Beeld © Rosa Snijders

Complexe regels lokken fraude met biodiesel uit

Een boegbeeld van de Nederlandse biodieselindustrie, Wilfred Hadders, ligt onder vuur van justitie vanwege vermeende fraude met duurzaamheidscertificaten. In november vonden er invallen plaats waarbij ook zijn bonte verzameling Porsche 911’s in beslag werd genomen. Hadders’ biodieselbedrijf Sunoil mag geen duurzame biodiesel meer op de markt brengen. Het is een nieuwe tegenslag voor de duurzame biodieselmarkt, die al jaren geteisterd wordt door fraude.

Dit stuk in 1 minuut
  • Op 3 november 2020 vonden er invallen plaats bij biodieselfabriek Sunoil en thuis bij directeur en oprichter Wilfred Hadders, een belangrijk boegbeeld van de Nederlandse biobrandstofsector. De verdenking: het op de markt brengen van biodiesel met vervalste certificaten.
  • Het strafrechtelijk onderzoek heeft nu al grote gevolgen, zo blijkt uit onderzoek van FTM. Sunoil heeft naar aanleiding van een integriteitsonderzoek in maart dit jaar zijn duurzaamheidscertificering verloren waardoor het geen duurzame biodiesel meer kan verkopen aan afnemers zoals oliemaatschappij BP. 
  • Het goochelen met duurzame grondstoffen en het omkatten van biodiesel is een lucratieve bezigheid. Dat bleek vorig jaar bij een omvangrijke biodieselfraudezaak tegen Biodiesel Kampen. De geschatte criminele winst bedroeg 60 miljoen euro.
  • De complexe regels rondom biodiesel, het ‘lichte’ toezichtregime en de toenemende vraag naar biobrandstoffen en grondstoffen – ook vanuit de luchtvaart en maritieme sector – zorgt voor schaarste en nodigt uit tot het creatief mengen van verschillende potjes vet.
Lees verder

De Emmense biodieselmagnaat Wilfred Hadders (48) zit oktober 2020 in een lekkere flow. Zijn geliefde club FC Emmen, waaraan hij al jarenlang als shirtsponsor is verbonden, draait goed mee in de Eredivisie. En op zakelijk vlak begint zijn nieuwe aanwinst uit 2019, een biodieselfabriek in Kampen, mee te draaien in zijn Sunoil-concern. Door de overname van de fabriek in Kampen groeit Hadders, die ooit accountmanager zakelijke relaties bij Rabobank was, met Sunoil uit tot een van grotere spelers in de Nederlandse biobrandstoffenproductie. Die productie bedroeg in 2020 1,8 miljoen ton. Met een totale productiecapaciteit van circa 280 duizend ton neemt Hadders 15 procent voor rekening.

Hadders geniet aanzien in de biodieselwereld: hij overlegt regelmatig met de Nederlandse Emissieautoriteit over biodieselvraagstukken, was jarenlang bestuurslid van de Vereniging voor Nederlandse Biodiesel Industrie en lid van de Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa (Commissie Corbey). Deze commissie Corbey is in 2009 ingesteld om het toenmalige ministerie van Vrom te adviseren over duurzaamheid en de toepassing van biodiesel. 

Hadders runt een miljoenenbedrijf met in 2016 een omzet van 138 miljoen euro en 6,9 miljoen nettowinst. Hij heeft ongeveer 25 man personeel rondlopen in Emmen. De financiële huishouding gaat privé ook goed en hij heeft tijdens zijn goede flow een uiterst gelimiteerde Porsche 911 Speedster Heritage Edition toegevoegd aan zijn Porsche-verzameling. Prijs: ongeveer 400 duizend euro.

In 2006 startte Hadders in Emmen de biodieselfabriek Sunoil op het chemieterrein Vetec, naast chemieconcerns als DSM en aramidefabrikant Teijin. Het was de eerste biodieselfabriek van Nederland. De continuïteit van zijn eerste fabriek lijkt in oktober 2020 nog gegarandeerd, want Sunoil heeft dan met succes de jaarlijkse audit doorstaan naar de maatstaven van het internationale duurzaamheidssysteem International Sustainability and Carbon Certification (ISCC).

Dat is een belangrijke controle, want zo’n ISCC-certificaat is een vereiste om duurzame biodiesel te verkopen aan Hadders’ afnemers, voornamelijk olie- en gasbedrijven. Zij mogen alleen gecertificeerde biodiesel bijmengen aan hun dieselpompen. Chris Pen van het Nederlandse auditbedrijf Control Union constateert tijdens zijn inspectie geen grote gebreken en Sunoil krijgt op 26 oktober 2020 een nieuw ondertekend certificaat dat vervolgens verschijnt in de openbare database van ISCC en op de website van Sunoil.

De Emmense fabriek kan weer een jaar lang biodiesel produceren en leveren aan gerenommeerde afnemers als BP, Shell en handelsbedrijf Cargill.

‘In de markt heerst nu het gevoel van shit, als dit bij Sunoil gebeurt, betekent dat een grote klap voor de markt’

Autoparade

Nog geen maand na de uitgifte van het nieuwe ISCC-certificaat staan de zaken er opeens een stuk minder zonnig voor bij Sunoil. Op 3 november doet de opsporingsdienst van de Inspectie Leefomgeving en Transport een inval in Hadders’ woning in het Drentse dorp Erica en bij de Emmense fabriek. Bergingsbedrijf Koolen komt met trailers voorrijden om ongeveer achttien auto’s in te laden. Het inbeslaggenomen wagenpark is indrukwekkend: talloze race-uitvoeringen van de Porsche 911’s, snelle Audi’s en de exclusieve Porsche 911 Speedster. Hadders mag thuisblijven, maar is vanaf 3 november een verdachte van biodieselfraude. Hij zou volgens justitie biodiesel met vervalste certificaten op de markt hebben gebracht. Dit onderzoek loopt nog, zegt een woordvoerder van het Functioneel Parket. 

De inval leidt tot verbijstering in de kleine biodieselmarkt. ‘Hadders was iemand die heel zichtbaar was en zich bezighield met fraudebestrijding en het opzetten van goede systemen. In de markt heerst nu het gevoel van shit, als dit bij Sunoil gebeurt, betekent dat een grote klap voor de markt,’ zegt een handelaar in duurzame grondstoffen die in het verleden zaken deed met Hadders. 

Een ingewijde in de biodieselmarkt, die Hadders persoonlijk kent, kan zich weinig voorstellen bij de fraudeverdenking. ‘Hadders is een rustige en wat stugge man en had eigenlijk maar een zonde: zijn Porsches. Ik heb hem daar overigens nooit in zien rijden, hij reed altijd in een keurige Audi A4. Hij was absoluut niet pocherig.’

De fraudezaak van ‘Veluwse Vetkoning’ Cees Bunschoten (Biodiesel Kampen)

Het strafrechtelijke onderzoek naar Sunoil en Hadders is de zoveelste deuk in de reputatie van de duurzame biodieselmarkt, die als doel heeft om de CO2-uitstoot te verlagen. Follow the Money publiceert al jaren over de misstanden in deze ogenschijnlijk duurzame sector. Justitie is inmiddels ook in actie gekomen. In 2019 startte een internationaal onderzoek waaraan het Belgische Openbaar Ministerie, het Britse Serious Fraud Office, het Nederlandse Openbaar Ministerie, de Nederlandse Emissieautoriteit en de Inspectie Leefomgeving en Transport deelnemen. Dit onderzoek leidde naar Biodiesel Kampen, een aantal niet nader genoemde bedrijven en Greenergy, de grootste leverancier van brandstof in het Verenigd Koninkrijk (en de grootste biodieselfabrikant). Greenergy heeft in Amsterdam een biodieselfabriek. 

De omvang van de biodieselfraude is groot. De Inspectie liet in mei 2019 aan de Tweede Kamer weten dat er alleen al in het jaar 2015 met bijna eenderde van de verkochte biodiesel iets niet in orde was. Door biodiesel ten onrechte als duurzaam aan te merken, zou een CO2-reductie van 438 duizend ton niet hebben plaatsgevonden. Dat staat gelijk aan 2 procent van de totale CO2-uitstoot van het Nederlandse wegverkeer.

Het internationale onderzoek naar Biodiesel Kampen is nog niet volledig afgerond. Wel vond er in januari 2020 een inleidende zitting plaats waarbij Cees Bunschoten, de oprichter en (voormalig) eigenaar van Biodiesel Kampen, voor de rechter moest verschijnen. Tijdens de regiezitting – waar FTM aanwezig was – kwam naar voren dat justitie Bunschoten ervan verdenkt dat hij jarenlang en op grote schaal gefraudeerd heeft met biodiesel gemaakt van afgedankt frituurvet. De geschatte criminele winst bedraagt 60 miljoen euro. Het was niet de eerste keer dat Bunschoten zich moest verantwoorden voor de rechter. In 2019 is hij veroordeeld tot 20 maanden cel in een andere biodieselfraudezaak en voor witwassen. Wat de fraude bij Biodiesel Kampen precies inhield is nog niet bekend, de gevolgen wel. De beslagleggingen en de intrekking van de ISCC-certificering leidden in augustus 2019 tot het faillissement van Biodiesel Kampen. Wilfred Hadders van Sunoil nam vervolgens de fabriek over.

Lees verder Inklappen

Certificaat ingetrokken

De inval in november 2020 heeft grote gevolgen voor Sunoil, zo blijkt uit onderzoek van Follow the Money. Op 3 maart van dit jaar is namelijk het ISCC-certificaat van Sunoil ingetrokken waardoor zijn biodiesel niet meer verkocht kan worden als duurzame biodiesel. Dat hangt samen met het complexe certificeringssysteem rond biobrandstoffen die als doel hebben om de CO2-uitstoot in het wegverkeer te reduceren.

Brandstofleveranciers zoals Shell, BP en Total hebben een wettelijke bijmengverplichting: ze moeten biobrandstoffen bijmengen bij hun reguliere brandstoffen. Deze bijmengverplichting bedraagt dit jaar 17,5 procent. Ze kunnen daarbij kiezen uit ethanol en verschillende soorten biodiesel gemaakt van bijvoorbeeld raapzaad, dierlijk vet, soja of afgedankt frituurvet. De diesel die uit de pomp komt, bestaat in de regel uit 7 procent biodiesel en 93 procent gewone diesel. 

Biodiesel gemaakt van afgedankt frituurvet, de zogeheten UCOME (used cooking methyl ester), vormt de duurzaamste variant biodiesel. Het zijn afvalstoffen die niet meer geschikt zijn voor bijvoorbeeld diervoeding en daardoor geldt er voor dit type biodiesel een stimuleringsregeling: als afnemer Shell biodiesel van afgedankt frituurvet inzet om aan zijn bijmengverplichting te voldoen, dan telt de inzet daarvan twee keer zwaarder mee in vergelijking tot biodiesel van bijvoorbeeld soja. Dus hoeft Shell de helft minder biodiesel te kopen. Deze dubbeltellingsregeling heeft invloed op de prijs: UCOME is duurder dan enkeltellende biodiesel.

Om alle soorten biodiesel van elkaar te onderscheiden, bestaat er een certificeringsysteem waarin alle grondstoffen en eindproducten voorzien moeten zijn van duurzaamheidsverklaringen. Vetinzamelaars en biodieselfabrieken mogen deze verklaringen zelf afgeven. Het toezicht daarop ligt in handen van ISCC en REDcert die de daadwerkelijke controles weer uitbesteden aan private auditbedrijven zoals Control Union en SGS.

Hoe verloopt die bijmengverplichting in de praktijk?

Brandstofleveranciers als BP, Shell en Total hebben sinds 2009 vanwege de Europese richtlijn Renewable Energy Directive een bijmengverplichting. De afgelopen jaren is deze verplichting steeds hoger opgelopen. Anno 2021 zijn brandstofleveranciers verplicht om 17,5 procent duurzame brandstof te leveren aan de vervoersmarkt. 

Ze kunnen dat doen door fysiek bijmengen, zoals enkeltellende biodiesel bij hun diesel. Andere mogelijkheid is tot 10 procent (duurzame) ethanol toevoegen aan hun benzine (deze blend heet aan de pomp E10). Of ze mengen dubbeltellende biodiesel bij, gemaakt van afgedankt frituurvet. Dat leidt bij de pomp tot de blend B7: 7 procent biodiesel plus 93 gewone diesel. Van alle ingekochte biobrandstoffen verzamelen de pomphouders de ISCC-duurzaamheidsverklaringen (Proof of Sustainability). Voor dubbeltellende biobrandstoffen zoals biodiesel van afgedankt frituurvet moeten ze bovendien nog een dubbeltellingsverklaring ontvangen.  

Vervolgens kunnen de pomphouders hun verklaringen ‘verzilveren’ in het Register Energie voor Vervoer (REV), dat door de Nederlandse Emissieautoriteit wordt beheerd. Ze moeten dan aantonen dat hun brandstof duurzaam is én dat ze geleverd hebben aan de Nederlandse vervoersmarkt. In ruil daarvoor krijgen ze zogeheten Hernieuwbare Brandstofeenheden (HBE’s) op hun ‘rekening’ bijgeschreven. Een HBE staat voor 1 gigajoule hernieuwbare energie (dit staat gelijk aan ongeveer 30 liter biodiesel) die is geleverd aan de Nederlandse vervoersmarkt. 

De HBE’s worden afgeboekt zodra de pomphouder aan zijn jaarverplichting voldoet. HBE’s zijn bovendien verhandelbaar, dus pomphouders die te weinig biodiesel hebben bijgemengd kunnen HBE’s overkopen van concurrenten. De prijs van een HBE is momenteel 13 euro.

Lees verder Inklappen

Geen verklaring, geen HBE’s

Sunoil beschikte over zo’n ISCC-certificering. De recente intrekking vormt een probleem, want Sunoil kan daardoor geen duurzame biodiesel meer produceren en geen dubbeltellingsverklaringen meer afgeven over de frituurvet-biodiesel. ‘Dat heeft mega-impact, want zonder die verklaring is de biodiesel eigenlijk niks waard. Zonder ISCC-verklaring heeft het geen zin om biodiesel te maken. Daar is geen markt voor, want afnemers weten niet of ze hun HBE’s nog wel krijgen,’ zegt een ingewijde in de biodieselwereld. Hij doelt daarbij op Hernieuwbare Brandstofeenheden (HBE). Dit zijn de ‘spaarzegels’ die bedrijven als Shell jaarlijks bij de Nederlandse Emissieautoriteit moeten inleveren om aan te tonen dat ze aan hun bijmengverplichting hebben voldaan. Zonder dubbeltellingsverklaring geen HBE.

‘Afnemers nemen geen enkel risico en zullen alleen nog biodiesel afnemen als ze waterdichte garanties krijgen’

Ook een inkoper die biodiesel levert aan pomphouders, is huiverig. ‘Bij biodiesel draait het niet om de moleculen, alles draait om de juiste papieren. Als de certificering wegvalt, is het nog maar de vraag of afnemers hun HBE’s kunnen verkrijgen om aan hun verplichting te voldoen. Afnemers zullen geen enkel risico nemen en alleen nog biodiesel afnemen als ze waterdichte garanties krijgen.’

Shell Trading Rotterdam heeft al eerder de gevolgen ondervonden van een certificaatloze leverancier. Shell was in 2019 klant bij Biodiesel Kampen toen deze fabriek nog in handen was van de ‘Veluwse vetkoning’ en multimiljonair Cees Bunschoten. Bunschoten kwam echter in het vizier van de autoriteiten vanwege fraude met duurzaamheidsverklaringen (zie kader). ISCC trok de certificering in waardoor Shell geen HBE’s meer kon opstrijken. Shell startte daarop een civiele schadeprocedure tegen Bunschoten en gaf FTM destijds de volgende verklaring: ‘Volgens contract moest Biodiesel Kampen duurzaam gecertificeerde, zogenaamde dubbeltellende biodiesel leveren. Het bedrijf moest hiervoor de bijbehorende certificaten leveren, maar heeft dit nagelaten. Hierdoor heeft Shell Trading Rotterdam aanzienlijke schade geleden.’ 

Mogelijk hangt dit ook Sunoil nog boven het hoofd. In een reactie zegt Shell niet geraakt te worden door de nieuwe fraudezaak omdat de multinational recentelijk geen biodiesel heeft afgenomen bij Sunoil. BP komt mogelijk wel in een lastig parket. ‘In het verleden hebben we biodiesel (vooral UCOME) rechtstreeks van Sunoil afgenomen,’ zegt een BP-woordvoerder die stelt dat het ‘vooralsnog onduidelijk’ is of BP de dubbeltellingsverklaringen nog kan verkrijgen over de ingekochte biodiesel. Het bedrijf kan nog niet zeggen of er een claim volgt. ‘Daarvoor moet er eerst meer duidelijkheid zijn.’

ISCC-onderzoek 

De intrekking van de ISCC-certificering leidt tot verbazing in de biodieselwereld. Sunoil is in oktober 2020 probleemloos door de audit van Control Union gekomen, toch wordt vijf maanden later deze certificering opeens door ISCC ingetrokken. Oorzaak: ISSC heeft zelf een onderzoek, een zogeheten integriteitsaudit, laten uitvoeren bij Sunoil. Ook Control Union heeft een extra audit uitgevoerd. De aanleiding: het strafrechtelijke onderzoek en de inval. 

Uit het ISCC-onderzoek blijkt onder meer dat de zogeheten massabalansen bij Sunoil niet kloppen, zo zegt iemand met kennis van het onderzoek. Zo zou er onder meer dierlijk vet ten onrechte zijn gebruikt als grondstof voor de duurzaamste (en duurste) biodieselvariant UCOME – de biodiesel gemaakt van afgedankt frituurvet. Deze biodieselsoort is het meest gewild bij afnemers zoals Shell en BP vanwege de dubbeltellende status – ze hoeven er minder van bij te mengen om aan hun duurzaamheidsverplichting te voldoen.

Allerlei potjes met vet

Sunoil is in de problemen gekomen door zijn zogeheten massabalansen. Dit is een verplichte registratie van alle inkomende grondstoffen aan de ene kant en daartegenover de uitgaande biodiesel per kwartaal. Deze in- en uitgaande stromen moeten in balans zijn. Ieder tonnetje vet en container afgedankt frituurvet moet als zodanig geregistreerd worden zodat er tijdens een audit precies kan worden nagegaan of de uitgaande biodiesel ook wel daadwerkelijk gemaakt is van de ingaande grondstof. En dat er niet bijvoorbeeld stiekem goedkopere olie is gebruikt om de dubbeltellende, en daarmee de duurste biodieselvariant UCOME te maken. 

Het schuiven met potjes vet en het omkatten van biodiesel is een lucratieve activiteit

Bij biodieselbedrijven als Sunoil en Biodiesel Kampen is er sprake van een bonte mix van inkomende en uitgaande stromen. Het afgedankte frituurvet (kant-en-klaar heet deze grondstof in de biodieselhandel used cooking oil (UCO) krijgt Sunoil in containers aangeleverd uit landen als China en Chili en per tankwagen als de UCO uit Nederland komt. In de leverancierslijst duiken allerlei vetleveranciers op zoals Gerbuvet, Van der Kooy Pijnacker, PT Green Energy, Van Wijk & Olthuis en Olivet. Zij leveren afgedankt frituurvet van restaurants en instellingen, maar ook plantaardige olie en restvetten uit leidingen in de olieverwerkende industrie.

Een tweede belangrijke grondstoffenstroom bij Sunoil komt van renderingsbedrijven. Dit soort bedrijven verwerkt de resten van dode dieren tot grondstof voor dierenvoeding en biodiesel. Een van de grondstoffen betreft dierlijk vet categorie 3 – slachtafval van gezonde dieren zoals ontvette beenderen, kanen en afval uit de visindustrie. Deze categorie 3 is weliswaar een afvalstroom (net zoals afgedankt frituurvet) maar heeft sinds 2013 geen dubbeltellende status. Het idee van de beleidsmakers bij de Nederlandse Emissieautoriteit en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is dat afgedankt frituurvet alleen nog maar nuttig ingezet kan worden als brandstof. Terwijl dierlijk vet categorie 3 nog een nuttiger functie kan hebben zoals bijvoorbeeld in kattenvoer of zeep. Het gevolg: biodiesel van frituurvet is dubbeltellend, biodiesel van dierlijk vet categorie 3 is enkeltellend. 

Het is echter niet verboden om dierlijk vet categorie 3 te gebruiken als grondstof voor biodiesel. ‘Als je het maar op de juiste manier administreert en verkoopt,’ zegt een handelaar. ‘Je moet het op de massabalans zetten als dierlijk vet categorie 3. En als je het verkoopt moet je het meenemen als enkeltellende biodiesel. Dus als je 60 procent UCO inkoopt en 40 procent dierlijk vet cat 3 moet je de biodiesel verkopen als 60 procent dubbeltellend en 40 procent enkeltellend. Je geeft twee verschillende duurzaamheidsverklaringen uit.’

Dit is een papieren onderscheid; de geproduceerde biodiesel op basis van de gemixte grondstoffen valt niet te onderscheiden van de honderdprocentvariant. Maar vanwege de duurzaamheidseisen is het verboden om de hele lading biodiesel te verklaren tot 100 procent UCOME. Het schuiven met potjes vet en het omkatten van biodiesel is een lucratieve activiteit. Bunschoten, de vorige eigenaar van Biodiesel Kampen, heeft zich daar volgens justitie schuldig aan gemaakt. In deze strafzaak, die nog onder de rechter is, kwam naar voren dat Bunschoten op grote schaal claimde dat hij biodiesel produceerde van louter afgedankt frituurvet. ‘Maar dat is niet het geval,’ zei de officier van justitie tijdens de inleidende zitting in januari 2020. De wisseltruc leidde volgens justitie tot een criminele winst van 60 miljoen euro.

Goedkopere vetten bijmengen

Bij Sunoil heeft men de inkomende vetten en uitgaande biodieselstromen ook door elkaar gemixt. Een handelaar in biodieselgrondstoffen is hier niet verbaasd over. ‘Dierlijk vet categorie 3 ziet eruit als boter en zodra je het verhit dan is het heel zuiver. Het is daardoor heel makkelijk om te mixen met andere grondstoffen,’ zegt de handelaar, die alleen anoniem wil reageren omdat zijn afnemers het niet op prijs stellen als hij een boekje opendoet. Volgens hem gebeurt het regelmatig dat er dierlijk vet wordt bijgemengd. ‘Stel je hebt 700 ton UCO en 300 ton categorie 3. Je mag het dan niet verkopen als 1000 ton UCOME. Maar biodieselfabrieken spelen met materialen op hun massabalans, want anders halen ze geen marge. Met alleen UCO red je het niet om UCOME te maken.’ 

Niet alleen het verlagen van de kostprijs speelt een rol, maar de handelaar waarschuwt ook voor toenemende schaarste van afgedankt frituurvet. Dat is deels het gevolg van de afgenomen hoeveelheid gebruikt frituurvet door de coronacrisis. Maar ook andere belangrijke grondstoffen voor biodiesel – zoals sojabonen en raapzaad – zijn sterk in prijs toegenomen. Nu de wereldeconomie weer opstart, en China aan het hamsteren is, gaan grondstofprijzen door het dak. ‘Alle grondstoffen zijn de afgelopen drie maanden moeilijker te verkrijgen, zoals UCO, raapzaadolie en technische plantaardige olie. Als je als biodieselfabriek wilt overleven, dan moet je mixen.’

Naar verwachting neemt de vraag naar biodieselgrondstoffen de komende jaren sterk toe. Brandstofleveranciers zoals Shell en BP krijgen jaarlijks te maken met een hogere bijmengverplichting. Ook vanuit de luchtvaartindustrie groeit de vraag naar biobrandstoffen – en daarmee ook naar de grondstoffen zoals afgedankt frituurvet, dierlijk vet en plantaardige oliën. De Finse hernieuwbare-energieproducent Neste vergroot de komende jaren zijn productiecapaciteit in Rotterdam en Singapore met maar liefst 1,5 miljoen ton hernieuwbare brandstof. Neste richt zich op biobrandstoffen voor vliegtuigen.

‘Onze duurzame-kerosinefabriek focust niet op frituurvet, maar op echte afvalstromen die nog niet richting biobrandstoffen gaan’

Het Nederlandse consortium SkyNRG start begin volgende jaar met de bouw van een biobrandstoffabriek in Delfzijl, ook gericht op duurzame brandstof voor vliegtuigen. ‘We zien de vraag naar afgewerkt frituurvet enorm toenemen,’ beaamt SkyNRG-directeur Theye Veen. ‘De duurzaamheid van deze grondstoffen komt steeds verder onder druk te staan en we zien ook de fraudegevoeligheid. De duurzame-kerosinefabriek die we samen met KLM in Delfzijl ontwikkelen, focust daarom niet op afgewerkt frituurvet, maar op echte afvalstromen die momenteel nog niet richting biobrandstoffen gaan.’

Tenslotte maakt de maritieme sector vanaf 1 januari 2022 zijn entree op de biobrandstoffenmarkt, omdat Nederlandse binnenvaartschippers een bijmengverplichting krijgen. De belangenvereniging van de binnenvaartsector verzet zich hiertegen. In een brandbrief aan staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Stientje van Veldhoven, schrijft de vereniging in april dat ‘algemeen bekend’ is dat er ‘sterk wordt gefraudeerd met biodiesel (FAME).’ 

Kampen draait door

Dergelijke zonnige marktperspectieven betekenen normaliter goed nieuws voor biodieselproducenten zoals Sunoil. Het is dan ook wrang dat Hadders door de intrekking van zijn ISCC-certificering geen duurzame biodiesel kan produceren. De fabriek in Emmen staat volgens meerdere bronnen stil. De secretaresse die de telefoon opneemt kan geen antwoord geven op de vraag of de fabriek wel of niet draait. De kans dat afnemers in de problemen komen door het wegvallen van de Emmense fabriek is klein; ze zullen hun heil zoeken bij andere biodieselfabrieken in binnen-of buitenland. 

Toch kan Hadders op halve kracht biodiesel produceren, want zijn in 2019 overgenomen fabriek in Kampen mag wel duurzame biodiesel produceren. Deze fabriek verloor onder leiding van vorige eigenaar Bunschoten in 2019 zijn ISCC-certificering. Bij de overname van de Kampense fabriek heeft Hadders een nieuwe ISCC-certificering aangevraagd, zo blijkt uit het ISCC-register. Dit certificaat staat op naam van IJsselland Bio Fuels BV. Dit is een nieuwe dochteronderneming van Hadders.

Het is een geluk bij een ongeluk, want door deze vennootschappelijke constructie is Hadders nu alleen de certificering verloren van de Sunoil-fabriek in Emmen. In het zonnigste scenario wordt binnenkort de certificering voor IJsselland Bio Fuels met een jaar verlengd. Fraudeverdachte Hadders kan dan op halve kracht duurzame biodiesel op de markt blijven brengen. En biodieselfabrieken in binnen- en buitenland nemen graag zijn ingeleverde productiecapaciteit over.

Reacties
  • Wilfred Hadders is om een reactie gevraagd over de impact van de intrekking van de ISSC-certificering van Sunoil in Emmen en de status van nieuwe certificering van IJsselland Bio Fuels in Kampen. In een schriftelijke reactie laat Sunoil weten: ‘Dank voor uw interesse in ons bedrijf. U zult begrijpen dat wij in verband met het lopende onderzoek geen verdere mededelingen kunnen doen.’
     
  • FTM heeft ISCC meermaals om een reactie gevraagd, maar daar is geen enkel antwoord op gekomen.
  • Frank van der Velden, managing director van Control Union, schrijft in een reactie dat hij niet inhoudelijk kan ingaan op het auditproces bij Sunoil ‘in verband met ‘accreditatie en contractuele verplichtingen’. ‘Wel kunnen we bevestigen dat in het verleden Sunoil door ons is gecertificeerd voor het ISCC-programma. Certificaten kunnen enkel worden afgegeven door erkende certificeringsinstellingen (zoals Control Union), en hiermee ook enkel worden ingetrokken door diezelfde certificeringsinstelling op basis van eigen bevindingen tijdens een (tussentijdse) audit. De bevindingen die leiden tot intrekken van een certificaat worden wel altijd met ISCC gedeeld, die deze gebruikt om eventuele verdere consequenties/schorsingsperioden vast te stellen. Op dit moment kunnen wij, ook gedurende het strafrechtelijk onderzoek, geen verdere mededelingen doen.’ 
Lees verder Inklappen