Bijzonder Beheer

Tienduizenden ondernemers zijn ondergebracht bij de gevreesde afdeling Bijzonder Beheer, de ziekenboeg van de bank waar slechts een enkeling weer levend uitkomt. Ondernemers worden geconfronteerd  met stijgende rentelasten, extra aflossingen en accountantskosten. Resultaat: de ondernemer wordt niet beter, maar juist steeds zieker. De bank toont in deze situatie vaak weinig begrip voor de individuele ondernemer, de relatie met de bank is verziekt. Banken zijn de groeiende stapel probleemdossiers in sommige gevallen liever kwijt dan rijk, ook al leidt dat tot faillissement van de ondernemer en afboekingen bij de bank. Een nieuw bankschandaal lijkt geboren. Toezichthouder AFM onderzocht de praktijken van Bijzonder Beheer en ook de Tweede Kamer buigt zich over de kwestie.

37 Artikelen

Vijf redenen waarom banken ondernemers in bijzonder beheer straffeloos kunnen pijnigen

5 Connecties

Banken zijn in staat ondernemers in bijzonder beheer genadeloos hard aan te pakken. Maar tot veel verzet leidt dat niet. Dit zijn de redenen dat banken straffeloos hun gang kunnen gaan.

Banken blijken mkb-ondernemingen in bijzonder beheer medicijnen toe te dienen, waaraan de patiënt niet zelden overlijdt. Denk aan forse renteverhogingen, extra aflossingen, blokkades van rekeningen, opeisen van meer zekerheden en introductie van allerlei extra kosten voor financiële rapportage en externe adviseurs. Er zijn ondernemers die de bank er zelfs van beschuldigen hen onnodig in een faillissement te storten. Dankzij publicitaire aandacht – onder meer van dit medium – kwam er een onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) naar de beruchte ziekenboeg van de banken. En volgde een hoorzitting in de Tweede Kamer, waar bankiers zich kwamen verdedigen. Toch is er over de beruchte ziekenboeg van de banken geen grote controverse ontstaan, zoals in Groot-Brittannië. Daar is ophef over met name de afdeling restructuring van Royal bank of Scotland, dat klanten moedwillig de keel zou dichtknijpen. Britse advocaten bemoeien zich luidruchtig met de vermeende misstanden. Ook is er in Nederland geen stortvloed van afschrikwekkende schadeclaims bij financiële instellingen neergelegd. Een uitzondering daarop vormt de claim van de familie achter het reisconcern Oad, dat vele tientallen miljoenen eist van Rabobank. De familie stelt luidruchtig dat het dankzij een onnodige kredietopzegging failliet is gegaan. Hoe komt het dat banken vrij spel lijken te hebben om ondernemers de duimschroeven aan te draaien? En waarom procederen zo weinig ondernemingen tegen banken voor schadevergoeding? FTM sprak de afgelopen jaren veelvuldig met advocaten, ondernemers, financieel specialisten en oud-bankiers over deze kwestie. Dit is het beeld dat oprijst.

#1 Zwaard van Damocles

Kern van het probleem is dat bedrijven in bijzonder beheer nergens een andere lening kunnen krijgen. Herfinanciering is voor mkb'ers zoals algemeen bekend überhaupt problematisch, maar wie het bijzonder beheer-keurmerk heeft, kan alleen hopen op een mirakel. Met andere woorden: je zit vast. Banken zien het mkb nu eenmaal als zeer risicovol en verliesgevend, ze stoppen hun geld liever ergens anders in. Gevolg is dat de bank een zwaard van Damocles boven het hoofd van de ondernemer kan hangen: doe wat wij zeggen of we zeggen het krediet op. Beëindiging van de lening betekent meestal einde onderneming om bovengenoemde reden. De ondernemer in bijzonder beheer zal zich om die reden doorgaans onderwerpen aan dwangverpleging.
'Ik betaalde bij Rabobank 12 procent rente op mijn rekening-courant.'
Een ondernemer in Zeeland, die FTM zijn relaas voorlegde, beschreef het treffend. 'Ik betaalde bij Rabobank op een gegeven moment 12 procent rente op mijn rekening courant. Bij ABN Amro kon ik vervangend krediet krijgen, maar medewerkers adviseerden mij ervan af te zien. Dan zou de Rabobank reden hebben om mijn zakelijke hypotheeklening op te zeggen.' Als de bank besluit het krediet op te zeggen en het doek dreigt te vallen, valt daar vervolgens juridisch weinig aan te doen. De ondernemer in bijzonder beheer, die al onder grote financiële druk staat, moet dan een procedure aanspannen om de opzegging ongedaan te maken. Dat kost klauwen met geld en je staat tegenover een machtige tegenstander met ongelimiteerde fondsen. Bovendien is zo'n procedure volgens advocaten financieel recht een juridisch mijnenveld. Reden is dat dit soort zaken sterk afhankelijk is van alle omstandigheden van het geval. Ondernemers moeten aantonen dat de opzegging onzorgvuldig is aan de hand van een lange lijst criteria, ontwikkeld in de rechtspraak. Dit levert in de regel heel complexe zaken op vanwege het grote aantal feiten dat een rol speelt, waarbij de bank altijd wel argumenten kan vinden die opzegging rechtvaardigen. Dit blijkt ook uit eigen jurisprudentieonderzoek. Er zijn op Rechtspraak.nl bijna geen uitspraken te vinden waarin de onderneming gelijk krijgt en de bank de lening tegen haar zin in stand moet houden.

#2 Almachtige algemene voorwaarden

De Algemene Voorwaarden (AV) van banken (die onderdeel uitmaken van de kredietovereenkomst) zijn berucht. Want de bank staat zichzelf zo ongeveer alles toe. Ter illustratie art 11.1 van de voorwaarden van ABN Amro, die niet veel verschillen van die van ING en Rabobank: 'Alle kosten […] die voor ABN AMRO voortvloeien uit het feit dat de Kredietnemer enige verplichting uit hoofde van de Kredietdocumentatie niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomt, daaronder mede begrepen de kosten van incasso, van juridische bijstand en van deskundigen, alsmede kosten van procedures tegen derden of de Kredietnemer zelf, zullen voor rekening van de Kredietnemer zijn en op eerste verzoek van ABN AMRO door de Kredietnemer worden voldaan.' Kortom, wie gezeur krijgt met de bank over de lening – om wat voor reden dan ook – moet ook de advocaatkosten van de bank betalen. Zelfs de advocaatkosten van een procedure van de bank tegen de onderneming! Banken dienen hiervoor niet een gespecificeerde nota in bij de onderneming, blijkt uit bij FTM bekende dossiers, maar boeken de bedragen spontaan af van de rekening. Ook de bevoegdheid om de opslag van de lening te verhogen, is ruim geformuleerd, waarover FTM al eerder uitgebreid schreef. Het komt erop neer dat banken een carte blanche hebben om de rente op te drijven. Wie daar bezwaar tegen maakt, staat wederom voor het probleem dat procederen lastig is. Juist omdat er geen afspraken zijn over wanneer opslagen verhoogd mogen worden (en met hoeveel), is de rechtmatigheid van een opslagverhoging moeilijk te toetsen door een rechter. Bovendien leidt juridische assertiviteit mogelijk tot een verslechtering van de kredietrelatie met de bank – een groot risico.

#3 Geen claim na faillissement

Een onderneming failliet laten gaan, is voor een bank niet moeilijk. Als een bedrijf eenmaal een tijdje in bijzonder beheer heeft doorgebracht en flink op kosten is gejaagd, gaat het vaak financieel en anderszins bergafwaarts. Tegen die tijd heeft de bank met het zwaard in de hand extra zekerheden bedongen, die de bank kan uitwinnen bij faillissement, zodat er voor andere crediteuren weinig overblijft. Volgens de bekende curator Willem Jan van Andel hengelen banken in Nederland veel meer zekerheden binnen dan in andere landen. ‘De bank kan elke dag zeggen: ik verpand alles en alles en alles', zei hij tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer laatst. Op een gegeven moment is het alleen nog een kwestie van de lening opzeggen. 'Een bank met een gedekte positie is je grootste vijand', stelde de curator.
'Een bank met een gedekte positie is je grootste vijand'
Kan de ondernemer/aandeelhouder die meent dat zijn aandelen waardeloos zijn geworden door onrechtmatig handelen van de kredietgever, een claim indienen bij de bank? Strikt genomen kan dat, maar de kans op toewijzing van die claim is erg klein, blijkt uit de rechtspraak en literatuur. De bank handelt namelijk in eerste instantie onrechtmatig jegens de vennootschap, niet jegens de aandeelhouder. Omdat de vennootschap de schade lijdt, is het ook aan die partij om eventueel een claim in te dienen (voor de liefhebbers: zie arrest Hoge Raad Poot / ABP). De aandeelhouder heeft slechts wat heet 'afgeleide schade', wat zelden of nooit voor vergoeding in aanmerking komt. Banken hoeven dus slechts een claim van de curator van de failliete vennootschap te vrezen. Maar erg bang hoeven ze daar ook niet voor te zijn: nadat de bank de zekerheden te gelde heeft gemaakt, treffen curatoren vaak een nagenoeg lege boedel aan, geld om langdurig tegen de bank te procederen in zulke complexe zaken als onrechtmatige kredietopzegging, is er in de meeste gevallen niet.

#4 Geen georganiseerd verzet

Ondernemers blijken er moeite mee te hebben met hun problemen naar buiten te treden, uitzonderingen daargelaten. Schaamte speelt wellicht een rol, maar angst voor de bank lijkt te overheersen. Wat het motief ook is, maatschappelijk verzet tegen bijzonder beheer is in ieder geval nooit goed georganiseerd. In Groot-Brittannië is dat wel anders. Daar speelt het daar speciaal toe opgerichte Bully Banks (ruim 5.000 leden) een nadrukkelijke rol in het aanzwengelen van politieke en maatschappelijke aandacht voor misstanden als de mis selling van rentederivaten aan het mkb en het gedrag van de afdeling 'restructuring' van Royal Bank of Scotland. Van de traditionele belangenbehartigers hoeft het mkb het niet te hebben. Mkb Nederland – onderdeel van werkgeversorganisatie VNO-NCW – lijkt zich weinig van het lot van de achterban aan te trekken. Kritische geluiden over de relatie tussen bank en ondernemer zijn niet te horen. Sterker nog, uit onderzoek van FTM is gebleken dat zowel mkb Nederland als concurrent ONL van Hans Biesheuvel, tegenstander waren van openstelling van een laagdrempelig loket voor het mkb bij het Klachten Instituut Financiële Dienstverlening (Kifid). De belangenbehartigers waren bang dat banken de kredietkraan dan verder zouden dichtdraaien.

#5 AFM pleit banken vrij, minister Dijsselbloem blij

In een rapport over bijzonder beheer pleit de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de banken volledig vrij van het nemen van onredelijke maatregelen. Tegelijkertijd constateert de AFM dat veel klantdossiers onvolledig zijn. Gespreksverslagen en schriftelijke communicatie van de klant ontbreken ‘waardoor het voor de AFM en de bank niet goed was vast te stellen hoe het contact tussen bank en klant is verlopen.’ Dat weerhield de toezichthouder er niet van vast te stellen dat maatregelen van banken ‘redelijk’ zijn, terwijl dat op grond van onvolledige dossiers juist moeilijk te beoordelen is. Het leverde kritische reacties op ('niveau van een afstudeerscriptie'), een blije minister van Financiën, die geen aanleiding zag voor meer onderzoek en juichende juristen bij de banken. Want dit rapport is krachtig materiaal om klagende ondernemers bij de rechter mee om de oren te slaan. Het is voor de banken kristalhelder dat ze ook van de toezichthouder niets te duchten hebben.