Een demonstrant bij een Trump-rally in Reno, Nevada
© Flickr / Darron Birgenheier

Trollen, robots en nepnieuws: dit is het publieke debat anno 2016

    Volgens de Oxford Dictionary is 2016 'post-truth'. Dat wil zeggen: de publieke opinie wordt niet meer gevormd door feiten, maar door emoties en nepverhalen. Ondertussen brokkelt de geloofwaardigheid van de mainstream media steeds verder af. Onze Vlaamse vrienden van Apache schreven er een analyse over.

    Er vloeide de voorbije weken heel wat inkt over het “nepnieuws” dat Donald Trump een vier jaar durend verblijf in het Witte Huis zou hebben opgeleverd. Berichten dat Paus Franciscus een fervent Trump-aanhanger zou zijn, dat Hillary Clinton eigenhandig mensen heeft vermoord, en ander compleet van de pot gerukt vals “nieuws” zou er volgens verschillende opiniemakers en analisten mee voor gezorgd hebben dat Trump de 45ste president van de Verenigde Staten kon worden. Onder meer Facebookbaas Mark Zuckerberg werd duchtig met de vinger gewezen, en beloofde intussen – na eerder de rol van Facebook te minimaliseren – er “nog meer” aan te zullen doen.

    Technologie én politieke strategie zorgen er samen voor dat schadelijke roddels als waarheid geslikt worden

    Het verspreiden van valse berichten is een klassieke propagandatechniek. Recent nog legde The Bureau of Investigative Journalism bloot hoe het Amerikaanse ministerie van Defensie een half miljard dollar betaalde aan een Brits PR-bedrijf om jarenlang valse berichten en video’s te produceren en te verspreiden over de oorlog in Irak, waaronder valse Al Qaeda propagandavideo’s.

    Dat het louter verspreiden van nepnieuwsberichten voor de verkiezing van Trump gezorgd heeft, is natuurlijk te kort door de bocht. Dat dit nepnieuws door zoveel mensen voor waar aangenomen kan worden, hebben we te danken aan veel meer dan enkel technologie of sociale media. Degenen die dit nepnieuws verspreiden, maken dan wel handig gebruik van de beschikbare technologieën, ze creëren of profiteren ook heel bewust van een vruchtbaar klimaat waarin dit nepnieuws kan gedijen, waarbij traditionele media als onbetrouwbaar, bevooroordeeld en zelfs crimineel weggezet kan worden.

    Technologie én politieke strategie zorgen er samen voor dat deze schadelijke roddels ongefilterd, op grote schaal verspreid én als waarheid geslikt worden. Trump staat hierin allesbehalve alleen. Van de VS tot India, het fenomeen helpt en houdt verschillende democratisch verkozen charismatische demagogen en populisten in het zadel.

    De vuilbekkende president

    Eén daarvan is de in juni van dit jaar verkozen president van de Filipijnen Rodrigo Duterte. De 71-jarige ex-burgemeester van de Filipijnse stad Davao kennen we in het Westen vooral omwille van zijn genadeloze, ontzettend bloederige en door mensenrechtenorganisaties streng veroordeelde heksenjacht tegen drugsdealers en -gebruikers. Duterte’s ijzeren vuist kostte al het leven aan duizenden Filipijnen.

    Duterte kan rekenen op een amalgaam van valse en echte accounts die politieke tegenstanders en hun aanhangers lastigvallen

    Het is een voortzetting van beleid dat hij tijdens zijn jaren als burgemeester op punt stelde, gekenmerkt door het aanmoedigen van buitenrechtelijke executies van kruimeldieven en kleine drugshandelaren door een burgerwacht annex knokploeg met de weinig verhullende naam Davao Death Squad. De anti-Amerikaanse Duterte moet niet weten van mensenrechten, noemde president Obama recent een “hoerenzoon” en vergeleek zichzelf al met Adolf Hitler. Zijn populariteit schiet er echter niet bij in.

    Duterte won de presidentsverkiezingen als outsider die stoere taal verkocht tegen gevestigde kandidaten. Hij deed dat zonder terug te kunnen vallen op een goed uitgebouwde partijstructuur, maar wel gesteund door een horde diehardfans die hun stem online buitengewoon luid lieten horen.

    De Filipijnse nieuwssite Rappler bracht in kaart hoe Duterte met behulp van een uitgekiende sociale mediastrategie de propaganda-oorlog in zijn voordeel beslechtte en uiteindelijk aan de macht kwam. “Sociale media waren een cruciale factor in het verkiezen van deze president”, maakt Rappler duidelijk. Met relatief beperkte financiële middelen, maar met de hulp van honderden vrijwilligers en duizenden aanhangers, werd de centraal bepaalde boodschap van Duterte via honderden kanalen verspreid.

    Hij kon rekenen op een amalgaam van valse en echte accounts, die samen met geautomatiseerde “bots” politieke tegenstanders en hun aanhangers online lastigvielen – de zogenaamde trolls – of die op grote schaal nep- of gekleurd nieuws verspreidden met behulp van een netwerk van Facebookpagina’s, twitteraccounts en online celebrities. Het bleek een succesformule. Niet alleen om presidentskandidaat Duterte verkozen te krijgen, maar ook om erna het momentum vast te houden en het debat te beheersen.

    Bots

    Rappler dissecteerde in 2014 een zogenaamde “black ops” campagne op Twitter, en kwam tot de conclusie dat er geautomatiseerde accounts aan het werk waren geweest. Deze robots, of kortweg bots, moesten een bepaalde hashtag trending maken als reactie op een sociale mediacampagne die een andere boodschap in de verf wilde zetten, en slaagden daar ook in.

    Gemiddeld één op de vijf tweets over de Amerikaanse verkiezingen werd verstuurd door een bot

    Ook tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen werden deze bots op grote schaal ingezet met als doel het domineren van de “online conversatie”. In de aanloop naar en op verkiezingsdag zelf werd een vrij consistent deel van de verkiezingsgerelateerde tweets verstuurd door bots. Gemiddeld een op de vijf tweets over de Amerikaanse verkiezingen werd verstuurd door een bot, met een hoogtepunt van 27% tijdens het derde en laatste presidentiële debat en een minimum van 18% tijdens de laatste week van de verkiezingen, zo blijkt uit onderzoek van Political Bots, een groep van sociale- en computerwetenschappers die de impact van deze bots op het publieke leven onderzoeken.

    “Het tempo van de in hoge mate geautomatiseerde pro-Trump Twitteractiviteit nam vanaf het eerste presidentieel debat toe tot aan verkiezingsdag”, schrijven de onderzoekers in hun laatste paper. Maar het gebruik van bots bleef niet beperkt tot het Trump-kamp. Al waren de pro-Trump bots wel veel actiever dan hun pro-Clinton tegenhangers. Voor elke geautomatiseerde pro-Clinton tweet werden er gemiddeld vijf pro-Trump de wereld in gestuurd. “De politieke bots waren nooit actiever dan tijdens deze presidentscampagne”, concluderen de onderzoekers.

    De pro-Trump bots waren veel actiever dan hun pro-Clinton tegenhangers

    Maar hoe effectief zijn die bots? Ontzettend, stelt onderzoeker Emilio Ferrera die rond hetzelfde thema werkt. “De meeste mensen kunnen een bot niet onderscheiden van echte, menselijke twitteraars. Dat blijkt uit het feit dat die bots aan hetzelfde tempo worden geretweet als menselijke accounts.”

    Bots zijn dus wel degelijk effectief in het verspreiden van roddels, leugens en samenzweringstheorieën. Die bots retweeten niet enkel menselijke tweets, ze produceren dus ook zelf nieuwe tweets, die ze vasthaken aan populaire hashtags. Net omdat ze vaker dan menselijke twitteraars berichten produceren, slagen de bots erin om een grote schare volgers en duizenden retweets te verzamelen.

    Ferrera doet geen uitspraken over de mate waarin deze bots het verkiezingsresultaat hebben kunnen beïnvloeden, maar acht het niet onwaarschijnlijk dat bots de opkomst in sommige regio’s mee hebben bepaald. “Mensen kunnen op basis van de trends op sociale media bijvoorbeeld concluderen dat hun kandidaat of de tegenkandidaat lokaal op veel steun kan rekenen, en op basis daarvan beslissen om al dan niet te gaan stemmen, zelfs al wordt de steun die ze denken te zien gegenereerd door bots”, schrijft Ferrera.

    Carl Miller, een Britse onderzoeker bij het Centre for Analysis of Social Media, voorspelt dat deze bots in 2017 de politieke agenda zullen bepalen. “Ze zullen grenzen verleggen, onze manier van kijken veranderen, publieke verontwaardiging creëren en “faken”, politici tegen het licht houden en zelfs proberen om zichzelf kandidaat te stellen.”

    Bedreigen en delegitimeren

    Net als Trump kondigde Duterte na zijn verkiezing een periode van verzoening en eenheid aan. Lang duurde die echter niet. Hij besloot verschillende media te boycotten en sprak enkel nog met de hem goed gezinde media, terwijl zijn online volgelingen kritische journalisten en media bedreigden met dood of verkrachting, en onder andere bedenkelijke internetmemes verspreidden met een volgens Rappler vierledige boodschap, bedoeld om de legitimiteit en geloofwaardigheid van nieuwsmedia en hun journalisten onderuit te halen:

    1. ‘Bias’ – de media zijn bevooroordeeld in het nadeel van Duterte
    2. ‘Bayaran’ – de journalisten worden daarvoor betaald en zijn corrupt
    3. ‘Oligarchen’ – de journalisten vertegenwoordigen gevestigde belangen
    4. ‘Clickbait’ – uit commerciële overwegingen produceren die media enkel sensationele koppen en clickbait

    Onder druk van onder meer de Filipijnse journalistenvereniging riep het kabinet van Duterte uiteindelijk op om journalisten niet langer aan te vallen en te bedreigen, maar dat bleef zonder veel gevolg. De president ging zelf wel verder met het beledigen van zijn politieke tegenstanders, die hij ook graag beschuldigt van banden met de door hem geviseerde drugshandelaars. Verschillende journalisten werden ook erna nog bedreigd, bijvoorbeeld naar aanleiding van berichtgeving over Duterte’s vergelijking met Hitler.

    Duterte’s volgelingen bedreigen kritische journalisten en verspreiden memes die de geloofwaardigheid van media onderuit halen

    De combinatie van een top-down boycot van en bottom-up aanvallen op nieuwsmedia en journalisten werkt volgens Rappler niet enkel afschrikwekkend voor journalisten, die bang worden om de macht nog kritisch te bevragen, maar ook voor burgers die het niet eens zijn met Duterte. Uit vrees voor de gevolgen trekken met verkrachting of de dood bedreigde burgers zich terug uit de online discussie, waardoor die nog meer gedomineerd kan worden door Duterte en zijn aanhangers.

    “Hoe kan je schrijven over Duterte wanneer je voor alles wat je schrijft haatberichten ontvangt? Hoe kan je objectief zijn in een wereld waarin objectief zijn betekent dat je gehaat wordt voor wat je doet? Ik denk dat dit momenteel de grootste uitdaging is voor journalisten”, stelde de Filipijnse journaliste Pia Ranada onlangs tijdens een panelgesprek over de rol van technologie in het publiek debat. Ranada werd zelf online bedreigd en aangevallen omwille van een kritische vraag aan Duterte over zijn nafluiten van een andere vrouwelijke reporter.

    Hindoetrollen

    Nog een andere Aziatische politieke leider die niet om een controversiële uitspraak verlegen zit, heeft de kracht van sociale media ontdekt. De Indiase minister-president en hindoenationalist Narendra Modi (BJP) moet met meer dan 24 miljoen volgers wereldwijd enkel Barack Obama voor zich dulden in de rangschikking van meest gevolgde politicus op de sociale netwerksite Twitter. Net als Duterte kan Modi rekenen op een uitgebreide groep van fervente aanhangers, die al dan niet met valse of anonieme accounts militant de boodschap van “hindoetva” (letterlijk ‘hindoeheid’, de officiële ideologie van de BJP en de dominante vorm van hindoenationalisme in India) verspreiden.

    Indiase politici, journalisten en ‘gewone’ burgers worden online aangevallen en lastiggevallen door aanhangers van minister-president Modi

    Deze “hindoetrollen” of “Modi trolls” zijn bekend en berucht omwille van de doods-, verkrachtings- en andere bedreigingen waarmee ze politieke tegenstanders ongenadig en onophoudelijk online lastigvallen. Ook journalisten en ‘gewone’ burgers worden online aangevallen en lastiggevallen, omdat ze volgens de trolls in de weg staan van het politieke project van Modi en de BJP: een India zonder de sociaaldemocratische Congresspartij.

    In een bijdrage op de Indiase opiniërende website Daily O noemt Angshukanta Chakraborty de “Modi trolls” een “ad hoc leger dat op maat kan worden samengesteld en op Modi-criticasters losgelaten. Ze retweeten een zinsnede (wellicht bedacht in een van de technologische war-rooms van onze heersende partij) tienduizenden keren zodat een aanval op een individuele journalist, columnist of schrijver ‘trending’ wordt.”

    “Net als de Trump troll die zichzelf als verlengstuk van Trump en het politieke theater als de set van een reality-tv-serie beschouwt, voelt de Modi troll zich gesterkt en bekrachtigd door de minister-president zelf”, besluit ze, verwijzend naar een onderhoud dat Modi had met 150 “social media influentials”, waaronder volgens sommigen ook verschillende online trollen.

    Gestuurd

    Een uitspraak van de Indiase minister van Defensie Manohar Parrikar doet bovendien vermoeden dat alvast één door trollen uitgevoerde online “campagne” door de BJP van bovenaf gestuurd werd, schrijft nieuwswebsite Quartz. Het gaat om de aanval tegen e-commercebedrijf Snapdeal en een Bollywoodacteur die voor het bedrijf reclame maakte, Aamir Khan. Die laatste had zich in een interview kritisch uitgelaten over Modi en de groeiende intolerantie in India. Voldoende voor de trollen om het bedrijf aan te vallen, onder meer door de ratings van de app te kelderen en de app massaal te deïnstalleren.

    De favoriete doelwitten van de Modi-trollen zijn vrouwelijke journalisten

    De aanval was mogelijk door de BJP georkestreerd, en werd alleszins aangemoedigd, leidt Quartz af uit deze uitspraak van de Defensieminister: “Sommige van onze mensen zijn zeer slim. Er was een team dat eraan werkte. (…) Het bedrijf moest een lesje geleerd worden, ze moesten uiteindelijk zijn reclame verwijderen.” Een gepaste straf voor de acteur, vond de minister, aangezien Khan zich “tegen de natie” had uitgesproken. “Er moet verbale druk gezet worden op iemand die zulke uitspraken doet.” En dus ook op de commerciële belangen van die persoon.

    Het online trollen zorgt ervoor dat sommigen ervoor kiezen om niet langer actief te zijn op sociale media. Onder meer het populaire nieuwsanker Ravish Kumar gaf er online de brui aan nadat ook zijn vrouw en kinderen bedreigd werden. De favoriete doelwitten van de trollen zijn echter vrouwelijke journalisten. De bedreigingen variëren van beweringen dat de journaliste in kwestie “nymfomane neigingen” zou hebben, tot dreigen met bendeverkrachting.

    Net als bij Trump, Duterte en hun aanhangers leeft er binnen de BJP een hardnekkig gevoel dat ze niet of te weinig aan bod komen in de traditionele media, en dat die in hun nadeel bevooroordeeld zijn. Sociale media zijn dan een ideale omweg om hun boodschap ongefilterd, niet gefactchecked bij een breder publiek te krijgen. En daar hoort dus ook delegitimatie én intimidatie van die traditionele media bij. Tijdens zijn verkiezingsbijeenkomsten was er bij Trump steeds tijd om eventjes de “liegende, oneerlijke media” aan te vallen.

    De relatie tussen politici en media hoeft niet amicaal te zijn, integendeel. Maar ook als president-elect blijft Trump media en journalisten van leugens en oneerlijkheid beschuldigen, ook in hun gezicht, zoals The New Yorker schrijft. Een weinig flatterende foto is al voldoende voor Trump om in woede uit te barsten, en CNN is volgens Trump de grootste verspreider van nepnieuws.

    Pinocchio-presse

    Trump, Duterte en Modi zijn lang niet de enige regeringsleiders en staatshoofden die sociale media hebben ontdekt. De Russische president Vladimir Poetin bestiert volgens The Guardian duizenden online trolls die hem verheerlijken en zijn (inter)nationale tegenstanders aanvallen. Russische journalisten worden niet enkel online bedreigd en gecensureerd, ze worden bovendien regelmatig fysiek aangevallen.

    Ook de Turkse AKPartij van president Recep Tayyip Erdogan beschikt over een enorm, van bovenaf gestuurd social media team dat “desinformatie moet rechtzetten”. Al zitten de “AK trolls” er niet mee in om af en toe valse verhalen te verspreiden, of massaal kritische Turkse journalisten aan te vallen. Na de mislukte staatscoup zijn die aanvallen alleen maar toegenomen.

    In Duitsland werd de door de nazi’s gretig gebruikte, en op Trumps verkiezingsbijeenkomsten gescandeerde term ‘Lügenpresse’ terug van stal gehaald door de anti-islamitische Pegida-beweging. In 2014 werd het verkozen tot “non-woord van het jaar” in Duitsland.

    Ook de Amerikaanse neonazistische “alt-right” beweging, die in Trump de nieuwe, blanke heiland ziet, noemt de mainstream media het liefst bij “de originele Duitse naam: Lügenpresse”.

    Uit een opiniepeiling uit 2015, afgenomen bij 1.000 Duitsers, bleek 44% volledig of gedeeltelijk te geloven dat traditionele media regelmatig liegen. Die gevestigde media zijn ook een favoriet doelwit van de eurosceptische, anti-migratiepartij AfD (Alternative für Deutschland) van partijleider Frauke Petry, die bondskanselier Angela Merkel en haar partij CDU langs rechts wil inhalen. Het AfD stelt dat het publieke debat beperkt wordt binnen politiek correcte grenzen, die vastgelegd zijn door de Duitse media-elite. Petry kiest niet voor de in Duitsland beladen term Lügenpresse, maar wel voor “Pinokkio-pers” als verzamelterm voor pers die ze beschuldigt van vooroordelen ten aanzien van rechts en extreemrechts.

    Journalisten wegzetten als leugenachtig en onbetrouwbaar dient een politiek doel; het dreigt de democratie uit te hollen

    En als de traditionele “leugenachtige” pers niet langer te vertrouwen is, richt je gewoon een eigen nieuwskanaal op, toch? Het was nooit makkelijker. Een vacature voor The Goldwater – een van die gloednieuwe Amerikaanse sites – toont perfect aan hoe het systeem werkt. Op basis van een al dan niet correct nieuws- of persbericht worden talloze andere artikels geschreven en verspreid. De waarheid doet er weinig toe, als het de politieke boodschap maar in de verf zet. Aspirant-reporters wordt gevraagd om geen vragen te stellen wanneer ze af en toe over samenzweringstheorieën zullen moeten schrijven. “Just roll with it.”

    Een samenspel van technologie en ideologie heeft ervoor gezorgd dat we blijkbaar in een “post-truth” samenleving terechtgekomen zijn. Natuurlijk maken traditionele en gevestigde media fouten. En er is ook systeemkritiek te geven op de rol die media spelen, en op de te grote invloed van financiële overwegingen en belangen binnen de sector. Maar journalisten wegzetten als bij voorbaat leugenachtig en onbetrouwbaar, dient wel degelijk een politiek doel. Aangevuld met het verspreiden van “nepnieuws”, maakt het deel uit van een politiek project dat de democratie zoals we ze kennen dreigt uit te hollen. Zonder een sterke pers en een correct geïnformeerd publiek blijft er van een democratische samenleving immers weinig over.

    Over de auteur

    Jan Walraven studeerde af als master journalistiek (2010) en master internationale politiek (2012) aan de universiteit van Gent. Sinds april 2015 schrijft hij voor Apache. Eerder in 2015 bracht hij als freelancer verslag uit van de Israëlische verkiezingen en in 2014 werkte hij als reporter in de Palestijnse gebieden. Hij tweet af en toe als @jnwlrvn.

    Lees verder Inklappen

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid