Beeld © Itziar Barrios

Erfenis dementerende ouderen is makkelijke prooi voor mantelzorgers

3 Connecties
16 Bijdragen

Op hoge leeftijd besluit de dementerende Johanna haar vermogen na te laten aan haar buurman en mantelzorger Alfons. Follow the Money ontdekte dat Alfons ook een aanzienlijk deel van de erfenis van een andere buurvrouw opstreek. Johanna’s familie probeert via de rechter haar testament nietig te laten verklaren, een procedure die volgens juristen meestal kansloos is. ‘Dit druist in tegen elk gevoel van rechtvaardigheid.’

Bewoners van een flatgebouw in Amsterdam Osdorp fronsen tegenwoordig hun wenkbrauwen als ze op de galerij een lange man met een bruine baret kruisen. Ze kennen Alfons, hun alleenstaande, ietwat eigenaardige buurman van tweehoog al jaren, maar sinds kort zijn ze alert. ‘Wat hij gedaan heeft, mag niet nog een keer gebeuren,’ wordt er gefluisterd.

Het gaat om geld. Hoe het precies zit, weten ze niet. Daar zullen ze ook niet achter komen; de meeste mensen die het wel weten, zijn begraven. Wat overblijft zijn feiten die op geen enkele manier tot een geruststellende conclusie leiden.

In korte tijd wordt Alfons opgenomen in het testament van twee buurvrouwen uit de flat. Eenzame, dementerende dames wier steun en toeverlaat hij was, maar die hem ook betaalden voor zijn hulp. Een van hen: de 88-jarige Johanna.

Oorlogstrauma’s achtervolgden de Joodse vrouw haar leven lang; als kind zag ze dat haar vader op transport werd gezet naar Auschwitz. Hij keerde nooit terug. Hoewel ze op zichzelf was, had Johanna een goede relatie met haar broer. Nadat hij in 2014 overleed, hield ze op afstand contact met zijn vrouw en hun kinderen, Benjamin en Elisabeth.

Tot verbazing van de familie krijgt Johanna niet de Joodse begrafenis waarvoor ze jarenlang geld opzij heeft gelegd

Johanna is slecht ter been. Gaandeweg gaat ze zichzelf meer verwaarlozen. Haar omgeving merkt dat ze geestelijk achteruit gaat en omschrijft haar als ‘wereldvreemd’. Ze maakt ruzie met haar buren en mijdt zorgverleners. De enige die dichtbij mag komen, is Alfons; volgens een kennis ‘adoreert’ Johanna hem.

Bij Johanna’s familie valt in januari 2021 een slordig gedrukte rouwkaart op de mat. Neef en nicht Benjamin en Elisabeth weten meteen wie de afzender is: Alfons. Tot hun verbazing krijgt Johanna niet de Joodse begrafenis waarvoor ze jarenlang geld opzij heeft gelegd, maar een sobere, christelijke dienst die ze samen met Alfons heeft geregeld. Op eigen initiatief spreekt dominee Martijn van Leerdam, die Johanna wel eens bezocht, een paar woorden tijdens de uitvaart. Er zijn maar ‘2 of 3 mensen’ aanwezig.

Benjamin en Elisabeth hebben nooit goed zicht gehad op Alfons’ rol in het leven van hun tante. Ze hebben hem één keer ontmoet. De op het oog betrokken buurman bezocht de familie een paar jaar eerder om hen te vertellen dat het slecht ging met Johanna; ze was erg in de war en contact met haar familie zou haar nog meer van streek maken. Alfons, die als mantelzorger optrad, wilde wel als contactpersoon fungeren, liet hij weten. De familie legde zich daarbij neer.

Na Johanna’s dood laat Alfons volgens de familie een ander gezicht zien. Als Benjamin voorzichtig informeert of hij albums mag komen ophalen met familiefoto’s van voor de oorlog, krijgt hij geen duidelijk antwoord. Vlak daarop meldt Alfons dat de familie geen contact meer moet opnemen.

Het draait om Johanna’s testament, constateert Benjamin. In brieven aan haar broer schreef Johanna altijd dat haar nalatenschap, met erfstukken van grote emotionele waarde, in de familie zou blijven: ‘De erfenis blijft in stand, zoals wij dat afgesproken hebben. Na mijn eventuele dood wordt het een familie-erfenis!’

Nu begint de familie te twijfelen. Wie staat er in Johanna’s testament? 

‘Meestal kansloos’

Omdat ze daar zelf niet achter komen, schakelen ze Loonstein Advocaten in. Die ontdekken dat Johanna Alfons al in het najaar van 2017 tot haar enig erfgenaam en executeur testamentair heeft benoemd. Hij zal haar appartement met een WOZ-waarde van twee ton, haar spaargeld en al haar bezittingen erven.

De familie ontdekt dat Johanna Alfons al in het najaar van 2017 tot haar enig erfgenaam heeft benoemd

Vanwege de rechtszaak heeft Alfons nog niets van Johanna’s erfenis gezien, bevestigt hij tegenover Follow the Money. Om hoeveel geld het gaat, zegt hij niet te weten: ‘Ik weet alleen globaal wat ik erf, ik kan daar geen bedrag aan hangen.’ Het interview vindt plaats als Follow the Money – na eerdere mislukte pogingen tot een gesprek – op een zondagochtend bij hem thuis aanbelt. Alfons, een vijftiger, doet open in een verwassen pyjama; een vermogende indruk maakt hij allerminst. Onder de stoffige luxaflex in de vensterbank liggen tientallen dode vliegen. ‘Mijn verwachting is dat ik niets meer aan het hele verhaal win.’

Hij bestrijdt dat hij de familie destijds heeft gevraagd geen contact meer met Johanna op te nemen. ‘Hoe ze daarbij komen is me een raadsel.’ Hij ontkent ook dat Benjamin de fotoalbums niet mocht komen ophalen: ‘Dat is flauwekul, daar is niet over gesproken. En bovendien, ik heb toch niets aan die spullen?’

Johanna besloot zelf alles aan hem na te laten, zegt Alfons: ‘Ik heb gezegd; vind je het niet verstandiger om een legaat te doen? Maar nee, het moest zo. Ik dacht: goed. Laten we maar zien wat er gebeurt.’

Dossier

Dossier: Zorgcowboys

In dit dossier gaan we op jacht naar zogenoemde zorgcowboys: gehaaide ondernemers, listige consultants en graaiende managers die zichzelf verrijken door misbruik van de wet- en regelgeving. Ze maken onze zorg veel duurder dan nodig is.

Volg dit dossier

De familie gelooft niet dat Johanna dit heeft gewild. Ze was al jaren dementerend en kon de gevolgen van haar beslissing niet overzien, vindt de familie. Ze proberen haar testament uit 2017 nietig te laten verklaren.

Deskundigen noemen het aanvechten van een testament meestal kansloos. ‘Een procedure is kostbaar, je bent zo drie jaar verder en in de regel blijft het testament gehandhaafd,’ zegt Wilbert Kolkman, hoogleraar erfrecht en familievermogensrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

‘De bewijslast is gigantisch,’ stelt advocaat Ineke Koele, gespecialiseerd in internationaal erfrecht. Dat heeft te maken met de poortwachtersfunctie van de notaris; die moet bij het opstellen van een testament inschatten of iemand wilsbekwaam is. ‘In ons rechtssysteem wordt te veel waarde en bewijs toegekend aan de mening van de notaris omtrent de wilsbekwaamheid van de testateur,’ vindt Koele. ‘Wanneer een testament eenmaal is opgemaakt, is het voor nabestaanden bijna onmogelijk daar postuum iets aan te veranderen.’

‘Achteraf lukt het vaak niet om wilsonbekwaamheid aan te tonen,’ zegt ook Philip Scheltens, hoogleraar neurologie en directeur van het Alzheimercentrum Amsterdam. Hij maakte als deskundige diverse rechtszaken mee waarin nabestaanden de bewijsvoering niet rond kregen, omdat medische gegevens ontbraken of artsen die – vanwege hun beroepsgeheim – niet prijsgaven. ‘Ik heb zoveel leed gezien.’

De zaak Broekhuis

Een bekende casus die laat zien hoe moeilijk het voor nabestaanden is om de bewijslast rond te krijgen, is de zaak Broekhuis.

In 2013 liet selfmade miljonair Arend Broekhuis zijn fortuin van 26 miljoen euro en een landhuis na aan twee goede doelen: het Leger des Heils en stichting De Zonnebloem. Zijn vrouw en stiefkinderen kwamen er pas bij de notaris achter dat Broekhuis in het jaar voor zijn dood zijn testament had gewijzigd.

De weduwe van Broekhuis kreeg een toelage van 1000 euro per maand en mocht tot haar dood in het landhuis blijven wonen. De kinderen en kleinkinderen erfden een belastingvrije som van 20.000 euro. ‘We zijn verbijsterd,’ zei de familie in 2015 tegen EenVandaag. ‘Altijd was de afspraak: het huis blijft in de familie.’

Ze begonnen een juridische procedure: volgens de familie leed Arend Broekhuis aan de ziekte van Pick, een vorm van dementie die moeilijk herkenbaar is. De notaris bij wie Broekhuis zijn testament opmaakte, twijfelde aan de geestelijke vermogens van zijn cliënt. Hij verwees hem naar een psychiater voor een medische keuring.

De psychiater constateerde na een kort onderzoek dat Broekhuis wilsbekwaam was, waarna de notaris het testament kon passeren. In 2017 kreeg de psychiater een waarschuwing van de tuchtrechter: zijn rapport bleek niet aan alle zorgvuldigheidseisen te hebben voldaan.

Het kwaad is dan al geschied: Broekhuis overleed in 2013, dus een nieuw medisch onderzoek kon niet plaatsvinden. Er volgde een slepende rechtszaak die draaide om de vraag: was Broekhuis wilsbekwaam toen hij zijn testament opstelde?

Het mocht niet baten; in september 2020 oordeelde het hof in hoger beroep dat er onvoldoende bewijs was om te concluderen dat Broekhuis niet wilsbekwaam was toen hij zijn testament wijzigde. Het nieuwe testament bleef gehandhaafd.

Lees verder Inklappen

Benjamin en Elisabeth weten dat een procedure weinig kans maakt, maar ze wagen het erop. De eerste stap is een verzoek bij de kantonrechter om Alfons te schorsen als executeur testamentair, zodat hij er niet met de erfenis vandoor gaat.

Tot ieders verbazing schorst de kantonrechter Alfons al vóór de mondelinge behandeling van de zaak; later ontslaat hij Alfons definitief. De inhoud van Johanna’s bewindsdossier geeft volgens de rechter aanleiding om ‘te twijfelen aan de intenties van verweerder [Alfons, red.] en de geldigheid van het testament en zijn benoeming als erfgenaam.’

In 2019 deed Alfons al een poging om greep te krijgen op haar financiën: hij probeert haar bewindvoerder te worden. Een ‘misvatting’, noemt Alfons deze actie nu: ‘Ik dacht dat het handig was, maar dat werd niet toegestaan.’

De rechtbank stelde indertijd een professioneel bedrijf als bewindvoerder aan en bedeelde Alfons de rol van ‘mentor’ toe. Hij mag daardoor over Johanna’s medische zorg beslissen. Daarmee heeft Alfons een dubbele pet; als zzp’er verleent hij namelijk al jaren mantelzorg aan Johanna.

Sinds 2013 betaalt Johanna hem voor allerlei klusjes, vertelt een kennis van haar. Het gaat om bedragen van ‘honderden euro’s’. Nadat Alfons zijn baan kwijtraakte, richtte hij in 2016 een eenmanszaak op, waarmee hij blijkens de Kamer van Koophandel activiteiten verricht in het ‘welzijnswerk voor ouderen’ en zakelijke dienstverlening. ‘Ik ben van nature zorgverlenend ingesteld,’ zegt hij.

Hij levert naar eigen zeggen vooral ‘technische ondersteuning’, een achtergrond in de zorgverlening heeft hij niet. Toch verpleegde hij de doorligwonden van Johanna. ‘Dat kon niet anders,’ zegt hij. ‘Als de huisarts daar weinig aan doet en zij ligt pijn te lijden, dan moet je er iets mee.’

Pas in 2019 regelt Alfons een plek voor Johanna in een verpleeghuis. Hij blijft wel facturen sturen voor zijn zorgdiensten

Op de vraag waarom hij geen professionele hulp inschakelde, zegt hij dat hij dat ‘aan alle kanten probeerde,’ maar dat het hem niet lukte. ‘Het liep steeds vast op het feit dat ze niet opgenomen wilde worden. Je doet als amateur je best maar op een gegeven moment houdt het op.’

Pas in 2019 regelt Alfons een plek voor Johanna in een verpleeghuis. Ondertussen blijft hij facturen sturen voor zijn zorgdiensten. De familie ontdekt declaraties van gemiddeld 1100 euro per maand gedurende die periode. Voordat Johanna onder bewind kwam te staan, betaalde ze Alfons via een rekening waar hij zelf ook toegang tot had. ‘Daar hadden we een constructie voor,’ zegt Alfons. Om welke bedragen het ging, wil hij niet zeggen.

Meer ‘cliënten’ in de flat

Hulpbehoevende ouderen lijken een verdienmodel voor Alfons en zijn zorgbedrijf. De familie van Johanna heeft geen idee dat Alfons ook haar buren als ‘cliënt’ aannam. Hij weet precies wie er in de flat wonen; tot voor een paar jaar zat hij in het bestuur van de coöperatie die het gebouw exploiteert. Alfons heeft het dan niet breed en sluit een extra hypotheek af, horen andere leden van de coöperatie. 

Vier (oud-)bewoners van de flat verklaren dat Alfons als zzp’er aan zeker twee andere bewoners zorg verleende. ‘Meneer Bergenkamp was de eerste in de reeks. Toen kwam Johanna en daarna Maria,’ vertelt een buurvrouw. Alle drie zijn inmiddels overleden. De hoogbejaarde Maria liet hem een aanzienlijk deel van haar vermogen na.

Bij Maria was naast Alfons een tweede mantelzorger betrokken: Inge. Deze vriendin had toegang tot Maria’s rekeningen en bevestigt dat Alfons zijn diensten factureerde. ‘De zorg die hij verleend heeft was in samenspraak met Maria,’ stelt ze. Bekenden twijfelen daaraan; Maria was afhankelijk van Alfons en bovendien al langere tijd dementerend. In maart van dit jaar overleed ze aan corona.

Hoe de verhoudingen tussen Alfons, Inge en Maria precies lagen, was voor de buitenwereld moeilijk te beoordelen. ‘Maria was ontzettend eenzaam en goed van vertrouwen,’ zegt een buurvrouw. Ze bezocht Maria, die slecht ter been was, vaak en zag dat het ‘werk’ van Alfons tekort schoot; hij is ondeskundig en onaardig voor Maria. Als de buurvrouw hem daarop aanspreekt, krijgen ze ruzie. Alfons ontkent Maria niet goed te hebben behandeld; ‘Ik heb één keer een ongepast woord gebruikt. Daarvoor heb ik mijn excuses aangeboden.’

Maria kreeg ook professionele thuiszorg, maar dat was volgens buren ‘minimaal’: ‘Haar huis vervuilde en de wc zag er niet uit. Ondertussen deed Alfons voor 25 euro per uur boodschappen of verving hij een lamp.’ De douche repareerde hij daarentegen een jaar lang niet, waardoor het zorgpersoneel Maria met de hand moest wassen. ‘Ze vond de reparatie te duur,’ zegt Alfons. Buren noemen dat onwaarschijnlijk: ‘Maria was niet moeilijk met geld.’

Inge en Alfons zijn beiden in Maria’s testament opgenomen, en zaten erbij toen de notaris de akte opstelde

In augustus 2019 zag een oud-buurvrouw, die als verzorgende in de psychogeriatrie werkte, dat Maria geestelijk achteruit ging. Ze maakte een afspraak voor een onderzoek bij het ziekenhuis. De uitkomst hiervan kreeg de buurvrouw niet te horen; Inge nam de begeleiding over.

Op de laatste periode van Maria’s leven hadden haar buren weinig zicht: de ene buurvrouw was al eerder verhuisd, een andere kreeg zelf gezondheidsklachten. De continue ruzies met Alfons kon ze er niet bij hebben. Achteraf kijkt ze met een verdrietig gevoel op de zaak terug: ‘Ik heb de situatie verkeerd ingeschat.’

Momenteel handelt Inge samen met Alfons Maria’s erfenis af. Ze zijn beiden in haar testament opgenomen, bevestigt Alfons, en zaten erbij toen de notaris de akte opstelde. Dat gebeurde rond de tijd van Maria’s dementie-onderzoek. ‘Ik vermoed dat het met elkaar samenviel,’ zegt hij.

Inge stelt echter dat het testament al eerder was opgemaakt, ‘maar het gaat me te ver om op te zoeken wanneer precies’. De notaris zou Maria controlevragen hebben gesteld om in te schatten of ze wilsbekwaam was. ‘Hij twijfelde daar niet aan,’ zegt Inge. Ze wil niet vertellen om welke notaris het gaat.

Een notaris is wettelijk verplicht om in te schatten of een testateur wilsbekwaam is. Bij gerede twijfel – bijvoorbeeld als iemand tekenen van dementie vertoont – moet de notaris een arts inschakelen. Zo’n inschatting is niet eenvoudig; zelfs voor gespecialiseerde artsen kan het moeilijk zijn om een goede beoordeling te maken. ‘Bij dementie spelen allerlei verschijnselen die niet gelijk zichtbaar hoeven zijn,’ zegt hoogleraar neurologie Philip Scheltens. ‘Mensen kunnen een fantastische façade ophouden.’

Stappenplan voor notarissen

In 2006 stelde de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) het Stappenplan Wilsbekwaamheid op. Daarin staat een lijst indicatoren die erop kunnen wijzen dat iemand niet, of verminderd, handelingsbekwaam is. 

Algemene indicatoren zijn onder andere een hoge leeftijd, verblijf in een zorginstelling of de ziekte van Alzheimer. Bij het opmaken van een testament gelden een aantal bijzondere indicatoren, zoals: ‘De testateur doet frequenter dan voor hem te doen gebruikelijk een verzoek tot het aanpassen van een eerder testament,’ of ‘De inhoud van een nieuw testament wijkt ingrijpend af van de inhoud van een eerder testament of de inhoud is ongebruikelijk.’

Als een notaris op basis van de indicatoren gerede twijfel heeft over de handelingsbekwaamheid, moet hij een bevoegd arts inschakelen voor een medisch onderzoek. 

Op verzoek van Follow the Money bestudeerden deskundigen op het gebied van dementie het stappenplan: biedt het voldoende waarborgen om misbruik te voorkomen?

Jeroen de Vries, neuroloog bij het Alzheimer Centrum Groningen, staat achter de inhoud van het stappenplan, maar signaleert risico’s in de uitvoering. ‘De vraag is: kent de notaris het protocol afdoende? Heeft die voldoende alertheid, scholing en tijd om rode vlaggen te signaleren?’ 

Hoogleraar Scheltens noemt het stappenplan een ‘aardig begin’, maar merkt dat notarissen het in de praktijk vaak niet toepassen. ‘Ik zou zeggen: doe wat is voorgeschreven door de beroepsgroep en verwijs bij de geringste twijfel door naar een gespecialiseerde arts.’ 

Beide neurologen signaleren een belangrijke lacune in het protocol: als een notaris iemand wilsonbekwaam acht, mag hij die informatie niet delen met collega’s. Iemand kan dus net zo lang ‘notaris shoppen’ totdat het ergens lukt. ‘Je zou willen dat notarissen elkaar kunnen waarschuwen. Anders heeft dit protocol weinig zin,’ zegt De Vries.

Alleen wanneer een notaris twijfelt aan de handelingsbekwaamheid van een cliënt moet hij het stappenplan volgen. Het dan nalaten, kan tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn, blijkt uit jurisprudentie. Per jaar komen 15 tot 20 zaken voor de tuchtrechter waarin de wilsbekwaamheid van een cliënt een rol speelt. Hierin wordt regelmatig naar het stappenplan verwezen. Een minderheid van de klachten wordt uiteindelijk gegrond verklaard.

Lees verder Inklappen

Scheltens maakte vaak mee dat notarissen niet grondig genoeg te werk gingen: ‘Dan werd gezegd: “Ik ken die persoon al,” of “Hij maakte geen demente indruk,” met alle gevolgen van dien.’ 

Dat beeld herkent de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) niet: ‘Wij krijgen eerder signalen dat notarissen te voorzichtig zijn,’ zegt Madeleine Hillen namens de KNB. ‘Het is een lastige balans. Het opstellen van een testament is een recht. Wanneer mag je iemand dat recht onthouden?’

Omstreden notariskantoor 

Het testament van Johanna is op 27 oktober 2017 bij haar thuis opgemaakt door een kandidaat-notaris van kantoor Voorwinde in Amstelveen. Nog geen twee maanden later deed het Bureau Financieel Toezicht (BFT) een inval bij Voorwinde vanwege een fraudeonderzoek. De zaak groeide uit tot een groot schandaal; Voorwinde verduisterde tonnen van cliënten, pleegde valsheid in geschrifte en had twee ex-notarissen in dienst die geschorst waren wegens gesjoemel met cliëntengelden. 

Haar eerdere testamenten liet Johanna door een andere notaris opmaken; in die aktes was haar familie enig erfgenaam. Dat blijkt als de advocaat van de familie op 17 juni via de rechter inzage in de documenten weet te krijgen.

Alfons zorgde ervoor dat Johanna bij Voorwinde terechtkwam. ‘Iemand die ik had ontmoet maakte gebruik van dat kantoor,’ zegt hij. ‘Bij mij was niet bekend dat het geen goede partij was.’ Alfons zat naast Johanna toen de notaris langs kwam: ‘Ze was slechthorend. Daarom was ik erbij.’

Alfons lijkt een aardig bedrag te hebben overgehouden aan zijn onderneming: hij heeft bijna een ton op de bank staan

De kandidaat-notaris drong volgens Alfons niet aan op een onderzoek naar Johanna’s wilsbekwaamheid: ‘Ik heb daar niets over gehoord.’ Dat is opmerkelijk; drie maanden daarvoor haalden ambulancebroeders Johanna nog in verwaarloosde toestand uit huis, blijkt uit haar medisch dossier. Toen de ziekenbroeders aanbelden, deed ‘de buurman’ open, staat daarin. Ze troffen een schrijnende situatie aan: Johanna’s huis was zwaar vervuild, er lagen geen schone kleren en ze vertoonde verschijnselen van gordelroos en uitdroging.

Het dossier bevat essentiële informatie voor de rechtszaak: twee artsen zetten indertijd vraagtekens bij haar wilsbekwaamheid. Ze bevelen psychische hulp aan door een FACT-team; Johanna is kwetsbaar, zorgmijdend en niet goed in beeld bij haar huisarts. Het lijkt er niet op dat ze die hulp ooit heeft gekregen. ‘FACT-team? Ik weet niet waar dat over gaat,’ zegt Alfons.

Alfons lijkt een aardig bedrag te hebben overgehouden aan zijn onderneming. De familie legde eind juli conservatoir beslag op zijn rekeningen; ze willen de kosten veiligstellen voor de Joodse begrafenis die ze alsnog voor Johanna willen organiseren; het gaat om zo’n 10.000 euro. Het beslag treft doel: Alfons heeft bijna 100.000 euro op de bank staan.

‘Dat is totale waanzin, wie heeft dat verzonnen?’ schreeuwt Alfons uit als Follow the Money hiernaar informeert. ‘Dat mocht ik willen.’ Hij zegt door de beslaglegging niet bij zijn rekeningen te kunnen: ‘Mijn advocaat is op vakantie.’ FTM kreeg inzage in de verklaringen van twee banken, waaruit blijkt dat de tegoeden van Alfons op 21 juli 2021 96.921 euro bedroegen.

‘Zouden dat Maria’s spaarcentjes zijn?’ vraagt een bewoner zich af. Duidelijk is dat de huizen van beide buurvrouwen nog niet zijn verkocht.

‘Smerige ijsberg’

Deze zaak legt bloot hoe makkelijk het is om misbruik te maken van kwetsbare ouderen, zegt advocaat Herman Loonstein, die Johanna’s familie bijstaat: ‘Bij ons lopen diverse erfrechtzaken waarin dit steeds weer naar voren komt.’ Vanwege de hoge kosten en de geringe kans op succes laten nabestaanden een procedure meestal schieten. Zeker wanneer een erfenis niet bijzonder groot is. ‘We zien slechts het topje van een smerige ijsberg,’ zegt Loonstein. 

Omdat het aantal vermogende ouderen toeneemt, vreest hij dat het aantal zaken alleen maar zal stijgen. ‘Wij vinden dat het probleem eerder moet worden aangepakt’, zegt Loonstein. ‘Het druist in tegen elk gevoel van rechtvaardigheid dat er mensen zijn die misbruik maken van iemand die zijn wil niet meer kenbaar kan maken.’

Jurist Ineke Koele vindt dat het Nederlandse rechtssysteem nabestaanden onvoldoende waarborgen biedt. ‘Feit is dat het notariaat er met de beoordeling van wilsbekwaamheid vaak naast zit en de gevolgen zijn dan heel heftig,’ zegt ze. ‘In de notariële praktijk hoor je vaak dat een kwetsbare oudere door het systeem wordt beschermd. Zo is het dus niet; de kwetsbare oudere dient tegen zichzelf te worden beschermd.’

Alfons zegt momenteel geen cliënten te helpen: ‘Dat is opgedroogd, als ze overlijden is het over’

Die last is te zwaar voor het notariaat, vindt Koele: ‘Dat is hiervoor niet toegerust. Het laatste woord dient aan de rechter te zijn, die een ruimere beoordelingsmarge behoort te hebben dan nu het geval is.’

Alfons zegt momenteel geen cliënten te helpen: ‘Dat is opgedroogd, als ze overlijden is het over. Mede door corona krijg je geen nieuwe aanwas.’ Op de vraag of hij een verdienmodel heeft gecreëerd over de rug van dementerende ouderen reageert hij verhit: ‘Een totaal flauwekulverhaal. U suggereert dat ik mensen uitzoek die vermogend zijn.’

De bewoners in het flatgebouw zijn tegenwoordig alert op hun buurman. ‘We houden Alfons in de gaten,’ zegt een van hen. ‘Ik zag hem van de week lange tijd bij een oudere Chinese dame staan die met een rollator loopt. Ze spreekt nauwelijks Nederlands en Alfons is geen type dat een praatje met mensen maakt,’ zegt een andere buurvrouw. ‘Ik vrees dat hij bezig is nieuwe cliënten te spotten.’

Naschrift

De procedure van Johanna’s familie om haar testament nietig te verklaren, loopt nog. Alfons is in juli gedagvaard, laat advocaat Loonstein weten, maar heeft uitstel aangevraagd. Zijn verweer wordt half september verwacht.

Alle namen van betrokkenen zijn pseudoniemen. De familie van Johanna wilde alleen onder die conditie met Follow the Money hun verhaal doen, net als de flatbewoners met wie Follow the Money sprak. Maria is overleden, haar nabestaanden konden we niet achterhalen; daarom vonden we het niet kies haar echte naam te gebruiken. Tot slot kregen ook Alfons en Inge een pseudoniem: Alfons omdat zijn rol in de kwestie onder de rechter is, Inge omdat er geen klacht tegen haar ligt.

Lees verder Inklappen