© ANP Xtra / Lex van Lieshout

Miljardairsfamilie Van der Vorm koopt huizen voor Syriërs (en jij betaalt mee)

    De miljardairsfamilie Van der Vorm heeft via een stichting 200 Rotterdamse woningen gekocht. Daarin wonen uitsluitend Syriërs met een verblijfsvergunning. Een goededoelenstichting die 20 miljoen investeert in woningen: is dat louter weldoenerij of een slimme, fiscaal gesubsidieerde belegging?

    Wist u dat de op één na rijkste familie van Nederland in feite haar eigen woningcorporatie heeft? Onder de naam Stichting Nieuw Thuis Rotterdam (SNTR) runt de Rotterdamse familie Van der Vorm een sociaal verhuurbedrijf met 200 woningen.

    De woningen zijn uitsluitend bedoeld voor Syriërs met een verblijfsvergunning, en net als ‘echte’ woningcorporaties moet de stichting verhuurdersheffing betalen. Bij de woning horen taal- en inburgeringslessen, die worden gegeven door organisaties die door SNTR zijn geselecteerd. De Syriërs hebben daarmee een dak boven hun hoofd.

    Maar waarom stopt een goededoelenstichting minimaal 20 miljoen euro in een activiteit die in heel Nederland wordt vervuld door de gemeenten in samenwerking met de corporaties? Waarom komen alleen Syriërs voor zo’n woning in aanmerking? En welke rol speelt de familie Van der Vorm zelf?

    Statushouders

    Één verklaring voor het feit dat een externe partij inspringt bij de huisvesting van vergunninghouders, zou zijn als Rotterdam een nijpend tekort aan sociale woningen zou hebben. Het tegendeel blijkt echter waar. In de woonvisie tot 2030 van de zittende coalitie — bestaande uit Leefbaar Rotterdam, CDA en D66 — staat zelfs dat er 20.000 sociale woningen moeten verdwijnen.

    "De stroom asielzoekers blijkt voor Rotterdam geen reden om minder sociale woningen te slopen"

    Wat veranderde er? Welnu: in 2015, als de gemeente al volop bezig is met het opstellen van een woonvisie, komt er via Turkije een enorme vluchtelingenstroom uit de door ISIS bezette gebieden op gang. Ook Nederland krijgt ermee te maken: de asielzoekerscentra lopen vol. Een deel van die vluchtelingen krijgt geleidelijk aan de status van vergunninghouder en moet definitief worden gehuisvest.

    Alle gemeenten in Nederland krijgen een contingent vergunninghouders toegewezen; Rotterdam moet er volgens de informatie van de gemeente 1500 huisvesten. Voor een stad die beweert veel te veel sociale woningen te hebben, zou dat geen al te groot probleem mogen zijn. Ook de door woningnood geplaagde steden Amsterdam en Utrecht weten immers op eigen kracht alle vergunninghouders te huisvesten. De stroom asielzoekers blijkt voor de gemeente Rotterdam daarnaast ook geen reden om het aantal te slopen sociale woningen naar beneden bij te stellen.

    Maar dan gebeurt er iets interessants: vertegenwoordigers van Stichting De Verre Bergen, een goededoelenstichting met de status van Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) die eigendom is van de familie Van der Vorm, maken eind 2015 een afspraak met Ronald Schneinder, wethouder van Stedelijke Ontwikkeling en Integratie. De stichting wil in maatschappelijke behoeften van Rotterdam en de Rotterdammers voorzien; de vertegenwoordigers presenteren bij de wethouder het plan om 200 woningen te kopen op de vrije markt en daar Syrische vergunninghouders in te huisvesten. 

    Let wel: uitsluitend Syriërs. Dus geen Irakezen, Iraniërs of Somaliërs. Ook wil De Verre Bergen aan de bewoners van die woningen een inburgerings- en taalprogramma aanbieden, dat zou worden uitgevoerd door Delken&Boot en Top Taal. De leraren van deze bedrijven worden door De Verre Bergen beter in staat geacht om persoonlijke aandacht en begeleiding te geven dan hun collega’s bij de cursussen die via de gemeente worden aangeboden.

    Je kunt je afvragen of Schneider niet de wet gelijke behandeling overtrad

    Wethouder Schneider gaat akkoord met het plan: op 20 december 2015 tekenen de partijen een overeenkomst. En zo krijgt Schneider in feite 200 extra gereguleerde woningen in zijn gemeente — gratis en voor niets. Het enige wat de gemeente Rotterdam hoeft te doen, is de 2370 euro die de Rijksoverheid per statushouder overmaakt door te sluizen naar De Verre Bergen.

    De gemeente en de stichting spreken af dat Syrische vergunninghouders zelf mogen kiezen tussen een reguliere corporatiewoning en een woning van de stichting. Ook is de wethouder blijkbaar bereid om mee te werken aan het plan om alleen Syriërs te selecteren voor het project, hetgeen via het Intakeloket Ondersteuning Statushouders gebeurt.

    Je kunt je afvragen of Schneider daarmee niet de wet gelijke behandeling overtrad. Volgens Artikel 1 van deze wet is het immers niet toegestaan om bij de behandeling van een persoon onderscheid te maken op grond van ‘godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homosexuele gerichtheid of burgerlijke staat.’ Bij navraag bij de gemeente blijkt dat niemand daarbij heeft stilgestaan en dat ook niemand heeft geprotesteerd.

    Hoge verwachtingen

    Voor het project met de Syriërs richt De Verre Bergen in april 2016 een aparte dochterstichting op: Stichting Nieuw Thuis Rotterdam (SNTR). Roelof Prins, de directeur van De Verre Bergen, wordt voorzitter van het bestuur; Sayida Goedhoop, programmamanager van De Verre Bergen, krijgt de functie van programmadirecteur toegewezen. Het geld dat SNTR nodig heeft, wordt ingebracht door De Verre Bergen, maar de woningen zijn formeel eigendom van SNTR.

    Al met al oogt SNTR als een sympathiek initiatief

    De Syriërs betalen gewoon een sociale huur aan SNTR. Ze ontvangen bijstand, huurtoeslag en de andere toeslagen en leningen die bij hun status horen. Daarin verschillen ze dus niet van hun landgenoten die via de gemeente in een corporatiewoning zijn geplaatst.

    Samengevat komt het erop neer dat er sinds april 2016 in Rotterdam een stichting actief is die in grote lijnen hetzelfde doet als de gemeente en de corporaties: het huisvesten van vergunninghouders en assisteren bij inburgering en taalverwerving. Het inburgeringstraject en de taallessen worden uitbesteed door SNTR, maar de stichting houdt wel de kwaliteit in de gaten.  

    Niet alleen SNTR heeft hoge verwachtingen van haar aanpak op het gebied inburgering en beheersing van de taal: ook de gemeente verwacht dat er interessante nieuwe inzichten uit de aanpak van van SNTR komen. Sinds 2013 is landelijk maar 33 procent van de asielzoekers geslaagd voor het inburgeringsexamen. Omdat de deelnemers die via de door SNTR geselecteerde partijen hun cursussen volgen allemaal Syrisch zijn, is de verwachting dat de leraren door de eenheid in taal en cultuur effectiever les kunnen geven. Ook wordt er volgens de organisatie intensiever en meer persoonsgericht gewerkt en is er begeleiding naar de arbeidsmarkt.

    Al met al oogt SNTR als een sympathiek initiatief. Je kunt je echter afvragen of het nodig is om 200 woningen te kopen als je denkt betere taal- en inburgeringscursussen te kunnen geven. Je kunt dan immers ook een groot trainingscentrum opzetten, waar ook andere vergunninghouders van kunnen profiteren. Waar de toegevoegde waarde van de woningen voor de statushouders hem precies in zit, is vooralsnog onduidelijk.

    "Waar heeft SNTR die 200 woningen eigenlijk vandaan gehaald?"

    Politieke keuze

    Wanneer FTM aan SNTR vraagt wat het nut is van het kopen van de 200 woningen, legt woordvoerder Katja Meertens uit dat die 20.000 sociale woningen waar de gemeente vanaf wil, helemaal niet duiden op een overschot binnen de stad. Het is volgens haar een puur politieke keuze geweest om de woningen geleidelijk aan het bestand te onttrekken. Ook zijn er volgens Meertens nog steeds lange wachtlijsten in Rotterdam. Zo bezien helpt het initiatief van SNTR met het verlichten van de druk op de sociale huursector.

    De woordvoerder van Robert Simons, de huidige wethouder van Stedelijke Ontwikkeling en Integratie, onderschrijft deze analyse niet. Hij benadrukt dat als je actief gaat zoeken, je vrij snel een sociale woning vindt in Rotterdam. ‘Het wordt alleen wel lastiger als je je zinnen hebt gezet op dat ene leuke straatje in die ene wijk.’

    Wat beiden buiten beschouwing laten, is dat je natuurlijk woningen kunt kopen op de vrije markt om die gereguleerd te maken, maar dat er ook een grote schaarste is aan koopwoningen tussen de 100.000 en 130.000 euro. Dat is een segment waar veel starters op aangewezen zijn. Een snelle check op Funda laat zien dat er in Rotterdam op 10 februari 2018 slechts 41 woningen te koop stonden in die categorie.

    En waar heeft SNTR die 200 woningen eigenlijk vandaan gehaald? De stichting laat weten dat ze gewoon op de vrije markt zijn gekocht. Het grootste deel stond op Funda, een ander deel werd direct aangeboden door overwegend particuliere eigenaren. Hoe vaak er woningen buiten het makelaarskanaal om zijn verworven, is niet bijgehouden.

    Per saldo is er geen pijn verlicht op de Rotterdamse woningmarkt

    Om de markt niet al te erg te verstoren, concentreerde SNTR zich aanvankelijk op woningen die langer dan een halfjaar te koop stonden en rond de 100.000 euro kostten. Die waren er in 2016 nog volop in Rotterdam: sommige aangekochte woningen stonden volgens SNTR zelfs al vijf jaar te koop. De prijzen waren daardoor dan ook vaak lager dan 100.000 euro.

    In mei 2017 werd de 200e woning gekocht. In feite zijn er in die tijd dus 200 woningen overgeheveld van het ene segment dat kampt met schaarste, namelijk de goedkope koopwoningen, naar een ander segment met schaarste te maken heeft. Per saldo is er zodoende geen pijn verlicht op de Rotterdamse woningmarkt: de krapte is alleen verschoven. Het is zelfs waarschijnlijk dat de prijzen in het segment rond de 100.000 euro ook nog eens extra zijn gestegen, doordat er plots een geïnteresseerde partij met hele diepe zakken de markt op kwam.

    Timing

    200 woningen, voor gemiddeld 100.000 euro per woning: we hebben het hier over een investering van zo’n 20 miljoen euro. Dat is een fors bedrag in de goededoelensector. Ter vergelijking: een organisatie als Stichting Alzheimer Nederland krijgt dat in een heel jaar binnen via donaties, erfenissen en collectes.

    De aankoop van die 200 woningen is moeilijk los te zien van de achtergrond van Martijn van der Vorm, de voorzitter van stichting De Verre Bergen. Hij is immers de voormalige topman van HAL Investments en neemt de belangen van de familie Van der Vorm waar en heeft ruime ervaring als belegger en investeerder.

    Ook Roelof Prins, directeur van De Verre Bergen, heeft een verleden als belegger. Hij werkte voor zowel HAL Investments als voor de Nederlandse Participatie Maatschappij. 

    Voor de duidelijkheid: dit zijn mannen die gewend zijn om met geld, meer geld te genereren

    Voor de duidelijkheid: dit zijn mannen die gewend zijn om met geld, meer geld te genereren. Als je die aan het roer zet van een goededoelenstichting, is het niet zo vreemd dat ze het anders aanpakken dan iemand die zijn hele volwassen leven voor maatschappelijke organisaties heeft gewerkt. Ze zijn gewend om op het juiste moment de juiste financiële beslissing te nemen.

    Die ervaring kan ook een goededoelenclub van pas komen. Neem de timing van de aankopen van de 200 woningen: die was uitstekend. De gemiddelde prijs van een appartement in Rotterdam bedroeg in het tweede kwartaal van 2016 iets meer dan 165.000 euro. Eind 2017 was dat gestegen tot boven de 200.000 euro. De Rotterdamse koopmarkt treedt daarmee in de voetsporen van de markten in Amsterdam en Utrecht.

    Van belang is verder nog dat De Verre Bergen en SNTR allebei ANBI-stichtingen zijn. Een ANBI (voor Algemeen Nut Beogende Instelling) is altijd een instelling met een maatschappelijke doelstelling en heeft geen winstoogmerk. De stichting ontleent ook fiscale voordelen aan de ANBI-status: een donateur die aan een ANBI-stichting schenkt, creëert een fiscale aftrekpost. Vanuit de familie Van der Vorm bekeken verhoogt dat belastingvoordeel het ‘rendement’ op het geschonken bedrag. De overheid – de belastingbetaler dus – betaalt immers mee.

    Onafhankelijk

    Aan dat belastingvoordeel stelt de fiscus wel een belangrijke voorwaarde: er moet een onafhankelijk bestuur zijn. Mensen die een familierelatie hebben, mogen binnen een ANBI geen meerderheid vormen binnen het bestuur. Ook mag geen van de bestuursleden beschikkingsmacht hebben over het vermogen van de ANBI.

    43 duizend ANBI’s, 40 controleurs

    De ANBI-constructie maakt het mogelijk om giften af te trekken voor de belasting. De belasting op schenkingen is niet van toepassing; ook de erfbelasting vervalt. Daarmee laat de Nederlandse overheid jaarlijks een half miljard aan belastinginkomsten lopen.

    Maar de ANBI blijkt fraudegevoelig. Zo kwam de Belastingdienst in 2017 bij minstens negen Islamitische ANBI’s verdachte donaties tegen; ook bij de christelijke geloofsgemeenschap de Noorse broeders was iets dergelijks aan de hand. Er zijn in Nederland 43.000 ANBI’s, en maar 40 controleurs. Controle op de regeling is daarmee verre van sluitend. Bij veel ANBI-stichtingen kun je je afvragen of de weldoenerij in werkelijkheid niet een vorm van fiscaal gesponsored hobbyïsme is.

    De recente ophef over de ANBI van de Foundation van Joop en Janine Van den Ende laat zien waartoe dit kan leiden. Onderzoek van De Groene Amsterdammer, Investico en radioprogramma Argos toonde aan dat dat 65 procent van het geld dat de Van den Ende Foundation tussen 2009 en 2016 wegschonk, op de één of andere manier het concern, leden van de familie Van den Ende of zakenpartners ten goede kwam. Zelfs de hypotheek van het DeLaMar Theater in Amsterdam — een belangrijk podium voor Van den Endes musicalbedrijf — wordt door de VandenEnde Foundation betaald.

    Lees verder Inklappen

    Bij de Verre Bergen zitten Martijn van der Vorm (voorzitter) en Carel Ole van der Vorm (Penningmeester) in het bestuur. De andere twee bestuursleden zijn de voormalig PvdA-politicus Paul Kalma en de in bedrijfstransacties gespecialiseerde notaris Frans Rosendaal. Wat de relatie tussen deze laatste twee en de familie Van der Vorm is, is niet te achterhalen, maar de familie heeft hoe dan ook een sterke positie binnen het bestuur.

    Dochterstichting SNTR heeft een bestuur met Verre Bergen-directeur Roelof Prins als voorzitter. Penningmeester is de voormalig Verre Bergen-programmamanager Marte van Oort; de voormalig HAL Investment-directeur Frank van der Vis is secretaris. Stuk voor stuk mensen die een stevige band met de machtige familie en hun organisaties.

    Idealiter zou je bij een ANBI-stichting een geheel onafhankelijk bestuur willen: de belastingbetaler betaalt via belastingaftrek van de donateurs immers mee aan de goede doelen. Een onafhankelijk bestuur waarborgt beter dat er met het geld van de stichting geen zakelijke belangen van de donateurs worden gediend. De fiscus betaalt via een aftrekregeling immers mee. Het artikel dat De Groene Amsterdammer onlangs publiceerde over de verstrengeling van Joop van den Endes goededoelen-ANBI en de zakelijke belangen van de familie Van den Ende, heeft de boel op scherp gezet. We hebben overigens geen aanwijzing dat er bij SNTR sprake is van eenzelfde constructie als bij de stichtingen van Van den Ende. 

    Doorsluizen 

    Het Syriërs-project heeft een looptijd van tussen de vier en zes jaar. Daarna mogen de bewoners voor onbepaalde tijd in hun woning blijven wonen tegen een sociale huur. De ervaring leert dat er elk jaar wel enkele gezinnen verhuizen; er bestaan bij SNTR geen plannen voor leegkomende woningen als het project is afgelopen. De stichting heeft in ieder geval niet vastgelegd dat ze tot in lengte van dagen voor asielzoekers gereserveerd moeten blijven. 

    "Het ligt voor de hand dat de woningen uiteindelijk weer bij De Verre Bergen terechtkomen"

    Het staat SNTR dus vrij om de leeggekomen woningen met winst te verkopen. Nu mag vermogen dat uit een ANBI wordt gehaald alleen ten goede komen aan een andere stichting die beschikt over een ANBI-status. De familie Van der Vorm kan dus nooit zelf direct profiteren van de waardestijging van de woningen door deze weer uit de stichting te halen en te verkopen.

    Aangezien SNTR sowieso een tijdelijk project is, ligt het voor de hand dat de woningen (of hun opbrengst) uiteindelijk weer bij De Verre Bergen terecht komen. Door de woningen geleidelijk te verkopen, kan de investering zodoende nog jarenlang extra geld opleveren voor de andere Rotterdamse maatschappelijke doelen waar De Verre Bergen zich voor inzet. De familie Van der Vorm heeft dus in zekere zin met die 200 woningen de charitatieve stichting De Verre Bergen haar eigen vastgoedmaatschappij gegeven. 

    Natuurlijk kan het bestuur van de stichting er ook nog steeds voor kiezen om in de toekomst andere kwetsbare groepen in die woningen te huisvesten. Hoe dan ook: SNTR en De Verre Bergen kunnen profiteren van de waardestijging van het vastgoed en zo het eigen vermogen te vergroten. De gemeente heeft het voordeel dat ze voor 200 woningen niet bij de corporaties heeft hoeven aankloppen. En zo lijkt iedere betrokken partij voordeel van deze ‘corporatie’ voor Syriërs te hebben gehad — op de starters van de Rotterdamse koopmarkt na dan. Met dank aan de  Nederlandse belastingbetaler, die de vrijgevigheid van de familie Van der Vorm sponsort. 

    Is het verwerpelijk om zo zaken te doen in de goede doelensector? Zolang het verdiende geld binnen het ANBI-circuit blijft niet. Het is wel raar dat het project alleen open staat voor Syriërs. Er zouden vast bijvoorbeeld ook Irakezen belangstelling hebben gehad voor een betere taalcursus en een succesvoller inburgeringstraject.

    Over de auteur

    Peter Hendriks

    Gevolgd door 457 leden

    Redacteur Woningmarkt. Signaleert en analyseert problemen waarmee Nederlanders op zoek naar woonruimte worden geconfronteerd.

    Lees meer

    Volg deze auteur

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren