Vier redenen waarom de Nederlandse drone gaat knallen

2 Connecties

Relaties

Drones

Organisaties

Ministerie van Defensie

Nederland koopt een serieuze, maar onbewapende drone. Het zal niet lang duren voordat deze Reaper serieus kan vuren.

De Nederlandse dronevloot begint ergens op te lijken. Defensie heeft nu alleen nog de Raven en ScanEagle, speelgoed in vergelijking met de MQ-9 Reaper waar defensie vanaf 2016 over beschikt. De Raven is nog geen meter in lengte, twee kilogram licht en kan maximaal een uur in de lucht blijven. De op de schouder te dragen ScanEagle wordt letterlijk gekatapulteerd en na een missie met een maximaal bereik van 70 kilometer uit de lucht geplukt met een soort lasso. De Reaper lijkt meer op een op afstand bestuurbare privéjet. Het bereik is bovendien vele malen groter dan korte-afstandsdrones.

Raven

Defensie presenteert onbemand vliegtuig

          De Raven en ScanEagle ‘De onbewapende MQ-9 Reaper zal worden ingezet voor het verzamelen van informatie in uitzendgebieden,’ zo meldt het persbericht dat Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert gisteren verstuurde over de aanstaande aankoop. Het Reaper-systeem met vier drones gaat tussen de 100 a 250 miljoen euro kosten. In haar brief aan de Tweede Kamer vertelt Hennis dat ‘indien in de toekomst alsnog een behoefte als wapendrager wordt geformuleerd, deze met een beperkte aanpassing van het systeem moet kunnen worden vervuld. In dat geval zal uw Kamer vooraf worden geïnformeerd.’ De Kamerleden kunnen zich alvast voorbereiden op het debat over de inzet van bewapende drones. De brief die informeert over de bewapening van de Reaper is een kwestie van tijd. Vier redenen waarom de Nederlandse drones gaan knallen.

1. Hunter-Killer drone

De door Hennis bestelde Reaper is een Hunter-Killer drone, ontwikkeld om bewapende taken uit te voeren: opsporen en uitschakelen, met de nadruk op uitschakelen. Binnen de lange-afstandsdrones is de Reaper top notch. Ter vergelijking een andere lange-afstandsdrone, de Predator. Dit is een drone voor surveillance die licht bewapend kan worden, terwijl de Reaper een Hunter-Killer is met de mogelijkheid om te surveilleren. Met 225 kilometer per uur kan de Predator vanuit de lucht op zoek naar troepenbewegingen, en de coördinaten doorgeven aan bijvoorbeeld een bemand gevechtsvliegtuig. De Reaper is met 480 kilometer per uur beter geëquipeerd om bewegende vijandelijke troepen en voertuigen uit te schakelen. De Reaper kan bovendien een negen keer zo grote afstand afleggen en twee keer zo hoog vliegen als de Predator. Een voorbeeldje uit 2006. Met inzet van een drone wilden de Amerikanen Abu Musab al-Zarqawi, de leider van al Qaida in Irak, uitschakelen, maar de Predator kon dit door de beperkte bewapening niet alleen. De drone had de al Qaida-leider gelokaliseerd en gaf de coördinaten van de schuilplaats door aan een F-16, die met enige vertraging het klusje klaarde. De Reaper had dit zelfstandig kunnen doen.

2. Logische ontwikkeling

‘De komende decennia ligt de nadruk op Hunter-Killer drones omdat dat een logische verdere ontwikkeling is van een toch redelijk complex platform,’ zegt defensie-expert Christ Klep tegenover Follow The Money. In haar brief aan de Kamer licht minister Hennis het complexe systeem toe. ‘Het systeem bestaat uit een lucht- en een grondcomponent. De luchtcomponent bestaat uit vier vliegtuigen, die elk voorzien zijn van een elektro-optische en infraroodsensor, een grond- en oppervlakteradar en een laser voor de aanwijzing van objecten. De standaard radar kan ook bewegende objecten waarnemen. De grondcomponent bevat functionaliteiten voor missieplanning, vluchtvoorbereiding, besturing van vliegtuig en sensoren, beeldinterpretatie, communicatie, onderhoud en simulatie.’ Dit systeem met vier drones gaat werk opleveren aan een eenheid van 100 personen. ‘Waarom zou defensie in een duur systeem investeren dat maar één ding kan?’, vraagt Klep retorische.

3. Resultaten uit het verleden

De uitspraak van de Minister van Defensie dat de Reaper onbewapend wordt ingezet heeft een beperkte houdbaarheidsdatum. De geschiedenis leert ons dat dit vaker het geval is. Neem de noodkreten van eerdere Ministers van Defensie sinds het einde van de Koude Oorlog. ‘We lopen op onze tenen’, aldus minister van Defensie Eimert van Middelkoop in 2008, hopende dat er niet nog meer bezuinigd zou worden. Vergelijkbare woorden had Minister van Defensie Hans Hillen (CDA) in het kabinet Rutte-I toen hij hard moest bezuinigen: ‘Defensie is maximaal uitgeknepen.’ Toch besloten verschillende kabinetten om verder het mes te zetten in het defensiebudget, wat uiteindelijk leidde tot een historisch laag defensiebudget. Met andere woorden: Wat Hennis nu zegt, kan morgen weer veranderd zijn.

4. De JSF

Een bewapende drone kan het gat opvullen dat de JSF laat vallen. Deze week stemde de Tweede Kamer in met de aanschaf van slechts 37 JSF’s. Met dit aantal denkt minister Hennis van Defensie vier van de gevechtstoestellen in te kunnen zetten bij missies, maar de Algemene Rekenkamer betwist zelfs de haalbaarheid van dit plukje straaljagers. De berekeningen over de inzetbaarheid van de 37 JSF-jachtvliegtuigen zouden niet compleet zijn. Met het neerstorten van een JSF wordt bijvoorbeeld geen rekening gehouden, waarmee het onzeker is of er altijd vier toestellen voor internationale missies beschikbaar zijn. ‘Mijn verwachting is dat de Reaper aanvullend zal gaan werken op de F-35, waarvan we er altijd te weinig zullen hebben,’ vertelt defensie-expert Klep, die bezig is met een boek over de JSF. ‘Over een paar jaar zal Defensie waarschijnlijk kiezen voor een eerste bewapeningsmogelijkheid.’