© ANP / Koen van Weel

Koeien in de wei, daar is toch geen wet voor nodig?

    Nu VVD, CDA, D66 en GroenLinks serieus de mogelijkheden van een groen-rechts kabinet onderzoeken, wordt het hoog tijd om eens na te gaan of deze partijen wel compatibel zijn op het gebied van voedselbeleid. En er is geen betere casus om dat te onderzoeken dan de vraag of onze melkkoeien verplicht de wei in moeten.

    De lente is begonnen, dus deze weken kunnen burgers op allerlei boerderijen terecht om te kijken naar de koeiendans. Ik kan het fout hebben, maar ik heb sterk de indruk dat de belangstelling voor deze opening van het graasseizoen ieder jaar groter wordt. Massa’s consumenten trekken er op uit om de koeien te zien genieten van hun eerste dag in de groene wei. De reden is simpel: dit is het beeld van de landbouw dat we het liefste zien. Het is een pastoraal beeld waarin boer, dier en natuur in volledige harmonie met elkaar zijn.

    Het aantal koeien dat buiten graast is gedaald van 90 naar 65 procent

    Beeld en werkelijkheid liggen hier echter steeds verder uit elkaar. Het aantal koeien dat buiten graast is tussen 2001 en 2015 gedaald van 90 naar 65 procent. Om deze afname een halt toe te roepen dienden de kamerleden Van Gerven (SP), Grashoff (GroenLinks) en Koser Kaya (D66) al in 2015 de initiatiefnota Weidegang in. In die nota betogen ze dat weidegang in alle opzichten beter is: zowel voor het dierenwelzijn en het milieu als voor de portemonnee van de boer. Om die reden zou de weidegang een wettelijke norm moeten worden: tussen 1 april en 1 oktober moeten koeien voor minstens 120 dagen en gedurende minimaal 6 uur per dag naar buiten.

    Forse verplichting

    Die keus voor een wettelijke verplichting is fors. De overheid ontneemt de boeren zo namelijk de mogelijkheid om de extra kosten van het in de wei plaatsen van de koe via de markt terug te verdienen, bijvoorbeeld door een hogere prijs te rekenen voor weidemelk en weidekaas. 

    Wat een wettelijke regel des te wranger maakt, is dat het wederom de boeren zijn die alle verantwoordelijkheid in hun schoenen geschoven krijgen — terwijl dit nu bij uitstek een mogelijkheid is om de marktpartijen hun verantwoordelijkheid te laten nemen. Is het nu echt zo moeilijk voor de Nederlandse supermarkten om het gat tussen beeld en werkelijkheid te dichten, bijvoorbeeld door álle melk als weidemelk te verkopen en de bescheiden meerprijs daarvan voor eigen rekening te nemen of deze desnoods door te bereken aan de consument?

    Zelfs als we het er over eens zijn dat weidegang voor iedereen het beste is, blijft het dus alsnog zaak om te zien of we naar een middel kunnen grijpen dat minder bot is dan een wettelijke verplichting. Je zou zelfs kunnen zeggen: als zo evident is dat iedereen hier baat bij heeft, dan is een wet toch niet nodig?

    "Als het zo evident is dat iedereen hier baat bij heeft, dan is een wet toch niet nodig?"

    Alternatief middel

    Wat blijkt nu: zo’n alternatief middel is er al. Als we wetten te dwingend vinden maken we in de Nederlandse polder namelijk graag gebruik van convenanten — en dat is ook hier in eerste instantie gebeurd. Sinds 2012 werken melkveehouders, kaasproducenten, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen in dit Convenant Weidegang samen aan het stimuleren van de weidegang. Ze doen dit door weidemelk te promoten, daarmee kaas te maken en boeren er een extra premie voor te betalen. Er is bovendien een Stichting Weidegang die boeren weer leert hoe ze hun koeien moeten beweiden en hoe ze dat kunnen combineren met moderne bedrijfsvoering. Geloof het of niet, maar veel boeren weten niet meer hoe dat moet. 

    Een van de meest aantrekkelijke manieren om die weidegang te stimuleren is daarnaast ervoor te zorgen dat de consument simpel meer betaalt voor de melk. Daarmee leggen we de rekening voor dat mooie pastorale beeld neer bij diegenen die zelf zo voor de koe in de wei zeggen te zijn: uit onderzoek van TNS/NIPO blijkt dat 86 procent van de Nederlanders dit ‘belangrijk’ of ‘zeer belangrijk’ vindt. De initiatiefnemers van de nota zien echter vooral dat er ondanks het Convenant en de Weidecoaches een daling plaatsvindt en zetten dus in op een wettelijke verplichting.

    De weidegang is lang niet het enige onderwerp waarbij de blokken tegenover elkaar staan

    D66 en GroenLinks, de twee mogelijke coalitiepartners aan de linkerkant van het politieke spectrum, vinden in deze kwestie de twee andere mogelijke coalitiepartners CDA en VVD fel tegen zich gekant. CDA-kamerlid Jaco Geurts — volgens boeren de beste landbouwpoliticus — probeerde eind vorig jaar wanhopig het onderwerp van de politieke agenda te houden: ‘De discussie of de koe beter af is in de wei of in de stal zou niet plaats zou moeten vinden in de politiek, maar overgelaten worden aan de boeren zelf die het beste weten wat goed is voor hun dieren.’ Zijn VVD-collega Helma Lodders viel hem bij en legde op Milkstory.nl nog maar eens uit dat je ‘van een Hollands landschap niet kan eten’ en dat de discussie over weidegang op het boerenerf moet plaatsvinden en niet in de Tweede Kamer. 

    Lijnrecht tegenover elkaar

    We zien dus dat er een behoorlijke kloof gaapt tussen de visie van D66 en GroenLinks enerzijds en die van het CDA en de VVD anderzijds. Uit een inventarisatie van Wakker Dier blijkt dat in de afgelopen jaren de twee blokken steeds lijnrecht tegenover elkaar stonden. VVD en CDA stemden altijd tegen maatregelen om weidegang te bevorderen; D66 en GroenLinks waren altijd voor. Wie het laatste verslag leest van het overleg over de initiatiefnota, kan niet anders concluderen dat het tussen de woordvoerders van deze partijen niet echt botert.

    Dat belooft niet veel goeds voor de onderhandelingen over natuur en landbouw die de vier partijen wellicht in de komende weken gaan voeren, te meer daar de weidegang lang niet het enige onderwerp is waarbij de blokken tegenover elkaar staan. D66 en GroenLinks willen dat Europese subsidies gekoppeld worden aan natuurbeheer, dat bestrijdingsmiddelen die schadelijk zijn voor bijen verboden worden en dat er meer ruimte komt voor weidevogels en voor rivieren, ook als dat ten koste gaat van de landbouw. VVD en CDA zijn bij al deze stellingen — en nog een hoop andere — mordicum tegen.

    We moeten kortom niet te makkelijk denken over deze kloof. Hij is namelijk ook aanmerkelijker groter dan die tussen de VVD en de PvdA in de afgelopen kabinetsperiode. Staatssecretaris Van Dam mag dan PvdA’er zijn, hij is een tamelijk liberaal bewindspersoon die liever de markt een extra impuls geeft dan deze extra regels op te leggen. Dat is ook de manier waarop hij het dossier Weidegang benadert — en in dit geval moeten we hem groot gelijk geven. De overheid haalt zich namelijk een hoop op de hals wanneer het de weidegang tot een te handhaven regel maakt.

    Uitgerekend tijdens het laatste debat voor de verkiezingen steunde de Tweede Kamer echter alsnog een motie van Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren) om de weidegang wettelijk te verplichten. Van Dam heeft de Tweede Kamer inmiddels laten weten nog eens nader onderzoek te willen verrichten naar de verplichte weidegang; hij wil bekijken of er ook manieren zijn waarop de overheid de vrijwillige weidegang kan stimuleren. Dat is op zijn zachtst gezegd verstandig te noemen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Herman Lelieveldt

    Gevolgd door 306 leden

    Auteur van 'De Voedselparadox’. Onderzoekt voor FTM de machten en krachten die bepalen wat er op ons bord komt.

    Volg Herman Lelieveldt
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren