gebeurtenis voor de kwetsbare doelgroep. Ook bij Hoefs klinkt de verontwaardiging over de ruwe scheiding van haar bewoners nog steeds door. ‘Eén bewoner met Asperger was in het gezinshuis, die hebben ze vlug mee genomen met de mededeling dat wij ermee stopten. Een andere bewoner werkte op een boerderij, al voordat we bij de Karmel kwamen, en die werd daar lompweg weggehaald. De begeleider van de dagbesteding belde mij ongerust op om te vragen of wij enig idee hadden waar hij kon zijn, ook omdat zijn fiets nog op de dagbesteding was achtergebleven. Zonder iemand op de hoogte te stellen, hadden ze hem meegenomen en in de auto afgevoerd.’

    Terminale fase

    Het meest schrijnend uit verklaringen in het dossier van de advocaat, is het geval van een cliënt die ongeneeslijk ziek wordt en de wens heeft om in het gezinshuis te blijven tot zijn overlijden. In augustus 2014 trekken de gezinsouders aan de bel bij het bestuur, zo staat te lezen. Er moet met het zorgkantoor afgesproken worden dat er in de terminale fase extra geld voor de verzorging beschikbaar komt, maar als de client echt in december 2014 terminaal wordt, moeten de gezinsouders het in de praktijk zelf oplossen. Pas half januari komt er na veel aandringen meer geld beschikbaar voor de gezinsouders om de zware stervensbegeleiding mogelijk te maken naast de zorg voor hun andere cliënten.

    De Karmel wil het financiële risico van intensieve thuiszorg voor een stervende cliënt niet dragen en dekt zich dus in

    Wij hebben na veel nare mailwisselingen voor elkaar gekregen meer middelen te ontvangen voor begeleiding (…) Dit omdat meneer dag en nacht een op een begeleiding nodig had en we de andere bewoners ook moesten begeleiden en ondersteunen. 

    Maar dan moeten de gezinsouders ook zelf maar de kosten van de thuiszorg betalen, vindt de directie van De Karmel.

    Joke Kaptein zegt telefonisch: dan kan je zelf kiezen of jij hem wast of iemand anders. 

    Het financiële risico is de gezinsouders, die inmiddels op hun tandvlees lopen en zelf geen reserves hebben, te groot. De Karmel — met een reserve die in 2014 ruim 1,4 miljoen euro groot is en die dat jaar een winst maakt van ruim 6 ton of bijna 10 procent van de omzet — wil dat financiële risico van intensieve thuiszorg voor een stervende cliënt ook niet dragen en dekt zich dus in.

    De gedragswetenschapper krijgt vervolgens de opdracht een stuk te schrijven waarin staat dat als meneer meer dan 3 uur thuiszorg nodig heeft, hij weg moet bij ons en naar een hospice moet.

    Ondanks het gebrek aan hulp, redden de gezinsouders het om de client tot zijn overlijden in het huis te houden.

    Meneer is (…) uiteindelijk heel vredig in zijn eigen thuis overleden. We belden de directie. De verbinding viel weg en ze hebben nooit meer teruggebeld.

    Dat de zuinigheid van het bestuursechtpaar Teun en Joke Kaptein niet is ingegeven door armoede, zal blijken in het afsluitende deel van dit tweeluik, dat morgen verschijnt.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Eelke van Ark

    Gevolgd door 1051 leden

    Eelke vond vanuit de Achterhoek de weg naar Follow the Money. Ze heeft zich vastgebeten in het Nederlandse zorgstelsel.

    Volg Eelke van Ark
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren