De visindustrie

Gigantische trawlers, marktverstorende EU-subsidies, omstreden keurmerken en illegale overbevissing. Achter het gebakken visje op ons bord en de haring aan de kar schuilt een complex web van financiële belangen, politieke machinaties en machtige partijen. Het vangen en verwerken van vis is big business, en gaat nogal eens ten koste van het milieu. Nederlandse bedrijven spelen een sleutelrol in zowel de internationale visvangst als vishandel. Dat willen we in dit dossier in kaart brengen. Wie trekken er precies aan de touwtjes, waar wordt het grote geld verdiend en wie verliest er? Follow the Money duikt in de wereld van de visindustrie. Lees meer

Gigantische trawlers, omstreden keurmerken, overbevissing en verduurzaming. Achter het gebakken visje op ons bord en de haring aan de kar schuilt een complex web van financiële belangen, politieke machinaties en machtige partijen.

14 Artikelen

Beeld © Fenna Jensma

Visserijvernieuwer Frans Veenstra: ‘Als je drones op Mars kunt laten vliegen, kun je ze ook voor de visserij inzetten’

Onlangs verloren de Nederlandse platvissers hun beste innovatie tot nu toe. Pulsvistuigen zijn in Europa per 1 juli definitief verboden. Heeft het vissen op platvis in de Noordzee nog toekomst? Ja, denkt visserij-innovatiemanager Frans Veenstra: ‘Er is al veel uitgevonden, maar het wordt niet toegepast.’

De duurzaamheidsambities van Europa dwingen vissers om te innoveren. De Europese Green Deal heeft een heldere doelstelling: zero emissies in 2050. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) zet in op de ontwikkeling van de ‘zero-impact kotter’: minder bodemberoering, minder bijvangst en minder CO2-uitstoot.

Maar hoe kom je daar? Follow The Money sprak met visserij-innovatiedeskundige Frans Veenstra (72). De ingenieur, die ooit als stuurman over de wereldzeeën voer, heeft allerlei ideeën hoe je met nieuwe scheepsontwerpen tal van hardnekkige problemen tegelijk kunt aanpakken. Volgend jaar hoopt hij daarop te promoveren aan de WUR/TU Delft.

Dat proefschrift is het resultaat van 40 jaar ervaring in het veld. Van 1984 tot 2000 leidde Veenstra een team van 30 onderzoekers bij het RIVO, het voormalige Wageningen Marine Research, om technische innovaties op te zetten voor de Nederlandse visserij. ‘Van dat team is als gevolg van beleidskeuzes en bezuinigingen nog slechts één wetenschapper over die onderzoek doet naar “selectiever vissen” met vistuigen,’ zegt hij. 

Veenstra vindt het een aderlating: Nederland leidt geen conceptuele ontwerpers voor vissersschepen meer op, terwijl een duurzamer verdienmodel volgens hem staat of valt met het scheepsontwerp. Veenstra bewees dat zelf: in 2016 ontving de stichting Masterplan Duurzame Visserij, een collectief van vissers en ingenieurs waarvan hij mede-ontwikkelaar is, de prijs voor het schip van het jaar met de MDV-1, Nederlands eerste semi-circulaire kotterschip. Inmiddels is er een verbeterde versie, de MDV-2 Metanoia.

‘Betrek er biologen en dierwetenschappers bij: die kijken in de hersenen van de vis’

Veenstra is groot voorstander van een multidisciplinaire en meer fundamentele aanpak. Dat vereist volgens hem een ‘systeemintegrator’, die de praktijk samenbrengt met wetenschap: technologie, biologie en ecologie. ‘Ik heb altijd gezegd: betrek er biologen en dierwetenschappers bij, want die kijken in de hersenen van de vis.’ 

Bij het Eye Filmmuseum in Amsterdam staat Veenstra, linnen tasje over zijn schouder en witte bos golvend haar, Follow the Money op te wachten. Hij heeft aantekeningen en delen van zijn proefschrift bij zich, waaronder een A4’tje met een tijdlijn van alle kotterinnovaties van de afgelopen 50 jaar. ‘Ook als techneut moet je de geschiedenis kennen. Waar is al onderzoek naar gedaan? En dan ontdek je dat er veel is uitgevonden, maar niet wordt toegepast.’

Eind aan de pulsvisserij

Een relatief milieuvriendelijke methode om platvis uit de bodem op te schrikken was het pulsvissen met elektrische schokjes. De International Council for the Exploration of the Sea (ICES) acht inmiddels bewezen dat ‘de puls’ een minder schadelijke vismethode is dan die met de traditionele boomkor, waarbij sleepnetten over de bodem worden getrokken. Die methode zorgt voor veel ongewenste bijvangsten en is schadelijk voor het bodemleven. Desondanks is de pulsvisserij inmiddels verboden, en zijn de gedoogvergunningen ingetrokken.

Nederlandse vissers voelen zich gedupeerd. Ze zijn naar eigen zeggen hun ‘beste innovatie’ kwijtgeraakt, waaraan zeker 20 jaar is gewerkt. En hoewel het goed gaat met de tong- en scholbestanden, lukt het vissers al tijden niet om hun quota op te vissen. Sinds 2012 maakt de sector nauwelijks winst. Daarnaast wil Europa de bodemvisserij deels uitfaseren.

Het ministerie van LNV meent dat het ‘cruciaal’ is om ‘tot een rendabele en duurzame visserij te komen die naar aard en omvang past bij de nieuwe situatie op de Noordzee. Dat vraagt om heroriëntatie en uiteindelijk herstructurering van de vloot.' Sanering dus, maar ook een transitie voor de overblijvers.

In haar kottervisiebrief (juni 2020) heeft minister Schouten 45 miljoen euro vrijgemaakt om te investeren in innovaties; ook beloofde ze een saneringsregeling, waarvoor het kabinet 74 miljoen uittrekt.

Lees verder Inklappen

‘Tot 1985 hield technisch visserijonderzoek zich voornamelijk bezig met vistuigen, weerstandsverlaging en de maaswijdte van visnetten. Voornamelijk om de brandstofkosten naar beneden te brengen en selectiever te vissen. Hoge brandstofprijzen zijn altijd een probleem geweest, maar waren nooit een trigger om écht nieuwe schepen te bouwen. Oude kotters werden omgebouwd of aangepast of voorzien van nieuwe tuigen.

Pas in 1988 kwam er aandacht voor het scheepsontwerp. Toen moest de nieuwe arbowet de platvisserij veiliger maken, want er gebeurden geregeld ongelukken. Kotters hebben aan weerszijden sleepnetten die de bodem raken. Als één daarvan blijft haken, kan een schip omslaan. Met John Stoop, hoogleraar ongevallenonderzoek (TU Delft) en de scheepvaartinspectie hebben wij bij het RIVO, in samenwerking met vissers, daar toen arbo-oplossingen voor bedacht.’

Wat ontdekte u?

‘Vooral dat je oude schepen niet voortdurend moet ombouwen en aanpassen. Met een nieuw ontwerp kun je meerdere problemen tegelijk oplossen. Dat zorgt voor minder ongevallen, is beter voor natuur en milieu, en voor het verdienmodel van vissers. Van de Nederlandse overheid en Europa krijgen vissers continue prikkels om problemen stuk voor stuk te tackelen – eerst overbevissing, dan bijvangst, nu CO2-uitstoot en de windparken – terwijl je met een ander scheepsontwerp alles in één keer kunt aanpakken.

‘Jonge vissers zijn de “duurzaamheidsdoeners”. Zij zien dat het anders moet’ 

John Stoop daagde me in 2017 uit om mijn jarenlange ervaring in visserijontwerp, met name de succesvolle MDV-1, op te schrijven en daarop te promoveren. Voor dat proefschrift heb ik wel 200 jaar teruggekeken. Welke technische innovaties hebben er plaatsgevonden, welke in de afgelopen 100 jaar in het visserijonderzoek en welke specifiek in 50 jaar kottervisserij? Er is eigenlijk weinig geïnnoveerd in het scheepsontwerp. Als je dan ziet hoe groot de platvisbestanden momenteel in de Noordzee zijn, verbaast het me dat we nog steeds niet efficiënter vissen.

Ik doe dit vooral voor jonge vissers als Hendrik Kramer, de schipper van de MDV-2. Dat zijn de ‘duurzaamheidsdoeners’ onder de vissers. Zij zien dat het anders moet: zero emissies, zero afval en zero ongevallen en daar richten ze hun verdienmodel voor de komende 10, 20 en 30 jaar op in. Dus geen verdienmodel puur vanuit altijd maar meer willen, maar vanuit circulair denken: geen verspilling. Dat is de toekomst.’

Nu de pulstuigen verboden zijn, ligt de focus op de innovatie van vistuigen. Is dat de juiste route? 

‘Over de pulsvisserij kun je wel zeggen dat die de bodem 50 procent minder verstoort, maar het is nog steeds bodemverstoring. Bovendien zit je met ongewenste bijvangsten, dus het vissen moet zonder meer nog selectiever. Dat kan met verbeterde tuigen, of met selectieve technieken.

Er wordt al 2000 jaar met netten gevist, maar er zijn ook andere technieken. De schelpdiersector in de Waddenzee is ons voorgegaan. De bodemvisserij op kokkels en mosselen werd in 2010 uitgefaseerd en moest omschakelen naar mosselzaad-invangtechnieken. Die ontwikkeling werd ingezet met innovatiesubsidies van het ministerie van LNV. De succesfactoren waren vooral een duidelijk transitieplan, samenwerking tussen wetenschap en praktijk, en een convenant met alle (natuur)stakeholders.’

Aan welke technieken denkt u? 

‘Technieken buiten de sector zelf. Kijk bijvoorbeeld naar de maritieme sector of zelfs de luchtvaart en de landbouw. Voor mijn PhD bezoek ik geregeld de robotica-vakgroep van de Wageningen Universiteit, die innovaties ontwikkelt voor de land-, glas- en tuinbouw. Daar zie ik veel dat rechtstreeks kan worden toegepast in de visserij. Ik heb eens vissers meegenomen naar de paprikateelt in Agriport in de Wieringermeer. Die mensen daar hoeven geen zware kisten meer te tillen. Waarom zouden vissers dat in het ruim nog wel doen?

Kijk, de oude generatie vissers waren mannen van trial and error. Ze waren vooral bezig met hun vistuigen. Een kettinkje hier, een katrol daar. De praktijk wordt van vader op zoon overgedragen. De focus lag in de jaren ’80 en ’90 vooral op vistuigen, want daar verdiende je geld mee – je moest zoveel mogelijk vangen voor zo laag mogelijke kosten. Plus, de visserij had de instelling: de rest van de wereld moet zich niet met ons bemoeien. Dan kijk je ook niet snel naar buiten. Maar dat werkt in deze tijd met meer maatschappelijke aandacht voor klimaat en biodiversiteit niet meer.’

Is die focus op vistuigen ook gevoed door LNV? 

‘Sinds de bezuinigingen bij het RIVO is er te veel op de korte termijn gefocust. Er gebeurden ongelukken. Toen was er overbevissing en daarna kreeg men door dat bodemvissen erg verstorend was voor de natuur. Je hebt een systeemintegrator nodig die kijkt welke technieken er allemaal zijn, en hoe je die kunt benutten om selectiever te vissen, tegen lage kosten en met kwalitatieve hoge opbrengsten. Noordzeekotters zijn alleen toegerust om platvis mee te vangen. Om dat te veranderen, moet je eerst goed weten hoe de dagelijkse praktijk van een visser eruit ziet.’

Dossier

De visindustrie

Gigantische trawlers, omstreden keurmerken, overbevissing en verduurzaming. Achter het gebakken visje op ons bord en de haring aan de kar schuilt een complex web van financiële belangen, politieke machinaties en machtige partijen.

Volg dit dossier

U neemt het schip als het uitgangspunt?

‘Het schip is het cruciale productiemiddel in de platvisketen. Dus je focus moet liggen op het ontwerp van dat schip en de technieken die je toepast om brandstofkosten, energieverbruik en onderhoud laag te houden. Daarbij moet je uiteraard ook kijken hoe je zo selectief mogelijk vist, want verspilling moet je tegengaan.

Mijn punt is, we denken nu dat je bodemvisserij alleen met vistuigen kan beoefenen, terwijl we steeds beter weten hoe ecosystemen werken, en dus: wat de consequenties zijn van ons ingrijpen. 

Als je op Mars drones kunt laten vliegen, kun je ze ook onderwater inzetten voor de visserij. Satellieten geven ons steeds meer informatie. Niet alleen over landoppervlak, maar ook over de omstandigheden in visgebieden, waardoor biologen en ecologen kunnen inschatten wat waar leeft. Met drones zouden we vis uit de windparken kunnen jagen, zodat vissers ze aan de rand kunnen vangen.’

Is vissen met onderwaterdrones een reële optie?

Onderwaterdrones worden al veelvuldig gebruikt door baggeraars en offshore industrie. Bijvoorbeeld voor het aanleggen van kabels in de zeebodem, maar ook voor de aanleg en onderhoud van windparken.

Windpark-exploitanten installeren inmiddels turbines van meer dan 10 megawatt. Om te voorkomen dat die in elkaars windschaduw zitten, moeten ze ver uit elkaar geplaatst worden. Als de visserij meer gebruik maakt van maritieme elektronica, de nieuwste sonar, echoloden en satellietdata combineert, krijg je nieuwe mogelijkheden. Daarmee zou je ook binnen windparken kunnen vissen.’

‘Je moet juist kijken naar technologische ontwikkelingen buiten de visserij’

Maar...

‘Dan roept iedereen meteen, dat kan wellicht met vissoorten zoals makreel en haring, die in de waterkolom zwemmen, maar niet met platvis, die in de bodem zit. Het kan nóg niet, maar die vraag neerleggen bij ingenieurs is erg belangrijk. Technologische ontwikkeling gaat ontzettend snel. Jonge bedrijven als CJob Engineering hebben op de tekentafel al onderwaterbaggerschepen klaar die autonoom varen.

Je moet juist kijken naar technologische ontwikkelingen buiten de visserij. Denk aan de binnenvaartschepen, daar gebeurt ontzettend veel. Ook binnenvaartschepen mogen niet meer zwaar rokend langs de steden varen en hebben daarop geanticipeerd met all-electric, en voortstuwingsinstallaties die op waterstof lopen.

Met name voor grotere kotters met meer opslagruimte zal waterstofvoortstuwing snel binnen bereik komen. Dat is hoog tijd. Ben je wel eens in de haven van Zoutkamp geweest, boven Groningen? Daar komen de garnalenkotters van de Waddenzee. Zij hebben schepen van 40 jaar oud. Als die de haven uitgaan, moet je hoesten. Dat willen we niet meer.’

En hoe kunnen de vissers flexibeler te werk gaan?

‘Er is altijd sprake van grote fluctuatie in de vangst, en dus in de opbrengsten. Als je je richt op meerdere soorten, ben je daar beter tegen bestand. Door klimaatverandering vind je in de Noordzee nu vissoorten die eerder alleen zuidelijker zaten, zoals pijlinktvis.

Met twinrig- en bordenvisserij, zoals we op de MDV’s doen, is je schip beter toegerust om meerdere soorten te vangen: pijlinktvis, langoustines, garnalen en rondvis. Ook op kleinere vissersvaartuigen is het veilig toepasbaar. Schipper Hendrik Kramer van de MDV-2 is als eerste begonnen met de nieuwste generatie visopsporingsapparatuur, de multi-beam sonar. Die combinatie van flexibel vissen met gebruik van nieuwe technieken verlaagt de verstorende impact van de bodemvisserij. Daarmee worden nieuwe verdienmodellen realistisch.

Nederland kan de hele wereld laten zien dat visserij duurzaam kan worden als je die lokaal toepast, met zero emissies, en selectief vist. Ik werd onlangs benaderd door de grootste visserijmaatschappij van Nieuw-Zeeland, die ik eerder had rondgeleid op de MDV-1. Van een grote Europese scheepsbouwer hadden ze een offerte gekregen, maar die pakt alleen het brandstofprobleem aan. Ze zeiden: dat willen we niet, we willen ‘people, planet en profit’ in één pakket. Het scheepsontwerp moet circulair-adaptief, op weg naar triple zero: zero afval, zero emissies en zero ongelukken.’

Het belang van de vissers is duidelijk, maar wat hebben we er als maatschappij aan? 

‘We hebben straks 9 miljard mensen op deze planeet. Er zitten nog zoveel voedselmogelijkheden in de oceanen en zeeën. We kunnen wel allemaal vegetarisch worden, maar je zult toch altijd dierlijke eiwitten nodig hebben. Bij LNV zeggen ze het ook: we halen veel van het land, maar weinig uit de zeeën. Daar kunnen we een inhaalslag maken. De visserij levert bovendien overal ter wereld werkgelegenheid.​​’

De platvis die wij in de Noordzee vangen, wordt voornamelijk geëxporteerd. Wat schiet de Nederlandse burger daar mee op?

Nederland is een handelslandje. Dat komt door Sicco Mansholt, die na de Tweede Wereldoorlog zei: we moeten ons eigen voedsel ruimschoots kunnen verbouwen. Maar er werd al snel overgeproduceerd en van daaruit ontstond de export. Die heeft ook nadelen: de kalveren en varkens gaan de grens over, en wij zitten met de troep. Dat geldt voor de visserij net zo.

Mansholt heeft later toegegeven dat we ons doel zijn voorbijgeschoten. En wat je nu ziet, is dat de Rabobank en investeerders boeren en vissers dwingen om op te schalen, waardoor ze bulkproducten blijven produceren.

Nederland heeft geen grote viseters en heeft dus geen grote vloot nodig. We moeten toe naar kleinere, zeewaardige schepen en we hoeven helemaal niet zoveel naar het buitenland te exporteren. Dat vereist anders denken. Het verdienmodel van de vissers zit hem in kwalitatief goede vis tegen zo laag mogelijke kosten. Dat is de uitdaging. En dan kun je nog steeds een deel exporteren.’

’Als je aantoonbaar betere kwaliteit vis levert, ga je er vanuit dat je een betere prijs krijgt, maar dat is het frustrerende’

Dus de focus op kwaliteit?

‘Ja. Met de MDV-1 hebben we een nieuwe techniek aan boord gebracht waarmee we de kwaliteit van de vangst aantoonbaar hebben verbeterd, door mechanisch schoonmaken van de vis, en een andere opslag. De winst zit hem in het verkorten van de koelketen. De vis moet zo snel mogelijk op het ijs.

Visverwerkende bedrijven zeiden: die vis die jullie aanleveren, is veel beter dan die van jullie collega’s. Ze kunnen er meer visfilet afhalen en dus meer verkopen, omdat de kwaliteit beter is en de houdbaarheid langer. Daarmee trekken we ook nieuwe kopers.

Als je aantoonbaar betere kwaliteit vis levert, ga je er vanuit dat je een betere prijs krijgt, maar dat is het frustrerende: wij krijgen dezelfde prijs per kilo als een kotter die kwalitatief minder goede vis naar de visafslag brengt. Hendrik Kramer van de MDV-2 probeert daarom nu ook vis rechtstreeks te verkopen aan partijen die er een betere prijs voor geven, maar alles moet geregistreerd en via de visafslag, om te voorkomen dat vissers sjoemelen.’

Wat staat een eerlijke prijs voor vissers in de weg?

‘Vissers en vishandelaren moeten meer praten met de keten aan wal: de visverwerkingsbedrijven, visafslagen en handelaren. Al jaren pleit ik voor een Kenniskring Noordzeeplatvisketens, waarbij iedereen in de keten aanschuift, met de focus op een circulaire economie (recycling van grondstoffen), en kringloopketens (geen verspilling).

Vissers zeggen wel dat ze één keten zijn en meer willen samenwerken met de visverwerkers aan wal, maar dat wordt met de mond beleden. De Noordzeevissers hebben de boot lang afgehouden en lieten alles over aan hun bestuurders, maar ze zijn allemaal mkb’ers, dat is voor bestuurders razend ingewikkeld – want dat is geen kruiwagen vol kikkers, maar een container vol kikkers.

Er zijn goede voorbeelden. In Alaska, Canada hebben vissers een coöperatie gevormd om de koelketen te verkorten en gezamenlijk te investeren in windturbines in de haven. Die komen binnenvaren en prikken nu hun stekker in het stopcontact om hun accu’s op te laden. En als ze het echt slim aanpakken, komen ze met een eigen keurmerk voor hun vis die met zero emissies en zero waste is gevangen.’

Is het niet gek dat Nederlanders meer gekweekte vis eten, zoals zalm uit Noorwegen en tilapia uit Vietnam, maar de vis uit onze eigen achtertuin laten liggen?

‘Er is iets aan het veranderen. Die praktijken van overbevissing en megatrawlers wil men niet meer, denk ook aan de Netflix-documentaire Seaspiracy, die behoorlijk wat stof heeft doen opwaaien. En er is een trend gaande om de bodemvisserij wereldwijd te verbieden. Vissers vragen me; is dat een probleem of een uitdaging? Dan zeg ik: met de nieuwe technieken kun je een beter verdienmodel bedenken en met een multidisciplinaire aanpak kun je dat innovatieproces versnellen.’

Hoe kan de overheid daaraan bijdragen? 

‘Ik heb mijn plannen voor mijn circulaire kotter en voor het verkorten van de keten naar LNV gestuurd, maar kreeg geen reactie. De overheid moet geld uittrekken voor vlootvernieuwing en risicovolle innovaties, want het steekt als één visser tijd en geld steekt in een innovatie, maar de rest van de bedrijfstak vervolgens subsidie krijgt om diezelfde technieken toe te passen. 

‘Normaal duurt het meer dan twintig jaar voor je een kotter hebt terugverdiend. Met de MDV-1 kon dat binnen acht jaar’

Zijn vissers ook niet murw na het verbod op de pulsvisserij?

Binnen de visserij wil men wel innoveren, maar ze vragen zich altijd eerst af: is het haalbaar, betrouwbaar, betaalbaar en vooral, wat zijn de terugverdientijden? Normaal duurt het meer dan twintig jaar voor je een kotter hebt terugverdiend. Met de MDV-1 hadden we daarvoor minder dan acht jaar nodig. De investeringen zijn laag, net als het onderhoud. Daarmee kun je de visserij overtuigen.

Demissionair minister Carola Schouten en de volgende minister van LNV moeten de visserij, maar ook ingenieurs buiten de sector aanmoedigen om met goede ideeën te komen. Dat doen ze ook wel, maar er is een systeemintegrator nodig die wetenschappelijk ontwerpkennis en praktijkkennis samenvoegt zoals we bij het ontwerpproces voor de MDV-1 hebben gedaan.’

Nieuwe problemen dienen zich alweer aan: ook de vissers kampen met het stikstofoverschot.

‘Dat is vooral een probleem voor garnalenvissers, die onder de kust en in de Waddenzee vissen. Het voordeel van garnalenkotters is dat ze om de twee dagen naar de wal kunnen. ​​Maak dan op korte termijn een all-electric kotter die ontwerptechnisch klimaatneutraal kan worden zodat, wanneer de nieuwe technieken betrouwbaar genoeg zijn, je die kostenefficiënt kunt installeren. In het ontwerp van de MDV-1 heb ik bijvoorbeeld 100 vierkante meter ruimte ingeboekt voor het verwerkingsdek. Ik voorzie namelijk dat we in de komende tien jaar meer robotica aan boord krijgen om allerlei processen, zoals het strippen van vis, te automatiseren.‘

Hoe reageren vissers op dat advies? 

‘Met een jonge garnalenvisser ben ik bezig geweest met een all-electric kotter. Zijn vader en oom waren bij dat gesprek, omdat hun geld ook in het bedrijf zit, maar die zaten een beetje glazig te kijken, terwijl duidelijk was dat die jongen dat eigenlijk wel wil. Ik zeg dan tegen die heren: “Ik wens jullie succes met je besluit, maar kom later niet klagen: Waarom heb je ons dat niet verteld?”’

Hoe kan de jonge generatie hun vaders en grootvaders overtuigen?

‘Het drama met de pulsvisserij draagt niet bij aan nieuwe innovatie-avonturen in de kottervisserij. Daarom zijn we bij de stichting Masterplan Duurzame Visserij nieuwe ontwerpkennis aan het genereren, die ook later toegepast kan worden.

Die oudere generatie heeft in de loop der jaren visgebieden moeten inleveren zonder enige compensatie. Ze zeggen: nu mogen we nog maar op 40 procent van de Noordzee vissen, terwijl wij de oudste rechten hebben. Nou, dat doet zeer hoor.

De geschiedenis en traditie zijn geen valide argument, maar er zit nog veel pijn. Vissers noemen mij ook wel de MDV-dominee. Het is de jongere generatie die me aan de gang houdt en voor wie ik dit doe, want de visserij kampt ook met het probleem van de opvolging. De werkomstandigheden en verdienmodellen moeten verbeteren, willen ze in het vak blijven.

‘Vissers moeten ook ophouden zich afwachtend op te stellen en maar te zien wat de volgende horde beleidsmaatregelen inhoudt’

Op één van de visserijscholen gaf ik eens een gastcollege over het ontwerp van de MDV-1. Toen zei een jongen: “Meneer Veenstra, u denkt toch niet dat ik nog met kerels aan boord van een schip ga zitten? Ik ben iedere dag aan het gamen. Vissen doe ik wel vanuit huis, met een joystick.” En hij heeft gelijk. Die technieken zijn er al. Je kunt een schip al autonoom van Noorwegen naar Amerika laten varen. We doen het alleen niet, vanwege de piraterij, en omdat het verzekeren van zo’n schip qua aansprakelijkheid lastig is.’

Van piraterij heb je op de Noordzee geen last, lijkt me? 

‘Nee, maar er zijn zoveel mensen en instanties die zich met de visserij bemoeien. Vaak hebben die ook hun eigen agenda. De spelregels zijn complex, maar de vissers moeten ook ophouden zich afwachtend op te stellen en maar te zien wat de volgende horde beleidsmaatregelen inhoudt. Ze kunnen zelf een duurzaam verdienmodel bedenken dat voor de komende 10, 20 en zelfs 30 jaar voldoet, en daaraan een resultaat- en inspanningsverplichting verbinden.

De technieken zijn nog onvoldoende betrouwbaar en veelal duur, maar daar is innovatiegeld nu juist voor bedoeld. Ga dus naar het ministerie, want dat wil graag meebetalen aan optimalisatie die de sector verder verduurzaamt.‘