© Creative Commons Zero - CC0/Max Pixel

    Door het gebrek aan een alternatief hebben de middenpartijen (de sociaaldemocraten, de christendemocraten en de links-liberalen) zich sinds het Verdrag van Maastricht laten meeslepen in de neoliberale revolutie van de Europese Unie. In dit vijfde en laatste deel van zijn serie over neoliberalisme roept Maarten van der Kloot Meijburg deze drie groepen op om burgers een nieuwe ideologie als alternatief aan te bieden voor de neoliberale doctrines van centrumrechts.

    Economische vrijheid is weliswaar een belangrijke, maar geen noodzakelijke voorwaarde voor politieke vrijheid. Marktwerking is een buitengewoon effectief mechanisme om gecompliceerde economische activiteiten van talrijke economische actoren te coördineren, maar niet de fundamentele manier om alle maatschappelijke interactie te organiseren. Uit het voorgaande moge duidelijk zijn geworden dat de organisatie van samenleven, vooruitgang en markt niet door de neoliberale ideologische uitgangspunten kan worden gegarandeerd. Die ideologische uitgangspunten dragen juist bij aan de ondermijning van de rechtsstaat — en het zijn juist die instituties die nodig zijn om markten goed te laten functioneren.

    Economische vrijheid is geen noodzakelijke voorwaarde voor politieke vrijheid

    Ondanks die wetenschap blijft het neoliberale marktfundamentalisme het leidende gedachtegoed voor de organisatie van de EU. Concurrentiekracht, structurele hervormingen, subsidiariteit en economische groei blijven de belangrijkste punten op de Europese agenda. Daardoor is een door financiële markten aangedreven rat race tussen mens en datatechnologie in gang gezet die de mens van zichzelf vervreemdt, ongelijkheid vergroot, het onderling vertrouwen ondermijnt, xenofobie in de hand werkt en uiteindelijk uitmondt in een strijd van allen tegen allen.

    We moeten op zoek naar andere ideologische uitgangspunten om het al dertig jaar durende ideologische vacuüm op te vullen en tegen burgers te kunnen zeggen: ‘there is an alternative’. In dat alternatief moet de menselijke maat en samenwerking weer centraal staan. Die uitgangspunten zijn wat mij betreft de volgende:

    1. Individualisme en samenleven

    Er wordt afscheid genomen van het neoliberale paradigma van het individualisme, dat Margaret Thatcher zo mooi verwoordde: ‘You know, there is no such thing as society. There are individual men and women and there are families’. Echter: het idee dat de identiteit van mensen los van een gemeenschap bestaat is onzin. Hoewel individualisme in onze huidige samenleving wordt gestimuleerd, werken mensen nog steeds dag in dag uit samen, zelfs met volslagen onbekenden. In plaats van ‘homo economicus’ zijn we eerder ‘homo collaborans’: we worden meer mens via de ander. We zijn morele wezens die elkaar nodig hebben om te slagen in het leven. Het zijn niet de individuen zelf, maar de wisselwerking tussen hen die de maatschappij maken tot wat ze is.

    Gezondheid en maatschappelijk succes zijn niet alleen het gevolg van individuele verantwoordelijkheid en inspanning, maar komen vooral voort uit collectieve inspanningen. Een politiek gebaseerd op louter zelfredzaamheid, gestimuleerd door individuele (markt)prikkels, frustreert collectieve inspanningen en staat menselijke vooruitgang in de weg. Zo toont onderzoeker van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) Monique Kremer in haar studie over flexwerken aan dat tijdelijke contracten niet leiden tot dynamiek, maar juist verlammend werken.

    De samenleving is dan wel een gemeenschap van vrije individuen, maar door samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheden gedijen individuen het beste. De verlammende werking die tijdelijke contracten veroorzaken, is ook te bespeuren in de samenleving. Integraal onderdeel van de alternatieve ideologie is daarom een zorgethiek, waarin de zorg — voor elkaar en voor de wereld — centraal staat. De ethiek moet bijdragen aan het idee dat naast economische ook morele waarden voor binding in de samenleving blijven bestaan en dat het sociale mechanisme van de samenleving verschuift van onderlinge concurrentie naar saamhorigheid.

    Door samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheden gedijen individuen het beste

    Er is een overheid nodig die borg staat voor die ethiek en die verantwoordelijk is voor de morele beginselen van de gemeenschap. Die overheid grijpt daarom met structurele collectieve regelingen in, om de vertrouwensbasis te creëren die vrije individuen in staat stelt de maatschappij door constructieve samenwerking vorm te geven en vooruit te helpen. Daarnaast draagt die overheid bij aan de bestaanszekerheid van burgers.

    Er is een veelheid van aanwijzingen die aantonen dat mensen een sterke behoefte aan bestaanszekerheid hebben. Het is weinig verbazingwekkend, zoals emeritus universitair hoofddocent sociologie Henk de Vos in dit artikel aangeeft, ‘als je bedenkt dat bestaansonzekerheid bedreigend is voor de drie basale voorwaarden waaraan volgens psychologisch onderzoek een mensenleven moet voldoen om als zinvol te worden ervaren: een gevoel van competentie, een gevoel van autonomie en een gevoel van verbondenheid met anderen.’ In de nieuwe ideologie worden burgers via de overheid met elkaar verbonden in hun streven naar bestaanszekerheid door collectieve aansprakelijkheid te garanderen voor sociale zekerheid en vrijwaring tegen gebrek. Burgers mogen daarbij van elkaar verwachten dat ze ‘het redelijke’ doen om gebrek te voorkomen. Free riding zal derhalve hard moeten worden aangepakt.

    2. Een activistische overheid

    De overheid opereert niet langer vanuit collectivistisch structuurdenken en beïnvloeding door directe macht over haar burgers, maar stuurt maatschappelijke interactie aan met effectieve regels, waardoor maatschappelijke en economische samenwerking in losse netwerken haar eigen vorm vindt. Voor de feedback op haar beleid doet de overheid een beroep op civil societies in de regio’s. Door ook gebruik te maken van big data en door machine learning gegenereerde analyses, kunnen overheidsmaatregelen effectief in hun context worden beoordeeld en zo nodig door centrale en lokale overheden actief worden bijgestuurd.

    Als sociale wezens worden we voortdurend geconfronteerd met een dilemma: we willen tegelijkertijd het beste voor onszelf en daarnaast willen de meesten tegelijkertijd datgene wat eerlijk en goed is voor de groep. Om dit dilemma op te lossen moeten wederkerigheid en groepsdruk een belangrijke rol kunnen spelen in maatschappelijke interactie. Rechtsstatelijk geborgd door wetgeving die de overheid verplicht om openheid te geven over de inzet, zal algorithmic regulation worden gebruikt om sociale en economische interactie transparanter te maken waardoor wederkerigheid en groepsdruk beter kunnen werken en misbruik door free riders van collectieve regelingen wordt voorkomen.

    "Wederkerigheid en groepsdruk moeten een belangrijke rol kunnen spelen in maatschappelijke interactie"

    Die activistische overheid kan de kansen op geluk en succes zo binnen het bereik brengen van een groter deel van de samenleving. Die overheid creëert daarmee een gelijker maatschappelijk speelveld waarop de verdiensten van burgers eerlijker kunnen worden beloond en waardoor een onevenwichtige verdeling van macht en rijkdom zo veel mogelijk wordt voorkomen.

    3. Afscheid van maakbaarheid

    De reikwijdte van het menselijk denken en handelen is niet alleen een biologisch gegeven, maar ook afhankelijk van een onvoorspelbare chemie tussen biologie en cultuur. In de (neo)liberale mythe regeert logos en helpt het mensen via de wetenschap en de technologie om de wereld beter te begrijpen en er zo efficiënt mogelijk gebruik van te maken. Door de focus op logica wordt de maatschappij echter stelselmatig ontdaan van mythos. En juist die mythos geeft betekenis aan een mensenleven en raakt daarmee de kern van het menselijk bestaan.

    Mythos geeft betekenis aan een mensenleven

    Mythos en logos zijn complementair, het zijn de keerzijden van de medaille van menselijke verbeeldingskracht. De woorden hebben in het Grieks vergelijkbare betekenissen, namelijk verhalen of verslagen. Mensen hebben beide nodig om zin aan het leven te geven. Wetenschappelijke ontwikkeling is van essentieel belang, maar de wereld is niet maakbaar. De menselijke maat moet altijd uitgangspunt zijn en die is niet volledig in formules te vatten. Daarvoor is de invloed van toeval te groot. In onze ideologie wordt toeval geaccepteerd als een wezenlijk onderdeel van het aardse bestaan: in navolging van de Amerikaans-Libanese filosoof Nicholas Taleb laten we ons er niet langer door in het ootje nemen.

    De invloed van wiskundige modellen en centrale planbureaus wordt gerelativeerd en er wordt meer ruimte gelaten voor spontane maatschappelijke en economische processen. Hoewel het gebruik van data en statistiek essentieel is voor het goed functioneren van een rechtsstaat, kunnen met data en statistiek niet alle maatschappelijke aspecten in hun samenhang worden begrepen.

    Er moeten altijd keuzes worden gemaakt welke maatschappelijke variabelen worden meegenomen in de statische analyses die door de modellen worden gegenereerd. Die keuzes zijn vaak politiek en daarom niet objectief. Het is daarom van belang dat de analyses niet te veel worden beïnvloed door ideologische dogma’s. Ideologische uitgangspunten voor maatschappelijke analyse en modellen moeten regelmatig in de praktijk worden gefalsifieerd en worden aangepast als ze niet werken.

    4. De economie is niet waardevrij

    Economie wordt niet langer gezien als waardevrij wiskundig onderzoek, maar als een product van onze samenleving. Zoals de Tsjechische econoomTomáš Sedlácek aangeeft in de inleiding van zijn boek De economie van goed en kwaad, is economie ‘een verhaal, een parabel, onze poging om de wereld waarin wij leven op een rationele manier te doorgronden.’ De moderne economie is dan ook ontstaan als tak van de moraalfilosofie. Onder invloed van het determinisme is in de twintigste eeuw de verbinding met de ethiek verbroken. Zo heeft de economie zich de laatste dertig jaar als waardevrij wiskundig onderzoeksveld kunnen ontwikkelen. In dat onderzoek is de samenleving geabstraheerd tot wiskundige vergelijkingen waarmee waardevrij economische interactie kan worden geanalyseerd.

    Verscholen achter die wiskundige analyse doet de economische wetenschap weinig tot geen recht aan waardeoordelen. En dat is gevaarlijk, omdat de economie dan niet hoeft te oordelen over de ethische consequenties van de analyses. Zo kunnen optredende externe effecten zoals milieuvervuiling, ongelijkheid en kinderarbeid kunnen buiten beschouwing worden gelaten. Wiskundige analyses zijn belangrijk. De historicus en filosoof Richard Bronk geeft in zijn boek The Romantic Economist een goed punt aan: ‘Since economics are dynamical processes driven by creativity, social norms and emotions, as well as rational calculations, why do economists largely study them through the prism of static equilibrium models and narrow rationalistic assumptions?’ Met andere woorden: economie moet worden bevrijd van de afstompende effecten van een te mechanische visie op menselijk handelen.

    "Eenzijdige focus op economische groei leidt tot de vooronderstelling dat menselijk geluk alleen is gebaseerd op materiële voorspoed"

    In de ideologie blijft economische groei een belangrijke factor. Het is de enige manier om de welvaart te creëren die nodig is om een rechtvaardige en duurzame samenleving te creëren. Maar de huidige eenzijdige focus op meer economische groei leidt tot de vooronderstelling dat menselijk geluk alleen is gebaseerd op materiële voorspoed. Dat beperkte materialistische uitgangspunt voor economie conflicteert met de menselijke maat en leidt tot de ondermijning van menselijke waarden. Economie moet daarom uitgaan van een veel bredere context. Het economisch denken moet worden ingebed in een ethisch kader, bijvoorbeeld de eerder genoemde zorgethiek, en economische analyses moeten ook de vitale rol van taal, maatschappelijke sentimenten en verbeelding omvatten. Zo komt de economie weer in dienst te staan van menselijk welzijn in de breedste zin van het woord.

    5. Geld is een sociaal construct

    Om tot een gezond financieel-economisch bestel te komen, zullen oplossingen moeten worden gevonden voor de inherente instabiliteit van het kapitalistische systeem en de rol die de creatie van geld door private banken daarbij speelt. Geld moet worden beschouwd als een sociaal construct, het is onderdeel van een maatschappelijke afspraak. Geld, als sociaal construct, wordt daarom gedefinieerd, gecreëerd en in omloop worden gebracht door de overheid. Dat was en is tot op heden niet het geval. Het zijn vooral private partijen die geld, vaak te veel geld, hebben gecreëerd.

    Door de financialisering van de maatschappij is de financiële sector te groot en te machtig geworden. De handelsvolumes van financiële transacties hebben absurde proporties aangenomen. De sector heeft zich mede daardoor als para-democratische macht kunnen ontwikkelen en heeft als zodanig te veel invloed op economische keuzes. Daarbij zorgen de absurde handelsvolumes van financiële instellingen voor een permanente instabiliteit van het financiële systeem. Dit kan ontzettend schadelijk zijn voor de reële economie. De financiële sector is daarom niet langer een instrument voor economische politiek, maar wordt een gewone industrie en wordt als zodanig behandeld.

    De financiële sector moet kleiner, veerkrachtiger en saaier worden

    Daarnaast moet de sector kleiner, veerkrachtiger en saaier worden. Zoals de econoom en journalist John Kay in zijn boekOther people’s money aangeeft: ‘We do need some of the things that Citigroup and Goldman Sachs do, but we do not need Citigroup and Goldman to do them. And many of the things done by Citigroup and Goldman do not need to be done at all.’ De focus van de financiële sector moet weer komen te liggen op zijn primaire functie: het beheren van geld van derden ten behoeve van huishoudens en ondernemers. Om nogmaals John Kay te citeren: ‘It is an aberration when some of the finest mathematical and scientific minds are tasked with devising algorithms for the sole purpose of exploiting the weakness of other algorithms for computerized trading in securities. To travel further down that road leads to ruin.’ We kunnen die instorting en ellende die Kay noemt voorkomen door de financiële sector te verkleinen.

    6. Onafhankelijke wetenschap in een ondernemende staat

    Als alternatief voor de pro-innovatie, pro-disruptie, pro-privatisatisering agenda van neoliberale kenniseconomie, wordt de agenda voor nieuwe technologie door een ondernemende staat en onafhankelijke wetenschappelijke instituten gedragen en door het algemeen belang bepaald. De wetenschap krijgt een vrije rol om met publiek kapitaal via fundamenteel onderzoek basistechnologieën te ontwikkelen die door marktpartijen kunnen worden gebruikt om innovaties te bewerkstelligen die voor zinvolle creatieve destructie zorgen.

    Zoals de econome Mariana Mazzucato in haar boek De ondernemende staat aantoont, is een investerende en innoverende overheid onontbeerlijk voor slimme en duurzame groei. Het geeft de beste kans op innovaties, zoals robots, die voor fundamentele veranderingen in bestaande energie- en productieprocessen zorgen, een surplus van waarde creëren en de economie minder afhankelijk maken van fossiele energiebronnen en menselijke arbeid. En door robot- en digitale arbeid te belasten, verkrijgt de samenleving de middelen en de tijd om menselijke creativiteit optimaal te benutten.

    7. Institutionalisering van het digitale landschap

    Toegang tot en het gebruik van digitale data is een eerste levensbehoefte geworden. De data is van belang voor het welzijn van alle burgers. Data vormen daarmee een goed dat in dienst staat van het algemeen belang. Het is een nutsvoorziening die wordt geleverd door bedrijven of organisaties vanuit een natuurlijke monopoliepositie. In de handen van private ondernemingen wordt het algemeen belang vaak niet optimaal gediend. William Davies, socioloog en politiek econoom, maakt dit duidelijk in zijn stuk voor The Guardian: How statistics lost their power – and why we should fear what comes next. Hierin schrijft hij: ‘A company such as Facebook has the capacity to carry quantitative social science on hundreds of millions of people, at very low cost. But it has very little incentive to reveal the results.’

    Data en private ondernemingen maken een koppel waarmee het algemeen belang vaak niet optimaal wordt gediend

    Terwijl die data centrale en lokale overheden belangrijke informatie kan verschaffen over de effectiviteit van hun beleid en waar ze het zouden moeten bijstellen. Om de waarde van publieke digitale data zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de maatschappij als geheel, burgers te beschermen tegen misbruik van data en de verspreiding van valse informatie via sociale media te beperken, wordt het vrije verkeer van data aan strengere regels gebonden en worden sommige functies van de digitale markt gereguleerd en publiek gefinancierd. Ook de overheid wordt onderworpen aan nieuwe wetgeving die haar verplicht burgers en bedrijven inzage te geven hoe en waarvoor zijn digitale data gebruikt.

    8. De Europese Republiek

    De Europese Unie is te veel een neoliberaal kapitalistisch project geworden dat wordt gedefinieerd met woorden als concurrentiekracht, structurele hervormingen, subsidiariteit en economische groei. De interne markt is een strijdtoneel geworden waarop Europese landen met elkaar strijden om de beste vestigingsplaatsen voor buitenlandse investeerders te creëren. Tegelijkertijd proberen die landen de beste voorwaarden voor hun eigen industrieën en dienstverleners te bewerkstelligen terwijl veel van die bedrijven de gunstige vestigingsvoorwaarden gebruiken om belastingbetaling te ontwijken. Dat leidt tot inefficiëntie en de kosten daarvan worden betaald door de Europese burgers. Het draagvlak voor Europa wordt hierdoor ondergraven. Om Europa te redden moeten we af van het idee van een losse unie van Europese staten.

    "Om Europa te redden moeten we af van het idee van een losse unie van Europese staten"

    Net als de Duitse historica en filosofe Ulrike Guérot, ben ik van mening dat we de Europese Unie alleen kunnen redden als we er een sterkere eenheid van maken. Daarvoor moeten we de Unie omvormen tot een Europese Republiek. Zoals Guerot aangeeft: ‘Als Bismarck eind negentiende eeuw een politieke eenheid en een uniform sociaal stelsel kon opbouwen voor een destijds toch bijzonder divers land als Duitsland, kunnen wij dat toch ook?’ We zijn dan af van interne competitie tussen landen waar wantrouwen en inefficiëntie door veroorzaakt wordt. Binnen de republiek heeft iedereen een gelijk stemrecht, wordt iedereen gelijk aangeslagen en heeft iedereen dezelfde sociale rechten. Binnen een Europese republiek kan de beschermende rol en functie die de staat voor zijn burgers moet vervullen, worden hersteld.

    9. Het belang van verbindende waarden

    In tegenstelling tot wat neoliberalen denken, worden staten en burgers niet alleen verbonden door hun belangen. Voor reciprociteit en vertrouwen moet er ook verbinding zijn via gedeelde waarden. Om de staten en burgers van Europa ook via hun waarden te binden, zullen de nieuwe Europese ideologie en ethiek worden gedragen door een verbindend verhaal, een moderne mythe over de grote onderwerpen van het leven. Een Europese mythe die een toekomstplan uitbeeldt waar de verenigde burgers van Europa met vereende krachten aan kunnen werken. Die mythe moet inspelen op het feit dat Europese landen al honderden jaren met elkaar verbonden zijn door een gezamenlijke cultuur en een Europees alternatief bieden voor de uiteenlopende nationale, regionale, etnische, sektarische en sociale overtuigingen. Zo’n mythe biedt de Europese burger naast een gemeenschappelijke identiteit een gezamenlijke set van waarden en normen die zin en betekenis geven aan Europees samenhoren en -leven.

    Europese landen zijn al honderden jaren met elkaar verbonden door een gezamenlijke cultuur

    De psycholoog Jonathan Haidt zegt over mythes het volgende: ‘Myths are group-level adaptations for producing cohesiveness and trust.' Een Europese mythe zal bijdragen aan het onderling vertrouwen en kan de cohesie van het al door de technologie verbonden netwerk van Europeanen versterken. De mythe zal ook immigranten helpen om te integreren, assimileren of Europeaniseren zelfs, en daarmee het pad naar Europees burgerschap vergemakkelijken. De mythe zal Europese samenwerking een nieuwe impuls geven. Misschien wordt daarmee een vertrouwensbasis gecreëerd die de evolutie van losse Europese nationale staten naar een Europese Republiek mogelijk maakt.

    Conclusie

    De journalist Thomas Schulz gaf in zijn artikelHow Silicon Valley Shapes Our Future in Der Spiegel aan: ‘Over the coming years, we will have a global debate about what the framework for the digital future needs to look like. Those who wish to play a part in shaping the future need to understand how Silicon Valley leaders view the world and what they want’. In dit eerdere stuk in deze serie over neoliberalisme wordt een beknopte beschrijving gegeven van de toekomst zoals ‘Silicon Valley leaders’ die graag zouden zien. Maar er is veel meer nodig dan begrip van de plannen van de Silicon Valley-apologeten. Er moet een politiek alternatief voor de centrumrechtse neoliberale en de nationalistische politieke boodschappen komen.

    Daarvoor is een politieke groepering nodig die met een ideologisch alternatief, dat toegesneden is op de eisen van de 21e eeuw, Europese burgers kan verbinden. Die groepering zou moeten voortkomen uit het politieke midden (de eerdergenoemde sociaaldemocraten, de christendemocraten en links-liberalen). Helaas staan deze drie groepen er zwak voor en daarbij zijn ze hopeloos verdeeld. In de peilingen doen ze het structureel slecht, daar hebben centrumrechts en nationalistische radicalen het momentum. En er is politieke macht nodig om een ideologisch alternatief te laten landen. Daarom doe ik de volgende oproep: Europese sociaaldemocraten, christendemocraten en links-liberalen, verenigt u en vindt uzelf opnieuw uit als één grote middenpartij! U hebt nog een schuld aan Europa in te lossen.

    "Europese sociaaldemocraten, christendemocraten en links-liberalen, verenigt u!"

    Daarnaast, zonder deze verbinding en zonder nieuw blazoen, is de kans groot deze partijen uit het centrum van de macht verdwijnen. Het vacuüm dat zo ontstaat zal waarschijnlijk worden opgevuld met nog meer radicale en nationalistische partijen. Het zal leiden tot de verdere ondermijning van de rechtsstaat. De wereldberoemde econoom en politiek filosoof Friedrich Hayek betoogde in zijn boek Road to Serfdom dat het mislukken van centrale planning door het publiek wordt opgevat als een gebrek aan staatsmacht om een overigens goed idee uit te voeren. Deze perceptie zou ertoe leiden dat het publiek voor meer macht voor de staat zou stemmen en zo zou helpen bij de opkomst van een ‘sterke man’ die in staat geacht wordt ‘de klus te klaren’. Het Verdrag van Maastricht heeft ervoor gezorgd dat Europese burgers dezelfde perceptie ontwikkelen. Alleen is het socialisme daarvan niet de oorzaak, maar het neoliberale marktfundamentalisme. Het is daarom, en dit is een tweede oproep, van groot belang dat er een alternatief ontwerp voor het Verdrag van Maastricht komt. Anders ligt voor Europese burgers de weg naar slavernij in het verschiet.

    In deze turbulente tijd is een hechte economische, sociale en politieke samenwerking nodig om de Europese sociaaldemocratie te beschermen tegen (bedrijfs)economische en politieke radicalen en om een machtsblok te vormen dat Europese burgers kan beschermen tegen de willekeur van de Verenigde Staten, Rusland en andere opkomende economische grootmachten, zoals China.

    'There is only one way, the way into the open society'

    Om Europa te redden is naar mijn mening een nieuwe middenpartij van sociaaldemocraten, christendemocraten en links-liberalen nodig die aan de hand van een nieuwe ideologie Europa omvormt tot een republiek waarbinnen een echte ‘Open Society’ kan ontstaan. Wetenschapsfilosoof Karl Popper had in zijn boek The open society and its enemies andere vijanden voor ogen, maar zijn conclusie in deel I van het boek zijn voor het heden even relevant: ‘We can return to the beasts. But if we wish to remain human, then there is only one way, the way into the open society. We must go on into the unknown, the uncertain and insecure, using what reason we may have to plan as well as we can for both security and freedom.’

    30 maart: een Gepeperd Gesprek

    De economie draait weer. Maar betekent dat ook dat het goed gaat? Feit is dat de schulden van burgers en overheden nu groter zijn dan vóór de kredietcrisis. Het kraakt en wringt. In het volgende gepeperd gesprek gaan we onderzoeken hoe we onze economie beter kunnen maken. Is er een alternatief voor schuld als motor van de vooruitgang?

    Op donderdag 30 maart brengt Follow the Money onder meer hoogleraar Economie Dirk Bezemer en economisch journalist Maarten Schinkel samen met televisiemaker Jort Kelder en FTM-hoofdredacteur Eric Smit. De gasten zullen het gaan hebben over ons economisch stelsel. Het debat zal zijn zoals u van ons gewend bent: pittig. Save the date.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Maarten van der Kloot Meijburg

    Maarten van der Kloot Meijburg (1960) is directeur van adviesbedrijf MKM Consultancy, en partner van  energie-consultants Eem...

    Volg Maarten van der Kloot Meijburg
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    De economische religie

    Gevolgd door 979 leden

    'De economie groeit, dus het gaat goed met Nederland.' Dit soort uitspraken hoor je vast wel eens voorbij komen. Maar klopt d...

    Volg dossier