Tamara van Ark, minister voor Medische Zorg en Sport.
Coronacrisis

De coronapandemie zet de wereld op zijn kop. Wie betaalt de rekening? En wie profiteert? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde. Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie en gingen landen wereldwijd 'op slot'.

Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan. De gevolgen van deze crisis zijn nog grotendeels onbekend. Maar de maatregelen die we nu nemen, zullen bepalen hoe de samenleving van de toekomst eruitziet. Daarom volgt de redactie van FTM de ontwikkelingen op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen?

173 Artikelen

Tamara van Ark, minister voor Medische Zorg en Sport. © Freek van den Bergh

De mondkapjesdeal met Sywert van Lienden was niet uitzonderlijk en voldeed aan alle eisen van het Landelijk Consortium Hulpmiddelen, zo meldde minister Van Ark (Medische Zorg) deze week aan de Tweede Kamer. Uit onderzoek van Follow the Money blijkt echter dat het consortium meermaals protest aantekende, omdat Van Lienden niet betrouwbaar werd geacht en er al genoeg mondkapjes waren. De top van VWS drukte de megaorder er toch doorheen.

Hoe kon een opiniemaker en ambtenaar zonder enige ervaring met mondkapjes in april 2020 een order van 100 miljoen euro binnenslepen bij het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS)? Een deal waaraan hij – terwijl hij zich voordeed als filantroop – persoonlijk 9 miljoen euro verdiende, zo onthulde Follow the Money deze week.

In de chaos van vorig voorjaar was de deal met Sywert van Lienden niet uitzonderlijk, benadrukte minister Tamara van Ark (VVD) van Medische Zorg donderdagavond nogmaals in het Kamerdebat. Er bestond een ernstig tekort aan mondkapjes, de Kamer drong zelf aan op meer bestellingen, en Van Lienden was een van de vele partijen met een aanbod.

‘We hadden niet de luxe om nee te zeggen,’ zei Van Ark tegen de Kamer. Al suggereerde ze later dat het publieke profiel van Van Lienden mogelijk meespeelde bij de deal: ‘Ik sluit niet uit dat het feit dat iemand zoveel publiciteit zocht en op zoveel plekken liet weten dat hij het zelf beter kon, een rol heeft gespeeld.’

Anders dan de minister doet voorkomen, achtte het LCH Van Lienden en zijn partners geen betrouwbare partij

Ook afgelopen dinsdag schreef Van Ark, in antwoord op tientallen Kamervragen, dat Van Lienden werd behandeld als alle andere leveranciers. Het in maart 2020 opgerichte Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) – de inkooporganisatie van de overheid – had Van Liendens aanbod ‘zorgvuldig bekeken’ en ‘beoordeeld aan de hand van de criteria prijs, kwaliteit en leveringszekerheid,’ aldus Van Ark. ‘De aanbieding van de heer Van Lienden van Stichting Hulptroepen Alliantie was daarop geen uitzondering.’

Betere aanbiedingen

Maar uit onderzoek van Follow the Money blijkt dat dit niet juist is. Anders dan de minister doet voorkomen, achtte het LCH Van Lienden en zijn twee partners geen betrouwbare partij – de leveringszekerheid werd betwijfeld. Bovendien lagen er betere aanbiedingen van betrouwbaar geachte partijen én waren er volgens de inkopers al meer dan genoeg mondkapjes besteld.

Daarom adviseerde het LCH het ministerie juist nadrukkelijk om níet met Van Lienden in zee te gaan. Het ministerie drukte de deal toch door, waarna het consortium bij de top van VWS tot tweemaal toe formeel protest aantekende tegen dit besluit, bevestigen drie direct betrokken bronnen onafhankelijk van elkaar aan Follow the Money. 

VWS bevestigt na vragen dat het LCH een negatief advies gaf over de ‘aantallen’. ‘VWS wilde de deal wel door laten gaan gezien de omvang van deze order en de onzekerheid over voldoende leveringen aan persoonlijke beschermingsmiddelen.’

‘Ik ken niet één ander geval van voorfinanciering, normaal gesproken betaalden we juist niet volledig vooruit’

De bestelling van 40 miljoen mondkapjes werd door het ministerie volledig vooraf gefinancierd, waardoor Van Lienden een verwaarloosbaar risico liep. Van Ark zei dat ze daar donderdagavond pas achter kwam, terwijl Follow the Money dit al 22 mei publiceerde. In de Tweede Kamer stelde Van Ark donderdagavond dat VWS vorig jaar tien overeenkomsten volledig vooruitbetaalde – op een totaal van ruim honderd deals met leveranciers. Maar een direct betrokkene betwijfelt dat: ‘Ik ken niet één ander geval, normaal gesproken betaalden we juist niet volledig vooruit.’

Van Lienden kwam bovendien – dankzij het aanspreken van zijn Haagse connecties – tot tweemaal toe aan tafel bij de verantwoordelijke minister Martin van Rijn, blijkt uit de antwoorden van Van Ark. Andere aanbieders hadden op hetzelfde moment enorme moeite om contact te krijgen met het consortium en het ministerie. Volgens VWS heeft Van Rijn ‘met verschillende partijen gesproken’. Desgevraagd wil Martin van Rijn niet toelichten of hij destijds ook met andere leveranciers sprak.

LCH weigert deal Van Lienden

Van Lienden komt rond half maart 2020 voor het eerst aan tafel bij het pas opgerichte Landelijk Consortium Hulpmiddelen, nadat hij zich bij de politiek adviseur van minister Hugo de Jonge heeft gemeld met de vraag waar hij terecht kan met een aanbod voor mondmaskers.

De experts van het consortium willen een distributieketen opzetten om de zorg zo snel mogelijk van meer beschermingsmiddelen te voorzien. Maar Van Lienden heeft andere plannen, zeggen betrokkenen: hij wil via de keten van de overheid ook de webshop van zijn nieuwe stichting Hulptroepen bevoorraden. De inkopers vermoeden dat hij er geld aan wil verdienen.

Dat stuit het LCH ernstig tegen de borst. Het splitsen van de distributieketen zou ten koste gaan van de urgente levering aan de zorg. ‘Pas als de schaarste zou zijn opgelost was het verstandig om er een lijn naast te zetten,’ zegt een van hen. ‘We maakten hem duidelijk dat we de faciliteiten niet voor een webshop gingen inzetten. Maar Van Lienden hield vol.’

Dossier

Coronacrisis

De coronapandemie zet de wereld op zijn kop. Wie betaalt de rekening? En wie profiteert?

Volg dit dossier

Dat leidt tot een hoogoplopend conflict, vertelt de betrokkene. ‘We hebben hem met bewaking het pand uitgezet.’ Het LCH brengt hierover verslag uit aan Mark Frequin, een topambtenaar van VWS die op projectbasis leiding geeft aan het inkoopconsortium, zo bevestigen meerdere bronnen.

Van Lienden ontkent in een reactie dat hij en zijn partners in deze fase een eigen webshop wilden opzetten. ‘Daar is nooit sprake van geweest.’ Volgens hem zagen de commerciële partijen binnen het LCH de Hulptroepen onterecht als potentiële concurrent, omdat ze samenwerkten met internetwinkel Coolblue. ‘Men was bang dat Coolblue ook de stap naar de zorg zou willen maken.’

De rode loper gaat uit bij het ministerie 

Van Lienden laat het er niet bij zitten. Op 30 maart 2020 stuurt hij het ministerie van VWS een e-mail om zijn Hulptroepen te ‘introduceren’, schrijft minister Van Ark aan de Kamer. Ook meldt zij dat er in maart – zonder een datum te noemen – een gesprek is geweest tussen minister Van Rijn en Van Lienden. Gezien de datum van de e-mail ligt het voor de hand dit gesprek plaatsvond op 31 maart, een dag nadat Van Lienden zichzelf introduceerde. VWS geeft geen antwoord op de vraag wanneer het gesprek plaatsvond. 

Het LCH heeft op dat moment al een zogenoemd VIP-loket ingericht, waar aanbiedingen worden beoordeeld van personen met een groot netwerk of een grote publieke bekendheid. Het gaat om Kamerleden, topmensen uit het bedrijfsleven en verscheidene bekendheden, onder wie zakenvrouw Nina Storms en tv-persoonlijkheid Ali B. In deze periode geeft het LCH aan 200 van de in totaal 23.000 aanbiedingen het stempel ‘VIP’. Met de meeste aanbieders gaat VWS niet in zee. 

Sywert van Lienden hoeft niet langs dit VIP-loket: zijn voorstel komt direct op het bureau van de eindbeslissers op het ministerie. 

Op 13 april is er een tweede gesprek met minister Van Rijn en secretaris-generaal Bas van den Dungen van Financiën, waarin een voorstel van Hulptroepen wordt besproken. Dit overleg noemt Van Ark niet in de tijdlijn die zij schetst, wel refereert ze er elders aan – zonder datum. Volgens de bewindsvrouw is toegang tot de minister niets bijzonders; Van Rijn zou wel ‘vaker’ aandacht hebben besteed aan aanbiedingen van mondkapjes. 

Waarom Van Lienden tot tweemaal toe met de minister aan tafel kwam, maakt Van Ark niet duidelijk. Zij verklaart in zijn algemeenheid: ‘Het streven was om beter te veel dan te weinig in te kopen.’

Van Lienden zegt in staat te zijn 120 miljoen mondkapjes te leveren, waarmee verdere inkoop via het LCH overbodig wordt

Van Lienden zegt tegen Follow the Money dat hij zelfs ‘veel vaker’ dan twee keer met Van Rijn aan tafel zat, het totale aantal gesprekken weet hij niet meer. Als dat waar is, heeft minister Van Ark deze bijeenkomsten buiten de tijdlijn gehouden die naar de Kamer ging.

Uit die tijdlijn blijkt dat Van Lienden op 13 april 2020 voorstelt om de gehele inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen door het LCH te laten verlopen via zijn pas opgerichte bv, die losstaat van de stichting – een soort couppoging. Hij zegt in staat te zijn 120 miljoen mondkapjes te leveren, waarmee verdere inkoop via het LCH overbodig wordt.

Van Lienden bevestigt het bestaan van dit plan. De details werden volgens hem op 14 april op zijn kantoor in Driebergen uitgewerkt in overleg met het LCH, onder het genot van pizza's Hawaii. Een dag later wordt het plan voor de levering van 120 miljoen mondkapjes besproken op het ministerie, een gesprek waarbij ook topambtenaar Mark Frequin aanwezig is. 

Maar tijdens dit gesprek wordt duidelijk dat het plan niet doorgaat. Van Lienden wordt geen ‘consortiumpartner’ van het LCH, noteert van Ark. Wat de reden hiervan is, kon Van Lienden niet zeggen. Een mogelijke verklaring is dat het LCH geen voorstander is van het megaplan: vanwege de eerdere ervaringen zouden de inkopers het liefst helemaal niet met Van Lienden in zee gaan.

De deal van 100 miljoen komt rond

Desondanks is Van Lienden op weg naar een megaorder. Dezelfde dag nog stuurt hij een ‘aangepast voorstel’ naar het ministerie. Hij bespreekt het telefonisch met betrokken ambtenaren van VWS.

Twee dagen later, op 17 april, zit hij opnieuw aan tafel op het ministerie van Volksgezondheid, om zijn nieuwe voorstel te bespreken. Ook het LCH is erbij aanwezig.

Het blijkt een vruchtbare meeting: de partijen spreken af dat Van Lienden – via de commerciële bv Relief Goods Alliance – een order krijgt van ‘maximaal’ 40 miljoen mondkapjes, schrijft Van Ark aan de Kamer. Nog dezelfde dag ontvangt Van Lienden een orderformulier van het ministerie.

Het initiatief voor de deal ligt nadrukkelijk bij het ministerie, en niet bij de inkopers van het LCH die tegen zijn. Maar Van Ark schetst een ander beeld: zij meldt dat de koopovereenkomst door VWS slechts is ‘geaccordeerd’, alsof die buiten het ministerie tot stand is gekomen.

De omvang van de overeenkomst is uitzonderlijk. Er zijn slechts twee andere deals gesloten van 100 miljoen euro of meer voor persoonlijke beschermingsmiddelen, meldde Van Ark aan de Kamer. Maar slechts één van die twee – een deal van 131 miljoen – betrof mondkapjes, naast onderzoekshandschoenen. Deze deal liep van mei tot maart 2021. De andere megadeal draaide uitsluitend om isolatiejassen, meldt VWS aan Follow the Money.

LCH is not amused

De inkopers van het LCH zijn not amused over de koopovereenkomst met de Relief Goods Alliance. Met afgrijzen constateren zij dat een partij zonder enige track record in de business een voorkeursbehandeling krijgt. ‘We vonden het een onbetrouwbare partij,’ vertelt een direct betrokkene. ‘We hadden ze niet voor niets eerder met bewaking de deur gewezen.’ 

Gebrek aan een track record is niet het belangrijkste bezwaar van het LCH – dat is de grootte van de order. Die is op dat moment onnodig, zeggen de ingewijden. Er was geen enkele urgentie voor de bestelling: er waren meer dan genoeg voor mondkapjes voor het gehele jaar, ook bij mogelijke nieuwe coronagolven. ‘Wij hebben het afgewezen op de hoeveelheid,’ zegt een direct betrokkene. Er was dan ook geen haast bij de levering: die arriveerde maanden later met zeevracht.

De bezwaren waren zo groot dat het consortium tweemaal schriftelijk protest aantekende bij topambtenaar Mark Frequin

Bovendien lagen er financieel gunstiger aanbiedingen van andere, betrouwbare leveranciers, zeggen de bronnen. De leveringszekerheid van andere partijen was ‘veel groter’ en zeker één partij kon goedkopere mondkapjes leveren. 

De bezwaren binnen het LCH waren zo groot, dat het consortium tot tweemaal toe schriftelijk protest aantekende bij topambtenaar Mark Frequin, zeggen de betrokkenen. Het ministerie negeerde deze bezwaren en gaf zorgbedrijf Mediq – onderdeel van het LCH – opdracht de deal met Van Lienden uit te voeren.

Van Ark bevestigt dat er een negatief advies lag van het LCH vanwege de ‘reeds geplaatste orders’. Wat zij niet meldt, is dat de bezwaren van de inkopers veel omvangrijker waren. Ze schrijft dat het aanbod ‘voldeed aan de drie criteria die werden gehanteerd bij het beoordelen van aanbiedingen’. In werkelijkheid waren er grote twijfels over zowel de prijs als de leveringszekerheid.

Van Ark verdedigt het zo: ‘De bestuurders en aandeelhouders die bij RGA betrokken waren, waren bekende partijen die hun sporen hadden verdiend onder meer met zakendoen in China.’ Daarmee doelt ze kennelijk op Bernd Damme en Camille van Gestel wier bedrijven de afgelopen jaren failliet zijn gegaan. Van Lienden was in april vorig jaar nog ambtenaar bij de Gemeente Amsterdam.

LCH wist niet van winstoogmerk Van Lienden

Dat de deal met Van Lienden niet liep via de Hulptroepen Alliantie – een stichting zonder winstoogmerk – maar via de speciaal opgerichte commerciële entiteit Relief Goods Alliance bv (RGA), was volgens minister Van Ark voor alle partijen helder. 

‘Zowel VWS als LCH gingen er niet vanuit dat RGA een non-profitorganisatie was, omdat duidelijk was dat het hier een bv betrof,’ schreef ze aan de Kamer. De megaorder van 40 miljoen mondkapjes voor 100 miljoen euro hoefde daarom alleen maar door Volksgezondheid te worden ‘geaccordeerd’.

Maar in weerwil van dit antwoord leefde het Landelijk Consortium Hulpmiddelen tot na het sluiten van de deal wel degelijk in de veronderstelling dat er non profit zaken werd gedaan met Van Lienden, zeggen direct betrokkenen tegen Follow the Money. 

Dat de nieuw opgerichte bv helemaal losstond van de stichting, maakte Van Lienden volgens deze bronnen nooit duidelijk. ‘Dat ze een aparte bv hadden die losstond van de stichting, was zeker niet helder,’ zegt een direct betrokkene. ‘In hun presentatie stond Hulptroepen, in de mail for the good cause.’ 

Van Lienden tekende bovendien in een eerder stadium op persoonlijke titel een convenant met het LCH, waarin hij beloofde te opereren zonder winstoogmerk. 

VWS reageert: ‘Het is ons op dit moment niet bekend dat er door VWS gecommuniceerd zou zijn dat de deal bij Hulptroepen moest worden geplaatst. Zoals bij vraag 9 geantwoord richtte de eerste gesprekken zich op een mogelijke toetreding van Hulptroepen tot het LCH. Nadat duidelijk was geworden dat dit niet het geval was, is met hen verder gesproken in de hoedanigheid als leverancier. Voor LCH was het duidelijk dat uiteindelijk RGA bv als leverancier werd gezien. LCH heeft de order zelf bij RGA bv geplaatst.’

Lees verder Inklappen

In het Kamerdebat van donderdag velde de Kamer een hard oordeel over Van Lienden. De handelwijze van het ministerie van Volksgezondheid bleef echter grotendeels buiten schot.

CDA-kamerlid Joba van den Berg wees erop dat de deal volgens het kabinet ‘binnen de regels’ was. Als dat niet het geval mocht zijn, dan is het aan de minister [Van Ark, red.] om actie te ondernemen, zei Van den Berg.   

Na afloop van het debat werd CDA-minister Hugo de Jonge – een goede bekende van Sywert van Lienden – gevraagd of hij met de opiniemaker contact heeft gehad over de mondkapjes. Zijn antwoord: ‘Ik ga daar niets over zeggen; dit was en is niet mijn portefeuille.’