Still uit Planet City door Liam Young

Still uit Planet City door Liam Young © Liam Young

De toekomst bestaat niet (en dat is goed nieuws)

Nadenken over de toekomst is essentieel, willen we later niet in een bestaan belanden waarover we geen zeggenschap hebben. Dat dringt des te meer nu de toekomst heftige klimaatveranderingen in petto lijkt te hebben, en we erop gokken dat technologie ons wel zal redden. Miriam Rasch laat haar licht schijnen over duistere toekomstvisioenen.

‘Hoe ziet de toekomst eruit?’ Hoewel ik vermoed dat het vertrouwen in voorspellingen de laatste anderhalf jaar behoorlijk is teruggelopen, wordt de vraag in de wereld van de techniek nog steeds om de haverklap gesteld. Ik voel me altijd ongemakkelijk als ik degene ben die de vraag voor haar voeten krijgt. Ik ben een pietje precies: ik houd me bezig met recente technologische ontwikkelingen, die nu juist vlak achter ons liggen. In plaats van te speculeren over de toekomst, vind ik het interessanter om verder het verleden in te kijken. Hoe zijn we hier gekomen? Hooguit kun je van daaruit het waarschijnlijke verloop van een paar lijnen uittekenen.

Juist in de techwereld lijkt gepraat over de toekomst vaak gespeend van realiteit. Dat komt omdat er veel geld mee gemoeid is. Het loont om beloftes aan te dikken, de zaken mooier voor te stellen dan ze zijn. Het metaverse zal de sociale media redden (waarvan eigenlijk?), NFT’s zullen de kunstwereld redden, en blockchain de hele planeet. De technologie als verlosser van de mensheid, dat hebben we eerder gehoord. In de praktijk laat het vooral degenen die al aan het roer staan nog rijker worden.

Er is nog een reden dat ik een moeizame verhouding tot de toekomst heb, een die velen met me zullen delen. Het lukte me deze zomer slecht om de letterlijke en figuurlijke wereldbranden, die mijn beeld van wat ons te wachten staat in zwarte, stinkende rook hulden, voor even naast me neer te leggen en onbezorgd te genieten van het vakantieheden.

Technologie is geen duizenddingendoekje

Hoe moet je, in het licht van extreem weer, overstromingen, het IPCC-rapport en algehele planetaire wanhoop, nog iets zinnigs zeggen over futuristische technologieën voor human enhancement of de zoveelste virtuele wereld? Op z’n minst zal de vraag naar de techniek beantwoord moeten worden met de vraag naar het klimaat – maar meestal gebeurt precies het omgekeerde: de vraag naar het klimaat krijgt een technologisch antwoord.

Ik was daarom blij om op de tentoonstelling Fake Me Hard in AVL Mundo in Rotterdam een rooskleuriger verbeelding van de toekomst te zien dan het nieuws en mijn feeds me dagelijks voorschotelen. In het videowerk Planet City van Liam Young is op aarde nog maar één stad over, maar wel voor 10 miljard mensen. Daarbuiten mag de natuur haar gang gaan. De camera glijdt langs gigantische bouwwerken, uitgestrekt water, hoogstaande technieken in dienst van de mens. De architecturale fictie werkt hypnotiserend. Ja, in zo’n toekomst wil ik ook wel wonen: waar alles in slow-motion beweegt, waar rituele dansen plaatsvinden tussen weelderige begroeiing en bewegende zonnepanelen. Waar alles baadt in een eeuwigdurend golden hour.

Die stad moet ook verblindend mooi zijn: strakke lijnen, alles van glas, een eeuwigdurende high noon. Maar dystopischer dan daar wordt het leven niet

Terug thuis, na een fietstocht door het harde zonlicht en het al te realistische verkeer van Rotterdam-West moest ik denken aan Wij, Jevgeni Zamjatins toekomstroman uit de jaren twintig van de vorige eeuw, waarin de mensen ook een stad bevolken temidden van de wildernis. Die stad moet ook verblindend mooi zijn: strakke lijnen, alles van glas, een eeuwigdurende high noon. Maar dystopischer dan daar wordt het leven niet. Elke beweging is zichtbaar, elke handeling ingecalculeerd en glimlachen is verplicht. Boven mijn hoofd pakten de donkere wolken zich alweer samen.

Welke toekomst gaat het worden? Een ding valt met zekerheid te zeggen en dat is dat we het niet weten. Er is een fundamenteel verschil tussen verbeelden en voorspellen (daarom spreken futurologen liever van ‘verkennen’). Over de toekomst valt nu eenmaal weinig feitelijks te melden, of het zijn feiten in de toekomende tijd, als we niet… dan zal… Buienradar heeft al moeite met de komende drie uur.

Van keurslijf naar inspiratie

Simone de Beauvoir beschrijft in Pyrrhus en Cineas het gevaar van al te duidelijke visioenen van de toekomst, daar waar verbeelding overloopt in voorspelling. Het beeld gaat fungeren als een mal die alleen nog maar hoeft te worden opgevuld, een blauwdruk gemaakt door hen die het in het heden voor het zeggen hebben. Als de realisatie van de plannen niet goedschiks gaat, dan kwaadschiks. In dat geval moeten we onze vrijheid offeren aan hún toekomstige dromen. (Waag het niet te zeggen dat het voor mijn eigen bestwil is.)

De Beauvoir leert me nog een ander punt. Als de toekomst niet bestaat, dan kunnen we haar nu samen maken. En dat gaat niet zonder kennis van het verleden, want dat geeft een begrip van hoe dat werkt, toekomst maken. Het geeft bovendien inspiratie voor wat mogelijk is. Het verleden is geen eenduidige, lineaire aangelegenheid – denk maar aan de verhalen over uitvindingen die min of meer tegelijkertijd door verschillende mensen gedaan werden. Hetzelfde zou moeten gelden voor de toekomst: juist omdat zij nog niet vastligt, hebben we er zoveel mogelijk voorstellingen van nodig. Dat zij even fictief zullen zijn als Planet City of Wij wil niet zeggen dat ze geen nut hebben. 

Het verleden was verre van ideaal. Precies daarom is het noodzakelijk de patronen te herkennen die zich dreigen voort te zetten

In haar nieuwe boek 12 Bytes tovert Jeanette Winterson de lezer zulke voorstellingen in alle details voor ogen. Ze kijkt ver de toekomst in – ze lijkt er opmerkelijk zeker van dat binnen afzienbare tijd algemene kunstmatige intelligentie (AGI) zal zijn ontwikkeld en de robots tussen ons leven. Tegelijkertijd waarschuwt ze voor herhaling van het verleden, in het bijzonder de gigantische ongelijkheid in zowel inkomen als welzijn die de Industriële Revolutie veroorzaakte, en de sekseongelijkheid die nog veel langer meegaat. Het verleden was verre van ideaal en zeker geen Heimat om naar terug te verlangen (lees de beschrijvingen van het werk in een staalfabriek of de mijnen, of beeld je in dat je een vrouw was). Precies daarom is het noodzakelijk de patronen te herkennen die zich dreigen voort te zetten. 

Winterson is optimistisch, of in elk geval: nieuwsgierig. Al kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat er ook een element van wanhoop in haar optimisme verstopt zit. Alsof ze zeggen wil: zonder hulp van de technologie zullen we het sowieso niet redden, dus is AI is onze enige hoop op een leefbare toekomst. Een soort gok à la Pascal. Wil het goed komen, dan moeten we wel nú aan de bak, zegt Winterson. En wie weet kunnen we dan zelfs het probleem van het lijden oplossen, speculeert ze – zal AGI immers niet verlost zijn van het lichaam, van het falen, van binaire tegenstellingen en daaruit resulterende onderdrukking?

Wie AI schept, schept wezens die kunnen lijden

Het probleem van het lijden interesseert me (mijn wat duistere inborst zal inmiddels duidelijk zijn). Het is een van de redenen om dicht bij het heden te willen blijven. Lijden gebeurt namelijk hier en nu. Je kunt prachtige toekomstvisies scheppen, maar de weg ernaartoe is maar al te vaak geplaveid met geweld, pijn en verlies. In een huiveringwekkend vergezicht schetst de sciencefiction-auteur Ted Chiang een weg naar een toekomst vervuld van lijden dat we niet eens kennen: ‘Ver voordat een machine moreel kan handelen, zullen we machines hebben die in staat zijn te lijden. [..] Terwijl we machines ontwikkelen die bewuste en morele actoren zijn, zullen we onvermijdelijk miljarden wezens scheppen die kunnen lijden. En even onvermijdelijk zullen we hen leed toebrengen. Dat lijkt me overduidelijk een slecht idee.’

Alsof ik me niet al druk genoeg maakte om het lijden dat de klimaatcatastrofe zal brengen… Bedankt Chiang, voor deze verhoging van de inzet met nog eens miljarden onbekende wezens! Als we het niet redden zonder AI – en het redden heeft betrekking op het klimaat en dus de mensheid – betekent dit dan dat we AI’s zullen offeren aan de humanistische toekomst? Dat klinkt wat vergezocht (maar hé, we hebben het over de toekomst). Duidelijk is in elk geval dat technologische vraagstukken en het klimaat niet zijn te scheiden. In oorzaak, van de Industriële Revolutie tot de blockchainrevolutie, en in mogelijke oplossingen en de ethische vragen die zij met zich meebrengen.

In een hoofdstuk van het boek Keerpunt in zicht. Hoe verder met milieu en duurzaamheid, schreef Melanie Peters, de onlangs overleden directeur van het Rathenau Instituut, over de verbondenheid van technologische en duurzaamheidsproblemen: ‘Data zijn het nieuwe plastic. Nu al is het opslaan van data ontzettend duur en het kost veel energie. De energietransitie is ook een digitale transitie: Bij lokale energieopwekking zoals door zon en wind, zijn data nodig om vraag en aanbod bij elkaar te brengen.’

Voor mij staat inmiddels één ding vast als het gaat om de toekomst van data en technologie: alle ballen op het klimaat, en wel nu. Willen we iets begrijpen van planetaire ontwikkelingen, dan kunnen we niet zonder data en technologische systemen om ons daarbij te helpen. Daar spelen data een grote, onmisbare rol. Maar niet omdat ze dat vanzelf wel doen, nee, we moeten ze actief daarvoor geschikt maken. Je kunt stellen dat dat een intersectionele aanpak vereist, want het gaat om sociale, mondiale, intergenerationele en interspecies rechtvaardigheid, waarbij ‘species’ ook de toekomstige AI’s omvat.

Om dat concreet te maken kun je over elke technologie die bedoeld is om een duurzame toekomst te realiseren drie cruciale vragen stellen, stelt Ritwick Ghos bij Public Books. Ten eerste: wat voor impact heeft de technologie zelf op het milieu? Denk aan de opslag van data, maar ook ‘slimme’ apparaten waarvoor kostbare grondstoffen nodig zijn en die je niet of moeilijk kunt recyclen. Ten tweede: drijft de technologie productie en consumptie niet weer verder op? Als de energie eenmaal schoon is, gaan we waarschijnlijk in de eerste plaats meer energie verbruiken, in plaats van onze levensstijl te veranderen. En ten derde: draagt de technologie bij aan collectieve actie? Data moeten een middel zijn en nooit het doel.

Verbeeldingen van een wenselijke toekomst zijn essentieel, nadenken over hun concrete gevolgen ook. Zonder visie gaat het niet. Anders woon ik straks in de toekomst van een ander. En wanneer filosofen als ik in dat wilde denken tekortschieten, is het goed dat anderen het wel doen – kunstenaars, schrijvers, activisten, wetenschappers. En politici, zou ik daar wat graag aan toevoegen. Want, herhaal ik tegen mezelf in het holst van de slapeloze nacht, als de toekomst niet bestaat, is zelfs fatalisme zinloos.

Over de beelden

De beelden in dit artikel zijn stills uit het werk Planet City van Liam Young. In deze TED talk vertelt de artiest meer over het project; het boek is te koop bij de Amsterdamse uitgever Idea Books.

Lees verder Inklappen