Vijf lessen die we kunnen trekken uit de Duitse Energiewende

    In de Miljoenennota ging het kabinet nauwelijks in op het energievraagstuk. Wel vroeg het kabinet om ‘externe inbreng gezien de complexiteit ervan’. Hoog tijd om op zoek te gaan naar wat ‘externe inbreng’. En wel bij onze oosterburen. Wat kunnen we leren van hun Energiewende?

    Nog maar een week geleden bevond de Chief Technological Officer van energiereus RWE, Roger Miesen, zich in het hol van de leeuw: de Duitse ambassade in Den Haag. Als belangrijke man bij Duitslands grootste energieproducent is zijn leven er de afgelopen jaren niet makkelijker op geworden - dankzij de Duitse overheid. Toch drukte hij zich op een symposium over de Energiewende, georganiseerd door de Duitse ambassade in Den Haag, nog subtiel uit. ‘RWE is in een slechte staat door de Energiewende, maar Duitsland heeft laten zien dat het kan. Je kunt in korte tijd van een klein percentage duurzame energie naar een groot percentage gaan,’ zei hij daar.

    Ondertussen gaat in Nederland de energiebelasting omhoog, wordt de kolenbelasting afgeschaft, en is het verhogen van dijken volgens de Koning de enige oplossing op klimaatverandering. Wel wordt het voor consumenten makkelijker om samen te investeren in duurzame energie. De korting op energiebelasting voor gezamenlijke lokale energieopwekking gaat omhoog van 7,5 per kWh naar 9,0 cent per kWh. Toch lijkt dat een slap aftreksel van de Duitse Energiewende.

    Uit angst voor nucleaire rampen ontstond in 2000 het plan om het aandeel Duitse kernenergie steeds verder terug te brengen. De kernenergie werd er nauwelijks vervangen door fossiele energie, maar de Duitsers zagen deze terugval in energieproductie als een kans voor de duurzame energiesector om zich te ontwikkelen. Merkel draaide dat besluit in 2009 terug, maar na de nucleaire ramp in Fukushima werd kernenergie in Duitsland omstreden en begon de echte Energiewende. Het percentage duurzame energie steeg in Duitsland van zeven procent in 2000 naar 28 procent in 2014. In Nederland was het aandeel duurzame energie in 2014 5,6 procent, waarmee we onderaan het lijstje van Europese landen bungelen. Tijd om iets te leren van onze buren: hoe hebben ze daar de transitie zo snel op gang gekregen en wat ging er fout?

    Les 1. Betrek de burger erbij

    ‘Mensen moeten kunnen investeren in hun eigen omgeving,’ zei Rainer Baake, vlak voordat Miesen aan het woord kwam op het symposium over de Energiewende. Baake is staatssecretaris van het Duitse ministerie van Economie en Energie en grotendeels verantwoordelijk voor de energietransitie die Duitsland doormaakt. ‘In de wetgeving moet ruimte zijn voor participatie,’ zei hij. Volgens hem was er geen Energiewende geweest als de Duitsers daar niet zelf aan wilden bijdragen. Dat werd ze dan ook zo makkelijk mogelijk gemaakt; burgers konden investeren in lokale of regionale projecten, waardoor ze er direct bij betrokken werden. Dat heeft ertoe geleid dat meer dan de helft van alle duurzame elektricteit in Duitsland in de handen is van individuen.

    De voornaamste reden dat het zo makkelijk is voor Duitsers om te investeren in duurzame energie is het Erneuerbare-Energien-Gesetz (EEG), dat in 2000 werd aangenomen. Deze stimuleringsregeling zorgt ervoor dat elektriciteit uit duurzame bronnen voorrang krijgt op het energienet, waardoor duurzame stroom verplicht afgenomen wordt voor een gegarandeerde prijs. Daardoor is er nauwelijks risico aanwezig voor investeerders.

    Les 2. Laat marktwerking toe - deels

    Toch heeft het EEG ook een nadeel. Omdat er door de gegarandeerde afname geen prikkel meer is voor producenten om te stoppen met produceren als er veel elektriciteit is, kan de prijs ervan onder nul komen te liggen. Voor elektriciteitsbedrijven een groot probleem: de productieprijs van elektriciteit is dan hoger dan opbrengst. Volgens Miesen heeft RWE daardoor al verschillende centrales met in totaal een capaciteit van 1200 megawatt stilgelegd. Aangezien er een overvloed van duurzame energie aanwezig is op het Duitse net, lijkt dat op het eerste gezicht geen probleem voor de energievoorziening, maar in de toekomst kan het dat wel worden.

    Op het moment dat het niet waait en de zon niet schijnt, daalt de duurzame elektriciteitsproductie sterk. Om dan toch voldoende elektriciteit te hebben, moet er een soort reservecapaciteit zijn, de capaciteitsmarkt. Duitsland heeft die nu niet en Miesen voorspelt dat dit voor problemen gaat zorgen. ‘Het duurt ongeveer vijf jaar om een capaciteitsmarkt te ontwikkelen, en het wordt duurder als je langer wacht. Op dit moment is er geen incentive voor de markt om die extra capaciteit te ontwikkelen, dus zou er op piekmomenten een tekort kunnen ontstaan.’ Baake maakt zich echter geen zorgen: ‘Als er minder elektriciteit is, zal de marktwerking dit oplossen. Zodra elektriciteit duurder is, wordt er ook minder van gekocht. En als elektriciteit duurder is, is er juist wel een incentive voor energieproducenten om voor extra capaciteit te zorgen.’

    Les 3. Voorkom dat bedrijven en buurlanden onvoldoende betrokken zijn

    Dan een fout die Baake zelf toegeeft: hij heeft energieproducenten onvoldoende betrokken bij de Energiewende, terwijl die de gevolgen ervan wel merken. ‘De Energiewende was geen abrupte verandering, we wilden in het jaar 2000 al minder afhankelijk zijn van kernenergie,’ vertelt Baake. ‘Maar het was wel een grote verandering, er had meer overleg met de andere belanghebbenden moeten zijn.’ Eén van die belanghebbenden is de RWE. Hoewel het Duitslands grootste energieproducent is, verliezen ze veel geld aan de transitie die het land doormaakt. Of de Energiewende er dan helemaal niet had moeten zijn volgens Miesen? ‘We zijn het eens met de verduurzaming, maar de manier waarop had absoluut anders gemoeten.’

    Ook had er vanaf het begin al meer overleg met buurlanden moeten zijn, volgens Baake. Zo wordt het overschot van de Duitse groene energie in andere landen gedumpt, zoals Nederland, Polen en Tsjechië. In Nederland is het voornaamste effect een prijsdaling van energie voor de consument, maar Polen en Tsjechië hebben meer moeite met de extra stroom. Een aantal jaren geleden was het Duitse net dichtbij een blackout door de grote hoeveelheid windenergie, maar was het elektriciteitsnet in Polen en Tsjechië ook bijna overbelast. De landen dreigden zich toen van het net los te koppelen.

    Les 4. Een transitie kost nu eenmaal geld

    De Europese Commissie (EC) berekende onlangs dat het de Duitse overheid 137 miljard euro extra kost als het aandeel duurzame energie voor 2030 naar 63 procent groeit. Tussen 2000 en 2013 is er 106 miljard euro aan de Energiewende uitgegeven, 8 miljard per jaar. Ter vergelijking: in 2005 gaf de Duitse staat in totaal 1362 miljard dollar uit. 

    Een deel van die kosten komt voort uit de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk. Het netwerk is er namelijk helemaal niet op berekend dat veel mensen thuis elektriciteit produceren, zegt transitie-expert Boris Jansen. ‘Het elektriciteitsnetwerk is berekend op een centraal punt waar grote hoeveelheden stroom verdeeld worden. In Duitsland wordt het energienetwerk steeds decentraler doordat mensen zelf stroom opwekken. Nu valt het in Nederland nog mee met de hoeveelheid zonnepanelen die mensen zelf op huizen zetten, dat kan het netwerk nog hebben, maar als de trend van zelf energie produceren doorzet, moet het hele net worden aangepast.’ De aanpassingen aan het net kosten in Duitsland de komende jaren waarschijnlijk 32 miljard euro, kosten die op de rekening van particuliere netbeheerders komen.

    Les 5. Volledig duurzaam is (nog) niet mogelijk

    Op dit moment is het nog niet mogelijk om over te stappen op volledig duurzame energie. Deels omdat er nog geen capaciteitsmarkt is en tijdelijke tekorten aan energie dus niet opgevangen kunnen worden, maar ook omdat er nog geen goede manier is om duurzame energie op te slaan. Jansen: ‘Door de Energiewende is het percentage duurzame energie ontzettend hard gestegen, maar er is nog geen oplossing voor de fluctuatie en voor het opslaan van energie. Als er geen wind en geen zon is, heb je toch stroom nodig. Dat kan op meerdere manieren: door fossiele energie te produceren, of door duurzame energie lokaal op te slaan.’

    De opslag van duurzame energie is op dit moment nog lastig, maar de ontwikkeling gaat hard. De autofabrikant Tesla maakte in mei bekend accu’s te gaan produceren om thuis energie op te slaan. Daarnaast brengt Orison in 2016 een batterij op de markt die consumenten gewoon in het stopcontact kunnen stoppen, om tot 2 kWh aan energie op te slaan. Wellicht is het over twintig jaar al heel normaal om thuis energie te produceren, op te slaan en te gebruiken wanneer het nodig is.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Lisa Boerop

    Lisa (1993) studeert Future Planet Studies. Klinkt dat als een hippiestudie? Als je wil voorkomen dat we over een aantal dece...

    Volg Lisa Boerop
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren