• Als de depositobank geen geld uitleent dan zal de rente 0% zijn lijkt me. Elke procentpunt hoger verhogen de kosten bij de klant.
  • Het is het monetair systeem dat risico loopt als geld hieraan onttrokken wordt.
  • xxx
  • Dus geen vraag vanwege kosten, maar wel risico op een banken vergroten?!? Zijn dat dezelfde mensen die dat zeggen?

Een depositobank en digitale vormen van contant geld staan bovenaan de lijst voorstellen om het geldstelsel te verbeteren. Centraalbankiers houden experimenten echter tegen, met het argument dat een veilige haven voor spaargeld de financiële stabiliteit in gevaar brengt. Is dat wel zo?

Dit stuk in 1 minuut
  • Al in 2015 wilden ondernemers een Nederlandse depositobank oprichten, een veilige bewaarbank die alleen spaargeld aanneemt en geen leningen verstrekt. De ‘saaiste bank van Nederland’ kreeg na een kastje-muur-pingpongspel tussen het ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank (DNB) uiteindelijk geen bankvergunning in 2017.
  • De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) stelde afgelopen januari, na drie jaar onderzoek naar het geldstelsel, dat de dominantie van de drie grote banken problematisch is. ‘Om daadwerkelijk tot een diverser bankenlandschap te komen, is het van belang uitdagers (zowel binnen als buiten het bankwezen) te steunen.’
  • DNB zegt een ‘open houding’ te hebben richting nieuwe financiële initiatieven maar dat blijkt niet uit de praktijk. DNB wijst vooral op de risico’s voor de financiële stabiliteit en vreest voor een bankrun. 
  • Experts zien die risico’s niet. Lex Hoogduin: ‘Daar spreekt vooral een oordeel over de andere banken uit.’ Teunis Brosens: ‘Het risico op een bankrun is met een paar praktische ingrepen heel goed in de hand te houden.’
  • Het lijkt erop dat onze centraalbankiers innovatie tegenhouden omdat ze vrezen dat bestaande banken in de problemen komen wanneer de concurrentie toeneemt. 
Lees verder

‘We willen mensen de optie bieden om hun spaargeld zonder kredietrisico in digitale vorm aan te houden. Daarmee concurreren we met bestaande banken om de gunst van de klant en dat betekent dat mensen niet langer verplicht zijn om commerciële banken te financieren. Als dat al te ver buiten de bestaande kaders valt, mag je concluderen dat de ruimte voor competitie en innovatie niet bestaat.’ 

Aan het woord is Paul Buitink, bestuursvoorzitter van Stichting Full Reserve, die al sinds 2015 een depositobank probeert op te richten. Ondanks unanieme steun van de Tweede Kamer hielden toenmalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem en De Nederlandsche Bank (DNB) dat initiatief tegen. Dijsselbloem verschuilde zich in 2017 achter Europese richtlijnen die de oprichting van een depositobank in de weg zouden staan. Verscheidene juristen bestempelden dat toentertijd als een vertragingstactiek. Dijsselbloem vroeg de Kamer geduld te hebben: ‘[..] ik heb de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) verzocht een onderzoek uit te voeren naar de verschillende aspecten van geldschepping en mogelijke alternatieven en verbeteringen. Hierin zal de WRR ook het idee van de Depositobank betrekken.’

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) deed drie jaar onderzoek naar het geldstelsel en presenteerde in januari de resultaten aan de regering. De WRR pleit voor een ‘stevige aanpak van de marktmacht van de grote spelers.’ 84 procent van het balanstotaal van de Nederlandse bankensector is gestald bij drie banken: ING, ABN Amro en de Rabobank. Die dominantie is problematisch, stelde de WRR: ‘Het huidige systeem bevoordeelt impliciet de grote banken en maakt het lastig voor nieuwkomers. [..] Om daadwerkelijk tot een diverser bankenlandschap te komen, is het van belang uitdagers (zowel binnen als buiten het bankwezen) te steunen.’ De WRR noemt flexibeler omgaan met vergunningen als middel om dat te bereiken. Een voorbeeld: lichtere vergunningen voor uitdagers. 

Nieuwe initiatieven moeten wel passen binnen de huidige kaders

De praktijk is weerbarstiger. Naar aanleiding van het WRR-advies vroeg Follow the Money DNB opnieuw hoe zij tegen de oprichting van een depositobank aankijkt. De centrale bank antwoordde: ‘DNB neemt een open houding aan ten opzichte van nieuwe financiële initiatieven. Uiteraard moeten nieuwe initiatieven wel passen binnen de huidige juridische kaders, wetten en normen.’ Vervolgens verwees DNB naar de Kamerbrief van Dijsselbloem uit 2017 waarin de constructie wordt beschreven die Stichting Full Reserve zou moeten volgen om een bankvergunning te krijgen: ‘Een depositobank is binnen de huidige juridische kaders mogelijk indien de bank toevertrouwde middelen via geldmarktfondsen veilig stelt.’ 

‘Een complexe schijnoplossing,’ oordeelt Buitink. ‘De samenleving heeft juist behoefte aan veilige oplossingen die het financiële systeem versimpelen.’ De voorgespiegelde constructie is omslachtig en wat Buitink betreft een sprekend voorbeeld van wat de WRR benoemt in zijn rapport: ‘Wet- en regelgeving is vaak afgestemd op de systeembanken en past minder bij de activiteiten en risico’s van uitdagers.’ 

Geen wil tot experimenteren 

Juridisch hebben DNB en de Europese Centrale Bank (ECB) voldoende mogelijkheden om experimenten met een depositobank te faciliteren, maar de wil ontbreekt. Zo liet ECB-president Mario Draghi op 24 januari in zijn antwoord op een vraag van Follow the Money weten geen voorstander te zijn van een depositobank: ‘Dat is riskant voor monetair beleid, de bancaire sector en de financiële stabiliteit.’ 

Draghi zet een depositobank weg als een risico voor de financiële stabiliteit. Dat is opmerkelijk, want een depositobank stalt het spaargeld van klanten direct bij de centrale bank en die kan niet failliet gaan. Klanten lopen juist geen kredietrisico op hun spaartegoeden, zoals bij andere banken wel het geval is. 

Wat zijn centralebankreserves, een depositobank en Central Bank Digital Currency?

De enige publieke euro’s die gewone stervelingen kunnen gebruiken, zijn munten en briefjes. Dat contante geld vormt nog maar 7 procent van de totale geldhoeveelheid. De centrale bank geeft alleen contant geld en centralebankreserves uit. Momenteel hebben personen geen toegang tot digitale centralebankreserves – niet direct en ook niet via een tussenpartij; alleen partijen met een bankvergunning mogen een rekening bij de centrale bank openen. 

Centrale banken hebben contant geld niet geüpdatet naar het digitale tijdperk, terwijl het betalingsverkeer wel grotendeels is gedigitaliseerd. Daardoor zijn burgers volledig aangewezen op giraal geld, banktegoeden bij commerciële banken, voor hun digitale betalingen. Inmiddels bestaat 93 procent van de totale geldhoeveelheid uit giraal geld. Dat is uitzonderlijk: nooit eerder waren we zo afhankelijk van private partijen voor de geldcreatie. 100 procent van onze digitale euro’s zijn vorderingen (claims) op commerciële banken en daarom niet vrij van risico’s: een commerciële bank kan immers failliet gaan en op dat moment verliest ook jouw vordering op de bank (een deel van) zijn waarde. Omdat de centrale bank niet failliet kan gaan, zijn centralebankreserves wel vrij van kredietrisico. 

Om mensen een digitaal alternatief te geven voor contant geld, adviseert de WRR om hen toegang te geven tot centralebankreserves. Ze kunnen dan (een deel van) hun geld stallen bij de centrale bank en lopen daarop geen risico. Tegelijkertijd hoeven ze niet te rekenen op rendement: het geld wordt immers niet geïnvesteerd maar ligt in de digitale centralebankkluis. 

Mensen toegang geven tot centralebankreserves kan op verschillende manieren. De eenvoudigste is de oprichting van een depositobank, een bank die (alle) deposito’s van klanten één-op-één stalt bij de centrale bank. De ontwikkeling van een Central Bank Digital Currency (CBDC) gaat nog een stapje verder: de centrale bank geeft in dat geval zelf een digitale munt uit die mensen kunnen aanhouden op een rekening en waarmee ze kunnen betalen. Deze digitale munt heeft hetzelfde (krediet-)risicovrije karakter als contant geld: het is de digitale variant op de sok onder het matras. CBDC is het digitale equivalent van cash geld: een risicovrije munt uitgegeven door een publieke instantie. Dat zou in het geval van de ECB de ontwikkeling van een digitale versie van de euro betekenen. 

Lees verder Inklappen

Geef burgers toegang tot centralebankreserves, en je geeft ze de mogelijkheid hun geld weg te halen bij commerciële banken zonder het om te zetten in fysieke munten of briefjes. Dat is waarom Mario Draghi een depositobank als een risico voor de financiële stabiliteit bestempelt. De Bank of International Settlements (BIS) verwoordde het in 2018 zo: ‘Wanneer klanten hun deposito’s ten tijde van stress makkelijker kunnen overmaken naar de centrale bank, zijn commerciële banken minder zeker van de deposito's van klanten.’ Dat kan in crisistijd een bankrun versnellen. Digitaal geld overboeken is immers efficiënter dan met zijn allen in de rij staan voor de pinautomaat. 

‘Daar spreekt vooral een oordeel over de andere banken uit,’ vindt hoogleraar Lex Hoogduin, gespecialiseerd in financiële markten. ‘Als je bang bent voor een bankrun is er kennelijk iets niet goed bij die banken.’ Een gebrek aan liquiditeit (door het weghalen van spaargeld) levert momenteel helemaal geen probleem op voor de banken, legt hij uit. De ECB voert immers nog altijd onconventioneel monetair beleid: ‘Banken kunnen onbeperkt lenen bij de centrale bank. Een gebrek aan liquiditeit wordt pas nijpend wanneer banken niet meer voldoende onderpand hebben.’ Omdat banken normaal gesproken niet zonder onderpand komen te zitten voor nieuwe leningen, is de geschetste problematiek niet aan de orde. De ECB is immers niet van plan om het verstrekken van goedkope noodleningen aan banken binnenkort aan banden te leggen. 

Ook Teunis Brosens, econoom bij de ING, vindt de vrees voor een bankrun wat  opgeklopt. Hij zegt tegen Follow the Money: ‘Ik sta hier genuanceerder in dan Draghi. Er zijn risico’s, maar die zijn wel te managen. Ik zie geen fundamentele reden waarom we niet naar een systeem met een Central Bank Digital Currency (CBDC) of een depositobank kunnen bewegen.’ Brosens meent dat de oprichting van een depositobank vanuit economisch perspectief bijna hetzelfde is als een CBDC. ‘Een depositobank is eigenlijk een tussenpartij tussen het centralebankgeld en het individu.’ 

Naast de commerciële banken schep je een alternatief van een andere orde van betrouwbaarheid

Wel is het zaak om bij het oprichten van een depositobank of CBDC niet over één nacht ijs te gaan: ‘Als je het op een onbezonnen manier opzet, creëer je een extra manier om een digitale bankrun te starten,’ zegt Brosens. ‘Naast de commerciële banken schep je immers een alternatief van een andere orde van betrouwbaarheid, zeker in perceptie. De centrale bank heeft de volledige credits van de Nederlandse en Europese overheden.’ Geen fundamentele reden om een depositobank of CBDC tegen te houden, vindt Brosens: ‘Het risico op een bankrun is met een paar praktische ingrepen heel goed in de hand te houden. Het is vrij makkelijk om hoeveelheden en geldstromen in te perken, door bijvoorbeeld een maximum te stellen aan het bedrag op een depositorekening of door hooguit 500 euro per week in te laten leggen.’

Brosens verwijst ook naar het rapport van de WRR, dat beschrijft hoe uitzonderlijk het vanuit historisch oogpunt is dat wij nog slechts voor 7 procent gebruikmaken van publiek geld. ‘Een paar decennia geleden maakten we volop gebruik van publiek geld. Het is dus een beetje gek om nu te zeggen dat het niet kan. We hadden het vroeger, dus waarom zou het nu niet kunnen?’ 

Instabiel door veilige haven

De WRR is eveneens glashelder over de wenselijkheid van een depositobank of CBDC: ‘Dat het financieel systeem instabiel kan worden door het creëren van een veilige haven zegt meer over het huidige systeem dan over het alternatief als zodanig. Het is eerder een indicatie van de weeffouten in het huidige systeem.' Gabriela Guibourg, hoofd betalingsbeleid bij de Zweedse centrale bank Riksbank, verwoordde in de Volkskrant misschien wel het beste waarom je de oorzaak van een bankrun nooit moet zoeken in het bestaan van een veilig alternatief. 'Een bankrun is altijd het gevolg van banken die hun werk verkeerd hebben gedaan en zo het vertrouwen verliezen van het volk. Moet je in dat geval burgers de mogelijkheid van een veilige haven ontzeggen?’

Hoewel DNB zichzelf een ‘open houding’ richting nieuwe financiële initiatieven toedicht, blijkt dat niet uit de praktijk. Zo houdt DNB niet alleen experimenten met een depositobank tegen, maar loopt de bank ook mijlenver achter op de Zweedse Riksbank, die in 2018 experimenten met een CBDC aankondigde. In reactie op vragen van Follow the Money schrijft DNB: ‘Experimenten met CBDC zijn nu niet aan de orde.’ DNB verwijst naar haar persbericht waarin ze wijst op de ‘onzekerheden en risico’s’ die aan een CBDC verbonden zijn: ‘Zo concurreert CBDC in beginsel met bankdeposito’s, waardoor financiering voor banken duurder wordt en het hun capaciteit om krediet te verlenen ondermijnt.’ De argumenten tegen een CBDC zijn dus identiek aan de argumenten die DNB gebruikt om een depositobank tegen te houden. DNB is bang dat bestaande banken in de problemen komen door de toegenomen concurrentie. 

De afbouw van het depositogarantiestelsel

Om de eerste 100.000 euro van consumenten te beschermen, kennen we het depositogarantiestelsel (DGS). Via deze garantieregeling verplicht de overheid banken mee te betalen als een andere bank failliet gaat: het zogenaamde bail in-principe. Dat moet voorkomen dat alleen de staat en belastingbetalers voor de kosten opdraaien, zoals bij de bail-outs tijdens de kredietcrisis van 2008. 

Het depositogarantiestelsel is omstreden omdat juist een (overheids-)garantie onverantwoorde risico’s aanmoedigt. Als het goed gaat, profiteert alleen de partij die risico neemt. Gaat het fout, dan betalen andere partijen verplicht mee. De Stichting Full Reserve heeft principieel bezwaar tegen het depositogarantiestelsel. De depositobank wil immers het geld van haar klanten veilig bewaren. Buitink: ‘Dat is de essentie van onze propositie, en die kunnen we niet waarmaken als we verplicht zijn de risico’s die andere banken nemen, mee te dragen.’ Hoogleraar Lex Hoogduin is het hiermee eens: 'Een depositobank zou niet hoeven bijdragen aan het depositogarantiestelsel.’ De reden daarvoor is eenvoudig: een depositobank leent geen geld uit en loopt dus ook geen kredietrisico.

De Stichting krijgt bijval van de WRR, die in zijn rapport schrijft: ‘De verplichte deelname aan het depositogarantiestelsel en de differentiatie daarin [moet] [..] beter worden afgestemd op de daadwerkelijke risico’s. Voorkomen moet worden dat een instelling met weinig risico wordt gedwongen mee te betalen aan de veel grotere risico’s die elders gelopen worden. Het aangepaste depositogarantiestelsel voorziet hier nog onvoldoende in.’

Het toelaten van een depositobank kan volgens Buitink bijdragen aan het afbouwen van het depositogarantiestelsel. Nu lopen consumenten verplicht risico, omdat alle banken hun spaargeld weer uitlenen en geen enkele bank zijn geld volledig in kas houdt. Als consumenten ook kunnen kiezen voor een veilig alternatief is de staatsgarantie van het depositogarantiestelsel eigenlijk niet meer nodig. ‘Risico nemen wordt dan een vrijwillige keuze,’ zegt Buitink. ‘Met echte competitie in het bankenlandschap verdwijnt de huidige noodzaak voor de ingewikkelde en dure stapeling van garantieregelingen, wetten en het zogenoemde ‘prudentieel bankentoezicht’.'

Geen leningen, geen inkomsten

DNB schrijft aan Follow the Money dat voor het toekennen van een bankvergunning ook de ‘integriteit en levensvatbaarheid van het bedrijfsmodel’ van een bank belangrijke criteria zijn. Een depositobank leent geen geld uit en genereert dus geen inkomsten met kredietverlening. De bank moet operationele kosten op een andere manier dekken. Tegenstanders voorspellen dat klanten geen vraag hebben naar een rekening bij een depositobank, omdat de kostendekkende bijdrage te groot zal zijn. Dat is een valide punt: consumenten zijn maar beperkt bereid te betalen voor een bankrekening. Hoe hoog de bijdrage is, zal afhankelijk zijn van het aantal gebruikers, technologische ontwikkelingen voor betalingsverkeer en de bereidheid van de overheid bij te dragen in de kosten. Een depositobank kan potentieel een deel van de vraag naar fysiek contant geld vervangen, wat de overheid kosten bespaart. De grootste publieke kostenbesparingen schuilen echter in een stabieler financieel systeem en het uitbannen van systeemcrises. Een depositobank kan daar een rol in spelen.  

Een tweede argument dat vaak wordt gebruikt om het businessmodel van een depositobank onderuit te halen, is de potentiële dreiging van een negatieve rente. Een slinkende digitale bankrekening is inderdaad geen aantrekkelijk propositie. Het probleem van een negatieve rente kun je echter eenvoudig ondervangen door ‘digitale cash’ gelijk te stellen aan fysiek contant geld. De overheid of centrale bank kan een ondergrens van nul procent rente instellen voor een depositobank. 

In de discussie over geldhervorming geldt over het algemeen dat bij alle innovatieve voorstellen enkele praktische problemen opdoemen. Puur vanuit het huidige geldstelsel geredeneerd (wat bankiers graag doen) zijn die problemen onoverkomelijk. Ze worden dan ook regelmatig aangevoerd als reden om alles bij het oude te laten. Wanneer we met een open blik naar deze praktische problemen kijken, blijken ze meestal eenvoudig te verhelpen. Dat vraagt echter wel enig herontwerp en nieuwe uitgangspunten voor het geldsysteem – een vereiste voor innovatie. 

Lees verder Inklappen

Concurrentie voor bestaande banken

Wanneer spaarders terechtkunnen bij een depositobank, moeten commerciële banken beter hun best doen om klanten te overtuigen van hun meerwaarde. Slagen ze daar niet in, dan moeten ze andere geldschieters vinden voor de financiering van hun bedrijfsactiviteiten. Dat kun je omschrijven als een risico voor de financiële stabiliteit, zoals de ECB en DNB doen, maar je kunt het ook gezonde marktwerking noemen. In een functionerende markteconomie concurreren bedrijven om financiering. Wanneer ze onvoldoende geldschieters aan zich kunnen binden, is hun meerwaarde onvoldoende duidelijk of hun bedrijfsmodel achterhaald. Competitie is in dat geval de stok achter de deur om te blijven innoveren en hervormen. 

DNB toont echter geen enkele intentie om een veilige haven voor spaargeld te creëren om het depositogarantiestelsel af te bouwen en competitie te laten toenemen. Het lijkt erop dat eerst de politiek in actie moet komen voordat de centrale bank ruimte voor innovatie creëert. Een aantal politici geeft daar gehoor aan. Zo kwam SP-Kamerlid Mahir Alkaya in december met een voorstel voor de oprichting van een publieke depositobank, die burgers een spaaroptie zonder kredietrisico moet bieden. 

Op 23 februari namen ook politici van GroenLinks en de PvdD deel aan discussies op het congres van Stichting Ons Geld naar aanleiding van het WRR-rapport. De regering moet nog officieel reageren op de aanbevelingen van de WRR. Regeringspartijen CDA en D66 waren eerder, in de personen van Pieter Omtzigt (CDA) en Wouter Koolmees (D66), betrokken bij de moties die leidden tot het WRR-onderzoek naar de oprichting van de depositobank. 

Stichting Full Reserve hoopt dat de reactie van de regering de deur naar de oprichting van een depositobank weer openzet. Maar zelfs als de barrières voor een depositobank worden opgeheven, zijn we volgens Lex Hoogduin nog ver verwijderd van marktwerking in de bancaire sector, laat staan een stabiel financieel systeem. Hoogduin: ‘De oprichting van een depositobank zou een positief signaal zijn. Maar wat levert het op als je er eentje toelaat? Ik verwacht daar niet zo veel van.’ 

In het volgende deel van deze reeks duiken we nog een stap dieper in de problematiek binnen de bancaire sector en de functie van banken. Daarin vertelt onder andere Hoogduin wat nodig is voor een competitieve en toekomstbestendige bancaire sector. 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Thomas Bollen

Gevolgd door 1553 leden

Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.

Volg Thomas Bollen
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Van wie is ons geld?

Gevolgd door 1795 leden

Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Ofwel: kunne...

Volg dossier