© ANP / Juan Vrijdag

Vlissingen: een kazerne te ver

    Niemand weet precies hoeveel de verhuizing van de mariniers naar Vlissingen gaat kosten. Ondertussen blijken de aanmeersteigers te krap, zijn er te weinig schietbanen en ontbreekt het er aan oefenterrein. De teller van vertrokken mariniers staat ondertussen op 778. Alleen al dat laatste kost minimaal 105 miljoen euro. Hoewel alle stoplichten op oranje staan, dendert de politieke beslissingstrein door.

    De Marinierskazerne in Doorn moest worden ‘opgekalefaterd’, constateerde  de toenmalige commandant Korps Mariniers Rob Verkerk in 2008. Mariniers sliepen al decennia in uitgeleefde en sterk verouderde barakken. Ondanks de stroperige procedures en versnipperde verantwoordelijkheden binnen de organisatie had Verkerk goede hoop: ‘Als dit niet lukt, eet ik mijn baret op.’

    Toch vond de roep om relatief simpele verbeteringen geen gehoor. Bij zijn afscheid als korpscommandant kreeg Verkerk daarom van zijn collega’s een taart cadeau waarop een chocolade baret prijkte.

    Met het uitblijven van investeringen werd de kazerne in Doorn er niet ruimer of moderner op. Uiteindelijk kregen de mariniers in 2011 een aanbod dat ze niet konden weigeren: terwijl de Landmacht tanks wegbezuinigde, zouden de mariniers een toekomstbestendige, nieuwe kazerne in Vlissingen krijgen waarin alles zou worden gefaciliteerd, zodat de mariniers altijd paraat kunnen staan. Het zou niet heel veel meer kosten dan het opknappen van de bestaande kazerne in Doorn.

    Dat klonk te mooi om waar te zijn. En dat was het ook.

    Openlijke protesten

    De toekomstige kazerne in Vlissingen blijkt niet alleen duurder te zijn, maar is ook minder goed uitgerust dan aanvankelijk werd voorgespiegeld. Voorts is bij de besluitvorming het sociale aspect en het belang van het thuisfront onderschat: de mariniers willen niet verhuizen naar Vlissingen. Het gezinsleven dat veel mariniers rondom de huidige kazerne hebben opgebouwd, vormt een van de grootste obstakels. De commandant van het Korps Mariniers, brigade-generaal Jeff Mac Mootry, lichtte deze bezwaren in mei j.l. toe aan de Tweede Kamer, tijdens een rondetafelgesprek. Hij meldde te vrezen voor een (nog grotere) uitstroom van mariniers.

    Niet iedereen kon de openlijke protesten vanuit het Korps Mariniers tegen de aanstaande verhuizing waarderen. Oud-minister Hillen, die in 2012 het besluit nam om de mariniers te laten verhuizen, liet de Volkskrant weten niets te snappen van Mac Mootry’s houding: ‘Dit is een generaal die zijn mensen als voorbeeld geeft dat je moet inspreken als er een bevel van hogerhand komt. Benieuwd of hij dat te velde ook zo doet.’

    Hebben de mariniers het ‘bevel van hogerhand’ maar op te volgen? Waar bestaan hun zorgen uit, en in hoeverre zijn die legitiem? Follow the Money besteedt in een tweeluik uitgebreid aandacht aan drie hete hangijzers: het sociale netwerk van de mariniers, de praktische tekortkomingen van de nieuwe locatie, en tenslotte – in het tweede deel – het te rooskleurige plaatje, dat de Tweede Kamer tegen beter weten in wordt voorgehouden.

    Ludieke guerilla-actie

    In reactie op de protesterende mariniers die niet willen verhuizen, begon de provincie een charmeoffensief in de vorm van een marketingcampagne. Inzet: het thuisfront van de mariniers overtuigen dat een verhuizing naar Zeeland helemaal niet erg hoeft te zijn. De woningmarkt is aantrekkelijk en er is voldoende werk voor de meeverhuizende partners. ‘Er zijn genoeg banen hier! Vooral in de techniek, logistiek, zorg en natuurlijk in het toerisme!’ jubelde de woordvoerder namens de Zeeuwse werkgevers.

    De marketingacties vielen niet in goede aarde bij het Korps Mariniers

    Ook werd er een ‘ludieke guerilla-actie’ op touw gezet door de provincie, met onder andere ‘De Grote Korps Mariniers Zeeland Quiz’. Hierin worden diverse vooroordelen aangekaart die onder mariniers zouden leven, zoals ‘het idee dat de politie op varkens rijdt’ en Vlissingen te ver weg zou zijn. ‘Vlissingen is natuurlijk uuuren rijden vanuit de bewoonde wereld. Even een dagje naar een toffe grote stad of familie/vrienden in Utrecht bezoeken, je bent dagen onderweg,’ luidt een stelling in de quiz. De antwoorden moeten aantonen dat het allemaal reuze meevalt. Want ‘Breda, Rotterdam, Antwerpen en Gent zijn alle vier net iets minder dan een uurtje rijden vanuit Vlissingen. En de stad Utrecht bereik je in anderhalf uur.’

    De marketingacties vielen niet in goede aarde bij het Korps Mariniers. Want ondanks de 36.000 banen waarmee de provincie pronkt, is het de vraag in hoeverre de (vaak hoogopgeleide) partners van mariniers hun baan als schooldirectrice of musicalster willen opgeven voor die van ‘werkvoorbereider glasvezel’ of ‘assistent plantcontroller’.

    Verhuisbereidheid

    Daarnaast is de tijd van traditionele gezinnen waarbij de partner vanzelfsprekend de echtgenoot volgt, echt voorbij. Er zijn mariniers met samengestelde gezinnen; veel van hen hebben partners die vol- of deeltijd werken; door een terugtredende overheid hebben beide partners in toenemende mate te maken met mantelzorg. En omdat mariniers gemiddeld 6 maanden per jaar van huis zijn, worden partners in de periode dat ze als eenoudergezin functioneren, vaak bijgestaan door een sociaal netwerk van ouders, familieleden, vrienden en buren. Dat sociale vangnet geven ze niet graag op.

    Voor de mariniers is zondagnacht thuis slapen geen optie meer

    Ook de reistijd wordt te rooskleurig voorgesteld. Hoewel mariniers worden geacht tussen 07:00 en 07:30 paraat te zijn, komt de eerste trein uit Utrecht Centraal maandagochtend pas om 07:38 in Vlissingen aan. Vertrektijd: 03:17 ’s nachts. Er rijden (nog) geen bussen naar de nieuwe kazerne en vanaf het station is het volgens Google Maps 27 minuten lopen. Ook met de auto is het allemaal iets verder dan de ‘Grote Korps Mariniers Zeeland Quiz’ beweert. Er zijn drie routes mogelijk, met een gemiddelde reistijd van twee uur. Niks anderhalf. Dit betekent voor de mariniers dat zondagnacht thuis slapen geen optie is. Hoewel Defensie oppert dat werknemers eventueel kunnen overstappen op een vierdaagse werkweek, is onduidelijk of de vijfde dag – die de mariniers kwijt zijn aan reistijd – wordt gecompenseerd.

    Maar verhuizen willen ze niet. Dat bleek al in een onderzoek uit 2012 van de gemeente Utrecht, dat constateerde dat ‘met name in de leeftijdsklasse van 35-45 jaar mariniers zich afvragen of een dergelijke ingrijpende verhuizing opweegt tegen het bij de marinierseenheden blijven dienen’. Onder het thuisfront is de verhuisbereidheid zeer laag, In een enquête uit 2015 van het Korps Mariniers zei 83 procent van de partners niet bereid te zijn om mee te verhuizen naar Vlissingen. Dat had niets te maken met Zeeland an sich, maar alles met het achterlaten van het sociale netwerk.

    De lage verhuisbereidheid is dus al jaren bekend, maar wil niet echt tot de politiek doordringen. Zo liet toenmalig minister Hennis in 2015 de Tweede Kamer weten dat het een kwestie was van mensen ‘enthousiasmeren’. Een recente enquête, afgenomen in april, laat zien dat de verhuisbereidheid consistent laag is: momenteel 85 procent. Des te wranger is dat de destijds verantwoordelijke minister Hillen De Telegraaf in april j.l. liet weten dat ‘de mariniers met hun protesten zes tot zeven jaar te laat zijn’.

    Krappe aanmeersteigers en tekort aan schietbanen

    De bezwaren beperken zich niet tot de reisafstand en het wegvallen van het sociale vangnet van de partners. Er zijn ook twijfels of de nieuwe kazerne ‘fit-for-purpose’ is. In gewoon Nederlands: krijgen de mariniers in Vlissingen de beloofde faciliteiten, of wordt tenminste het huidige niveau van Doorn gehandhaafd? Marinierseenheden moeten zich – zo is de ambitie – op de nieuwe kazerne kunnen gereedstellen op het niveau van Marine Combat Group. Dit betekent in feite dat je als ‘bataljon’ zo veel mogelijk taken en trainingen in en op de kazerne moet kunnen uitvoeren. Dit blijkt niet het geval te zijn.

    De lijst van tekortkomingen

    De lijst van tekortkomingen is lang:

    • Marineschepen kunnen maar beperkt aanmeren.
    • De huidige aanmeersteiger is te krap bemeten voor de schepen.
    • Er is beperkt oefenterrein beschikbaar om met voertuigen en helikopters te trainen (zoals nu mogelijk is in Oirschot, Budel of Ede).
    • Zwemtrainingen moeten in het gemeentezwembad worden uitgevoerd.
    • Op de schietbanen kan maar met zes mariniers worden getraind in plaats van de vaste aanvalsteams van zestien personen.
    • Bezoekende eenheden zullen moeten worden ondergebracht in hotels.
    • Rond het terrein hangt rioollucht.
    • De kazerne bevindt zich, anders dan die in Doorn, binnen de Nederlandse evacuatiezone.
    • Het grootste deel van de ondersteunende faciliteiten waarvan de mariniers veelvuldig gebruik maken, zoals schietkampen, logistiek en uitrusting, ligt bij Doorn.

    De Tijdelijke ­Reorganisatie Medezeggenschapscommissie (TRMC) bevestigde bovenstaande bezwaren tegenover de Volkskrant. Ze zijn voorts deels terug te vinden in Kamervragen en aangekaart tijdens het rondetafelgesprek met generaal Mac Mootry.

    Lees verder Inklappen

    De ruimte om deze tekortkomingen te ondervangen is beperkt. De werkgroep constateert dat er in eerdere begrotingen geen 2,5 procent is ingeruimd voor onvoorziene uitgaven. Ook ‘In het rapport ‘Marinierskazerne Zeeland’ van 1 maart 2012 is geen post voor onvoorziene kosten opgenomen’, zo laat Defensie weten. Voorts is het de vraag of 5 miljoen euro (2,5 procent van 200 miljoen) had volstaan om de bovenstaande waslijst te adresseren.

    Maar er is meer aan de hand. Deze lijst laat zien op welke faciliteiten de mariniers moeten inboeten: zaken die ze in Doorn wel hebben, en in Vlissingen verliezen. Kosten om de Vlissingse kazerne toekomstbestendig te maken en te voorkomen dat die op het moment van aanlevering alweer is achterhaald, zijn niet meeberekend. Denk aan de schietbanen: niet alleen zijn er te weinig, ook zijn het geen zogeheten 360-gradenschietbanen, zoals de Korps Commando Troepen in 2020 krijgen. Defensie laat desondanks weten dat ‘het uitgangspunt is en blijft dat er in Vlissingen een moderne, functionele en toekomstbestendige kazerne gerealiseerd kan worden’. Hoe precies zeggen ze er niet bij.

    De mariniers voelen de bui al hangen: zodra de kazerne er staat en de verhuizing een feit is, staan zij weer achteraan in de rij wanneer er ‘extra’ faciliteiten nodig zijn. Zo dient de vloot nog te worden voorzien van nieuwe M-fregatten en onderzeeboten. Maar ook elders staan er,  na de jarenlange bezuinigingen op Defensie, militairen te trappelen voor nieuw materieel en middelen. De landmacht moet van nieuwe (reserve)onderdelen worden voorzien en de munitievoorraden moeten op peil worden gebracht. De luchtmacht heeft de vervanging van de F16 en het opknappen van Apache-helikopters op de agenda staan.

    De mariniers vrezen dat ze het aan het einde van de rit met een onvolledige kazerne zijn opgescheept, en ondertussen een weekendhuwelijk op de koop toe moeten nemen.

    Doorn werd vanzelf duurder

    Hoewel in 2011 al bekend werd dat verhuizing naar Vlissingen overwogen werd, toonde Doorn zich pas een jaar nadien bereid het terrein uit te breiden. Tegen die tijd had de Haagse politiek zich al vereenzelvigd met het plan voor een nieuwe kazerne in Vlissingen; dat blijkt uit de Kamerstukken uit de periode 2011-2014.

    Zo berekende de gemeente Utrechtse Heuvelrug (waar Doorn onder valt) begin 2012 dat het opknappen en uitbreiden van de kazerne in Doorn zou neerkomen op ‘een bruto investering van 98,2 miljoen euro’. De provincie Zeeland en het ministerie van Defensie kwamen prompt met een berekening voor Vlissingen. De kazerne daar zou 192 miljoen kosten, al moest ‘voor een bedrag van € 126 miljoen [..] nog dekking in de plannen [..] worden gevonden’. Vervolgens werd een werkgroep opgericht om beide kostenscenario’s te vergelijken. Daaruit kwam naar voren dat het opknappen van Doorn neerkwam op 128,4 miljoen euro.

    De Algemene Rekenkamer vond dat de minister zich ‘rijk rekende’

    Dat Doorn indertijd niet de voorkeur had van minister Hillen, geeft hij ruiterlijk toe. Zo liet hij RTV Utrecht in april weten dat hij de optie om Doorn op te knappen ‘nooit serieus’ heeft genomen, en claimt hij dat zij ‘te laat’ waren met hun business case. Want toen men in Den Haag de knoop wilde doorhakken, was nog niet duidelijk of een gebied grenzend aan de kazerne (destijds een golfbaan) door de gemeente zou worden opgekocht om het krappe mariniersterrein te kunnen uitbreiden. Saillant detail: in diezelfde periode kraakte de Algemene Rekenkamer het besluit om Doorn in te ruilen voor Vlissingen; zij achtte het besluit ‘risicovol’, aangezien de minister zich ‘rijk rekent’.

    Het overhaast doordenderen van de politieke besluitvorming is goed terug te zien in de Kamerstukken. Bij het scenario om Doorn op te knappen worden vooral beren op de weg gespot (zoals de onzekerheid over uitbreiding in verband met de naastgelegen golfbaan), terwijl voor het scenario Vlissingen hoofdzakelijk in oplossingen wordt gedacht. Daarnaast wordt er veelvuldig geschermd met de persoon Michiel de Ruyter: ‘De mariniers zijn zeesoldaten en dan is Zeeland de juiste plek voor een basis. Daarnaast is de zeeheld Michiel de Ruyter in die plaats geboren. Zijn standbeeld staat er,’ zo lichtte Hillen zijn besluit toe bij RTV Utrecht. Eenzelfde type ‘argumentatie’ gebruikte hij regelmatig in Kamerdebatten in de periode 2011-2012.

    Het opknappen van Doorn lijkt in Den Haag nooit serieus te zijn overwogen. Een jarenlang lekkend dak, te korte gordijnen, te krappe garderoberuimtes en een ‘interim douche’ op het kazerneterrein in Doorn zijn de stille getuigen van het stokken van investeringen in de huidige locatie. Dit cumulatieve achterstallig onderhoud maakt het scenario om Doorn op te knappen  duurder naarmate de tijd vordert, en dus minder aantrekkelijk.

    Kosten kapitaalvernietiging

    Dan is er een ander type kostenpost, die gek genoeg nooit is berekend: de toenemende leegloop. Want hoewel de staatssecretaris claimde dat de verhuizing naar Vlissingen annuleren ‘tientallen miljoenen’ zal kosten en het financiële ‘point of no return’ is bereikt, tobt het Korps Mariniers al jaren met kapitaalvernietiging: mensen waarin jarenlang is geïnvesteerd, verlaten in grote getale de dienst.

    Bovenstaande grafiek betreft zowel officieren als onderofficieren en geeft de zogeheten ‘ongeplande uitstroom’ weer. De reguliere uitstroom wegens functioneel leeftijdsontslag en beëindiging van de aanstellingsduur vallen hier niet onder. Via Kamerstukken zijn de cijfers t/m 2017 openbaar gemaakt; in het totaal van 778 mariniers zit ook de uitstroom in het eerste kwartaal van 2018 opgenomen. Volgens vakbond VMB omvat die laatste groep 66 mariniers.

    Wat kost het om een marinier te trainen, op te leiden en te betalen? Een ‘standaard’ marinier kost 133.759 euro, een ‘doorgewinterde sergeant’ met 15 ervaringsjaren iets meer: 207.104 euro. Van 2010 tot en met het eerste kwartaal van 2018 heeft het Korps Mariniers een ongeplande uitstroom van in totaal 778 mariniers voor de kiezen gehad. Welk deel van deze onverwachte uitstroom te wijten is aan de geplande verhuizing naar Vlissingen, en welk deel kan worden verklaard door de economische conjunctuur, is niet duidelijk. Hoe dan ook heeft het Korps sinds de bekendmaking van de verhuisplannen te kampen met een groeiende uitstroom.

    In concreto heeft het Korps Mariniers de afgelopen acht jaar te maken gehad met een ongeplande, verdampte personeelsinvestering van tussen de 104.064.502 en 161.126.921 euro. Of die door de aanstaande verhuizing is veroorzaakt, is niet per se relevant: het zijn ongeplande kosten waarmee de organisatie zich geconfronteerd ziet, en die – afgaande op de meerjarige enquêtes onder personeel – bij een verhuizing in elk geval niet zullen afnemen.

    Minimaal 105 miljoen euro menselijk kapitaal is weggelopen

    Het is de vraag of het Korps Mariniers deze uitstroom kan opvangen. Waar andere krijgsmachtonderdelen nog horizontale zij-instromers kunnen inzetten (de zogeheten hori’s), maakt de specifieke aard van de werkzaamheden bij het Korps Mariniers dat een stuk lastiger. De onderofficieren met minimaal 10 jaar ervaring worden niet voor niets de ‘ruggegraat’ van de krijgsmacht genoemd. En het is juist deze groep (in de leeftijd 30-45 jaar oud) die door hun gezinsleven het meest afhankelijk is van het sociale vangnet thuis; zodoende levert hun lage verhuisbereidheid een extra risico op. Precies deze zorgen heeft een groep officieren dan  ook per brandbrief geuit aan de minister gemeld.

    De minimaal 105 miljoen euro aan menselijk ‘weggelopen kapitaal’ staat nog los van alle extra kosten die komen kijken bij het ‘fit-for-purpose’ maken van de nieuwe marinierskazerne, plus de kosten van het heen-en-weer-reizen naar oefenlocaties. Voorts is het argument van ‘tientallen miljoenen’ aan reeds gemaakte kosten voor de verhuizing naar Vlissingen onvolledig zolang de reeds gemaakte kosten door weglopend personeel niet worden verdisconteerd.

    Terwijl er tijdens de Kamerdebatten flink wordt gegooid met cijfers, heeft nog niemand deze berekening durven maken. Hoewel Defensie al jarenlang in het bezit is van de cijfers op een detailniveau die deze berekening wel mogelijk maakt, laat zij weten dat ‘het niet mogelijk [is] in de inventarisatie van reeds gemaakte kosten een deelpost “ongeplande uitstroom” behorende bij de verhuizing op te nemen (...) Hoe groot de relatie is tussen de verhuizing en de ongeplande uitstroom wordt momenteel nog onderzocht.’

    Zolang een deugdelijke onderbouwing ontbreekt en er geen open kaart wordt gespeeld, is Vlissingen bepaald een kazerne te ver.

    Over de auteur

    Dieuwertje Kuijpers

    Gevolgd door 533 leden

    Geopolitiek junkie. Statistiek-pieler. Niet geïnteresseerd in politieke poppetjes, wel in mechanismes die deze voortbrengen.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg deze auteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren