Van tweëen één

    SGP'er Kees van der Staaij maakt zich zorgen over de Nederlandse soevereiniteit en rakelde volgens Ewald Engelen een wonderlijk stukje parlementaire geschiedenis op.

    In het kamerdebat over de speech van Cameron van vijf februari rakelde Kees van der Staaij van de SGP een wonderlijk stukje parlementaire geschiedenis op. 18 maart 1980 nam de kamer een motie aan van D66 (toen nog D’66) kamerlid Laurens-Jan Brinkhorst, die als volgt luidde:

     
    De Kamer, gehoord de beraadslaging; overwegende, dat Nederland als lidstaat van de Europese Gemeenschappen deel is gaan uitmaken van een bredere, Europese rechtsorde; spreekt als haar mening uit, dat de bepalingen van de Grondwet in geval van twijfel zó dienen te worden uitgelegd, dat het Europese integratieproces daardoor niet wordt belemmerd, en gaat over tot de orde van de dag.
     
    Oftewel, als Nederlandse grondwet en Europese integratie botsen, delft de grondwet het onderspit. Was getekend, Laurens-Jan Brinkhorst. 
     
    Tegenmotie
    Terecht meende Van der Staaij dat zo’n motie in het licht van de nakende uitholling van de Nederlandse soevereiniteit (zie www.burgerforum-eu.nl) geen pas meer gaf. Hoe je als parlement tegen dreigende folklorisering van het eigen ambt teweer stellen als je door zo’n Middeleeuwse motie met handen en voeten gebonden bent. En dus diende Van der Staaij 32 jaar later de volgende tegenmotie in:
     
    'De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Tweede Kamer via een motie heeft uitgesproken dat de bepalingen van de Nederlandse Grondwet in geval van twijfel zo dienen te worden uitgelegd, dat het Europees integratieproces daardoor niet wordt belemmerd (zie boven); overwegende dat genoemde motie feitelijk oproept tot een per definitie EU-conforme grondwetsinterpretatie; herroept de motie en spreekt uit dat de bepalingen van de Nederlandse Grondwet op gangbare wijze worden uitgelegd conform de oogmerken en overwegingen van de Nederlandse wetgever, en gaat over tot de orde van de dag.'
     
    'Twijfel zaaien'
    Timmermans ontbeerde Van der Staaij’s staatsrechtelijke expertise en moest er 24 nachtjes over slapen. Zijn antwoord kwam vorige week en luidde dat het kabinet het parlement ‘ontraadt’ de motie te aanvaarden omdat zij futiel en gevaarlijk is. Futiel omdat de motie Brinkhorst slechts bevestigde wat staande praktijk was, namelijk de onderschikking van Nederlands recht aan Europees recht. En gevaarlijk omdat afwijzing van de motie Brinkhorst ‘twijfel zou kunnen zaaien over de mate waarin Nederland zich gebonden acht aan de verplichtingen die samengaan met het EU-lidmaatschap’. 
     
    Hoe kan dat? Of Nederlands recht is ondergeschikt aan Europees recht en dan maakt het niet uit wat Van der Staaij doet of zegt. Of Van der Staaij heeft wel degelijk een punt en het is Brinkhorsts motie die de Nederlandse grondwet in voorkomende gevallen ondergeschikt maakt aan het Europese integratieproces.
     
    Het is van tweëen een.
     
    En Timmermans liegt.
     

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Ewald Engelen

    Gevolgd door 2079 leden

    FTM-columnist van het eerste uur, financieel geograaf aan de UvA en actief voor de Partij voor de Dieren.

    Volg Ewald Engelen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren