© Boomerang Create

De visie van Rutte

    Onder leiding van premier Rutte is Nederland verworden tot een corpocratie, waar multinationals ongeremd hun invloed gebruiken om zo weinig mogelijk belasting te betalen en op de beschermende hand van de overheid kunnen rekenen als ze falen. Ruttes VVD behartigt niet de belangen van de hardwerkende burger, maar die van het old boys netwerk, is de conclusie van Ewald Engelen.

    Zaterdag 16 juni maakte dagblad Trouw bekend dat Shell al sinds 2005 geen belasting meer betaalt over de dividenduitkeringen aan de eigenaren van de zogenaamde B-aandelen die het concern na de eenmakingsoperatie heeft uitgegeven. Om mogelijk verzet van de Britse eigenaren van Shell tegen de verplaatsing van het hoofdkantoor van Londen naar Den Haag weg te nemen, ging de Nederlandse fiscus destijds stilletjes akkoord met een constructie waarbij het dividend niet wordt uitgekeerd door Shell nv, maar door een brievenbusmaatschappij op een van de Kanaaleilanden. Sinds 2005 is er op deze manier 7 miljard euro aan belastinggeld weggelekt. Tegen de achtergrond van de pakweg vijftig miljard euro die de kabinetten Rutte-1 en Rutte-2 sinds 2010 hebben ‘omgebogen’, is dat voorwaar geen sinecure.

    Het is te danken aan het monnikenwerk van de Amsterdamse fiscalist Jan van der Streek dat we dit weten. Daarmee steekt Van der Streek overigens gunstig af bij zijn collega's die veelal werkzaam zijn bij een van de vier grote accountants (Deloitte, EY, PwC, KPMG) en die hun toga misbruiken om hun commerciële (neven)activiteiten van wetenschappelijke legitimiteit te voorzien en hun publieke interventies van een academisch aura.

    Uit een gedetailleerde beschrijving van de fiscale constructie die Shell heeft gebruikt om de dividendbelasting te ontwijken die afgelopen donderdag werd gepubliceerd in het Weekblad fiscaal recht blijkt dat de fiscus Shell vooral ter wille was omdat het bedrijf in zwaar weer verkeerde. De eenmaking van Shell onder Nederlands recht was het antwoord van het bestuur van Shell op de aandeelhoudersopstand die dreigde toen het bedrijf in 2004 over veel kleinere reserves bleek te beschikken dan gedacht, doordat het reeds ingeboekte oliereserves door fors gedaalde olieprijzen tegen veel lagere waarderingen in de boeken moest zetten.

    Hechte relatie

    Het is een patroon dat we de afgelopen jaren vaker hebben gezien, en dat veel zegt over de hechte relaties tussen politiek en grootkapitaal in het Nederland van Rutte. In het voorjaar van 2017 lag Akzo Nobel onder vuur. PPG deed een vijandig bod op het concern, dat in de ogen van de Amerikaanse concurrent onderpresteerde. Het Nederlandse old boys network was in rep en roer en klopte onmiddellijk bij het kabinet aan voor steun: het kon toch niet zo zijn dat Nederlandse ‘kroonjuwelen’ bij opbod verkocht werden aan de hoogste bieder? Werkgelegenheid, onderzoek en ontwikkeling, behoud van de Nederlandse kennisinfrastructuur en strategische slagkracht waren de argumenten waarmee politieke interventie werd gerechtvaardigd.

    Met succes. Nog voor de zomer kwam toenmalig minister van Economische Zaken Henk Kamp met een wetsvoorstel waarin hij aanstuurde op een langere bedenktijd voor de bestuurders van de overnameprooi, een hoger aandelenquotum voor de biedende partij, en het aanwijzen van ondernemingen als ‘strategisch’ voor de Nederlandse economie. Op de valreep van Rutte-2 werd een deel van Kamps agenda door de Tweede Kamer aangenomen. Alleen het aandelenquotum sneuvelde: het voldeed niet aan de Europese wetgeving.

    Het signaal werd begrepen: in Nederland kunnen buitenlandse ondernemingen die kroonjuwelen willen overnemen op obstructie van de overheid rekenen. PPG trok zich schielijk terug. En de bestuurders van Akzo Nobel konden opgelucht adem halen. Het netwerk van oude jongens functioneerde nog.

    Rutte legde 1,4 miljard euro op tafel, het duurste banenplan uit de geschiedenis

    In diezelfde periode kwam ook Unilever in zwaar weer terecht. Midden februari 2017 viel op de deurmat van Paul Polman een brief van de eigenaren van Kraft Heinz waarin zij aangaven Unilever voor 134 miljard euro te willen kopen: het tweede hoogste bod voor een onderneming uit de geschiedenis van het kapitalisme.

    Weer sloeg het Nederlandse kippenhok op tilt. Ditmaal waren de argumenten dat Unilever zo’n mooi groen imago had en dat dit als eerste zou sneuvelen als het concern door de harde saneerders uit Amerika zou worden overgenomen. En weer toonde het netwerk rond Rutte zich gevoelig voor dit argument: er werd gezocht naar manieren om Unilever te helpen die niet in strijd waren met Europese wetgeving.

    Toen Unilever als reactie op het bod de aandeelhouders een simpeler eigendomsmodel toezegde en beloofde om van de bi-nationale onderneming een mono-nationale onderneming te maken, moesten de Britse aandeelhouders van het Brits-Nederlandse concern op een of andere manier gerust worden gesteld. Afschaffing van de dividendbelasting die Britse ingezetenen in eigen land niet hoefden te betalen, zou een belangrijke stap in de gewenste richting zijn. Het ging weliswaar om een absurd hoog bedrag – 1,4 miljard euro over 2015, maar per jaar variërend – maar was een reeds lang bestaande wens van het Nederlandse bedrijfsleven waar VNO/NCW en de American Chamber of Commerce al jaren hadden gelobbied.

    Ook al stond het in geen enkel verkiezingsprogramma, Polman en zijn hoofdcommissaris slaagden er door uitstekende connecties binnen de top van de VVD in het plan in het regeerakkoord te krijgen. Rutte-2 schreef in de zomer van 2017 zelfs een heus bidbook om Unilever te verleiden haar hoofdkantoor niet te vestigen in Londen, maar in Rotterdam. Om pakweg 800 banen uit het Verenigd Koninkrijk over te hevelen naar Nederland legt Rutte 1,4 miljard euro per jaar op tafel. Het is waarschijnlijk het duurste banenplan uit de menselijke geschiedenis. Wat Shell in 2005 nog via de omweg van een brievenbusmaatschappij in Jersey voor elkaar moest krijgen, is twaalf jaar later kabinetsvoornemen geworden en komt waarschijnlijk dit najaar zonder kleerscheuren door de Kamer. Met dank aan wetenschappers die in ruil voor wat strooigoed bereid zijn gebleken het belang van hoofdkantoren voor de Nederlandse economie van wat (wankele) wetenschappelijke legitimatie te voorzien.

    "Het democratische oerprincipe van een stem per burger is ingeruild voor een stem per euro"

    Overheid springt bij

    Het patroon is duidelijk. Steeds als een Nederlandse multinational onder vuur van buitenlandse aandeelhouders komt te liggen, springt de overheid bij. Dat hebben we tijdens de bankencrisis in alle openheid kunnen zien. Private ondernemingen die door eigen wanbeheer technisch failliet maar door hun cruciale rol in de Nederlandse economie formeel niet failliet mochten gaan, werden voor 135 miljard euro door de belastingbetaler gered.

    Toen betrof het een systeemcrisis die het Nederlandse betalingsverkeer onklaar dreigde te maken en was enige vorm van staatssteun dus te billijken. Wat de casussen van Akzo Nobel, Shell en Unilever laten zien, is dat ook individuele bedrijven in geval van nood op steun van de politiek kunnen rekenen. Ofwel doordat zij oogluikend toestaat dat een Nederlands bedrijf voor miljarden aan belasting ontwijkt (Shell), ofwel doordat zij via wetgeving buitenlandse kopers probeert te frustreren (Akzo), ofwel doordat zij de belasting op kapitaal verlaagt (vennootschapsbelasting) of zelfs geheel afschaft (dividendbelasting). Het zijn voordelen die de duizenden burgers en ondernemers die tijdens een crisis die werd veroorzaakt door geredde bankiers niet hebben gekregen. Deze werkwijze voedt dan ook het breed levende gevoel van onrechtvaardigheid. Met marktwerking heeft het weinig te maken, met een (te) hechte relatie tussen politiek en grootkapitaal des te meer. In het monopoliekapitalisme zijn schaalvoordelen niet economisch maar vooral politiek van aard.

    De bedragen die er mee zijn gemoeid, zijn astronomisch. Door de fiscale constructie van Shell is de Nederlandse schatkist zoals gezegd de afgelopen twaalf jaar 7 miljard euro misgelopen. En door het vertrouwelijke karakter van de afspraken van de fiscus met grote ondernemingen kunnen we alleen maar gissen naar de totale omvang van de belastinginkomsten die de schatkist op deze manier misloopt. De voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting gaat Nederlandse burgers ongeveer anderhalf miljard euro per jaar kosten. Volgens berekeningen van Follow the Money is de netto contante waarde hiervan 43,7 miljard euro. 

    De deal met Shell in 2005 kwam tot stand toen Gerrit Zalm minister van Financiën was – zijn paraaf moet eronder staan

    Terwijl de verlaging van de tarieven van de vennootschapsbelasting van respectievelijk 25 naar 20 procent voor grootbedrijven en van 20 naar 16 procent voor kleine en middelgrote bedrijven jaarlijks bruto 3 miljard euro aan belastinginkomsten kost. Het betekent dat ieder jaar pakweg 5 miljard euro minder geld beschikbaar is voor zorg, onderwijs, armoedebestrijding of vergroening door onnodige, ondemocratisch en slecht onderbouwde financiële steun aan het grootbedrijf. Ook dat voedt het wantrouwen in de politiek: wel een vangnet voor zorgbehoevende multinationals, terwijl het vangnet voor burgers dat verzorgingsstaat heet door de ruim 50 miljard aan bezuinigingen en lastenverzwaringen die Rutte 1, 2 en 3 hebben doorgevoerd steeds sleetser aan het worden is.

    Corpocratisering

    Het is de te verwachten uitkomst van een politiek stelsel dat meer en meer tekenen van morele corruptie begint te vertonen. De kartelpartijen van vandaag kennen nauwelijks nog maatschappelijke verworteling. In plaats daarvan zijn ze werving- en selectiemachines geworden van mensen wier nuttigheid vooral tot uitdrukking komt in de hoeveelheid sociaal kapitaal dat zij hebben weten te vergaren. Door een dysfunctionele pers, een steeds meer in zijn ivoren toren opgesloten universiteit, een steeds openlijker cynisch wordend openbaar bestuur, de verplaatsing van bevoegdheden naar supranationale, ondemocratische arena’s (de EU), afgedwongen schaalvergroting en een daardoor (nodeloos) ingewikkeld geworden maatschappij is bovendien de democratische controle op wetgeving die aan de belangen van het grootbedrijf raakt, aan grote erosie onderhevig. Polman en de zijnen weten nu eenmaal veel makkelijker de weg te vinden naar het torentje van Rutte.

    En zo is langzamerhand het democratische oerprincipe van een stem per burger ingeruild voor een stem per euro. Zo verwordt onze parlementaire democratie in een corpocratie waarin het parlement steeds vaker het nakijken heeft. Neem de ‘technische briefing’ over de belastingafspraak met Shell die Rutte de Kamer in het vooruitzicht heeft gesteld: het betekent in feite dat de uitvoerende macht bepaalt wat de wetgevende macht mag weten, en dus: waarover parlementariërs mogen spreken.

    Polman en de zijnen weten nu eenmaal makkelijker de weg te vinden naar het torentje van Rutte

    Het is een omgeving waarin cliëntelisme, baantjesjagerij, zelfverrijking en draaideuren tussen politiek en bedrijfsleven welig tieren, zoals blijkt uit een analyse van de cv’s van Nederlandse parlementariërs en politici. Met 16 (oud-)politici die ooit, of weer, of sinds kort op de loonlijst van Shell hebben gestaan, gaan staan of staan is de oliemaatschappij na Rabobank (met 32) de tweede grootste leverancier van bewindslieden en politici. Drie van de 24 bewindslieden van Rutte 3 hebben ooit bij Shell gewerkt. Rutte zelf komt bij Unilever vandaan. Bij Akzo Nobel heeft gedurende een cruciale periode in de geschiedenis van het bedrijf een voormalig minister van Economische Zaken en intimus van het Koninklijk Huis aan het hoofd gestaan. De deal met Shell in 2005 kwam tot stand toen Gerrit Zalm minister van Financiën was. Zijn paraaf moet eronder staan. Terwijl Zalm er ook voor verantwoordelijk lijkt te zijn geweest dat de afschaffing van de dividendbelasting in het regeerakkoord van Rutte-3 terecht is gekomen. Diezelfde Zalm is sinds 2013 lid van de raad van commissarissen van Shell Nederland.

    Het roept levensgroot de vraag op waar een partij als de VVD voor staat. Voor het dienen van de belangen van Nederlandse burgers? Of voor die van het Nederlandse old boys netwerk? Het begint er meer en meer op te lijken dat Rutte met de BV Nederland weliswaar het eerste suggereert maar het tweede bedoelt. Het is dan ook de hoogste tijd dat de burger wakker wordt en beseft waar de VVD onder Rutte mee bezig is: de verdere corpocratisering van Nederland. Dat is Ruttes versie van een politieke visie.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Ewald Engelen

    Gevolgd door 1862 leden

    FTM-columnist van het eerste uur, financieel geograaf aan de UvA en actief voor de Partij voor de Dieren.

    Volg Ewald Engelen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren