Beeld uit de documentaire 'Coffee Stain'

De Nederlandse ontwikkelingsbank FMO leende samen met onder andere de Rabobank en ING bijna een half miljard euro aan de Braziliaanse tak van koffiegigant Sucafina. Sucafina neemt structureel koffie af van plantages waar de Braziliaanse arbeidsinspectie slavernij heeft geconstateerd. Vooralsnog is dit geen reden om de samenwerking te beëindigen. FMO: ‘Er wordt aangedrongen op verandering.’

0:00
Dit stuk in 1 minuut
  • De Zwitserse koffiemultional Sucafina sloot vorig jaar een duurzaamheidsovereenkomst met onder andere de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO, ING en de Rabobank, ter waarde van een kleine half miljard euro. Met deze overeenkomst wil Sucafina uitgroeien tot wereldwijde marktleider in de bewerking van duurzame koffie.
  • Vijf maanden eerder constateerde de Braziliaanse arbeidsinspectie dat op meerdere plantages waar Sucafina – via een tussenhandelaar – koffie inkoopt sprake is van slavernij. 
  • Hoewel Sucafina dit weet, worden deze plantages vooralsnog niet geweerd uit de productieketen. Het bedrijf zegt hiertoe pas over te gaan als een plantage, na onherroepelijke veroordeling, op een zwarte lijst wordt geplaatst.
  • Door het trage Braziliaanse rechtssysteem kan zo’n proces echter jaren duren. Gustavo Ferroni van Oxfam Brazilië vindt daarom dat koffie-importeurs niet moeten wachten op zo’n veroordeling, maar direct in actie moeten komen als ze berichten horen over mogelijke slavernij. De VN-beginselen over mensenrechten en ondernemen schrijven dat voor, stelt hij.
  • Hoewel FMO en de andere betrokken banken zeggen zich te houden aan deze VN-beginselen, ondernemen ook zij vooralsnog geen actie. En zo gaat ‘besmette koffie’ met medeweten van alle schakels in de keten de hele wereld over.
Lees verder

Oktober 2021. Gesteund door een zwaarbewapend politiekonvooi valt de Braziliaanse arbeidsinspectie binnen bij een koffieplantage ten noorden van São Paulo. De inspecteurs banen zich een weg door verstrekkende koffievelden, totdat ze op een hutje stuiten aan de bosrand. Eenmaal binnen treffen ze tussen de bevlekte matrassen, provisorische gaspitjes en defect sanitair een groep arbeiders aan die al maanden, zonder kans om weg te komen, wordt gedwongen bonen te plukken tijdens het oogstseizoen.

Eén van hen, Joao, doet tegenover het Braziliaanse onderzoeksplatform Repórter Brasil zijn beklag over hoe ze werden gedwongen te betalen voor de huisvesting, het gebruik van de oogstmachines, spullen als laarzen, handschoenen en het eten. Hij beschrijft hoe hij en zijn collega’s zó in de extra kosten werden gestoken dat ze een schuld opbouwden bij hun werkgever: koffieplantage Fazenda Floresta. Vermoeid en zonder geld of proviand voor een reis terug, leek het onmogelijk om van de plantage te ontsnappen.

Joao vertelt hoe hij, zoals velen ieder jaar op zoek naar werk, bijna 1600 kilometer reisde vanaf zijn woonplaats Utinga in de provincie Bahia nabij Salvador om werk te vinden in de koffierijke regio Minas Gerais. Maar omdat op zijn maandloon van omgerekend 340 euro zoveel werd ingehouden door de onvoorziene kosten, kon hij geen ticket terug naar huis betalen. Op het moment van de politie-inval zit hij al vier maanden vast op de plantage. ‘We wisten niet dat de arbeidsinspectie zou komen. God zelf zat er achter. We waren ten einde raad, zonder geld, zonder een mogelijkheid om weg te komen.’ 

‘2020 zal het jaar zijn waarin het aandeelhouderskapitalisme de slag naar duurzaamheid maakte’ 

Een aantal maanden eerder, in mei 2021, viert aan de andere kant van de wereld de Zwitserse koffiemultinational Sucafina dat ze een duurzaamheidsovereenkomst heeft gesloten. Een collectief van banken, waaronder de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO, ING en de Rabobank leent Sucafina bijna een half miljard euro, met de bedoeling de multinational uit te laten groeien tot marktleider in de bewerking van duurzame koffie. De overeenkomst biedt het bedrijf ruimte om de productie gedurende de komende jaren te verhogen en ‘de CO2-voetafdruk door ontbossing te verminderen,’ aldus hun website

De lening draagt volgens Justin Archer, hoofd Duurzaamheid bij Sucafina, bij aan een veelbelovende toekomst: ‘2020 zal om vele dingen herinnerd worden, maar het is vooral het jaar waarin het aandeelhouderskapitalisme de slag naar duurzaamheid maakte.’ 

Om die droom te te verwezenlijken doet Sucafina zaken met tussenhandelaren die op hun beurt weer koffie inkopen bij duizenden koffieplantages in hun netwerk. Hieronder scharen zich ook malafide bedrijven als Fazenda Floresta, blijkt uit onderzoek van Follow the Money. Hebben de koffiemultinational en de banken voldoende oog voor dit systeem van moderne slavernij?

Koffie als investering

De globale koffiemarkt had in 2020 een geschatte waarde van ongeveer 465 miljard euro. Volgens een analyse van Fortune Business Insight zal de wereldwijde omzet in ongeroosterde koffie de komende jaren groeien van rond de 35 miljard dollar in 2021 tot 47 miljard dollar in 2028: een jaarlijkse groei ongeveer 4 procent.

Het is dus niet zo gek dat banken koffie zien als een solide investering. Dat blijkt ook uit het enthousiasme van de sector voor de lening voor Sucafina’s activiteiten in Brazilië. De eerste financieringsronde hiervoor werd in 2017 vroegtijdig gesloten vanwege de grote animo. Het oorspronkelijke startbedrag van 300 miljoen dollar werd tijdens een tweede financieringsronde in 2021 verhoogd tot 500 miljoen dollar, met toezeggingen van een diverse groep van zestien internationale banken, waaronder dus FMO, ING en de Rabobank.

Volgens handelsdata van het Observatory of Economic Complexity (OEC) is Brazilië met een omzet van circa vijf miljard euro per jaar ’s werelds grootste exporteur van onbewerkte koffie, gevolgd door Colombia en Vietnam. Het grootste deel van deze export is bestemd voor de Verenigde Staten. 

De Nederlandse ontwikkelingsbank FMO en Sucafina werken al langer samen. In 2017 leende de bank zeventien miljoen euro aan Sucafina voor activiteiten in Oost-Afrika. Ook daar hoopt de koffiemultinational zijn netwerk te ontwikkelen, van 45.000 plantages waar het koffie afneemt op dit moment, naar 170.000 in 2025. Het geld van FMO wil Sucafina investeren in ‘nieuwe wasserijen, koffiemolens en opslagplaatsen en herfinanciering van haar bestaande vaste activa in deze landen.’

Lees verder Inklappen

Minas Gerais

Tijdens de actie in de deelstaat Minas Gerais worden, behalve Joao, nog negentien anderen ontdekt. De helft van de Braziliaanse koffie wordt geproduceerd in deze regio, die populair is vanwege de gunstige omstandigheden voor de productie van Arabica-koffie, ’s werelds meest gedronken soort. Het is ook de regio waar relatief veel van dit soort misstanden voorkomen.

Handelsgegevens van de douane laten zien dat Sucafina koffiebonen inkoopt bij meerdere plantages waar slavernij is geconstateerd. Dat doet het bedrijf niet direct, maar via tussenhandelaren zoals het Braziliaanse Nutrade, een onderneming van de agribusiness-gigant Syngenta. Sinds de inval van de arbeidsinspectie eind 2021 heeft de Zwitserse multinational voor zo’n achttien ton aan koffiebonen bij deze handelaar afgenomen, ondanks kennis over wat zich heeft afgespeeld op verwante plantages. 

Uit rapporten van de Braziliaanse arbeidsinspectie waar Follow the Money de hand op heeft gelegd blijkt bijvoorbeeld dat er bij Fazenda Laranjeiras, ook leverancier van Nutrade, sprake was van het onderwerpen van mensen aan ‘slavernij’, kinderarbeid en ‘mensenhandel’ vanwege het ronselen en vervoeren van arbeiders over grote afstanden. De inspectie adviseerde het Braziliaanse openbaar ministerie daarom direct over te gaan tot onderzoek en indien mogelijk vervolging. 24 mensen, onder wie kinderen, werden tijdens de actie op de plantage ontdekt. Deze mensen werden volgens het rapport blootgesteld aan gevaarlijke chemicaliën en hadden, op één toilet in het slaapkwartier na, geen toegang tot sanitaire voorzieningen of stromend water. De behoefte werd gedaan in de velden.

In reactie op vragen van Follow the Money bevestigt tussenhandelaar Nutrade dat het nog steeds handel drijft met de plantages en ook dat het op de hoogte is van de beschuldigingen. Wel benadrukt het bedrijf dat uit eigen onderzoek is gebleken dat ‘de desbetreffende plantages zich niet langer schuldig maken aan het schenden van mensenrechten.’ Op vragen over hoe dat onderzoek eruit zag kwam geen antwoord. 

Het Zwitserse Sucafina geeft daarentegen aan een ‘zero tolerance beleid te hanteren ten aanzien van alle vormen van dwangarbeid, inclusief kinderarbeid’. Wel geeft het bedrijf aan zich bewust te zijn van mogelijke tekortkomingen: ‘De gefragmenteerde aard van onze koffieketen betekent dat onze beleidsverplichtingen vaak worden uitgedaagd.’

Al in 2021, kort na de inval bij Fazenda Floresta, wees Repórter Brasil zowel Nutrade als Sucafina op de vermeende misstanden bij verschillende plantages, waaronder Fazenda Floresta en Fazenda Laranjeiras. Sucafina gaf toen aan de ontwikkelingen in de gaten te houden, maar nam – zo blijkt uit onderzoek van Follow the Money – geen afscheid van de leveranciers. 

De ‘vuile lijst’

Nutrade, Sucafina, maar ook FMO en de andere betrokken banken geven aan dat de plantages nog niet uit hun handelsketen geweerd zijn omdat ze nog niet op de ‘lista suja’ (‘vuile lijst’) staan. Dit register, officieel bekend als de Lista Suja Trabalho Escravo, is een lijst waarop bedrijven en werkgevers worden opgenomen die zijn veroordeeld voor het ‘onderwerpen van werknemers aan omstandigheden vergelijkbaar met slavernij.’ 

‘Onze rechterlijke macht is traag; je kunt de zaak bijna onbeperkt traineren’

Plantages in Brazilië waar de arbeidsinspectie slavernij heeft geconstateerd kunnen meerdere stappen nemen om te voorkomen dat ze op deze lijst terecht komen. Ze kunnen bezwaar indienen bij de arbeidsinspectie en zelf een gerechtelijke procedure starten. In dit laatste geval moet het ministerie de uitspraak van de rechter afwachten voordat de plantage op de zwarte lijst kan worden gezet. 

Door de inrichting van het Braziliaanse rechtssysteem kan zo’n proces echter jaren duren, vertelt Silvio Beltramelli, openbaar aanklager bij het Ministério Público do Trabalho.‘Onze rechterlijke macht is traag; je kunt bijna onbeperkt de zaak traineren door een beroep op uitstel te doen of papierwerk niet op tijd aan te leveren,’ vertelt hij. 

Op navraag van Repórter Brasil laat het Braziliaanse ministerie van werkgelegenheid weten dat alle vier de van slavernij beschuldigde plantages hun aanklacht nog kunnen aanvechten en zo toevoeging aan de zwarte lijst kunnen blokkeren.

Gustavo Ferroni, Coördinator justitie en plattelandsontwikkeling van Oxfam Brazilië, vindt daarom dat importeurs van koffie meteen in actie moeten komen als zij worden geattendeerd op mogelijke slavernij en niet moeten wachten totdat trage gerechtelijke procedures tot een einde komen en een plantage op de ‘vuile lijst belandt’. ‘De totale hoeveelheid koffie waarvan je zwart op wit hebt dat het een rotte oorsprong heeft is beperkt. Maar duizenden plantages worden nooit doorgelicht; daarover is niets bekend. Multinationals moeten daarom zelf gaan aantonen dat zij geen mensenrechten schenden. De VN-beginselen zijn hierin heel duidelijk,’ vertelt hij Follow the Money. 

De VN-beginselen waar Ferroni naar verwijst, zijn afspraken over de verantwoordelijkheid die een bedrijf draagt voor het beschermen van mensenrechten, niet alleen in verband met de eigen activiteiten maar ook die van relaties. Deze afspraken zijn echter vrijblijvend en worden slecht nageleefd, blijkt uit evaluaties. Zo leven in Nederland maar 12 van de 723 bedrijven hun beloften na. FMO, ING en de Rabobank zeggen zich te houden aan zowel het VN-convenant, als de richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen van de OESO. Maar is dat ook zo?

‘Wij zijn het laatste land in Zuid-Amerika dat de slavernij bij wet heeft afgeschaft’

Het convenant van de VN stelt dat ‘ondernemingen moeten voorkomen dat de mensenrechten van anderen worden geschonden’ en dat zij de ‘negatieve gevolgen voor de mensenrechten waarbij zij betrokken zijn, moeten aanpakken.’ De vraag is of een bank die een lening verstrekt ‘betrokken is’ bij mensenrechtenschendingen. En zo ja: of het ‘voorkomen’ en ‘aanpakken’ van deze mensenrechtenschendingen geen actievere rol vereist dan het volgen van een vuile lijst. 

In Brussel loopt er al lange tijd een debat over deze verantwoordelijkheid. Eind november van dit jaar kwamen de lidstaten overeen dat de financiële dienstverlening expliciet geen juridische verantwoordelijkheid draagt voor uitgegeven leningen. Of het Europees parlement hiermee akkoord gaat moet nog blijken – in de komende maanden bespreken de parlementariërs het voorstel. 

Uitgeklede inspectie

‘Wij zijn het laatste land in Zuid-Amerika dat de slavernij bij wet heeft afgeschaft,’ zegt openbaar aanklager Beltramelli. ‘Maar vanaf het begin van de jaren 2000 zijn we slavernij in Brazilië echt gaan aanpakken. Slavernij werd in ons strafrecht heel snel veranderd van een zeer algemene bepaling in iets waarmee te werken valt.’ 

Toch gaat de handhaving stroef, en dat is niet onverklaarbaar. Ferroni van Oxfam Brazilië legt uit: ‘Minas Gerais kent zeer geïsoleerde plantages. De arbeiders wonen vaak op het terrein zelf. Door bezuinigingen op de arbeidsinspectie is er weinig toezicht van buitenaf. Zo ontstaat al snel een onevenwichtige relatie tussen de plantage en de arbeider. Voor je het weet zit je klem op de boerderij.’ 

Volgens Luís Renato Vedovato, hoogleraar economisch recht aan de Universidade Estadual de Campinas te São Paulo, is de situatie de afgelopen jaren alleen maar verslechterd. Dit is volgens hem het resultaat van politieke keuzes onder Jair Bolsonaro, de vertrekkend president van Brazilië: ‘De jaren onder Bolsonaro waren hard voor deze sector. Zijn regering heeft de strijd voor arbeidsrechten bijna gecriminaliseerd. Als je opstond en zei: “Eenieder heeft het recht om maar acht uur per dag te werken", werd je van communisme beschuldigd. Plantagehouders die de oude manier van werken op het platteland voorstaan voelden zich gesterkt door dit beleid. Ook werden inspecties door het ministerie van Arbeid door bezuinigingen en bureaucratie extreem moeilijk gemaakt.’ 

Dit alles heeft ertoe geleid dat het aantal in slavernij aangetroffen arbeiders de afgelopen jaren is gestegen, terwijl de hoeveelheid inspecties is afgenomen. In 2021 identificeerde de Braziliaanse arbeidsinspectie 310 slachtoffers van slavenarbeid op twintig verschillende koffieplantages, het hoogste aantal sinds 2003.

‘Pra inglês ver’

‘De slavernijgeschiedenis van Minas Gerais is recenter dan de laat negentiende eeuw,’ vertelt Vedovato, hoogleraar economisch recht. Hij verwijst naar de Chacina de Unaí, een bloedbad dat plaatsvond in de Braziliaanse stad Unaí op 28 januari 2004. Vier ambtenaren van het Ministerie van Arbeid en Werkgelegenheid werden toen vermoord tijdens een routine-inspectie van een lokale koffieplantage.

‘Onze regering kent een stevige lobby om de instrumenten voor inspecties af te zwakken. En het gebrek aan toezicht is ook te wijten aan een harde cultuur van wegkijken. De slavernij brengt niets dan schaamte voor Brazilië.’

Vedovato is dan ook sceptisch over of het nu, onder Lula, beter wordt. ‘Wat is beter? Lula zal zich hard maken voor arbeiders en de arbeidsinspectie versterken. Maar het bloedbad van Unaí vond plaats in 2004, toen Lula ook president was, onder vergelijkbare omstandigheden. Er zullen meer spanningen komen tussen de overheid en de plantage-eigenaren die vastklampen aan de oude gewoontes.’ 

‘Door de hoeveelheid schakels – de boer, de coöperatie, de multinational en de bank – blijft de bron van de koffie gemaskeerd’

Hij besluit het gesprek met Follow the Money met een veelgebruikt gezegde in Brazilië: ‘Pra inglês ver.’ Toen Engeland in de negentiende eeuw vanwege economische belangen zei de slavernij in Brazilië te willen afschaffen, legde Braziliaanse koopmannen schepen voor de kust om slavenhandelaren tegen te houden bij het aan land brengen van hun vracht. ‘Maar Brazilië was grotendeels economisch afhankelijk van slavernij, dus landinwaarts veranderde er niets,’ zegt Vedovato. ‘Het tegenhouden van die schepen was slechts schijn; een optreden voor de Engelsen om te zien’ – ‘Pra inglês ver.’

Voor de sector, door de sector

Sucafina zegt tegen Follow the Money het afgelopen jaar een externe evaluatie van haar toezichtbeleid te hebben uitgevoerd om juist deze problematiek in de toeleveringsketen aan de kaak te stellen. ‘We zijn ons ervan bewust dat we meer moeten doen om dit systeemprobleem aan te pakken. We kunnen dit niet alleen: de koffie-industrie, regeringen, ngo's en het maatschappelijk middenveld moeten samenwerken,’ voegde de multinational eraan toe. 

‘Wij bezoeken regelmatig onze leveranciers om de werkomstandigheden onder de loep te nemen. Alle contracten bevatten een clausule over dwangarbeid die iedereen die met ons wil werken moet naleven,’ benadrukt Sucafina in een verklaring aan Follow the Money. Naast het raadplegen van de ‘vuile lijst’ zegt Sucafina een eigen gedragscode voor leveranciers te hebben die gebaseerd is op de VN-beginselen.

Critici zien echter dat grote multinationals en de banken die hen financieren hun verantwoordelijkheid voor misstanden in de keten ontduiken. Ondanks alle vrome woorden en gemaakte afspraken verschuilen ze zich achter de rol van de tussenhandelaar en de ‘vuile lijst’. ‘Een koffiecoöperatie of tussenhandelaar verzamelt koffie bij de kleine boerderijen en verkoopt die aan de multinational. De multinational voert doorgaans alleen audits uit bij bedrijven waar ze direct zaken mee doen en kijken niet dieper in de keten. Door de hoeveelheid schakels – de boer, de coöperatie, de multinational en de bank – blijft de bron van de koffie gemaskeerd,’ zegt Ferroni. ‘Zo gaat “besmette koffie” de hele wereld over.’ 

Met dank aan Poliana Dallabrida, Repórter Brasil

Reacties

Voor deze publicatie sprak Follow the Money met zoveel mogelijk schakels in de onderzochte koffieketen. Het resultaat hiervan is te lezen in bovenstaand artikel. Los daarvan geven de reacties van de betrokken partijen inzage in hoe er over verantwoordelijkheid voor misstanden wordt gedacht. Daarom plaatsen we ze hier in uitgebreidere vorm.

Rabobank en ING geven aan vanwege de vertrouwensrelatie niet publiekelijk te reflecteren op individuele klanten. Wel zeggen beide organisaties dat meldingen van potentiële mensenrechtenschendingen worden onderzocht.

Rabobank: ‘Op het moment dat er uitingen zijn in openbare bronnen die wijzen op inbreuken op onze waarden dan wordt dit altijd getoetst met de middelen die wij als bank voorhanden hebben. Een gevolg kan zijn dat er een engagementproces start om tot verbetering te komen. Of in het uiterste geval wordt afscheid genomen.’

ING: ‘Wanneer bij onze klanten melding wordt gemaakt van potentiële mensenrechtenschendingen, zullen wij deze kwesties onderzoeken en onze invloed aanwenden om deze aan te pakken. Wij verwachten ook dat onze klanten potentiële mensenrechtenrisico's in hun toeleveringsketen beoordelen en hun invloed aanwenden om ernstige mensenrechtenschendingen bij hun leveranciers en klanten aan te pakken.’

FMO laat weten dat hun verantwoordelijkheid als financier onder meer ligt in het evalueren en monitoren van Sucafina’s duurzaamheidsbeleid. ‘Wij kennen Sucafina als een zeer gedegen partner, die verantwoordelijkheid neemt en goede controles heeft om misstanden in de productieketen van koffie te signaleren en hierop actie te ondernemen.

Sucafina heeft ons geïnformeerd dat zij verleden jaar voor het eerst hebben gehoord over potentiële misstanden bij een boerderij die levert aan Nutrade, via een journalist van Repórter Brasil. De desbetreffende boerderij is niet opgenomen op de ‘vuile lijst’ van de overheid, waarop bedrijven staan die veroordeeld zijn voor het overtreden van regels. Er kan enige tijd overheen gaan voordat een bedrijf daadwerkelijk veroordeeld wordt en op de ‘blacklist’ wordt gezet, daarom blijft Sucafina de situatie nauwlettend in de gaten houden.

Sucafina heeft een zeer duidelijk beleid ten aanzien van misstanden. Wat wij – en Sucafina – belangrijk vinden is dat, nadat misstanden zijn vastgesteld, eerst wordt gekeken naar de mogelijkheden voor verbetering: er wordt aangedrongen op verandering. Sucafina gaat in gesprek met de boer in kwestie. De overtreding van regels kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van een gebrek aan kennis, dan wordt daarbij hulp aangeboden. Voorwaarde is dat Sucafina de wil ziet om te verbeteren. Zo niet, dan wordt de relatie beëindigd. Is de producent in kwestie lid van een coöperatie, dan verwacht Sucafina hetzelfde van de coöperatie.’

Sucafina zegt een ‘zero tolerance beleid te hanteren ten aanzien van alle vormen van dwangarbeid, inclusief kinderarbeid. (..) De gefragmenteerde aard van onze koffieketen betekent dat onze beleidsverplichtingen vaak worden uitgedaagd. We werken altijd aan verbetering van de instrumenten die ons ter beschikking staan om wanpraktijken te bestrijden.

Hoewel we nooit bewust in zee zouden gaan met partijen die ons arbeids- en mensenrechtenbeleid of onze gedragscode aan hun laars lappen, zullen we altijd samenwerken met boeren die oprecht verbeteringen willen maken. Wij zijn trots op ons werk op het gebied van duurzaamheid en zullen onze positie als ketenpartner blijven gebruiken om te pleiten voor verantwoord inkopen.

In Brazilië screenen wij al onze leveranciers en partners met behulp van de openbare databank die door de Braziliaanse autoriteiten wordt beheerd om ervoor te zorgen dat wij nooit werken met entiteiten en personen die op de zogenaamde “vuile lijst” (de Lista Suja Trabalho Escravo) staan.’

Nutrade laat weten dat uit eigen onderzoek is gebleken dat de verdachte plantages ‘zich niet langer schuldig maken aan het schenden van mensenrechten’ en dat het bedrijf de ‘lista suja’ aanhoudt als leidend: ‘Nutrade respecteert de beoordelingen van het Braziliaanse ministerie van Arbeid en controleert regelmatig de zwarte lijst van het ministerie om ervoor te zorgen dat Nutrade geen leveringen van deze producenten accepteert. Nutrade is vastbesloten om alleen te werken met bedrijven die de hoogste normen hanteren voor het handhaven van de rechten van werknemers.’

De plantages Fazenda Floresta, Fazenda Laranjeiras, Fazenda Olhos D’Água en Fazenda Haras July waren niet bereikbaar voor commentaar.

Lees verder Inklappen