© CC0 (Publiek domein)

Cherrypicking van zorgverzekeraars vergroot ongelijkheid

Zorgverzekeraars als Promovendum lokken hoogopgeleiden — statistisch gezien de voordeligste klanten — met lage premies. Dat lijkt een prima deal voor alle betrokkenen, maar de ongelijkheid in de zorg wordt zo alleen maar groter.

Bent u ook zo'n sukkel die bij een universele zorgverzekeraar zit? Als u hoog opgeleid bent, of student, dan bent u een dief van uw eigen portemonnee als u niet overstapt naar zogeheten cherrypickers als Promovendum of Besured. Zij willen u graag hebben, omdat u statistisch gezien lager dan gemiddelde zorgkosten maakt en langer premie doorbetaalt. En ze zijn zo vriendelijk om u een beetje te laten meegenieten van dat kostenvoordeel, in de vorm van lagere premies.

Voor de duidelijkheid: formeel is het zorgverzekeraars verboden om verzekerden te weigeren op basis van hun risicoprofiel. Als iemand zich met een LTS-diploma dus toch bij Promovendum meldt, mag de verzekeraar diegene niet weigeren voor de basisverzekering (maar wel voor andere pakketten). Via gladde marketing kunnen de verzekeraars echter toch het meest lucratieve volksdeel aanspreken. Gewoon marktwerking, toch?

Individueel profijt, collectief risico

Weet u nog hoe het (bijna) afliep met die honderdduizenden Nederlanders die hun spaargeld bij Icesave parkeerden voor die hele extra procent rente? Internationale marktwerking, toch? Ze waren bijna alles kwijt toen IJsland failliet ging. 

Dankzij grote politieke druk van de Nederlandse regering heeft de IJslandse bevolking de broekriem nog strakker aangetrokken en zijn volgens de regels van het depositogarantiestelsel alle spaarders uiteindelijk gecompenseerd. Individueel risico werd uiteindelijk collectief gedragen en de spaarders hadden mooi een tijdje van de hogere rente geprofiteerd. 

"Je kunt niet zeggen dat bedrijven marktconform moeten werken en tegelijkertijd verbieden de markt te verdelen"

Maar bij het cherrypicking-gedrag van enkele zorgverzekeraars worden de baten en lasten verdeeld over álle Nederlanders — en niet helemaal gelijk. Het voordeel zit bij de (aankomende) elite, die zowel mazzel heeft met haar hogere sociaaleconomische status en daaraan gecorreleerde gezondheid, als met het premievoordeel dat ze bij zulke verzekeraars daarvoor krijgt.

Het nadeel zit er echter in dat de universele zorgverzekeraars achterblijven met klanten die gemiddeld wat minder gezond zijn en minder lang in staat zullen zijn om premie te betalen. Om de kosten daarvan te kunnen blijven opbrengen zullen de premies omhoog moeten. Niet meteen, en niet veel— althans zolang de zuigende werking van de cherrypickers op de portemonnee van de zorgconsument beperkt blijft.

Maar met de marktwerking in de ziektekostenverzekering-business is het hek van de dam. Marktsegmentatie hoort er nu eenmaal bij. Je kunt niet aan de ene kant zeggen dat bedrijven marktconform moeten werken, en het hen anderzijds verbieden om met legale strategieën de markt te verdelen op manieren die hen qua winstmarge en commerciële aantrekkingskracht goed uitkomen.

Marktmechanisme moreel neutraal?

Maar, zullen critici zeggen, het is onterecht om daar een moreel oordeel over te vellen. De markt is nu eenmaal moreel neutraal. Als sommige consumenten kiezen voor Armani jeans en zonnebrillen en andere voor merkloze alternatieven van de Aldi, dan is dat toch ook niet immoreel?

Marktsegmentatie in de zorg is vanuit ethisch perspectief wel degelijk problematisch

Die vergelijking gaat echter niet op: gezondheidszorg is namelijk een publiek goed. Juist daarom is er steeds weer politiek gesteggel over wat wel en niet in het basispakket thuis hoort. En over hoe hoog het eigen risico mag zijn. Er zijn grenzen aan wat we collectief kunnen en willen opbrengen aan de zorg; dat geldt niet voor spijkerbroeken en zonnebrillen.

Daarom is marktsegmentatie in de zorg vanuit ethisch perspectief wel degelijk problematisch. Omdat er een toenemende tweedeling kan ontstaan tussen hogere sociale klassen die minder premie betalen en lagere sociale klassen die meer premie betalen: omgekeerde solidariteit. 

Maatschappelijk wantrouwen

Die ongelijkheid voedt de onvrede die het Sociaal Cultureel Planbureau in haar kwartaalrapportages over hoe de burger in haar vel zit steeds weer meet. In het rapport Burgerperspectieven over het laatste kwartaal van 2016 staat bijvoorbeeld dat ruim vijftig procent van de bevolking weinig maatschappelijk vertrouwen heeft, en dat bezorgdheid over de gezondheidszorg hier het meest verantwoordelijk voor is.

Men maakt zich zorgen over toenemende ongelijkheid in de zorg. En, verrassend, ruim tachtig procent van de burger is voorstander van meer uitgaven aan de zorg in plaats van minder (hier is slechts één procent voorstander van).

Let wel: dit is de voorkeur van mensen als burger, niet als consument. En dat geeft goed weer waarom de logica van marktwerking in de ziektekostenverzekering botst met de logica van de burger. Als we als consument worden aangesproken door zorgverzekeraars, dan denken we vooral vanuit onze portemonnee. Als we als burger worden aangesproken gaat het erom wat wij belangrijk vinden voor ons land.

"De rijkste tien procent huishoudens profiteert net zoveel van de collectieve sector als het derde deciel"

Smalle solidariteit

Vanuit dat laatste perspectief maakt de burger zich zorgen — en terecht. Dat laat een ander SCP-rapport getiteld Voorzieningen verdeeld zien. Het rapport werd in februari dit jaar gepubliceerd en berekent het profijt van de overheid voor verschillende inkomensgroepen.

De auteurs laten zien dat, mede dankzij de zorgtoeslag voor mensen met een laag inkomen, de netto voordelen van de collectieve sector weliswaar duidelijk bij lagere inkomensgroepen zitten, maar vooral bij het tweede en derde deciel. In die groep zitten veel ouderen. Bij de middengroepen is het voordeel het laagst; het loopt op in de hogere decielen. Het tiende deciel, met de rijkste tien procent huishoudens, profiteert zelfs net zoveel van de collectieve sector als het derde deciel.

Als we inzoomen op de voordelen van de collectieve sector met betrekking tot de zorg, dan valt op dat daar alleen het tweede en derde deciel meer van profiteert dan de rest. Het eerste deciel — de tien procent armste huishoudens — en de zeventig procent huishoudens boven het derde deciel hebben allemaal een vergelijkbaar zorgprofijt van de overheid. De solidariteit in de zorg via de collectieve sector is dus maar smal en de burger voelt dat haarfijn aan.

Als een nieuw kabinet de grootste bron van maatschappelijk wantrouwen wil verminderen, dan kan het niet langer om een fundamentele discussie over de marktlogica en de burgerlogica in de zorg heen. In die discussie zal in ieder geval één vraag moeten terugkomen: of cherry-picking wel bijdraagt aan de kostenbesparingen in de zorg die de marktwerking teweeg moest brengen, of dat het alleen maar averechts werkt.

Update 12/6: De tweede paragraaf van dit artikel is na publicatie toegevoegd om te verduidelijken dat selectie op basis van risicoprofiel formeel niet is toegestaan.

Irene van Staveren
Hoogleraar pluralist development economics aan het Institute of Social Studies van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Gevolgd door 49 leden