© José Luis Garcia

  • test
  • Een kinderhand is gauw gevuld. Is vast een cardioloog in loondienst.
  • Zo werkt de farmaceutische industrie al jaren: - Geen onafhankelijk onderzoek, alleen gesponsord. Slechte resultaten? Niet publiceren

Voor het eerst wordt duidelijk hoezeer topartsen bij UMC’s verknoopt zijn met fabrikanten van medische hulpmiddelen: Follow the Money wist via een wob-verzoek 50 verborgen consultancy-contracten boven water te halen. ‘Het is niet uw business. Ik hoef mij tegenover u niet te verantwoorden.’

Joris de Groot weet alles van hartritmestoornissen. De cardioloog wordt binnen zijn specialisme zeer gewaardeerd en gerespecteerd: hij staat aan het hoofd van de afdeling Klinische electrofysiologie van het AMC in Amsterdam (tegenwoordig Amsterdam UMC geheten). Sinds vorig jaar is hij hoogleraar in dat specialisme.

De Groot heeft een leidende rol bij diverse onderzoeksgroepen en studies en werd in 2015 benoemd tot ‘AMC principal investigator’. Hij is een pionier op het gebied van hartritmestoornissen, met meer dan honderd peer reviewed publicaties op zijn naam.

De cardioloog weet ook geld voor onderzoek binnen te halen, zo blijkt uit zijn verkorte biografie op de website van de Universiteit van Amsterdam: ‘De Groot verwierf verscheidene onderzoekssubsidies, waaronder een Vidi van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), en een Dekker-subsidie van de Nederlandse Hartstichting.’

Geld verdient De Groot ook met zijn consultancy-contract met AtriCure, een Amerikaanse fabrikant van cardiologische implantaten en apparatuur. In de consultancy-overeenkomst tussen De Groot en AtriCure, in handen van Follow the Money, staat dat de cardioloog voor zijn werkzaamheden een honorarium van maximaal 50.000 euro per jaar ontvangt. En wanneer De Groot een weekendje naar het Amerikaanse hoofdkantoor in Ohio moet, betaalt AtriCure zijn vliegtickets. Reistijd mag hij ook declareren: tot 1.500 euro binnen de EU of voor ‘weekends in Noord-Amerika’.

‘Wat ik met mijn patiënten doe, is mijn zaak’

De Groot moet natuurlijk diensten leveren voor dat geld. Die staan nauwkeurig in het contract beschreven. Zo verlangt AtriCure onder meer van hem dat hij in de operatiekamer een belangrijke rol op zich neemt: 'Training and preceptorship services to be provided to physicians for the use(s) of products of the Company', staat er. Een 'preceptor' is een soort van mentor in de operatiekamer: een zeer ervaren iemand die de technieken beheerst om met een bepaald medisch hulpmiddel om te gaan en dit aan minder bedreven artsen leert. De Groot is zo'n ervaren arts. Hij is voor AtriCure van grote waarde, al helemaal omdat hij zijn expertise exclusief voor hun producten inzet.

Atricure verlangt nog veel meer van De Groot. Feedback geven op ‘onderzoek, ontwikkeling en marktpositionering van bedrijfsproducten’, bijvoorbeeld. Wanneer AtriCure hem vraagt om bepaalde wetenschappelijke bijeenkomsten bij te wonen die door Atricure worden ‘gesponsord’, dient hij daar gevolg aan te geven. Het beursgenoteerde bedrijf verwacht tevens dat hij ter plaatse feedback geeft over de onderwerpen die bij de ontmoeting op de agenda staan. Dat kan gaan over ‘de huidige producten van het bedrijf en het gebruik ervan’ tot het ‘ontwerpen van klinische studies’ of het beoordelen van ‘ontwerp en nauwkeurigheid van marketingmaterialen’.

Alle informatie die De Groot ontvangt en helpt ontwikkelen, wordt als ‘strikt vertrouwelijk’ beschouwd en is ‘voor het exclusieve voordeel van AtriCure’. Wanneer de Amsterdamse cardioloog deze afspraken schendt, kan hij een boete van 250.000 euro tegemoet zien. Er bestaat een kennelijke gezagsverhouding tussen de cardioloog en Atricure, getuige frases als ‘...the consultant shall, as requested by the company…’

Nergens in het contract wordt het belang van de patiënt genoemd.

Perverse prikkel

‘De industrie heeft als doel om een arts te beïnvloeden. Ze willen dat de artsen reclame maken voor hun producten,’ zegt gepensioneerd internist Julius Roos (OLVG in Amsterdam). ‘Ze pakken juist de artsen die in hoog aanzien staan bij hun collega’s. Ze genieten gezag en gehoor. Andere artsen zijn hierdoor geneigd om het advies van de consultant op te volgen. Die beïnvloeding is er. En daar zijn de fabrikanten op uit. Zo’n contract fungeert als een marketingtool van de industrie, een middel om het voorschrijfgedrag van een arts te sturen. In een consultancy-contract word je aangesteld als leider van een onderzoek naar de werking van een bepaald product en ontvang je voor deze activiteit een riante vergoeding. De verleiding is groot om alles mooier voor te stellen dan het in werkelijkheid is. Een arts moet hiervoor waakzaam zijn, alleen is het grote geld een verlokking waar maar weinig artsen weerstand aan kunnen bieden.’

Joris de Groot beaamt desgevraagd dat hij consultant is bij AtriCure, maar inhoudelijke vragen over zijn contract en of hij zijn patiënten over zijn banden met AtriCure vertelt, wenst hij niet te beantwoorden. ‘Het is niet uw business. Ik hoef mij tegenover u niet te verantwoorden. En wat ik met mijn patiënten doe, is mijn zaak.’

De Groot is lang niet de enige medische specialist in Nederland met een consultancy-contract. Uit onderzoek van FTM blijkt dat in Nederlandse academische ziekenhuizen honderden geheime consultancy-overeenkomsten bestaan tussen artsen, universitaire ziekenhuizen en fabrikanten van medische hulpmiddelen. Bij alle universitaire ziekenhuizen in Nederland bestaan deze contracten. In veel gevallen sluiten de medische centra de contracten zelf af (UMC Groningen, UMC Maastricht, Radboud, VUMC (thans Amsterdam UMC), Leiden UMC).

Het Radboud in Nijmegen toonde FTM een lijst van 120 contracten met producenten van medische hulpmiddelen. Inzage in deze contracten wilde het ziekenhuis niet geven. ‘De contracten mogen niet gedeeld worden,’ zegt Martijn Bakker, jurist van het Radboud UMC. Vast staat dat fabrikanten en de artsen ook direct met elkaar contracten sluiten.

Op vijftig van deze consultancy-overeenkomsten heeft Follow the Money met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) de hand kunnen leggen. Daarmee komen grote delen van de inhoud van de contracten nu voor het eerst aan het licht. 

Waar komen de contracten vandaan?

FTM heeft 50 verborgen overeenkomsten ontvangen tussen artsen en producenten van medische hulpmiddelen. Het gaat daarbij om (interventie)cardiologen, urologen, KNO-artsen, endocrinologen, gynaecologen, anesthesiologen, thoraxchirurgen, maagdarmleverartsen en radiologen. Die industrie is omvangrijk: van de 7 miljard euro winst die er in 2015 in de Nederlandse zorgsector werd gemaakt, ging 1,8 miljard euro naar de fabrikanten van medische hulpmiddelen. De farmaceutische industrie maakte in datzelfde jaar 1 miljard euro winst, blijkt uit een onderzoek van adviesbureau Gupta.

De contracten betreffen artsen die werkzaam zijn in de volgende ziekenhuizen:

  • AMC: 25 contracten
  • UMC Utrecht: 8 contracten
  • Erasmus MC: 12 contracten
  • LUMC: 5 contracten

De betrokken leveranciers:

  1. Abbott (5 contracten bij het AMC)
  2. Atricure Europe (2 contracten bij het AMC)
  3. Boston Scientific (2 contracten AMC, 5 contracten Erasmus MC)
  4. Cook Medical (5 contracten AMC, 3 contracten Erasmus MC)
  5. Drägerwerk AG (1 contract bij het AMC)
  6. Edwards Lifesciences (3 contracten bij het AMC)
  7. GE Healthcare (1 contract bij het AMC)
  8. Liva Nova (1 contract bij het AMC)
  9. Olympus ( 2 contracten bij het AMC)
  10. Roche (2 contracten bij het AMC)
  11. Erbe (1 contract bij het UMCU)
  12. CR Bard (2 contracten bij het UMCU)
  13. Johnson & Johnson (1 contract bij het Erasmus MC)
  14. DePuy (onderdeel van Johnson & Johnson) (1 contract bij het Erasmus MC)
  15. Nutricia (1 contract bij het UMCU)
  16. Medtronic (1 contract Erasmus MC, 3 contracten UMCU en 2 contracten LUMC)
  17. Covidien (nu overgenomen door Medtronic) (2 contracten LUMC)
  18. Maquet (1 contract UMCU)
  19. St. Jude Medical (1 contract UMCU)
  20. Advanced Bionics (1 contract LUMC)
Lees verder Inklappen

In alle contracten zijn de namen van artsen weggelakt. Waar mogelijk achterhaalde FTM de artsen achter de geanonimiseerde contracten. De meeste artsen hullen zich liever in stilzwijgen; slechts een enkeling was bereid met ons om over de contracten te praten. Op twee uitzonderingen na maakt het Transparantieregister Zorg geen melding van deze contracten. De vraag of artsen hun patiënten informeren over hun banden met producenten, willen artsen noch ziekenhuizen beantwoorden. Erasmus MC en het Radboudumc zeggen dat ze patiënten niet informeren over de contracten van artsen.

Commercieel belang prevaleert

Dr. Reinoud Knops is cardioloog in het AMC en noemt zichzelf op Twitter een ‘world expert’ op het gebied van onderhuidse apparaatjes waarmee hartritmestoornissen worden hersteld (S-ICD’s). Hij staat voor zo’n acht dagen per jaar onder contract bij Boston Scientific. De Amerikaanse producent van medische hulpmiddelen is bereid Knops 1.250 per dag te betalen als hij trainingen geeft, meewerkt aan onderzoek, adviezen geeft over markttrends en colleges houdt op gesponsorde evenementen. Boston Scientific kan het contract onmiddellijk opzeggen wanneer Knops opzettelijk de belangen van de producent ondermijnt. Dat doet Knops niet. Hij poseert zelfs enthousiast met de spullen van Boston Scientific op foto’s die hij op Twitter plaatst. 

De tweet van Knops.

In alle contracten worden uitvindingen, ontdekkingen, onderzoeken, presentaties, rapporten of andere documenten met betrekking tot de diensten van de consultants geheim verklaard, en gedefinieerd als het exclusieve eigendom van de producent van medische hulpmiddelen. In één contract, tussen een arts van het AMC en Edwards Lifesciences, staat zelfs: ‘Consultant will not disclose to others, without Edwards’ consent, the fact that he is providing Consulting Services to Edwards.’

‘Dat is rechtstreeks in strijd met de gedragscode,’ zegt letselschadeadvocaat John Beer. ‘Een arts die dit contract heeft ondertekend, kan de code die transparantie nastreeft niet naleven.’

‘Dit is niet in het belang van de patiënten,’ zegt Tineke Wolfswinkel, advocaat bij Van Dolder, De Geest & Hoekstra Advocaten in Heerhugowaard, die alle contracten heeft bestudeerd. ‘Het uitgangspunt van de wetenschap is het delen van kennis. De contracten houden dit proces in feite tegen. Uiteindelijk prevaleert dan toch het commerciële belang.’

‘Bovendien,’ vervolgt Wolfswinkel: ‘Als een arts ontdekt dat een product onvoldoende zijn werk doet of zelfs onveilig is, kan de industrie ervoor kiezen om deze informatie niet naar buiten te brengen. Immers, ze zijn de baas van “all results” en kunnen hen onwelgevallige resultaten tegenhouden. Als het publiek belang in het geding komt, mag de geheimhouding niet meer gelden. De medisch specialist moet in feite steeds het maatschappelijk belang afwegen tegen zijn contract. Maar nu is het uitgangspunt geheimhouding, en dat lijkt mij onjuist.’

Artsen begeven zich helemaal op glad ijs wanneer ze via een consultancy-contract afspreken om allerlei diensten te verrichten die ze in werkelijkheid niet of amper uitvoeren en daarvoor van de producent toch een ruime vergoeding krijgen. Van omkoping is echter pas sprake wanneer er een directe relatie is tussen het ‘advieswerk’ van de arts, de omzet van de fabrikant en de hoogte van de honorering van arts. In de meeste contracten waarover FTM beschikt, zijn echter aparte clausules opgenomen waarin deze vormen van honorering worden uitgesloten. In geen van de contracten is sprake van omzetgerelateerde passages.

In de afgelopen tien jaar hebben gebrekkige implantaten geleid tot bijna 83.000 doden

Een aantal van de voornamelijk Amerikaanse producenten zijn in het nabije verleden niettemin in opspraak geraakt vanwege fraude, omkoping en corruptie. Een daarvan is CR Bard, dat in 2002 van de FDA toestemming kreeg om een zogeheten blood clot filter op de markt te brengen. Hoewel de onderneming er al in 2005 van op de hoogte was dat haar filter – dat bloedstolsel in de bloedbaan moest tegenhouden – slechter presteerde en meer bijwerkingen en gezondheidsproblemen veroorzaakte dan dat van concurrenten, hield CR Bard die informatie achter voor de buitenwereld. Tegen de regelgeving in werd de FDA niet op de hoogte gesteld. Het bewuste filter bleef tot 2010 op de markt; naar schatting werden er 160.000 van verkocht. Tegen het bedrijf zijn meer dan 4800 zaken aangespannen door patiënten die CR Bard aansprakelijk stellen voor de gezondheidsschade die ze zouden hebben opgelopen als gevolg van het wanpresterende bloedklonterfilter.

Uit onderzoek van het anti-fraudeteam Serious Fraud Office (SFO) in Engeland van april 2011 blijkt dat Robert John Dougall, hoofd marketing van DePuy, jarenlang chirurgen betaalde om exclusief DePuy-producten, waaronder een omstreden metalen kunstheup, te gebruiken bij de patiënten. En afgelopen november berichtte Follow the Money al dat de financiële opsporingsdienst FIOD een inval had gedaan bij OrbusNeich in Hoevelaken, een leverancier van cardiologische hulpmiddelen. Ook OrbusNeich wordt ervan verdacht artsen te hebben omgekocht: in ruil voor steekpenningen leverde het bedrijf hulpmiddelen aan de ziekenhuizen waar deze artsen aan verbonden zijn.

De relaties tussen artsen en/of ziekenhuizen en producenten kunnen echter ook subtieler in contracten worden vormgegeven, bijvoorbeeld door toonaangevende chirurgen te sponsoren bij hun wetenschappelijke werk. Ook daar laat de corrumperende invloed zich gelden, zo liet een fabrikant onlangs in Belgische krant De Tijd weten: ‘Als wij een chirurg sponsoren of betrekken in een wetenschappelijke studie, zouden we niets in return mogen verwachten,’ zegt hij. ‘Maar finaal zijn het natuurlijk onze implantaten die dan in het ziekenhuis worden gebruikt. Iedereen in het ziekenhuis ziet dan alleen onze merknaam en geraakt daaraan gewend. Op een dag worden die mensen diensthoofd en bestaat al een band met ons bedrijf. Dat heet marketing.’ 

The Implant Files

Het artikel in De Tijd, getiteld ‘Chirurgen getuigen over omkooppraktijken’, was onderdeel van het onderzoeksproject The Implant Files. Eind november publiceerde het internationale samenwerkingsverband voor onderzoeksjournalisten ICIJ, bekend van de Panama Papers, de resultaten van dit jongste project. Het Nederlandse tv-programma Radar en dagblad Trouw gaven de aanzet tot de onthullingen; aan het onderzoek werkten uiteindelijk meer dan 250 journalisten uit 36 landen mee. De voornaamste conclusies: de wereld van de medische hulpmiddelen is uiterst ondoorzichtig, en implantaten zijn aanzienlijk minder veilig dan wordt aangenomen. In de afgelopen tien jaar hebben gebrekkige implantaten geleid tot meer dan 1,7 miljoen gevallen van letsel en bijna 83.000 doden. De problemen nemen bovendien toe.

Erger nog, complicaties met implantaten worden niet gemeld, dan wel door fabrikanten moedwillig onder het tapijt geschoven. Toezicht is er nauwelijks. Vooral Europese landen hebben met dit probleem te kampen: nergens in de westerse wereld is de regelgeving en het toezicht omtrent veiligheid van medische hulpmiddelen zo zwak als in de EU. Het onderzoek van ICIJ wees tevens uit dat dat gebrek aan toezicht voor een belangrijk deel het werk is van de medischehulpmiddelensector zelf. Een leger lobbyisten in Brussel wist tot tweemaal toe te voorkomen dat het beleid werd aangescherpt.

Het gevolg: waar een implantaat in de VS uitvoerig getest moet worden alvorens het op de markt verschijnt, is het verkrijgen van de benodigde CE-markering in de EU een fluitje van een cent. Europa is derhalve ‘the place to be’ voor fabrikanten, waarbij EU-burgers niet zelden als onwetende proefkonijnen voor Amerikaanse producenten fungeren.

Steekpenningen

Medtronic, ’s werelds grootste producent van cardiologische implantaten en hartapparatuur, beschikt zelfs over een zeer uitvoerig track record wat betreft corruptie en omkoping. ‘Medtronic was de afgelopen tien jaar 3,2 miljard dollar kwijt na gerechtelijke procedures en trof schikkingen met ongeveer twintigduizend patiënten,’ schreef Trouw eind november. Het bedrijf wordt ervan beschuldigd smeergeld te hebben betaald om het voorschrijfgedrag van artsen te beïnvloeden en zou onderzoeksresultaten hebben gemanipuleerd.

Ook betaalde de Medtronic-vestiging in Heerlen trainingsactiviteiten aan Belgische artsen die nooit hebben plaatsgevonden of slechts voor een gedeelte werden uitgevoerd. De zaak werd voor een Nederlandse rechter uitgevochten. In de VS betaalde Medtronic miljoenen dollars aan consultancy-vergoedingen aan artsen die studies publiceerden in peer reviewed tijdschriften waarin zij de nadelige effecten van Medtronics producten bagatelliseerden. Vorig jaar schikte de producent de miljoenenclaims in deze zaak.

Medtronic heeft een intensieve verbintenis met het Maastricht UMC, zo bleek uit het eerder genoemde artikel van Trouw. Ook lopen er in Nederland artsen rond die consultancy-contracten hebben met Medtronic. Robert Klautz, afdelingshoofd en thoraxchirurg in het Leiden UMC, is één zo’n consultant: hij zetelt tegelijkertijd in de Advisory Board van het bedrijf, en vliegt eens per jaar voor een vergadering naar een plaats in Europa. Met twintig vakgenoten brainstormt hij over de (door)ontwikkeling van nieuwe hartkleppen. Klautz is de enige Nederlandse arts in een gezelschap van vooraanstaande topspecialisten.

Op de website van Medtronic staat Klautz vermeld als ‘primary investigator’. Hij leidt verschillende grootschalige trials naar de werking van nieuwe hartkleppen en presenteert zijn onderzoeksresultaten op congressen. De twee sprekersovereenkomsten van Medtronic die FTM in handen heeft, blijken van deze Leidse hartchirurg te zijn. Hij bevestigt dat aan de telefoon.

‘Ik ben niet te koop’

Klautz: ‘Ik doe mijn werk als consultant vanuit de gedachte dat ik de best mogelijke zorg en technieken aan de patiënt kan aanbieden. Om te weten of een product goed is, is wetenschappelijk onderzoek nodig en evaluatie op het gebruik van deze medische hulpmiddelen, zoals een hartklep. Een bedrijf heeft feedback nodig van een specialist die de hartklep inbrengt. Dergelijke ingrepen gebeuren maar in een paar ziekenhuizen in Nederland. Dus wederzijds wissel je informatie uit en dien je elkaar van advies.’

Klautz is bekend met de reputatie van Medtronic, maar heeft ‘binnen de hartklepindustrie nog nooit gehoord dat bedrijven geld betalen om hun apparaten en producten verkocht te krijgen’: ‘Ik weet daar niks van. Als Medtronic via mij kleppen wil verkopen, dan zou dit voor mij een reden zijn om de banden met Medtronic te ontbinden. Ik ben niet te koop.’

Volkert Wreesmann, KNO-arts aan het Queen Alexandra Hospital in het Britse Portsmouth en voorheen werkzaam bij het UMC Utrecht, heeft eerder zijn bezorgdheid uitgesproken over ziekenhuisafdelingen die stafleden beoordelen aan de hand van het geld dat zij weten binnen te halen. Hij vindt dat artsen helemaal geen consultancy-contracten moeten afsluiten met de medische industrie: ‘Die kunnen belangenverstrengeling tussen patiëntenzorg en commercie in de hand werken. Ik vind dat soort verwevenheid onverstandig, omdat die een perverse prikkel kan veroorzaken. En dat is juist wat je in de zorg moet voorkomen. Een arts die in de adviesraad zetelt van een medische multinational, kan op de dagelijkse werkvloer bewust of onbewust geneigd zijn bepaalde producten van dat bedrijf aan te raden, of zelfs voor te trekken, zelfs als dit niet of onvoldoende door wetenschappelijke data wordt ondersteund.’

Uit een onderzoek van het Centraal Plan Bureau (CPB) blijkt dat artsen ontvankelijker zijn voor de boodschap van een collega dan voor die van een verkoper of marketingmedewerker. ‘Daarom laten bedrijven tijdens symposia, promotiebijeenkomsten en nascholingscursussen artsen met een gunstige mening over hun product tegen betaling als spreker optreden. Toehoorders zijn vaak niet op de hoogte dat deze opinion leaders (bewust of onbewust) optreden als verlengstuk van een marketingafdeling,’ waarschuwt het CPB.

Dubbele petten

‘Dat kun je rustig marketing noemen, daar schaam ik me niet voor om dat zo te noemen. [...] Een producent, of die nou uit de auto-industrie komt, of de wervelkolomchirurgie of uit de heupchirurgie, die kijkt alleen maar: “Hoe meer instrumenten ik verkoop, hoe beter”.’ Aan het woord is Henk Been, voormalig orthopedisch chirurg bij het AMC. Hij werd geïnterviewd in ‘730 dagen pijn’, een uitzending van KRO Reporter uit 2011. Daarin kwam voor het eerst aan het licht dat er consultancy-contracten waren tussen artsen en de medischehulpmiddelenindustrie.

Zelf had Been een consultancy-contract met DePuy, een dochteronderneming van de firma Johnson & Johnson. De buitenwereld kreeg echter niets over de dubbele petten van de chirurg te horen. Been schatte dat er in Nederland in totaal ‘10 tot 20’ consultancycontracten in omloop waren. Tegenwoordig blijken dat er aanzienlijk meer te zijn: alleen al het Radboud heeft er nu 120.

De uitzending van KRO Reporter deed veel stof opwaaien. Op 1 februari 2011 stelde Renske Leijten (SP) Kamervragen aan minister van Volksgezondheid Edith Schippers (VVD): hoe ging Schippers deze praktijken aan banden leggen, wilde Leijten weten.

Schippers antwoordde dat de medischehulpmiddelensector op dat moment bezig was met een ‘nationale code over de omgang met artsen’. De minister wilde ‘een heldere code’, ‘met voldoende eisen, volledige transparantie en robuuste sancties’. Kwam die er niet, dan zou Schippers ‘wetgeving overwegen op basis van hoe die code eruitziet.’

Die code, de Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH), werd uiteindelijk ingevoerd op 1 januari 2012. Artsen, ziekenhuizen en bedrijven die de code ondertekenen, beloven daarmee een aantal spelregels na te leven: er mag geen oneigenlijke beïnvloeding optreden, honorering moet marktconform zijn, en de financiële banden tussen artsen en industrie moeten transparant zijn voor het publiek.

Geen melding

Op de naleving van de GMH valt echter nogal wat aan te merken. Geen van de 50 contracten die FTM achterhaalde, zijn in eerste instantie terug te vinden in het Transparantieregister Zorg. Vanaf 2015 hebben cardiologen en orthopeden de plicht om hun contracten bij het transparantieregister te melden indien de bedrijven waarmee ze een contract hebben in het buitenland gevestigd zijn, of zelf niet zijn aangesloten bij de GMH. AtriCure bijvoorbeeld is niet aangesloten bij de GMH; daarom had cardioloog Joris de Groot zijn contract zelf bij het Transparantieregister Zorg moeten melden. Tevens zijn ziekenhuizen volgens de code gehouden erop toe te zien dat hun artsen de transparantieregels naleven. Bij navraag blijken artsen en medische centra echter amper weet te hebben van de regels omtrent de transparantie van zulke contracten met de medischehulpmiddelenindustrie. 

Het Amsterdam UMC laat weten ‘in beginsel geen melding te maken’ van consultancy-contracten: ‘Voor zover de GMH hiertoe verplicht, wordt de melding gedaan door het hulpmiddelenbedrijf.’ Dit antwoord berust op een onjuiste interpretatie van de gedragscode, en gaat eraan voorbij dat het ziekenhuis erop moet toezien dat de arts de code naleeft. Desgevraagd meldt het ziekenhuis  niet precies te weten om hoeveel contracten het gaat en welke bedragen ermee zijn gemoeid. ‘Artsen mogen tot een maximum van 2200 euro per jaar aan vergoedingen op eigen rekening ontvangen,’ zegt de woordvoerder. ‘Welk bedrag hiermee in totaal is gemoeid, wordt niet bijgehouden.’ Een contract van Abbott werd na 2016 aangemeld.

‘Artsen en ziekenhuizen hebben geen flauw idee wat de regelgeving concreet inhoudt. Ze houden zich er niet mee bezig’

Het UMC Utrecht heeft in maart 2018, na vragen van FTM, ‘geconstateerd dat nog niet alle medisch specialisten werkzaam bij ons goed op de hoogte waren van de verplichting zorg te dragen voor een tijdige melding aan het Transparantieregister Zorg.’ Nu, ruim acht maanden later, heeft alleen cardioloog Dirk Donker zijn contract met Maquet (een Duits bedrijf dat cardiologische hulpmiddelen maakt) gemeld aan het Transparantieregister Zorg. De andere zeven Utrechtse contracten waarover FTM beschikt, zijn nog altijd onvindbaar. Het ziekenhuis wijst erop dat de bedrijven de verantwoordelijkheid hebben om de contracten te melden, maar heeft een blinde vlek voor zijn eigen rol.

Van het Erasmus MC heeft FTM twaalf consultancycontracten, die geen van alle in het Transparantieregister zijn terug te vinden. Ook hier zegt de persvoorlichter dat de industrie verantwoordelijk is voor het melden van de contracten. Hij stelt dat de Gedragscode Medische hulpmiddelen werkt omdat ‘de leveranciers bij die code zijn aangesloten en de transparantieregels uitvoeren’.

Zo ongeveer wordt er ook binnen het VUMC (nu Amsterdam UMC) gedacht. ‘De producenten moeten de contracten in beginsel registreren in het transparantieregister,’ laat de woordvoerder weten.

Robert de Jager, jurist van het Radboud UMC: ‘Meldingen van contracten in het register worden door de industrie gedaan. Wij laten dat bij voorkeur aan hen over en nemen dit ook op in onze contracten.’

‘Daar zijn wij niet van’

Tijdens een training over de gedragscode afgelopen voorjaar onderkende de GMH-cursusleider dat de UMC’s er vaak zo tegenaan kijken: ‘Artsen en ziekenhuizen hebben geen flauw idee wat de regelgeving concreet inhoudt. Ze houden zich er niet mee bezig. De code wordt eenzijdig nageleefd.’ Dat bleek ook die dag. Alleen de industrie was aanwezig; artsen en ziekenhuizen kwamen niet opdagen. De cursusleider verzucht dat het lastig is alle partijen aan tafel te krijgen: ‘Het is hoognodig dat artsen en ziekenhuizen de training volgen.’

Hans Simons, voorzitter van de GMH en voormalig staatssecretaris (PvdA) van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, vindt het belangrijk dat ‘artsen en industrie samenwerken. Dat moet wel integer en transparant gebeuren, iets waar de sector zelf al jarenlang toezicht op houdt aan de hand van de gedragscode.’ Hij laat weten dat hij bestuursvoorzitters van UMC’s niet aanspreekt op tekortkomingen. Dat acht hij zelfs ‘onwenselijk’. Simons: ‘Wij gaan uit van zelfregulering en dat betekent in de kern dat elke partij zijn eigen verantwoordelijkheid moet nemen. Tot nu toe leert de praktijk dat die zelfregulering adequaat functioneert.’ Hij stelt dat er ‘een robuust stelsel van zelfregulering is ontstaan.’

‘De code werkt in de praktijk niet. De overheid laat regulering liefst aan de branche over’

Maar van ‘onze’ vijftig consultancycontracten zijn er ook anno 2018 slechts twee te traceren in het Transparantieregister Zorg. Ook bij de GMH zelf ontbreekt elk overzicht. Simons: ‘Wij hebben geen idee hoeveel consultancy-contracten artsen afsluiten met de hulpmiddelenindustrie. Daar zijn wij ook helemaal niet van. Wij zorgen dat de spelregels doorontwikkeld worden. Het is de verantwoordelijkheid van partijen om de code naar letter en geest uit te voeren.’ Simons geeft daarbij aan dat het toezicht op de code door een ‘onafhankelijke codecommissie’ plaatsvindt.

Die codecommissie bestaat uit zeven personen; ze houdt toezicht op de naleving van de GMH en behandelt klachten. De persoon of instelling die een klacht wil indienen, moet daar een bedrag van 5.500 euro voor overhebben. Sinds de invoering van de GMH in 2012 heeft deze commissie slechts één klacht behandeld.

Voor gepensioneerd internist Julius Roos is duidelijk wat er moet gebeuren: ‘Het moet wettelijk worden geregeld dat artsen zulke contracten niet mogen afsluiten. De regering is aan zet om maatregelen te nemen. Om te beginnen moet er absolute openheid komen.’ 

Advocaat John Beer: ‘De code werkt in de praktijk niet. De overheid laat regulering liefst aan de branche over. Als de beroepsgroep zelf het initiatief neemt en eigen regels opstelt, is dat een luxe voor de minister: die hoeft dan niets meer te doen. We hebben te maken met een terugtrekkende overheid. Maar wanneer je als minister moet constateren dat er feitelijk weinig gebeurt, dan heb je niet de luxe om achterover te leunen. De minister zal in actie moeten komen.’

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Ilona Dahl

Gevolgd door 366 leden

Onderzoeksjournalist, in het verleden voor o.a. nrc.next en De Correspondent. Schrijft voor FTM over de Nederlandse zorg.

Volg Ilona Dahl
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Gesponsorde artsen

Gevolgd door 1223 leden

Ilona Dahl wist via een wob-verzoek 50 verborgen consultancy-contracten tussen artsen en producenten van medische hulpmiddele...

Volg dossier