• Maar je voedt er ook wormen mee.

Wat je niet ziet, dat zie je niet. Dat gegeven komt ons al millennia heel goed uit wanneer het gaat over economische productie, maar erg duurzaam is het niet. Kan het ook anders?

Het tweede blokje is aan de beurt. Het tweede van de negen blokjes die getoond werden in figuur 3.2. Die zijn het resultaat van de combinatie van de Triple P (planet, people, profit) met mijn eigen Triade (pakken, spelen, breken), zoals beschreven in de aflevering van 22 juni. 

In de vorige afleveringen heb ik de beschrijving gegeven van het eerste blokje, dat planet combineert met pakken. Dat thema heette: Verovering

Vanaf deze aflevering schrijf ik over de combinatie van planet met spelen. Dat onderwerp heet Vervuiling. Ik ga in de loop van een aantal afleveringen laten zien wat er is gebeurd – en nog steeds gebeurt – nadat wij, mensen, de wereld hebben gepakt. Wat doen wij er nu allemaal mee?

Vervolgens – maar dat duurt nog even – zal ik het derde blokje behandelen, waarin planet gecombineerd wordt met breken. Getiteld: Vernietiging. Ook die tekst heb ik inmiddels (in eerste concept) geschreven. Lieve lezer, geloof het of niet: zo nu en dan ervaar ik tijdens het schrijven van deze teksten zulke hevige emoties dat ik even niet verder kan. 

Later pak ik dan de draad wel weer op, want: het moet verder. Eerst moet het huidige systeem, met zijn diepe economische wortels, grondig geanalyseerd worden, teneinde heldere randvoorwaarden te definiëren voor een beter economisch systeem. Dat betere systeem wordt het onderwerp van de volgende hoofdstukken, maar dat begint pas nadat ik alle negen blokjes heb onderzocht.

Dus nu gaan we eerst spelen met onze planeet.

3.2.2. Vervuiling (‘spelen’)

Sinds wij ieder continent bewonen, is de planeet Aarde in zijn geheel wettig eigendom van de mens, zoals het vorige gedeelte van het boek liet zien. Maar sinds de jaren 1970 gaan we nog een stapje verder: we gebruiken de wereld nu ook volledig. We hebben de wereld tot onze dienaar gemaakt, onze slaaf. Daarmee laten we sporen achter. We bewerken het land, we vormen het naar onze behoefte. We ploegen, we zaaien en we oogsten. We kappen, we bouwen en we wonen. We zetten de wereld naar onze hand: zie figuur 3.5.

Voordat het verslag gepresenteerd wordt van de hardloopwedstrijd tussen ‘s werelds biocapaciteit en de ecologische voetafdruk van de mensheid, moet het eerst even gaan over wat achtergronden bij die wedren.

3.2.2.1. Afwenteling, externaliteit, dienstbaarheid

Wat je niet ziet, dat zie je niet. En dat kan soms heel gerieflijk zijn.

Als je je tuinafval over de schutting en in de tuin van de buren gooit, dan is het weg. Je ziet het niet meer, dus het bestaat niet meer. Dat is heel prettig: opgeruimd staat netjes.

Totdat de buurman komt klagen, vanzelfsprekend. Als je hem vervolgens negeert en gewoon lekker doorgaat met dumpen, kon het wel eens zijn dat de buurman zo boos wordt dat er klappen komen. Of rechters. Als je dan opdraait voor de schade, blijkt de schuttingmethode achteraf toch niet zo fijn te zijn. 

Over de schutting gooien is wat we voortdurend doen. Allemaal, stelselmatig en al millennia lang. Meestal niet in letterlijke, maar dan toch wel in figuurlijke zin. Het officiële woord voor dat gedrag is ‘afwenteling’.

Jij doet het ook: je rommel over schuttingen gooien. Rijd je wel eens in een auto? Dan veroorzaak je fijnstof, onzichtbaar kleine korrels die in de lucht blijven zweven en ingeademd worden door mensen en dieren. Je draagt ook bij aan de uitstoot van broeikasgassen (ja, ook als je auto elektrisch is), en daarmee aan klimaatverandering, zeespiegelstijging en verwoestijning. Je auto draagt trouwens ook bij aan de productie van geluid, dat ondanks geluidsschermen (de ‘schuttingen’ van de snelweg) stress veroorzaakt bij omwonenden.

Als je vlees eet, en zelfs ook als je dat niet doet, draag je bij aan het verdwijnen van oeroude tropische bossen op andere continenten, waar arealen worden vrijgemaakt ten behoeve van de landbouw, onder meer om soja te telen die wordt gegeten door de Europese koeien die weer op jouw bord belanden.

Iedereen doet het: iedereen gooit rommel over schuttingen. Dat kan ook niet anders. De enige manier om ermee te stoppen is overlijden, maar zelfs dan laat je afval achter, want cremeren kost energie en begraven kost schaarse oppervlakte. En een kist.

Afwentelen van nadelige gevolgen van keuzes en handelingen gebeurt op veel manieren. Er zijn er al een paar genoemd, variërend van klein (geluidsoverlast voor de buurt) tot groot (stijging van de oceaanspiegel). Je kunt ook denken aan: drijvende ‘eilanden’ van plastic in de oceanen. Lucht-, water- en bodemverontreiniging. Verzilting van de grond door irrigatiewater uit rivieren, want dat water bevat altijd minieme hoeveelheden zout, opgelost uit rotsige berghellingen. (Het is dat zout dat in de loop van eonen de zeeën zout heeft gemaakt.) Zeg nu alstublieft niet dat je persoonlijk niet irrigeert, want dat is irrelevant: je plukt wel de vruchten van die bevloeiing, letterlijk of figuurlijk. Ook als je alleen lokaal voedsel gebruikt. (Dat is geen aanklacht, hoor: iedereen doet het. Ik ook. We kunnen niet anders.)

Verder: rampen die het gevolg zijn van risicovolle ondernemingen en omstandigheden: explosie, brand, overstroming, oorlog. Ziekten, verspreid door veeteelt (vogelgriep, Q-koorts) en toerisme. Uitsterven van dier- en plantensoorten als gevolg van habitatverlies, stroperij, overbevissing. Roet op gebouwen en bomen. Zure regen. Zwerfvuil, vuilnisbergen en illegale dump.

In het verleden waren de mensen zich vaak niet bewust van de schade die langzaam, sluipenderwijs werd aangericht door of ten behoeve van hen. In een vorig gedeelte werd ‘Silent spring’ genoemd, het boek van Rachel Carson uit 1962. De inzet van pesticiden (DDT) in de landbouw, die zo ontzettend schadelijk bleek, gebeurde in de jaren daarvoor met de beste bedoelingen. De schade aan het milieu bleek pas na flink wat jaren, waarin de gifstoffen zich opstapelden tot een niveau dat vogels uitroeide. In het begin was het niet of nauwelijks te merken dat er iets fout ging.

In de loop van de twintigste eeuw werd duidelijk dat de uitstoot in lucht en water van de industrie schade aanrichtte wanneer de concentratie van de schadelijke stoffen te hoog opliep. Uit die tijd stamt de MAC-waarde: de Maximaal Aanvaardbare Concentratie. Als de concentratie van de uitstoot te hoog werd, was de oplossing simpel: dan moest je verdunnen. En dus werd afvalwater verdund om ervoor te zorgen dat het geloosd mocht worden op oppervlakte-, grond- of zeewater. Fabrieksschoorstenen werden verhoogd, zodat de uitstoot verspreid werd over grotere gebieden en dus netjes onder de MAC-waarde bleef. En zodat het bovendien – dat was een prettige bijkomstigheid voor de industrieel – verder weg de grond bereikte, waardoor de veroorzaker minder goed aanwijsbaar was.

Tegenwoordig weten we dat verdunnen juist het ergste is wat je kunt doen. Want er komt altijd een moment waarop de concentraties desondanks te hoog worden, en tegen die tijd heb je als gevolg van de verdunning en verspreiding geen grip meer op de rondgestrooide stoffen.

Ja, de wereld ver buiten het eigen territorium was extern. Die was niet van jou, niet jouw zorg. Wat over de schutting verdween was weg, en dat was prima. En als er dan een boze buurman kwam klagen, bouwde je desnoods samen met hem een schutting rondom een groter gebied, zodat de volgende buren te ver weg woonden om te kunnen komen klagen. Of te weinig geld hadden om dat te doen, bijvoorbeeld omdat ze ontwikkelingslanden waren: reuze handig!

Externaliteiten

In de wereld van productie en consumptie is deze leefstijl salonfähig gemaakt door middel van een woord dat bedacht is door de econoom Arthur Pigou (1920): externaliteit

Een externaliteit is een onbedoelde en genegeerde bijwerking, zou je kunnen zeggen. Maar dan niet een bijwerking waarvan je de gevolgen zelf ondergaat maar die onvrijwillig gedragen wordt door anderen, die in principe niet te maken hebben met wat je doet en er niet om gevraagd hebben.

Externaliteiten kunnen positief uitvallen. Als bijvoorbeeld een gemeente een woonwijk verfraait, zullen de huizenprijzen stijgen, waarmee de eigenaren blij zijn. Vaker zijn externaliteiten echter negatief, en dat is waar het in dit verband over gaat. Dan is er sprake van schade of overlast die niet gecompenseerd wordt, wat betekent dat er geen of onvoldoende maatregelen worden genomen om de overlast te voorkomen of op te heffen, de schade te herstellen of een schadevergoeding te betalen.

Economisch gezien spelen externaliteiten met name een rol bij de berekening van de kostprijs (en vervolgens de keuze van de verkoopprijs) van producten, processen of diensten. In die kostprijs worden maar al te vaak schadelijke effecten aan derden genegeerd, waardoor een te lage ‘schijn’-kostprijs wordt gecalculeerd.

Wie een nieuw product ontwerpt, pakweg een stoel, een tostiapparaat of een pak koekjes, let daarbij op onderwerpen zoals: wat moet het doen? Ziet het er fraai uit? Is het sterk / gezond / lekker / comfortabel genoeg? Hoeveel energie kost het om het te maken / gebruiken? Hoeveel materialen? Hoe verpak ik het zo dat het beschermd wordt / mooi blinkt / ik een leuke prijs kan vragen? 

Doorgaans worden de gewenste kenmerken opgenomen in een Programma van Eisen (PvE). Bij zo’n PvE hoort ook een berekening van de kostprijs, teneinde een passende verkoopprijs te kunnen bepalen. In die kostprijsberekening worden de materiaalkosten opgenomen, de kosten van de energie om het product te maken, en ook kosten voor onder meer ontwerp, opslag, transport, verkoop en eventueel patenten of octrooien. Zelden zal een fabrikant of ontwerper vrijwillig ook kosten meetellen zoals: de natuur- en milieuschade tijdens en na productie en gebruik, de sloop en de afvalverwerking: dat zijn externe kosten die aan de achterkant liggen van de schutting. Nemen producenten zulke aspecten toch in hun kostprijsberekening op, dan is dat bijna altijd onder dwang van een overheid of van groepen consumenten, werknemers of actieve burgers.

Je kunt externaliteiten ruwweg in drie groepen indelen, op basis van de richting waarin de afwenteling plaatsvindt: (a) de natuur; (b) andere mensen, volken of landen; en (c) toekomstige generaties. Het is maar nauwelijks overdreven om te stellen dat de gehele natuur voor de wereldeconomie één grote externaliteit is, of op zijn minst lange tijd geweest is. 

Dienstverlening door de natuur

Op zichzelf is het niet verkeerd om gebruik te maken van wat de planeet ons te bieden heeft: we maken er deel van uit, we zijn er lid van. We behoren tot de bewoners en dus ook tot de planetaire stofwisseling. Maar we zijn een flinke stap verder gegaan dan een verantwoord aandeel in die stofwisseling. We hebben de Aarde dienstbaar aan ons gemaakt, tot onze slaaf gemaakt. 

Op welke wijzen we de planeet dienstbaar hebben gemaakt, is beschreven in het kader van een zeer omvangrijk internationaal wetenschappelijk onderzoek: het Millennium Ecosystem Assessment, afgekort: MA. Het MA-onderzoek deelt de diensten (services) die wij aan de natuur ontlenen in vier categorieën in. 

Zo zijn er de leverende diensten, waarbij de natuur ons grondstoffen en materialen levert, zoals de producten van land- en bosbouw, veeteelt, visserij, aquacultuur en jagen / verzamelen. Dat gaat om voedsel, bouwmaterialen, kledingvezels, medicijnen.

De tweede categorie die het MA onderscheidt is die van de regulerende diensten, dat zijn alle natuurlijke processen die de natuur én de mensenwereld draaiende houden. De circulatie en de reiniging van water bijvoorbeeld; zo wordt ons rioolwater gezuiverd door bacteriën. De zuivering van de lucht, de opname van kooldioxide en de productie van zuurstof. Het afbreken van ons vast afval, voor zover dat althans afbreekbaar is. Heel belangrijk is ook de bestuiving van gewassen door insecten en door de wind, zonder welke geen mens zou blijven leven.

De biocapaciteit, de biologische draagkracht van de planeet ten behoeve van de mens (waarover later meer), wordt voornamelijk berekend op basis van een combinatie van deze twee dienstengroepen.

Daarnaast verschaft de natuur ons culturele diensten. Denk daarbij aan schoonheid, rust, spirituele en religieuze beleving, onderzoek en onderwijs, therapeutische waarde. In principe leggen deze diensten geen noemenswaardig beslag op de biocapaciteit, tenzij deze diensten ontaarden in intensief toerisme.

Tenslotte onderscheidt het MA ondersteunende diensten, die niet rechtstreeks maar alleen indirect aan mensen ten goede komen. Dat gaat bijvoorbeeld over bodemvorming en over voedselproductie lager in de voedselketen. 

Het zijn bijna uitsluitend de leverende diensten waarmee bij economische activiteiten rekening wordt gehouden. De overige diensten worden vaak genegeerd, onderschat of afgewenteld: de natuur is voor de economen vooral een reusachtige externaliteit.

Tenslotte

Tot zover de algemene theorie. In de volgende afleveringen ga ik dit allemaal veel concreter maken. Ik ga schrijven over de zogenaamde ‘echte kostprijs’ (‘true price’) van diverse producten. Ik doe dat onder meer voor energie (zowel fossiel als duurzaam) in het algemeen. De ontwikkeling van sommige kostprijzen bevat een aangename verrassing, beloof ik je alvast.

Vervolgens onderzoek ik de echte prijs van kernenergie; dat is een complex onderwerp waarmee ik meerdere afleveringen bezig zal zijn. Je zult zien dat de conclusies schokkend zijn, misschien nog wel schokkender dan je op dit moment vermoedt.

Nadat ik ook de ‘echte kostprijs’ van vlees en van vliegen (niet die insecten maar de transportmethode) onder de loep heb genomen – enkele afleveringen na nu – zal ik laten zien dat zelfs die ‘echte kostprijs’ nog lang niet de echte kostprijs is. 

Kortom, er staan een paar spannende onderwerpen aan te komen. Tot de volgende keer!

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Niko Roorda

Gevolgd door 525 leden

Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

Volg Niko Roorda
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Een duurzame economie

Gevolgd door 845 leden

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

Volg dossier