Verdediging Vestia accountant rammelt

2 Connecties

Relaties

Vestia

Organisaties

SOBI

Het verweer van accountant Marco Noorlander over zijn aandeel in het derivatendrama van Vestia rammelt aan alle kanten. Hij is echter niet de enige corporatie-accountant die het niet zo nauw nam met de boekhoudregels.

Afgelopen week moest KPMG accountant Marco Noorlander verantwoording afleggen aan de Accountantskamer. Zowel de AFM, Stichting Sobi van FTM-columnist Pieter Lakeman als Vestia zelf verwijten de accountant dat hij de jaarrekening 2010 van Vestia onvoldoende heeft gecontroleerd. Volgens Lakeman had Noorlander nooit mogen goedkeuren dat Vestia’s risicovolle derivaten buiten de balans bleven en liet hij na de commissarissen te wijzen op de gevaren van de derivatenpositie.  

 
Meerdere woningcorporaties hebben zich schuldig gemaakt aan het buiten de boeken houden van derivaten. Indien de Accountantskamer oordeelt dat Noorlander daadwerkelijk incorrect gehandeld heeft, kan deze uitspraak gevolgen hebben voor andere accountants, die ook voor de tuchtrechter gesleept kunnen worden.  
 
?Onvoldoende controle?
Uit de pleitnota blijkt dat SOBI Noorlander verwijt dat deze ‘een zeer misleidende jaarrekening’ heeft goedgekeurd ‘waarin een veel te hoog eigen vermogen was verantwoord en winst terwijl er verlies was.’ ‘Grotere fouten kan een accountant niet maken,’ zo constateert SOBI. 
 
Kern van het conflict is of het was toegestaan om, zoals Vestia deed, de omvangrijke derivatenposities buiten de balans te houden. Het buiten de balans houden van derivaten, ook wel hedge accounting genoemd, is alleen onder zeer specifieke omstandigheden toegestaan. Volgens de richtlijnen voor de jaarverslaggeving moet er sprake zijn van een afdekkingsrelatie tussen het derivaat en de onderliggende lening, een zogenaamde gesloten positie. Daarbij mag het derivaat niet speculatief zijn en moet het effectief risico beperken. 
 
Volgens Lakeman gebeurde dit niet: ‘Vestia heeft alle rentederivaten waardoor haar risico's vergroot werden ook tegen kostprijs gewaardeerd [buiten de balans gehouden red.]. Noorlander heeft deze overtreding ten onrechte door de vingers gezien en de jaarrekening ten onrechte goedgekeurd.
 
Noorlander verweert zich door te stellen dat Lakeman niet aangeeft waarom en ‘op basis van welke regelgeving’ Vestia geen hedge accounting had mogen toepassen. Maar, hoewel Lakeman op dit punt weinig concreet is, is dit een koud kunstje. De richtlijnen van de Raad voor Jaarverslaggeving schrijven namelijk voor dat het buiten de balans houden van verkochte swaptions nooit is toegestaan. Een groot deel van de probleemderivaten van Vestia bestond uit dit soort swaptions.
 
Swaptions
Een swaption is een optie op een renteswap. Een renteswap is een ruiltransactie, waarbij partij A een vaste rente betaalt aan Partij B en de variabele rente ontvangt. Vestia verkocht zelf swaptions: ze ontving een premie en gaf de bank het recht om op enig moment een renteswap aan te gaan met Vestia. De bank zal dit recht uitoefenen zo gauw de rente onder de afgesproken uitoefenprijs daalt. Bij een rentestijging zou Vestia gewoon de premie in haar zak kunnen steken. 
 
Het is niet erg verwonderlijk dat de boekhoudregels voorschrijven dat dit type derivaat nooit buiten de boeken mag worden gehouden. Een swaption heeft namelijk niets met risico-afdekking te maken: Vestia ontvangt weliswaar een premie, maar daar staan grote mogelijke verliezen tegenover. 
 
Dat Noorlander desondanks toestond dat de swaptions buiten de boeken bleven is op zijn minst verwonderlijk te noemen. Zeker omdat in de boekhoudregels expliciet staat vermeld dat ‘alle derivaten met uitzondering van geschreven opties’ voor hedge-accounting in aanmerking komen.   
 
Breder probleem
Het probleem met de dubieuze accounting beperkt zich niet tot Vestia. Uit onderzoek van het Centraal Fonds Huisvesting over derivaten bij woningcorporaties blijkt dat deze de voorschriften van hedge-accounting vaker incorrect hanteren: ‘Het Fonds heeft de indruk dat er in een aantal gevallen soepel is omgegaan met de toets op de hedge effectiviteit, zeker bij het gebruik van gestructureerde derivaten en geschreven renteopties en de afdekking van toekomstige aanvullende financieringsbehoefte uit hoofde van toekomstige (onzekere) investeringen.
 
Dit blijkt ondere andere het geval te zijn bij Stichting Portaal, die in de toelichting van de jaarrekening 2011 aangeeft in het verleden niet aan de voorwaarden voor hedge-accounting te hebben voldaan. ‘Geschreven swaptions passen bij nader inzien niet onder hedge accounting,’ zo valt te lezen. ‘De geschreven swaptions worden vanaf 2011 dan ook tegen geamortiseerde kostprijs of lagere marktwaarde gewaardeerd. Daarnaast wordt voor enkele gestructureerde producten (index producten) gedeeltelijk afgezien van de toepassing van hedge accounting, omdat deze hedges onvoldoende effectief zijn.'
 
Conclusie?
De verdediging van Noorlander is redelijk kansloos. Maar hij is niet de enige accountant in de corporatiesector die dubieuze accounting toestond. Als de tuchtrechter straks tot de conclusie komt dat Noorlander inderdaad in gebreke is gebleven, dan kunnen er nog vele andere accountants gedaagd worden voor hetzelfde vergrijp.   
 
Door Jesse Frederik en Jessica de Vlieger