© CC0 (Publiek domein)

    De mens gebruikt jaarlijks meer van de wereldwijde biocapaciteit dan de natuur aan kan vullen. Dat is niet nieuw: de eerste zogeheten ‘Earth Overshoot Day’ was al in 1971. Sindsdien valt die dag echter ieder jaar eerder.

    Negligentie: Achteloosheid. Dat is het tweede symptoom van de ziekte pervertitis economica, waarmee ik in de vorige aflevering de bespreking afsloot van het blokje ‘planet – spelen’. Doordat ik in het kader van planet nu zowel pakken als spelen heb voltooid, kan ik het derde lid van de Triade nu gaan bespreken: breken. De huidige aflevering maakt daar een begin mee.

    Ik ga in de loop van een aantal weken laten zien wat de tragische gevolgen zijn van de manier waarop we met onze natuurlijke leefomgeving omspringen. We nemen daarbij gigantische risico’s: meer dan de meeste mensen vermoeden. Dat komt niet alleen door de schade die met behulp van wetenschappelijke modellen berekend kan worden: die zijn nog tot daaraantoe. Veel erger zijn de onbecijferbare effecten, die ons kunnen bestormen via kantelpunten. Ik ga het allemaal aan de orde stellen.

    Dat is nodig, hoewel het niet leuk is. Want het is een onmisbare schakel in mijn betoog. Eerst moet ik op een krachtige, overtuigende manier laten zien dat de grote problemen allemaal hun wortels hebben in het wereldwijde economische systeem. Tegelijk moet ik bewijzen dat de dreigingen zo enorm zijn, dat we niet kunnen volstaan met het toevoegen van eenvoudige oplossingen aan het bestaande economische systeem. Basisloon? Goed idee. Arbeid minder belasten en milieuschade meer: moeten we beslist doen, en nog honderd andere prima maatregelen die allang zijn voorgesteld. Maar het is niet genoeg. Het moet allemaal veel grondiger op de schop. 

    Hoe? Dat weet nog niemand. Al helemaal niet een winnaar van de Nobelprijs Economie 2018 genaamd William Nordhaus, die de relatie tussen economie en klimaatverandering onderzocht en concludeerde dat ‘radicaal klimaatbeleid weggegooid geld’ is, zo schrijft Marc Davidson in het NRC

    Nordhaus’ bijdrage aan het inzicht in de economie is al even verbijsterend als dat van twee eerdere Nobelprijswinnaars in de Economie. Robert Lucas won ‘m in 1995, met de centrale stelling: ‘Het centrale probleem van [economische] depressiepreventie is opgelost’. Ik weet niet hoe of waar hij zich verstopte toen het in 2008 weer eens grandioos misging met de economie. (En trouwens ook al rond de millenniumwisseling tijdens de dotcom-crisis.)

    Maar het kon nog erger. Want Eugene Fama kreeg de onderscheiding in 2013, omdat hij de ‘Efficiënte Markt Hypothese’ beleed, waarmee hij (ruim na 2008…) bewees dat economische bubbels onmogelijk zijn, aangezien door de markt bepaalde prijzen (van huizen bijvoorbeeld) altijd correct zijn.

    Het meest verbijsterend is wel dat zulke malloten door een jury van deskundigen worden beloond met de hoogste onderscheiding die er is (die overigens feitelijk geen echte Nobelprijs is: zie Wiki). 

    Pas als ik heb aangetoond dat alles grondig op de schop moet en dat we nog totaal niet weten hoe dat moet, zal duidelijk zijn dat het noodzakelijk is dat we eerst de economie als vakgebied heruitvinden, zodat het eindelijk een echte wetenschap wordt. Met de inzichten die dan opkomen kunnen we onze wereld stabieler en duurzamer maken, en dat is waar dit boek over gaat. En dus kan het niet anders: we moeten door de zure appel heen. Ik ga beschrijven hoe we thans de wereld ‘breken’. Vooreerst ga ik nog niet in op het ‘breken’ van mensen en samenlevingen: dat komt later. Eerst nu: de natuurlijke leefomgeving.

    3.2.3. Vernietiging (‘breken’)

    Het volgende fictieve krantenartikel illustreert hoe de grenzen van het planeetgebruik werden bereikt. Op een licht overdreven manier qua nauwkeurigheid. En qua toon, toegegeven. Maar niet qua inhoud.

    Case 3.9. Heel de Aarde

    21 december 1971

    ‘… en nu is het zo ver! De Mens heeft vandaag zijn volle erfgoed in gebruik genomen. Heel de Aarde is ons dienstbaar. Het is een mooie dag, een trotse dag. Voor de gehele mensheid, want wat ons rechtens toekwam is thans in onze handen.

    Het is ook nog eens geen eenvoudige taak geweest. Want terwijl de verlangens en behoeften van de menselijke soort snel groeiden, bleef de planeet de jagende voetstappen van haar humane bewoners lange tijd voor, door haar zogeheten ‘biologische capaciteit’ gaandeweg te vergroten. Maar op deze bijzondere dag is het ons dan gelukt: onze gezamenlijke ‘ecologische voetafdruk’, zoals de Wetenschap die noemt, is exact gelijk aan de gehele biologische draagkracht van onze trouwe Moeder Aarde. We gebruiken alles.

    Twee historische data

    Sinds reeds twee jaar staat, dankzij een grootse menselijke prestatie, een speciale datum in ons collectief geheugen gegrift: 20 juli 1969, de dag waarop een mens de eerste voetstap op de Maan zette. Nu kunnen we daar een nieuwe, nóg historischer datum aan toevoegen: 21 december 1971, de dag waarop een mens de laatste voetstap op de Aarde zette.

    Thans is de natuur onze speeltuin geworden. Gisteren nog niet, vandaag wel: we hebben Haar!’

    Lees verder Inklappen

    Vanaf 1971 had de mens de planeet 100% in gebruik. Helaas bleef het daar niet bij, zoals dit gedeelte laat zien.

    3.2.3.1. De wedloop tussen biocapaciteit en voetafdruk

    Wie meer uitgeeft dan ontvangt, zal na verloop van tijd failliet gaan: dat is een bekend financieel-economisch feit. Je zou verwachten dat financieel-economen dus ook al minstens honderd jaar zouden begrijpen dat we niet meer natuur mogen opmaken dan er kan bijgroeien. Gek genoeg is dat niet helemaal het geval.

    Enerzijds: de voetafdruk

    De ‘ecologische voetafdruk’ die case 3.9 noemt is een maat voor de indruk die we op de omgeving achterlaten. 

    Zo bestaat jouw persoonlijke voetafdruk om te beginnen uit de oppervlakte van je huis en je tuin, als je die hebt; of anders van een evenredig deel van de oppervlakte van je appartementencomplex. Voor de kleding die je draagt wordt een agrarisch areaal meegeteld dat nodig is om de vezels te produceren. Zo ook voor het voedsel dat je gebruikt. Voor het vlees dat je misschien eet telt bovendien de landbouw mee ten behoeve van het veevoer dat voor ‘jouw’ koeien, varkens en kippen geteeld wordt, onder meer in Brazilië in voormalige tropische wouden. Voor de overige goederen die je bezit – je auto, computer, mobieltje, tafel, bed en noem maar op – wordt berekend hoeveel grondoppervlakte nodig was om ze te maken. Je sport, reizen en vakanties tellen mee. De CO2-uitstoot die door of ten behoeve van jou wordt veroorzaakt, wordt uitgedrukt in de ‘CO2-voetafdruk’ of ‘carbon footprint’ en bij de rest opgeteld. Alles wordt uitgedrukt in hectares, maar met een kleine aanpassing: vruchtbare grond is ecologisch gezien waardevoller dan snipper-, woestijn- of rotsgrond. Dat komt tot uitdrukking in de berekening, doordat alle stukken grond eerst met een getal worden vermenigvuldigd, een ‘weegfactor’, voordat ze worden opgeteld: hoe waardevoller de grond, hoe groter het getal. Het resultaat wordt uitgedrukt in ‘global hectares’, afgekort ‘gha’.

    De ecologische voetafdruk kan berekend worden voor individuele mensen of gezinnen. Het kan ook voor bedrijven, voor steden, en zelfs voor de mensheid als geheel. Die laatste waarde, de opgetelde afdruk van alle mensen (en bedrijven, auto’s, vliegtuigen, enzovoorts) samen, is degene die in case 3.9 optreedt.

    Anderzijds: de biocapaciteit

    De tegenhanger van de ecologische voetafdruk is de ‘biocapaciteit’ of ‘biologische capaciteit’. Dat is de levenskracht en het vermogen van de planeet en de natuur om ons te leveren wat we graag willen. Ook die wordt uitgedrukt in gha, waarbij ook hier allerlei landoppervlaktes elk met een passende weegfactor worden opgeteld. Wateroppervlaktes ook trouwens, want die zijn nuttig voor ons om tal van redenen, zoals de opslag en verwerking van CO2, het verschaffen van voedsel dankzij de visserij en het verstrekken van ruimte voor bewoning en transport. De biocapaciteit bestaat uit een combinatie van productie van allerlei nuttige zaken zoals voedsel, materialen, biobrandstof en schoon water, en van regeneratie, dat wil zeggen van opname en opruiming van afvalstoffen, verontreinigingen, broeikasgassen en meer.

    Net als de wereldwijde ecologische voetafdruk is ook de totale biocapaciteit niet een constante. Hij daalt als gevolg van natuuraantasting en verstedelijking, maar hij groeit tegelijkertijd, onder meer door natuurbeheer, irrigatie, verbeterde landbouwtechnieken en veranderingen in het gebruik van grond. Ook klimaatverandering heeft invloed op de productieve en regeneratieve waarde van grondgebieden. Het netto-effect is dat de biocapaciteit langzaam toeneemt, zoals case 3.9 vertelde.

    In 2013 – jongere gegevens zijn nog niet beschikbaar – was de totale biocapaciteit van onze planeet zo’n 12 miljard hectare, dat komt neer op ongeveer 1,7 gha per persoon. Dat getal is het ‘rechtmatig aandeel’ van eenieder, waar ook ter wereld. Dat aandeel wordt overigens in de loop van de jaren steeds kleiner, omdat we als gevolg van de bevolkingsgroei de planeet met steeds meer mensen moeten delen.

    De wedren

    Je persoonlijke voetafdruk kun je online berekenen op verschillende websites, zoals die van het Global Footprint Network en van het Wereld Natuurfonds. Als je dat doet, is er alle kans dat je individuele voetafdruk pakweg 5 tot 8 hectare zal zijn, want dat is de gemiddelde waarde per persoon in de rijke westerse landen. Dat is ruwweg viermaal het ‘rechtmatig aandeel’.

    Het kan zijn dat de twee sites je verschillende uitslagen geven, want de berekening is geen exacte wetenschap. Dat komt onder meer doordat het niet nauwkeurig vaststaat welke effecten aan jou persoonlijk dienen te worden toegerekend. Het komt ook doordat de vaststelling van de weegfactoren tot op zekere hoogte subjectief is, deels zelfs ethisch of politiek gekleurd. En het komt bovendien doordat wetenschappelijk onderzoek voortdurend nieuwe inzichten en nieuwe data aanlevert.

    Tabel 3.8: Biocapaciteit en ecologische voetafdruk van enkele landen

    Land

    Bestedingsruimte

    Besteding

    Naam

    Inwoners

    (miljoenen)

    Oppervlakte

    (miljoen ha)

    Weegfactor

    (gha/ha)

    Biocapaciteit

    (miljoen gha)

    Biocap./inwoner

    (gha)

    Voetafdruk

    (miljoen gha)

    Voet/inwoner

    (gha)

    Voet/biocap.

    (%)

    Rusland

    China

    VS

    India

    Saudi-Arabië

    Duitsland

    Suriname

    Nederland

    België

    Singapore

    143

    1408

    318

    1237

    28

    83

    0,54

    17

    11

    5,3

    1710

    957

    953

    329

    215

    36

    16

    4,2

    3,3

    0,07

    0,6

    1,4

    1,3

    1,7

    0,07

    5,3

    3,0

    4,7

    4,0

    3,8

    972

    1324

    1194

    557

    14

    188

    48

    20

    13

    0,27

    6,8

    0,9

    3,8

    0,45

    0,5

    2,3

    89

    1,2

    1,2

    0,05

    815

    4759

    2610

    1435

    159

    439

    2.3

    88

    82

    42

    5,7

    3,4

    8,2

    1,2

    5,6

    5,3

    4,3

    5,3

    7,4

    8,0

    84%

    360%

    219%

    258%

    1122%

    233%

    5%

    451%

    625%

    15940%

    Gegevens van 2013. Bron: Global Footprint Network (2016)

     

    Gegevens voor een aantal landen – op volgorde gesorteerd naar landoppervlakte – worden getoond in tabel 3.8. Die laat bij de berekening van de biocapaciteit zien, dat Rusland een lage weegfactor krijgt: het land is voor een deel ‘Siberisch’ koud, waardoor de groeisnelheid van de natuur en de gewassen laag is. Saudi-Arabië (figuur 3.12) heeft zelfs een extreem lage weegfactor, omdat het land bijna helemaal uit woestijn bestaat: 215 miljoen hectares land leveren samen slechts 14 miljoen gha aan capaciteit.

    Daarentegen heeft Duitsland, en in mindere mate Nederland en België, een hoge weegfactor: deze landen hebben kans gezien om de grond zeer productief te maken. In Nederland komt dat onder meer door het gebruik van kassen. 

    De verhouding tussen de voetafdruk en de biocapaciteit, te zien in de meest rechtse kolom, is het ‘percentage gebruik’ van de beschikbare biologische ruimte. Dat zou maximaal 100% moeten zijn, maar de meeste landen zitten aanzienlijk hoger. Dat Saudi-Arabië heel hoog scoort is niet zo vreemd. Singapore scoort absurd hoog, maar dat is ook geen wonder: Singapore is een stadstaat met een hoge bevolkingsdichtheid. Als andere megasteden los van hun land doorgerekend zouden worden, zouden ze vergelijkbare uitkomsten vertonen.

    Dat ook een land als Nederland veel hoger scoort dan 100% komt niet doordat de eigen Nederlandse landoppervlakte wordt uitgeput, maar doordat grote lappen grond en oceaan elders in de wereld worden ingezet ten behoeve van de Nederlandse welvaart. Nederland heeft daarmee (in 2013) een ‘gebruiksoverschot’ van 351%. Roofbouw dus.

    Er zijn ook landen met een gebruikspercentage lager dan 100%. De tabel toont er twee: Rusland, dat mede dankzij het reusachtige Siberië een lage bevolkingsdichtheid heeft, en Suriname, dat een uitzonderlijk gezonde gebruiksverhouding kent.

    De voet groeit

    Tabel 3.8 toont een momentopname. Maar minstens zo belangrijk is de ontwikkeling door de jaren heen. De korte samenvatting is helaas dat de wereldwijde voetafdruk veel sneller stijgt dan de biocapaciteit. Die trend bestaat al heel veel jaren, en zal vermoedelijk nog lang doorgaan.

    De mensheid is, zoals eerder verteld, pakweg driehonderdduizend jaar oud. Aan het begin van die periode mag je de gezamenlijke menselijke voetafdruk gerust gelijkstellen aan nul: zo niet exact, dan toch in goede benadering. 

    Rond 1950 was de voetafdruk gestegen tot de helft van de biocapaciteit van de planeet. Anders gezegd: over het economisch in gebruik nemen van één helft van de planeet deden we driehonderd millennia. De andere helft, versnipperd over delen van landen en zeeën, was in 1950 nog aan de vrije natuur overgelaten.

    Wie denkt dat we dus opnieuw een periode van driehonderd millennia beschikbaar hebben om ook die tweede helft in gebruik te nemen, komt bedrogen uit, want dat resultaat was 21 jaar later al bereikt, zoals figuur 3.14 laat zien. Volgens case 3.9 was dat op 21 december 1971, de dag waarop de gezamenlijke menselijke voetafdruk 100% van de biocapaciteit bedekte. Alles was voor de mens, niets meer voor de vrije natuur.

    En toen? Toen de mensheid de volledige biocapaciteit in gebruik had genomen, op die gedenkwaardige dag in december 1971? Toen stopte de groei van de voetafdruk vanzelfsprekend, want méér dan alles kun je niet pakken. Logisch, niet? 

    Was het maar waar. De groei ging gewoon verder. Dat betekent dus dat de mens vanaf dat moment meer neemt dan de natuur kan aanleveren. Lokaal gebeurde dat al veel eerder, want het beslag op de natuur varieerde natuurlijk van plaats tot plaats. Maar vanaf 1971 komt de optelsom wereldwijd op een negatieve waarde uit. Sinds 1971 wordt op de gehele Aarde roofbouw gepleegd. 

    Met nare gevolgen. Oeroude bossen worden omgeploegd tot akkers. Vruchtbare grond wordt uitgeput door intensieve landbouw. Door erosie slijt de bodem weg na het verdwijnen van wortels van bomen en planten, waardoor waardevolle bodemstoffen wegwaaien of -spoelen. Weiden worden omgezet in steden, dus in steenvlakten. Monocultuur overheerst de landbouw, die daardoor blootgesteld is aan plagen. Rivieren worden rechtgetrokken ten behoeve van de scheepvaart, waardoor ze sneller overstromen en minder vruchtbare grond op de oevers afzetten. Het koraal op de bodem van de oceanen sterft en brokkelt af. Ooit vruchtbare gebieden veranderen in woestijnen, waar stofstormen over duizenden kilometers uitwaaien. Planten- en diersoorten sterven uit in een tempo dat de Aarde in geen 65 miljoen jaar gezien heeft. Het klimaat verandert, de temperatuur loopt op, de zee stijgt.

    En intussen groeit de ecologische voetafdruk steeds verder, jaar na jaar. Figuur 3.14 toont de omvang van onze voet in de loop van een halve eeuw, samen met de langzamer stijgende biocapaciteit.

    Earth Overshoot Day

    Het bericht van case 3.9 heeft de kranten en de journaals van 1971 nooit bereikt. Daar zijn verschillende oorzaken voor. Een daarvan was dat de media zich in die tijd nog nauwelijks bezighielden met grootschalige roofbouw of met door mensen veroorzaakte rampen op wereldschaal. 

    Maar er is ook een andere reden. Zie je, de datum van 21 december 1971 ligt niet helemaal zo precies vast als case 3.9 suggereert. De dag waarop voor het eerst de voetafdruk gelijk was aan de biocapaciteit is in werkelijkheid niet zo nauwkeurig te bepalen. Zoals gezegd: de berekening van de ecologische voetafdruk is geen exacte wetenschap, de uitkomst wordt deels bepaald door aannames, keuzen en de stand van de wetenschap op een bepaald moment. Als wetenschappelijke modellen krachtiger worden, verschuiven de uitkomsten. Als meetgegevens worden gewijzigd of toegevoegd, verschuiven de uitkomsten eveneens.

    Datzelfde geldt voor de berekening van de biocapaciteit. Beide kanten van de balans hebben dus een ruime onzekerheidsmarge: zowel de biocapaciteit (de ‘bestedingsruimte’) als de voetafdruk (de ‘besteding’). 

    Toch komt de datum van 21 december 1971 niet helemaal uit de lucht vallen. De datum is, volgens de meest recente berekeningen, de allereerste ‘Earth Overshoot Day’. Dat is de datum waarop, in een bepaald jaar, de ‘gebruiksruimte’ waarover we wereldwijd beschikken op is voor dat jaar. Het is de dag waarop het ecologische ‘jaarbudget’ helemaal verbruikt is. 

    In 1971 werd dat punt bereikt toen het jaar nagenoeg om was, op 21 december. In de jaren ervoor kwam het überhaupt niet zo ver: de biocapaciteit was nog toereikend voor het gehele jaar. Maar na 1971 werd het budget steeds sneller besteed en arriveerde Earth Overshoot Day steeds vroeger in het jaar, zoals figuur 3.15 laat zien. (Kies op de horizontale as een jaar, en lees via het rode bolletje van dat jaar de bijbehorende datum af op de verticale as.)

    Een logische vraag is nu: hoe zinvol is het noemen van zulke exacte datums voor elk jaar als ze niet erg betrouwbaar zijn, en als nieuwe gegevens of rekenwijzen volgend jaar misschien andere uitkomsten geven? Het antwoord is: de precieze datum is inderdaad niet heel relevant. (Daarom is case 3.9 lichtelijk overdreven.) Maar vergelijking van de datums geeft een belangrijk resultaat, en dat resultaat is concreet genoeg. Kijk naar het jaar 2018: in dat jaar viel Earth Overshoot Day al op 1 augustus. Die datum kan bij andere berekeningswijzen wellicht een week eerder of later in het jaar vallen, maar dat geldt dan eveneens voor de datums in andere jaren. De datum in 2017 is significant eerder dan het eind van dat jaar. Veel eerder zelfs, en de trend tussen 1971 en 2017 is dan ook onmiskenbaar: we komen steeds meer natuurbestedingsruimte te kort. We plegen steeds meer roofbouw. We verwoesten onze planeet.

    Tenslotte

    Die conclusie – we verwoesten onze planet – is het begin van het verhaal over het ‘breken’ van de natuur. Volgende week is Malthus aan de beurt: Thomas Robert Malthus, de Britse geestelijke. Als je weet wat hij meer dan 200 jaar geleden schreef, en hoe er tot op de dag van vandaag hevig over zijn ideeën wordt gevochten, dan weet je dat het boeiend gaat worden. Dus maak je borst maar vast nat: voor het thema ‘groei’.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Niko Roorda

    Gevolgd door 694 leden

    Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

    Volg Niko Roorda
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Een duurzame economie

    Gevolgd door 1201 leden

    Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

    Volg dossier