Van bezuinigingen en ontslagen gaat de economie niet groeien

    Een economie gaat niet groeien louter door er geld in te pompen. Als de burger bang is zijn baan én zijn uitkering te verliezen, blijft de knip dicht. Mag het wat minder neo-liberaal? vragen gastauteurs Rochus van der Weg en Rens Knegt. Zonder vertrouwen in de toekomst komt er geen bloeiend bedrijfsleven.

    In Het Financieele Dagblad van 2 mei betogen de hoogleraren Eijfinger en Van Wensveen: ‘ECB ondermijnt financiële stabiliteit van Europa met overbodig opkoopprogramma’. Zij slagen er met bekende argumenten in de risico’s verbonden aan de gigantische monetaire verruiming uiteen te zetten. Zij laten na om aan te geven waarom dit ECB beleid niet alleen riskant maar ook zinloos is. De oorzaak daarvan is een ontoereikend maatschappelijk toekomstperspectief, waardoor de marktvraag stagneert en groei een illusie is.

    Geen groei zonder vertrouwen

    Het ECB-beleid heeft als gunstig effect dat de euro in waarde vermindert, waardoor de concurrentiepositie van de EU op exportmarkten tijdelijk verbetert. Wanneer de rente omlaag gaat, neemt de bereidheid om te investeren en te consumeren toe en stijgen ook de koersen van Europese aandelen. De koers-winst verhoudingen zijn – volgens beide hoogleraren – al verhoogd tot de ‘rand van een flinke koerscorrectie’. De enorme monetaire verruiming leidt tot bellenblazerij op deelmarkten van aandelen en obligaties en niet tot een structureel hogere economische groei.
    De enorme monetaire verruiming leidt tot bellenblazerij op deelmarkten van aandelen en obligaties en niet tot een structureel hogere economische groei
    De essentie is dat de ECB de reden van de stagnerende groei niet adresseert. Die is dat de inwoners van Europa teveel onzekerheden kennen en te weinig vertrouwen hebben in de toekomst. Zonder vertrouwen consumeert de consument en investeert een bedrijf onvoldoende, waardoor groei een illusie blijft en monetaire verruiming riskant en zinloos is.

    Geopolitieke onzekerheid

    Na de val van Berlijnse muur in 1989 hebben de Westerse landen de Koude Oorlog ten einde verklaard. In het Westen overheerste de notie dat de Westerse democratische en kapitalistische waarden hun universele geldigheid hadden bewezen; de Koude oorlog was gewonnen. Het einde van een tijdperk van historische betekenis was nabij, dacht men. Een naïeve arrogantie, die zijn bevestiging vond in het in 1989 gepubliceerde essay van Francis Fukuyama: The end of history? Nu, na 25 jaar, weten we beter. De Westerse landen hebben na 1989 met hun expansionistische Ost-Politik Rusland voldoende argumenten in handen gegeven om agressie tegen andere landen in de regio uit te lokken. De voorbij gewaande oost-west animositeit leeft weer op. De democratische ontwikkelingen in de islamitische wereld zijn vastgelopen in een mensonterende chaos, waarin nieuwe extremistische bewegingen hun plaats hebben veroverd. Ontheemde vluchtelingen zoeken krampachtig hun heil en toekomst in de EU. De Europeanen voelen zich economisch, militair en maatschappelijk bedreigd. Geen klimaat voor ontluikende groei.

    Verzorgingsstaat erodeert

    Een tweede oorzaak van neerwaartse druk op de economische groei is de geleidelijke erosie van de verzorgingsstaat, zowel in landen met het Rijnlandse model als ook in landen die het Angelsaksische model hebben gevolgd. Uit de hand gelopen collectieve uitgaven en de gevolgen van de bankencrisis voor de belastingbetaler – de consument –, dwingen EU-lidstaten tot bezuinigingen, die een structureel effect hebben op de bestedingen. De voorzieningen zijn minder en zullen verder teruggaan. De erosie van de verzorgingsstaat schept ook onzekerheden bij jongere generaties. De neiging tot 'sparen voor later' neemt toe en dat drukt de groei op dit moment. De spaarquote is in Nederland dan ook behoorlijk opgelopen: Een aanwijzing daarvoor is het enorme overschot op de betalingsbalans.

    Onzekere arbeidsmarkt

    De ontwikkeling van de arbeidsmarkt is ook een bron van onzekerheid. Daar liggen twee trends aan ten grondslag. De ontwikkeling van internet, de robotisering, de sanering van de bancaire en andere zakelijke dienstverlening geven geen aanleiding tot enig optimisme over een groei van de werkgelegenheid, vooral niet in het MBO-segment. We zien dat de werkloosheid blijft hangen rond de 650.000 personen. In andere EU landen is evenmin sprake van een substantiële daling van de werkloosheid. Daarnaast is de transitie naar een flexibele arbeidsmarkt – met inmiddels tegen 900.000 zzp’ers – een bron van onzekerheid.
    Zonder vertrouwen zal de bereidheid om te consumeren en investeren gering zijn en de vraag – en dus de groei – niet van de grond komen
    Voor deze groep is er sprake van discontinuïteit in het beschikbare werk. Ook dat ondermijnt het vertrouwen. Zonder vertrouwen zal de bereidheid om te consumeren en investeren gering zijn en de vraag – en dus de groei – niet van de grond komen.

    Stimuleer de vraag

    De vorige directeur van het Centraal Planbureau, Coen Teulings, heeft bij herhaling betoogd dat het zeer straffe bezuinigingsbeleid na 2010 in Nederland en in andere landen van Noordwest Europa heeft bijgedragen aan de sterk afgezwakte vraag. Samen met de hiervoor genoemde structurele factoren heeft dit zeker in ons land geleid tot een veel te bescheiden groei. De oplossing daarvan ligt niet in de ‘monetaire verruiming-bazooka’ van de ECB. De overheidsfinanciën in een aantal landen bieden ruimte voor zinvolle investeringen in bijvoorbeeld infrastructuur. Die ruimte moet worden benut. Dat is zinvoller dan het aanzetten van de geldpers. Ook het IMF stelt in haar recent gepubliceerde Economic Outlook dat het essentieel is de effectieve vraag te stimuleren Het versterken van de aanbodzijde door ondersteuning van innovatie helpt de technologische ontwikkeling, maar het is geen garantie voor economische groei. Vertrouwen in de individuele en maatschappelijke toekomst is een noodzakelijke voorwaarde. Geopolitieke ontwikkelingen zijn nauwelijks te beïnvloeden door nationale overheden. Zeker niet door een klein land als Nederland. Maar daar staat tegenover dat de afbouw van de verzorgingsstaat en het flexibiliseren van de arbeidsmarkt op een minder neoliberale manier zou kunnen plaatsvinden dan in Nederland is gebeurd en nog gebeurt. Het is de taak van overheden om de vraag te stimuleren door meer toekomstperspectief te bieden. Zo niet dan blijft economische groei een luchtkasteel. Rens Knegt & Rochus van der Weg

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Rochus van der Weg

    Rochus van der Weg heeft systeemtheorie gestudeerd in Groningen en in Toulouse en is vervolgens 20 jaar werkzaam geweest bij...

    Volg Rochus van der Weg
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren