De bezuinigingen bij Defensie hebben alarmerende gevolgen. Zo heerst er een nijpend munitietekort, waardoor manschappen gaan, zonder voldoende schiettraining. Gevaarlijke situaties voor militairen zijn het gevolg. En: hoe inzetbaar is ons leger straks nog? 'Ik heb twee jaar lang geen schot gelost vanwege tekorten.'

    Op een herfstige vrijdagavond enkele jaren geleden komen militairen bijeen op een borrel. Het betreft geen uitzonderlijke bijeenkomst. Jaarlijks komen KMA-opgeleide officieren bijeen op de zogeheten pa/zeun stapavond. Eerstejaars officieren krijgen namelijk na hun ontgroening een derdejaarsofficier toegewezen als mentor (hun 'pa') die ook weer hun eigen mentoren (hun 'opa') hebben. Deze 'familielijn' staat in militaire kringen bekend als je corpsfamilie.

    Op deze avond stapt een compagnie commandant, verantwoordelijk voor meerdere pelotons, met bedrukt gezicht binnen. Reden: hij moet binnenkort op uitzending naar Afghanistan, maar zijn mannen hebben helaas niet de gelegenheid gehad om alle vereiste schietoefeningen te voltooien. Toen hij zijn zorgen bekend had gemaakt aan zijn commandant, had deze gereageerd met de woorden: 'Joh, anders ga je op uitzending en doen we de oefening daar wel'. Hij is niet gerust gesteld: wat als hij op dag één al moet schieten? Diezelfde avond wordt er door pa en zeun letterlijk op de achterkant van een bierviltje een 'bestelling' genoteerd, om via informele kanalen alsnog munitie te regelen, zodat hij en zijn mannen nog voor vertrek naar Afghanistan een keer kunnen oefenen.

    Dit is helaas geen uitzonderlijke anekdote binnen de Nederlandse krijgsmacht. 

    "De munitietekorten zijn een bekend probleem: in augustus 2015 werd al bekend dat schietoefeningen voor de missie moesten worden geannuleerd"

    'Nijpende munitietekorten'

    De munitietekorten zijn een bekend probleem: in augustus 2015 werd al bekend dat schietoefeningen voor de missie moesten worden geannuleerd. Minder bekend is de mate van urgentie van dit probleem en de gevolgen voor met name de parate eenheden en dus op het moment dat het er op aankomt.

    Want wat moeten wij ons voorstellen bij de 'ernstige' munitietekorten waar vertrekkend Commandant van de Landstrijdkrachten, Mart de Kruif, maart jl. over sprak? 

    Volgens een voormalig officier zijn de tekorten dermate nijpend dat 'mocht de pleuris uitbreken, Nederland voor nog geen vijf dagen munitie heeft.' Dit is ver onder de NAVO-norm van 30 dagen en deze schatting zou zelfs nog rooskleurig kunnen zijn. Zo kwam begin juli het bericht naar buiten dat buurland Duitsland, dat kampt met vergelijkbare munitietekorten, voor slechts 2 dagen voorraad heeft. Bijkomend probleem is dat de meest gebruikte munitie, de 5,65 kaliber voor de Colt7, volgens pas twee jaar nadat de bestelling de deur uit is gegaan kan worden verwacht op de Nederlandse kazernes. Op de vraag aan het ministerie of bij het bestellen van munitie er moet worden uitgegaan van maanden of jaren, wordt geen specifiek antwoord gegeven. 'Het op orde brengen van de basisgereedheid (inclusief de logistieke keten, voorraden en reservedelen) heeft prioriteit. De effecten van de extra middelen zijn echter niet onmiddellijk voelbaar. Dit kost tijd', aldus woordvoerder Lisa Hartog. Hoeveel tijd? Die vraag blijft onbeantwoord.

    De problematiek omtrent munitietekorten speelt al jaren, maar pas de laatste drie jaar lijkt deze ook in Den Haag gevoeld te worden. Het ministerie benadrukt dat 'de minister van Defensie dit bij herhaling onder aandacht heeft gebracht. Zo is dit de afgelopen jaren meerdere malen aan de Kamer gemeld'. Nadat de Algemene Rekenkamer mei jl. waarschuwde dat de militaire gereedstelling in gevaar kon komen, wist de minister in juni jl. voor de periode tot en met 2019 125 miljoen vrij te krijgen om te investeren in munitie.

    In een reactie op dit artikel laat Defensie weten de investering in munitie 'totaal los van het ARK-rapport' staat. De aankondiging van de minister om te investeren in munitie (de zogeheten behoeftestelling) is namelijk het eindproduct van een onderzoeksfase (ingezet door DMO) en 'dit proces is niet van de laatste maanden, hiermee is al voor 2016 aan begonnen' en dus ver voor het verschijnen van het ARK-rapport.

    Heeft Defensie ooit als gevolg van de materiële tekorten moeten zeggen: helaas, hier kunnen wij niet aan mee doen?

    Toch gaat Defensie hier economisch om met de waarheid: zoals een behoeftestelling het einde vormt van een onderzoeksfase, vormt een rapport van het ARK dit eveneens. Op het moment dat deze eindproducten naar buiten worden gebracht komen deze terecht in de politieke arena en zijn dus onderdeel van het politieke spel. Concluderen dat deze dus 'totaal los' van elkaar staan op basis van de timing van interne procedures, negeert het element van politieke timing met het naar buiten brengen van een behoeftestelling. Dit is vreemd, aangezien Defensie op andere momenten zich zeer bewust lijkt te zijn van politieke timing. Zo haalt het ministerie NAVO rapporten uit dezelfde periode als het ARK-rapport aan in persberichten die de behoeftestelling (en dus conclusies van intern onderzoek) inzake munitie onderstrepen.

    Hoe het (procedureel) ook zij, het voordeel van de investering in munitie is dat een goede bevoorrading zich snel vertaalt in meer trainingen en zodoende relatief snel (los van de besteltijd) invulling kan worden gegeven aan de behoefte. Toch is de vraag of dergelijke ad hoc-bedragen geen druppel op de gloeiende plaat zijn wanneer de krijgsmacht te kampen heeft met een structureel tekort? 

    Met het oog hierop vraagt Follow the Money of 'gelet op de grote materiële tekorten (en ook tekort aan training) [het gevolg ooit is geweest] dat Defensie heeft moeten zeggen: helaas, hier kunnen wij niet aan mee doen?' Wederom volgt geen specifiek antwoord, maar de woordvoerder wil wel graag meegeven dat  'zover er beperkingen zijn, deze waar mogelijk opgelost worden. Ook hierover is de Kamer de afgelopen jaren meerdere malen geïnformeerd. Onder meer met de brieven over de inzetbaarheidsdoestellingen van Defensie'. In reactie op dit artikel valt Defensie over de observatie van Follow the Money dat hun antwoord niet specifiek zou zijn en quote ter verduidelijking uit antwoord op de Kamervragen van de leden Bontes en Van Klaveren: 'In 2015 en in het voorjaar van 2016 worden leveringen verwacht. Daarop vooruitlopend is de beschikbare munitie herverdeeld om de gevolgen van de schaarste te beperken, rekening houdend met de voorziene inzet en de geplande oefeningen en trainingen.’ En: ‘Defensie houdt gescheiden voorraden aan, voor inzet én voor opleiding en training. Hiermee wordt de inzet van de krijgsmacht geborgd.' 

    De vraag of Defensie ooit 'nee' heeft moeten verkopen (dus in aanloop naar inzet) is hiermee alsnog niet expliciet beantwoord. 

    'Boekhoudkundige trucjes'

    Want juist hier wringt de schoen. Volgens een officier van de Landmacht komen de gereedheidsrapportages (die aan de basis liggen van de inzetbaarheidsdoelstellingen) neer op 'lies, damned lies and statistics'. Zo zijn er onder generaal van Uhm deze gereedheidsrapportages ingesteld. Zij geven een score aan voor (1) geoefendheid; (2) inzetbaarheid personeel (aanwezigheid en eventuele beschikbare vervanging) en (3) inzetbaarheid materieel (met name essentiële uitrustingsstukken zoals wapen, nachtkijker en radio). Elke categorie krijgt een rode, oranje of groene score zodat de commandant der strijdkrachten in een oogopslag kan zien hoe de eenheden er voor staan.

    De gereedheidsrapportages komen neer op 'lies, damned lies and statistics'

    'Hier worden boekhoudkundige trucjes toegepast. De labels groen, oranje en rood worden toegekend op basis van percentages. Dit is vreemd. Als mijn distributieriem bijvoorbeeld kapot is, staat niet alleen de auto stil, maar een heel wapenplatform. Dit heeft ook weer invloed op het optreden in pelotonsverband en zo werkt het door. Feitelijk ben ik dus niet inzetbaar – toch sta ik wel op groen omdat ik boven een bepaald percentage zit. Er is tenslotte maar één essentieel onderdeel, namelijk de distributieriem, kapot. Als je naar eer en geweten besluit om alsnog rood te rapporteren krijg je op je donder'.

    'De hamvraag is: wanneer slaat de can do-mentaliteit om in jokken?' voegt de voormalig officier toe. Door de aanhoudende materieelproblematiek kregen veel eenheden de afgelopen jaren de opdracht om voertuigen stil te zetten. Hierdoor konden bepaalde eenheden niet langer organiek optreden en trainen, wat met name in de jaren 2008-2011 zorgde voor versnellende afname in de geoefendheid. De militaire en ambtelijke leiding bij Defensie schetste daarentegen in diezelfde periode een ander beeld. Zo meldden zij bijvoorbeeld in 2011 dat: “het grootste deel van de eenheden de gereedheidsdoelstellingen volledig [heeft] gerealiseerd”. Hoewel de situatie sinds 2011 alles behalve is verbeterd, wordt in de kamerbrief van september 2015 – waar het ministerie in een reactie naar verwijst - beweerd dat 'de inzet van de krijgsmacht [wordt] geborgd'.


    Ex-officier van de Landmacht

    "De hamvraag is: wanneer slaat de can do-mentaliteit om in jokken?"

    Terwijl de militaire en ambtelijke leiding aantoonbaar moeite hebben met de woorden 'nee, dat lukt ons niet langer', wordt vanaf de militaire werkvloer een zorgwekkend beeld geschetst. Want hoewel de opleidingen vooralsnog keurig in orde zijn (met regelmatige oefeningen volgens een vaste syllabus), worden met name de parate eenheden al jarenlang 'geknepen'. Resultaat: schietdagen worden gecanceld waardoor de basisvaardigheden vanaf het niveau onderofficier de afgelopen jaren sterk naar beneden zijn gegaan.

    'Dit is ernstig, want de onderofficieren zijn de ruggengraat van de krijgsmacht – het zijn de namelijk instructeurs op groepsniveau die de soldaten, eventueel verder, moet opleiden. Johan Cruyff zou gezegd hebben: de basiskwaliteit is ontoereikend. Dit werkt door in de hele organisatie'. Hoewel het ministerie zich hier de afgelopen jaren transparanter opstelt, verbindt zij hieraan in haar communicatie naar buiten nooit consequenties voor de inzetbaarheid van de krijgsmacht en meldt de woordvoerder dat 'zover er beperkingen zijn, deze waar mogelijk opgelost worden'.   

    'Weapon handling moet een tweede natuur zijn'

    De werkelijke situatie is echter dermate nijpend dat militairen vrezen voor hun eigen veiligheid en die van collega’s. Geoefendheid met je wapen 'is net als je rijbewijs', aldus de voormalige officier, 'als je na het halen van je rijbewijs vervolgens nooit gaat rijden, ben je waarschijnlijk geen goede chauffeur. Weapon handling moet een tweede natuur zijn. Nog los van de effectiviteit op missie: hoe wil je bijvoorbeeld de lokale burgerbevolking beschermen als je de vijand niet kunt raken?'. “Herkenbaar”, meld een derde nog actieve Landmachtofficier: 'Ik heb twee jaar lang geen schot gelost vanwege tekorten. Schietoefeningen worden geannuleerd om de begroting sluitend te krijgen, lonen moeten toch uitbetaald blijven worden. Natuurlijk heeft dat invloed op de gereedstelling. Eigenlijk is materiele exploitatie het kind van de rekening, wij merken dit aan oefeningen, munitie, reserve-onderdelen en ga zo maar door'. Hoewel een deel van de schiettrainingen worden opgevangen met simulaties, dient deze manier van trainen complementair te worden toegepast en vormt geen volwaardige vervanging

    Mooi weer spelen

    Het gebrek aan trainen komt het 'esprit de corps' niet ten goede. Militairen worden door de commandanten vaak geroemd om hun 'can domentaliteit', maar ook deze loyaliteit kan alleen blijven bestaan als Defensie ook iets teruggeeft. 'Er zijn collega’s die al jaren bij Defensie zitten, maar nog nooit op missie zijn geweest. Als je dan ook geen spannende dingen meer mag doen zoals trainen omdat er geen geld meer is, dan gaan zij zich toch afvragen wat zij eigenlijk te zoeken hebben bij Defensie', verzucht een andere collega van de Landmacht. Met name het mooi weer spelen door commandanten en eenheden op groen licht zetten die feitelijk niet inzetbaar zijn wringt binnen de organisatie. Meerdere militairen uit diverse krijgsmachtonderdelen melden herhaaldelijk aan Follow the Money dat zij zich ergeren aan commandanten die in functie mooi weer spelen en pas hun mond opentrekken over de situatie bij vertrek.'Eigenlijk is het elastiek al een lang uitgerekt en staat nu op knappen. De organisatie heeft het door, maar durven ze er ook maar te handelen? Op een gegeven moment is de leugen zo groot dat je ‘m moet blijven volhouden', concludeert hij.

    Actieve Landmachtofficier

    "Ik heb twee jaar lang geen schot gelost vanwege tekorten. Schietoefeningen worden geannuleerd om de begroting sluitend te krijgen"

    Naast loyaliteit, staat trainen ook aan de basis van een tweede en tevens essentieel bindmiddel: vertrouwen. Het normaal zo vanzelfsprekende vertrouwen in elkaars capaciteiten erodeert, terwijl juist dit blinde vertrouwen wat voor parate eenheden op missie zo belangrijk is. Dat het bezitten van basisvaardigheden niet meer als vanzelfsprekend wordt gezien, blijkt wel als aan Follow the Money vanuit diverse krijgsmachtonderdelen schietincidenten in Afghanistan en Mali worden gemeld en direct worden gekoppeld aan gebrekkige training en ondeugdelijk materieel. Aangezien rapporten van dergelijke incidenten op missie (die door de Koninklijke Marechaussee worden onderzocht) niet openbaar zijn – zijn de genoemde incidenten niet te controleren. 

    Klokkenluiders gestraft

    Toch is er volgens advocaat Sébas Diekstra, zelf oud-beroepsmilitair en nu reservemajoor bij de Landmacht, wel degelijk sprake van een onveilige situatie. 'Er bereiken mij veel signalen van de zorgen van militairen over hun eigen en andermans veiligheid als gevolg van de beperkt beschikbare middelen en personele capaciteit.' Een groep (oud-)militairen van speciale eenheden heeft zelfs een website opgezet om hun zorgen te uiten, de naam: Valkyries. De initiatiefnemers zijn cliënten van Diekstra. 'Van een aantal incidenten kan gesteld worden dat deze voorkomen hadden kunnen worden, als er meer was geïnvesteerd in materieel en personeel. Onderdeel van het probleem is het zeer beperkte aantal trainingen dat de militair krijgt. Trainingen voor uitzendingen bevatten soms nog maar één schietmoment en veiligheidsmaatregelen worden daarin slechts beperkt getraind. Dat is echt veel te weinig om met een vuurwapen vertrouwd te kunnen raken.' Advocaat Diekstra staat jaarlijks vele militairen bij van de verschillende krijgsmachtonderdelen die (onbedoeld) een schot hebben laten afgaan. In 2014 nog een marechaussee die op Schiphol per ongeluk iemand had neergeschoten. Ze had niet goed gecontroleerd of het dienstpistool leeg was. Wanneer het gaat om personeel van de Koninklijke Marechaussee voegt hij toe: 'Er wordt nog altijd te weinig getraind op veiligheidsprocedures met dienstwapens. Het aantal incidenten is al jaren onverminderd hoog.' Tegelijkertijd wordt het niet gewaardeerd als militairen met terechte zorgen over de eigen veiligheid en die van collega’s aan de bel trekken. 'Veel cliënten melden hun zorgen bij mij in de hoop dat ik dat naar buiten breng. Wanneer zij dit zelf doen worden zij genadeloos afgestraft', aldus Diekstra. 

    Politici lijken onvoldoende op de hoogte gebracht van de daadwerkelijke omvang alsook urgentie van het probleem

    Hoewel het ministerie van Defensie de afgelopen jaren de noodzaak van basisgereedheid noemt, lijkt de politiek onvoldoende op de hoogte gebracht door zowel de ambtelijke als de militaire leiding van de daadwerkelijke omvang alsook urgentie van het probleem.

    Ondertussen wordt van militairen krijgsmachtbreed verlangd hun zorgen over de eigen veiligheid voor zichzelf te houden. Weten politici wat de effectieve gevolgen zijn van deze tekorten? Zouden zij met terugwerkende kracht wel hebben ingestemd met verlenging van de missie in Mali? Vinden zij het veiligheidsrisico voor militairen acceptabel, zeker met oog op de mogelijke nieuwe missie in Litouwen? Tegelijkertijd is het moeilijk voor te stellen – het is in ieder geval niet te hopen – dat de minister niet op de hoogte is van zaken die met een simpele rondvraag onder militairen al naar buiten komen. Dat de schoen hier overduidelijk wringt kwam ook duidelijk naar voren in een recent verschenen opinieartikel in het NRC waar een majoor van de Landmacht, Niels Roelen, stelde dat hij 'niet verbaasd [is] over de bezuinigingen, wel dat de minister niet in de Kamer is gaan staan om te vertellen wat de Defensietop, totdat ze buiten dienst is, al jaren openlijk nalaat te melden: "De opdracht is onuitvoerbaar.’” Want mooi weer spelen inzake gereedheid heeft zeker bij een ministerie zoals Defensie verstrekkende gevolgen. 'Maatregelen zijn nodig, voordat het mogelijk iemand nog een keer het leven kost' concludeert Diekstra. 

    Reactie Defensie

    Defensie laat in een reactie weten zich niet te herkennen in het artikel: 'Door het aanhalen van veel verschillende onderwerpen worden verkeerde verbanden gelegd en worden onderwerpen in een verkeerd verband geplaatst. Dit doet geen recht aan de praktijk'.

    Defensie geeft twee voorbeelden. Allereerst meent Defensie dat (in tegenstelling tot wat in het artikel wordt gesuggereerd) het ARK-rapport 'volledig losstaat' van de behoeftestelling van de minister. Ten tweede is Defensie het niet eens met de observatie van Follow the Money dat zij 'geen specifiek' antwoord verschaft en verwijst nogmaals naar de antwoorden op Kamervragen van Bontes en Van Klaveren. De aangedragen voorbeelden van Defensie en de geleverde kritiek zijn in de bovenstaande tekst verwerkt.

    Lees verder Inklappen

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid