• DuckDuckGo lijkt me verstandiger

Vanzelf komt de zon op. En vanzelf vallen zware voorwerpen uit mijn hand naar beneden als ik ze loslaat. Dat zijn zekerheden. Kent de economie ook zulke zekerheden?

Mythen! De economie is er vol van. Vorige week heb ik een ervan in detail onder de loep genomen: golfbewegingen. Deze keer ga ik minder de diepte en meer de breedte in. Ik bespreek een flinke reeks verhalen waarin nogal wat economen en politici lijken te geloven, maar die niet of nauwelijks overeenstemmen met de waargenomen werkelijkheid.

Intussen dank ik onder meer Hetty Litjens, Mz59, Anton en Michel Fleur voor hun commentaren op het gebied van trillingen en golven, en Harm Manders, Jan 88, Roelf2 en Paul Witteman voor hun hulp op andere gebieden. Paul, ben jij de tv-man? Zo ja, stuur me dan even een email, als je wilt.

O ja, en dan was er nog mijn vraag: welke hoofdpersoon van Star Trek gaat bij mij optreden? Elmar Otter en Braavos hebben antwoord gegeven, een van hen heeft gelijk. Lees hieronder wie.

2.4. Vanzelfismen en andere mythen

Vanzelf komt de zon op. En vanzelf vallen zware voorwerpen uit mijn hand naar beneden als ik ze loslaat. Dat zijn zekerheden. Kent de economie ook zulke zekerheden?

Jazeker, antwoorden tal van economen enthousiast. Ik zet een aantal van hun ‘vanzelfismen’ eens op een rijtje.

Het was Adam Smith, die wel beschouwd wordt als de ‘vader van de economie’, die dit verhaal opschreef (in 1776 en 1789). Bij die ‘hand’ dacht hij niet aan die van een godheid maar aan een automatisch optredend marktmechanisme. Het werd een adagium van de ‘Klassieke School’. Overigens relativeerde Smith zelf dit principe nogal; het waren vooral zijn volgelingen die de uitspraak verabsoluteerden. Dat deden uiteraard vooral degenen die veel baat hadden bij ondernemen in een vrije markt zonder hinderlijk ingrijpen van een actieve overheid.

Buiten dit boek heet deze mythe netjes de Wet van Say. Overproductie kan niet bestaan, in ieder geval nooit lang, volgens Jean-Baptiste Say in 1803.

De Onzichtbare Hand en de Wet van Say zijn twee voorbeelden van vroege economische mythen. Ze worden tegenwoordig lang niet zo letterlijk genomen. Er zijn tal van voetnoten, beperkingen en uitbreidingen aan toegevoegd. Toch hangt de geest van het vanzelfisme nog zwaar over de economische theorie. Neem nu:

Aldus Simon Kuznets. Hij beweerde dat de economische groei er in het kapitalisme toe leidt dat de inkomens- en vermogensongelijkheid zal afnemen. Deze conclusie trok hij op basis van onderzoek dat erg beperkt was, zoals hij zelf ook besefte. Hij schreef erover: ‘De publicatie is [gebaseerd op] misschien 5 procent empirische informatie en 95 procent speculatie.’ Volgens commentaren is de meeste literatuur over het Trickle Down Effect politiek gemotiveerd. Empirische onderzoeken laten keer op keer zien dat het effect nauwelijks voorkomt of zelfs eerder omgekeerd is, met name in de laatste decennia: bij toenemende welvaart profiteren de armen niet of nauwelijks en neemt de ongelijkheid toe.

Verwant aan het Trickle Down Effect is de volgende mythe.

De Amerikaanse president John F. Kennedy zei dat graag, hoewel hij het niet zelf bedacht had (zoals velen onterecht menen). Hij en verschillende van zijn opvolgers, waaronder Ronald Reagan, gebruikten de mythe als argument om de belastingen te verlagen. Vanzelfsprekend profiteerden de rijken daar aanzienlijk meer van dan de armen, zoals Thomas Piketty aan de hand van zeer veel data bewees. Dat deed David Parkerverzuchten: ‘Wij geloven dat een opkomend tij van economische groei alle boten zou moeten optillen, niet alleen de superjachten.’

Diverse mythen hebben betrekking op economisch evenwicht, dat – je raadt het – vanzelf tot stand komt en zich handhaaft. Dynamisch handhaaft zelfs, wat betekent dat de krachten in het economisch systeem zo op elkaar inwerken dat de combinatie vanzelf steeds in de richting van stabiliteit duwt. Mooi, hè? Zo is er:

Léon Walras introduceerde de mythe in 1854. Zo’n perfecte markt is gedefinieerd als een markt die uitsluitend bestaat uit bedrijven die te klein zijn om de markt te overheersen. Deze bedrijven zijn altijd volledig geïnformeerd en leveren volstrekt gelijke producten – ‘volkomen mededinging’ – zodat hun volmaakt rationele klanten alleen maar op de prijzen hoeven te letten waardoor zij het ‘nut’ van hun aankopen kunnen maximaliseren. Een perfecte markt is altijd ‘pareto-efficiënt’, dat wil zeggen:

Pareto-efficiënt veronderstelt dat het welzijn van mensen een grootheid is die je objectief kunt meten en in getallen uitdrukken. Sterker, die je kunt optellen en aftrekken, alsof het om een exacte, natuurkundige grootheid gaat. 

Als echt bestaande markten niet perfect zijn, noem je dat marktfalen. Dat is natuurlijk een rare benadering, aangezien ‘perfecte’ markten niet bestaan en nooit bestaan hebben. Echte markten komen niet eens in de buurt van perfect, waardoor de aanname dat het Walrasiaanse model een redelijke benadering kan zijn van de werkelijkheid totaal ongeloofwaardig is: een mythe dus.

Arrow en Debreu hebben laten zien welke aannamen er nodig zijn om de economie pareto-efficiënt te laten zijn; de beide auteurs geloofden oprecht dat deze condities echt kunnen bestaan. Zij noemden onder meer: De markten zijn volledig concurrerend. Ieder individu kan zich tegen ieder risico verzekeren. Er zijn geen externaliteiten. Er zijn geen publieke goederen. Er is geen innovatie. Er is geen werkeloosheid. En de overheid grijpt niet in. Nooit. 

Joseph Stiglitz, die minder in de realiseerbaarheid van pareto-efficiëntie gelooft, voegde hier op kritische toon nog twee voorwaarden aan toe: Iedereen beschikt over perfecte informatie. En alle ongeschoolde arbeiders zijn uitwisselbaar.

Gedachten zoals deze berusten stilzwijgend op een heleboel naïeve veronderstellingen. Hebben degenen die dit schreven of onderschreven ooit wel eens échte mensen ontmoet? Waarschijnlijk niet, want achter deze illusie schuilt een andere mythe.

Deze mythe is enorm populair bij diverse scholen, waaronder de neoklassieke school. Dat is geen wonder, want met deze abstracte wezens kun je fijn modellen maken en rekenen, wat met echte mensen veel lastiger is. Joseph Stiglitz omschrijft deze h. economicus als “een berekenend, rationeel en op eigen belang gericht individu” met “geen ruimte voor menselijke empathie, gemeenschapszin of altruïsme”.

Ken je zo iemand? Ik wel. Hij heet Mr. Spock, en hij was een van mijn helden in de populaire tv-serie Star Trek, The Original Series (‘TOS’) uit de late jaren 1960. 

Om eerlijk te zijn was Mr. Spock half homo, half vulcan. Dankzij zijn menselijke helft had hij soms toch last van emoties. Egoïstisch was hij overigens niet, hoe kon hij anders een held zijn van mij en vele anderen? Spoiler alert: Aan het eind van de speelfilmStar Trek II: The Wrath of Khan gaf hij zijn leven teneinde Starship Enterprise te redden.

Zonder gekheid: homo economicus, een absurd verwrongen simplificatie van homo sapiens, wordt werkelijk toegepast als het prototype van de mens in tal van economische modellen. Degenen die deze modellen ontwierpen beseften die simplificatie vermoedelijk wel. Het grootste probleem is dat degenen die de modellen vervolgens toepassen, in het algemeen niet van deze en alle andere versimpelingen op de hoogte zijn. Neem nu:

Ik noemde Eugene Fama, de bron van deze briljante uitspraak (die hem in 2013 de Nobelprijs voor Economie opleverde), al in een aflevering van hoofdstuk 1. De mythe is in brede economische kringen bekend als de Efficiënte-Markthypothese (EMH). Welbeschouwd is de EMH niet nieuw, hij is gewoon een variant van de andere mythen die ik je liet zien. Toch is hij interessant, omdat hij bewijst dat ook vandaag de vanzelfismen nog steeds glorieus aanbeden worden, ondanks de overweldigende bewijzen van het tegendeel. Volgens de EMH bestaan er geen bubbels, hebben die nooit bestaan en kunnen die helemaal niet bestaan. Dat ze er in werkelijkheid volop zijn geweest en nog steeds zijn, is blijkbaar ‘jammer voor de werkelijkheid’, zoals dat heet.

Er zijn nog wel meer vanzelfistische mythen. Zoals de Tweede Wet van Gossen, die onder meer stelt:De consument besteedt zijn inkomen altijd optimaal. Deze mythe is nog altijd populair, ondanks herhaalde weerleggingen. Wil je nog meer fantasierijke mythen? Google eens op het Coase theorema. Ik laat het er nu bij, ik denk dat je het algemene idee wel hebt.

Het is schokkend om te zien dat nogal wat economen menen dat het zinvol is om hun kinderlijke mythen te beschouwen als een redelijke benadering van de werkelijkheid. Toch is dat het geval. Volgens de aanhangers van het neoklassieke model, oftewel de School of Chicago, wijkt de werkelijke markt weinig af van de perfecte markt, zodat de theorie ook in de praktijk kan worden toegepast, voorzien van enkele correcties. Afwijkingen van de perfectie zijn volgens hen beperkt en van korte duur. Dit neoklassieke model is al sinds jaren de overheersende economische opvatting, die bij veel regeringen en financiële instellingen het beleid vormgeeft.

De samenvatting van alle vanzelfismen is: doe niets, dan komt het allemaal goed. Vanzelfsprekend is dat een smoes, want degenen die dit propageren bedoelen eigenlijk: doe niets, dan blijft alles zoals het is: de rijken blijven rijk (of worden steeds rijker), de machtigen blijven machtig (of worden nog machtiger). De officiële term daarvoor is: handhaving van de status quo, van de gevestigde orde. Of ook wel: het beschermen van de rechtsstaat.

Dat is de reden waarom een invloedrijke overheid door economen van de dominante scholen als storend wordt beschouwd, aangezien overheden nog wel eens de neiging hebben om wél iets te doen.

Het zal je dan ook niet verbazen dat de meeste invloedrijke economen en politici een hoog boven modaal inkomen hebben. Als ze het hebben over de egoïstische en berekenende homo economicus, ontlenen ze dat beeld dan misschien aan de spiegel?

Er is nog een andere mythe die als taak heeft om het beeld te versterken dat de huidige economie goed is voor iedereen.

Zeker, de vrije markt levert een hoop welvaart op, in elk geval voor de gelukkigen die bovenaan zijn komen drijven, of op zijn minst in de middenklasse in een westers land verkeren. Maar tal van verworvenheden van de westerse samenleving, zoals vrouwenkiesrecht, mensenrechten, minimumloon, vakanties, cao’s, ziektekostenverzekeringen, persvrijheid en milieubeleid, zijn bevochten op het kapitalisme door een zelfbewuste burgerij, deels via een door hen gevormde democratische en ingrijpende overheid. Deze welzijnsaspecten bestaan dus ondanks en niet dankzij de vrije markt. Het kapitalistisch systeem heeft, naast welvaart, ook zeer veel ellende en gevaar gebracht, zoals ik in het volgende hoofdstuk uitgebreid ga beschrijven. 

Tegenover de kapitalistische mythe staat de communistische mythe.

Dat is de mythe van het marxisme, en trouwens ook van de Franse Revolutie en vele andere gewelddadige omwentelingen. Als je van mening bent dat de rijken en machtigen hun plaats dienen af te staan, dan kun je dat hopen te bereiken door de samenleving om te wentelen, zodat de bovensten de ondersten zullen zijn en vice versa. Uiteraard is dat een illusie. Je kunt de samenleving voorstellen als een piramide, met enkele rijken en machtigen aan de top en vele machteloze armoedzaaiers onderaan. Zet je dat op zijn kop, dan komen velen bovenaan. Maar dat blijft natuurlijk niet zo, want enkele van de voormalige armoedzaaiers werken zich boven de anderen uit, de rest stort omlaag, en uiteindelijk krijg je de gewone piramide weer terug, alleen met andere rijken en machtigen aan de top. De nieuwe machthebbers zijn vaak erger dan de oude: denk aan Napoleon, Stalin en Mao Zedong. Ik ken geen enkel voorbeeld waarbij een grootschalige geweldsuitbarsting rechtstreeks tot iets goeds leidde.

Wil je meer mythen? Ik kan je ‘Economyths’ van David Orrell aanraden, hij heeft net als ik een verzameling aangelegd. Ik voeg hier zelf nog één andere merkwaardige mythe toe.

Het klinkt misschien bizar, maar heel wat macro-economen zijn van mening dat economie weinig of niets met geld te maken heeft. Zo merkte Mervyn King, vooraanstaand macro-econoom en gouverneur van de Bank of England van 2003 tot 2013, op: “De meeste mensen denken dat economie de studie is van geld, [terwijl] de meeste economen gesprekken voeren waarin het woord ‘geld’ zelden of nooit voorkomt.”

Volgens David Orrell, die King citeert, is de reden waarom de centrale banken de bankencrisis van 2008 niet hebben voorzien, dat de banken eenvoudig niet in hun modellen voorkomen. Orrell noemt deze wonderlijke opvatting “een gapend gat in de theorie, een blinde vlek in de kennis van de experts, zoiets als zeggen dat de dokters nog niet precies hebben uitgezocht wat de rol van dat rode kleverige spul is zodat ze het voorlopig maar even negeren, hoewel het fijn zou zijn als het ophield met weglekken als mensen worden behandeld.”

Ook anderen verbazen zich. Alejandro Nadal noemt geld “zonder twijfel het belangrijkste economische object” en schrijft: “Het feit dat geld werd verbannen uit de analyse van marktprocessen toen de discipline werd geboren en dat deze traditie tot op de dag van vandaag wordt gehandhaafd, is een van de meest opmerkelijke feiten van de economische theorie.”

Tenslotte

Elmar Otter, je wint: het was inderdaad Mr. Spock. Maar Braavos, jij gaat ook nog gelijk krijgen, want voor Scotty is binnenkort een gastrol weggelegd. In verband met upbeamen, vanzelfsprekend, gekoppeld aan de vraag: stel dat je niet iemands atomen upbeamt maar alleen de informatie overstuurt waarmee elders andere atomen jou weer opbouwen, hoeveel informatie moet er dan worden doorgegeven? Waarom die vraag relevant is, dat lees je later.

De volgende keer vertel ik iets over het klakkeloos overnemen door de economie van wetenschappelijke methoden die in andere wetenschappen succesvol zijn gebleken. Dat is een ander kenmerk van protowetenschap. Het gaat dan onder meer over fysicalisering. Aan de orde komen onder meer DSGE-modellen. Tot volgende week.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Niko Roorda

Gevolgd door 677 leden

Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

Volg Niko Roorda
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Een duurzame economie

Gevolgd door 1164 leden

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

Volg dossier