Instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) worden verplicht medische data te delen met een grote dataverzamelaar. Dat leidde begin dit jaar tot hevig protest onder psychologen en psychiaters. Inmiddels heeft de Autoriteit Persoonsgegevens geoordeeld dat de wettelijke grondslag voor dit enorme dataproject ontbreekt. Hoe nu verder?

    De verplichting aan behandelaren in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) om medische data te delen leidde begin dit jaar tot hevig protest. Zorgverzekeraars besloten toen dat informatie over de toestand van patiënten — ook wel aangeduid als Routine Outcome Monitoring of ROM — gedeeld moet worden met een organisatie in Bilthoven, de Stichting Benchmark GGZ (SBG). In de praktijk houdt ROM in dat er tijdens een behandeltraject regelmatig vragenlijsten worden ingevuld. Op die manier zou bepaald kunnen worden in welke mate de behandeling effectief is voor een patiënt. Weigeren instellingen die data te delen met de SBG, dan kan een zorgverzekeraar besluiten vergoedingen voor geleverde zorg niet meer uit te betalen. 

    Kwaliteit meten

    Voor zorgverzekeraars is de data van belang, omdat zij de kwaliteit van zorg meetbaar willen maken en willen zoeken naar middelen om de kwaliteitsverschillen tussen zorginstellingen inzichtelijk te krijgen. Op basis van de kwaliteitsscores willen zij in de toekomst ook vergoedingen uitbetalen aan instellingen. Een groep psychologen en psychiaters is het niet eens met de verplichte toepassing van ROM. De groep kwam in verzet en startte de petitie ‘Stop ROM als Benchmark,’ die inmiddels 6580 keer is ondertekend.

    De petitie stelt dat ROM niet geschikt is als instrument om kwaliteit te meten en onderbouwt dit met een kritisch rapport van de Algemene Rekenkamer en een publicatie uit 2012 van acht hoogleraren psychiatrie. Zij waarschuwen dat ROM als benchmark ‘wetenschappelijke noch medisch-ethische toetsing kan doorstaan’. Daarnaast leidt de verplichte ROM meting volgens behandelaren die de petitie ondertekenden tot een onnodige ‘bureaucratische praktijk’.

    Minister Schippers moest erkennen dat de wettelijke grondslag voor het delen van de gegevens ontbreekt

    Voor SP-Kamerlid Renske Leijten was de ‘Stop ROM’ actie reden om Kamervragen te stellen aan minister Schippers van Volksgezondheid. De minister moest na een uitspraak van de Autoriteit Persoonsgegevens over de kwestie erkennen dat de wettelijke grondslag voor het delen van de ROM-data ontbreekt. Patiënten is namelijk niet expliciet om toestemming gevraagd voor het delen van hun gegevens, terwijl in deze kwestie de privacywetgeving van toepassing is. Dat komt omdat de informatie in de database niet is geanonimiseerd, maar gepseudonimiseerd: persoonlijke gegevens worden omgezet in een unieke code, die echter met gebruik van aanvullende data zou kunnen worden herleid tot een persoon. Minister Schippers schreef hierover op 23 maart aan de Kamer: ‘Met de uitspraak van de Autoriteit Persoonsgegevens is duidelijk geworden dat pseudonimiseren geen anonimiseringmethode is, maar een beveiligingsmaatregel om privacyrisico’s te verkleinen. Voor de verwerking van gepseudonimiseerde gegevens is dus een wettelijke grondslag nodig op basis van de Wet bescherming persoonsgegevens. Het verkrijgen van expliciete toestemming van de patiënt is een van de grondslagen.’ De Autoriteit Persoonsgegevens had eerder al de Nederlandse Zorgautoriteit een tik op de vingers gegeven omdat deze op soortgelijke wijze gegevens over de gezondheid van Nederlanders vergaarde.

    Gevolgen voor het grote data-experiment

    De vaststelling dat aan de wettelijke grondslag niet is voldaan, heeft gevolgen voor het grote dataproject. Zo zegt Maarten Erenstein, directeur van SBG, het bedrijf dat de gegevens verzamelt. ‘GGZ Nederland adviseert instellingen om geen data aan te leveren. Dat komt omdat er twijfels zijn of zij wel voldoen aan wet- en regelgeving. Om het zekere voor het onzekere te nemen stoppen sommige zorgaanbieders nu met het aanleveren van data. Er zijn ook aanbieders die graag door zouden gaan, maar bij hen leeft twijfel over hoe de instemmingsprocedure voor patiënten er dan uit moet zien.’ Vooralsnog zijn er geen consequenties voor de gegevens die tot nu toe verzameld zijn.


    Menno Oosterhoff

    "Wij vinden dat je kwaliteit van zorg niet op deze manier kunt meten"

    Schippers zinspeelt op reparatiewetgeving waardoor er wel een wettelijke grondslag zou zijn voor het delen van data. ‘Omdat het toestemmingsvereiste sinds de genoemde uitspraak van de Autoriteitspersoonsgegevens (AP) de enige wettelijke grondslag is voor ROM, ben ik in overleg met partijen en de AP. Ik wil daarbij bezien of nadere wetgeving nodig is. Ik vind dit van groot belang voor de doorontwikkeling van de kwaliteit van zorg en wil professionals ondersteunen in het proces van continue kwaliteitsverbetering,’ schrijft de minister. Ook de directeur van dataverzamelaar SBG hoopt op een oplossing. Hij zou graag zien dat alle partijen op korte termijn met elkaar om tafel gaan om onder de vleugels van het ministerie onduidelijkheden op te helderen en verder te gaan. 

    Voorzichtig optimistisch 

    ‘Het lijkt erop dat het nu echt afgelopen is met de ROM,’ zegt psychiater Menno Oosterhoff, één van de vlaggendragers van het protest. ‘Wellicht komt er nog een reparatiewet, maar ik zie een demissionair kabinet dat niet meer doen. Bovendien is nu duidelijk dat nog altijd de toestemming van patiënten nodig is voor het verzamelen van dit soort persoonlijke gegevens. Uit de praktijk weten we al dat de meeste patiënten daar niet op zitten te wachten. Dus als je dan toch door zou gaan, dan krijg je een enorme vertekening in de data omdat bepaalde groepen niet vertegenwoordigd zijn. Ik ben dus voorzichtig optimistisch.

    ‘We zijn een beetje overvallen door het succes. Ons doel is dat hier een eind komt. Dat gebeurt nu vanwege een procedurele reden, maar wij hadden meer argumenten om tegen te zijn. Wij vinden dat je kwaliteit van zorg niet op deze manier kunt meten. Daarom is het slecht dat deze methode gebruikt wordt om de kwaliteit van zorg te vergelijken tussen instellingen. Bovendien heeft een behandelaar belang bij de resultaten, want als de patiënt na behandeling niet beter scoort, of zelfs slechter, dan kan het consequenties hebben voor de vergoeding. Op de werkvloer is hier nauwelijks draagvlak voor.’ Oosterhoff gaat samen met andere tegenstanders onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de data die tot nu toe op een onrechtmatige wijze  zijn verkregen, te laten vernietigen.

    ‘Belangrijk is dat de minister ook aangeeft dat de data niet herleidbaar zijn tot een individu’

    Verholen dreigement

    Onwettig wil directeur Maarten Erenstein van dataverzamelaar SBG het verstrekken van gegevens over de behandeling niet noemen. ‘Dat wordt het pas wanneer een rechter daar uitspraak over doet, aangezien er op dit moment onduidelijkheid is over hoe het juridische begrip van redelijkerwijs herleidbare gegevens geïnterpreteerd moet worden.’ Erenstein hekelt de wijze waarop de discussie momenteel verloopt. ‘Belangrijk in de antwoorden van de minister is dat zij ook aangeeft dat de data niet herleidbaar zijn tot een individu.’ Erenstein doelt daarmee onder andere op de volgende passage in de antwoorden van de minister: ‘Door het beschreven proces zijn de ROM gegevens zodanig bewerkt dat zorgaanbieders aan Stichting Benchmark GGZ geen tot de persoon te herleiden informatie aanbieden.’ Volgens Erenstein gebruiken de tegenstanders de onduidelijkheid over de herleidbaarheid van de gegevens nu om hun gelijk aan te tonen en een einde te maken aan het benchmarken. Dat is volgens hem zonde, want hij ziet in de praktijk juist succesvolle voorbeelden van zorginstellingen die de ROM omarmen en de resultaten gebruiken als uitgangspunt voor kwaliteitsverbetering van de geleverde zorg. 

    André Rouvoet, de directeur van Zorgverzekeraars Nederland, is niet blij met de huidige ontwikkelingen. Op LinkedIn verspreidde hoogleraar psychiatrie Jim van Os het gerucht dat er bij Zorgverzekeraars Nederland plannen zijn om de GGZ voor volwassenen over te hevelen naar de gemeenten. Rouvoet reageerde op dat bericht met een verholen dreigement: ‘Als de GGZ ooit uit de Zorgverzekeringswet gaat, komt dat misschien wel doordat “sommigen” voortdurend benadrukken dat de sector daar niet past en niet aan de spelregels van de zorgverzekeraars kan of wil voldoen.’ Die opmerking had vele woedende reacties tot gevolg.

    FTM blijft de kwestie volgen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jeffrey Stevens

    Gevolgd door 712 leden

    Jaagt op mensen en systemen die de Nederlandse zorg schade toebrengen.

    Volg Jeffrey Stevens
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Wat maakt onze zorg zo duur?

    Gevolgd door 1802 leden

    Ieder jaar geven we meer geld uit aan de gezondheidszorg, zelfs veel meer dan onze buurlanden doen. Hoe komt dat? In het d...

    Volg dossier