Voedselschappen in een supermarkt in Oregon
© Lyzadanger https://www.flickr.com/photos/lyza/49545547

De voedingsindustrie wil ons klaarstomen voor dna-voedsel

    De voedingsindustrie hoopt in de toekomst fortuin te maken door producten te linken aan ons DNA. Het lukt zelfs hiervoor onderzoekssubsidies van de EU te werven, met het argument dat zulke ‘gepersonaliseerde voeding’ onder meer obesitas kan tegengaan. Het wetenschappelijk bewijs daarvoor is echter flinterdun, terwijl het risico bestaat dat de officiële voedingsrichtlijnen door deze aanpak minder serieus worden genomen.

    Een doe-het-zelf DNA-kit en bloedtest, die thuis worden afgeleverd om je lichaamsmateriaal af te nemen, zodat snoep- en chocolademelkgigant Nestlé vervolgens voor je kan uitzoeken welke producten het beste zijn voor jouw gezondheid: in Japan gebeurt het. Daar hebben grofweg 100.000 mensen zich ingeschreven voor het ‘Nestlé Welzijn Programma’. Dagelijks sturen ze het bedrijf foto’s van hun maaltijd, waarna ze tegen betaling op maat gesneden advies krijgen welke Nestlé-voedingssupplementen nodig zijn om gezond te blijven.

    Of het ergens op slaat? Daarover bestaat binnen de wetenschap grote scepsis. Maar feit is dat de Japanners het prachtig vinden.

    Voor Europa zijn er ‘nog geen concrete plannen’, benadrukt een woordvoerder van Nestlé desgevraagd. Dat neemt niet weg dat de voedselgigant zich al jarenlang met Europese onderzoekspartners verdiept in de wisselwerking tussen voeding en genen: Nestlé is de grote voortrekker op dit gebied. Nu overweegt de Europese Unie opnieuw de portemonnee te trekken voor dergelijke ‘innovaties’, in de hoop dat kwelgeesten als obesitas en kanker ermee bestreden kunnen worden.

    De achterliggende gedachte is dat ieder mens anders in elkaar steekt en de ‘one size fits all’-benadering niet opgaat. De een kan meer chocola hebben dan de ander, niet iedereen reageert even goed op melkproducten, en voor sommigen kan een maaltje broccoli wellicht wonderen verrichten. Om consumenten in de toekomst écht goed te bedienen, zouden producten zodoende op het biologisch materiaal van individuen moeten zijn toegesneden. Iedereen zijn eigen productlijn, zeg maar. Een potentiële goudmijn voor voedingsbedrijven als Nestlé.

    Nutrigenomen

    In 2007 besloot toenmalig Nestlé-directeur Peter Brabeck-Letmathe dat zijn onderzoeksafdeling flink moest inzetten op onderzoek naar ‘personalised nutrition’: ‘Om echt aan de top te blijven, moeten we voorbij een horizon van twee of vijf jaar denken en tien tot vijftien jaar vooruit kijken,’ liet hij in de beleidsplannen optekenen. ‘Hoe zullen nieuwe wetenschappen zoals nutrigenomics dan de maatschappij en onze individuele levens beïnvloeden? Welke kansen zullen die nieuwe studies Nestlé bieden? En zullen ze de weg effenen voor gepersonaliseerde voeding? We moeten vroegtijdig betrokken zijn, op het juiste moment acteren en succesvol koersen.’

    Consumenten reageerden negatief op de term ‘nutrigenomics’. ‘Personalised nutrition’ klonk al een stuk beter

    Nestlé was niet de enige die een kans rook. In Nederland was er eveneens vroeg aandacht voor dit vakgebied: al in 2003 organiseerde onderzoeksorganisatie TNO een conferentie over nutrigenomen. In het adviserend comité van de conferentie zaten, behalve Nestlé, ook vertegenwoordigers van het Wageningen University and Research Centre (WUR), vitaminebedrijf Roche (inmiddels overgenomen door DSM) en Unilever. Allemaal zagen ze potentie in dit spiksplinternieuwe onderzoeksveld.

    Wel moesten de deelnemers concluderen dat er nog een lange weg was te gaan eer er wetenschappelijk bewijs voorhanden was over de wisselwerking tussen voedsel en genen. En, niet onbelangrijk: de consument moest worden overtuigd van nut en noodzaak van zulk voedselmaatwerk. Dat begon al bij de naam van het beestje: uit een Amerikaanse enquête was gebleken dat consumenten negatief op de term ‘nutrigenomics’ reageerden. ‘Eng’ en ‘klinkt als een ziekte’, zeiden ze. ‘Personalised nutrition’ klonk al een stuk beter.

    Onderzoeksagenda

    Niet veel later dook die term voor het eerst in de Europese subsidiestromen op. Een onderzoeksverband onder de verzamelnaam Lipgene kreeg tussen 2004 en 2008 geld voor onderzoek naar voeding en diëten. Lipgene zocht onder meer uit of consumenten bereid waren een DNA-test te doen om een gepersonaliseerd voedingsadvies te krijgen. De conclusie: circa tweederde van een groep ondervraagden wilde dat wel.

    In dezelfde periode kwam de lobby op stoom. De CIAA, de Europese koepelorganisatie van voedingsbedrijven (tegenwoordig FoodDrinkEurope genaamd), presenteerde in 2008 haar ‘visie en strategische onderzoeksagenda’ als voorzet voor Europese beleidsmakers. De CIAA zette flink in op ‘personalised health and nutrition’, die kan leiden ‘tot de ontwikkeling van gespecialiseerde voedingsproducten’.

    ‘Health’ bleek het toverwoord: de lobby had succes. De EU legde 1,2 miljoen euro belastinggeld neer voor het ‘Food4me’-project, een serie onderzoeken tussen 2011 en 2015 die vrijwel geheel draaiden om ‘personalised nutrition’. Het Ierse University College Dublin nam het voortouw, maar ook onderzoekers van de universiteiten in Wageningen en Maastricht namen deel aan het project, evenals geïnteresseerde bedrijven als DSM en Philips.

    Persoonlijke adviezen waarbij ook wordt gekeken maar iemands typische eigenschappen voegen niets toe

    Ditmaal keek men niet alleen of de consument op gepersonaliseerde voeding zat te wachten, maar ook of het daadwerkelijk iets uithaalde voor de gezondheid van mensen. Voor een grootschalig onderzoek werden 1607 Europeanen onderverdeeld in vier groepen: de eerste kreeg algemene voedingsvoorschriften, de tweede advies op basis van hun huidige voedselinname (bijvoorbeeld: eet eens wat meer groente), de derde advies op basis van makkelijk te meten eigenschappen zoals lichaamsgewicht (hun fenotype), en bij de laatste werden ook hun genen in ogenschouw genomen.

    Uit dat onderzoek rolden twee belangrijke conclusies. De eerste is dat persoonsgebonden advies op basis van de huidige voedselinname daadwerkelijk tot gevolg heeft dat mensen gezonder gaan eten, en dus beter werkt dan ze algemene richtlijnen voor te schrijven. De tweede is dat persoonlijke adviezen waarbij ook wordt gekeken maar iemands typische eigenschappen, of dat nu het gewicht is of de genen, werkelijk niets toevoegen.

    Topsectorenbeleid

    In Nederland betekende dat het einde van de zoektocht naar de link tussen voedsel en genetisch materiaal. Ook uit studies elders in de wereld was nimmer overtuigend gebleken dat voedsel succesvol op iemands DNA kon worden afgestemd. Het idee bleek leuker dan de praktijk.

    Wel werkt de Universiteit van Wageningen nog altijd samen met het TNO in het Personalised Nutrition and Health-consortium, dat fondsen van de Rijksoverheid en het bedrijfsleven ontvangt in het kader van het topsectorenbeleid. Maar onderzoeker Machiel Reinders vertelt dat er niets meer met genen wordt gedaan. In plaats daarvan kijkt men nu naar zaken als leeftijd, omgeving, cholesterolwaarden en bloeddruk. ‘Het Food4me-onderzoek is mede reden geweest om de DNA-benadering los te laten,’ erkent hij. ‘Er zijn veel interessanter mogelijkheden.’

    De Nederlandse voedseldeskundige Jaap Seidell, die al decennia strijdt tegen obesitas, had niet anders verwacht: ‘Personalised nutrition is gebaseerd op het idee dat er, door genetische variaties, grote individuele verschillen zijn in welk voedsel mensen moeten eten om gezond te blijven,’ vertelt hij. ‘Er zijn wel verschillen, maar die zijn doorgaans subtiel. Minder junkfood eten en meer groenten en fruit is een advies dat voor vrijwel iedereen geldt.’

    Seidell vindt dat er gerust meer maatwerk mogelijk is, ‘maar dan gaat het om aanpassingen in de sociale, economische en culturele context waarin mensen leven’. Of er een snoepautomaat op school staat, kan bijvoorbeeld van grote invloed zijn.

    De hoogleraar hekelt bovendien de gedachte achter ‘personalised nutrition’: de verantwoordelijkheid voor voedselkeuze en gezondheid wordt bij de burger gelegd, ‘en minder bij de producenten en aanbieders van voedsel’. Hij vreest zelfs dat deze ontwikkeling kan leiden tot vergroting van de gezondheidsverschillen, omdat mensen met een goed inkomen en een hogere opleiding ‘beschikken over de kennis, vaardigheden en mogelijkheden om informatie over gezond leven om te zetten in gedrag’. De genenbenadering is daarom in zijn ogen geen effectief instrument om de dramatische obesitascijfers te tackelen.

    Adviesgroep

    Maar wat blijkt? Nu de Europese Unie aan de vooravond staat van de nieuwe meerjarenbegroting (2021-2027) en er weer miljarden aan onderzoekssubsidies verdeeld worden, staat ‘personalised nutrition’ onverminderd hoog op de agenda. Afgelopen voorjaar bracht een ‘onafhankelijke expertgroep’ van de Europese Commissie advies uit over de innovatieprioriteiten op voedselgebied. Onder de titel ‘Recipe for Change’ betoogden zij dat het streven moet zijn om ziektes als obesitas, kanker en diabetes via ‘gepersonaliseerde voedingsstrategieën’ in 2030 met maar liefst 50 procent terug te dringen.

    De expertgroep wijst daarbij nadrukkelijk op de eigen verantwoordelijkheid van het individu. ‘Gepersonaliseerde voeding die is aangepast op de behoeftes, voorkeuren, levens, gezondheidsstatus, fenotype en genen van mensen, heeft in potentie een enorme impact om mensen in staat te stellen blijvend gezonde en duurzame diëten te volgen, die zullen leiden tot optimale gezondheid en welzijn en het voorkomen van dieetgerelateerde aandoeningen,’ luidt de wollig opgeschreven overtuiging van de expertgroep.

    Er is ‘meer werk nodig om dit initiële succes te kapitaliseren’

    In de samenvatting van het rapport wordt toegelicht dat gedacht kan worden aan innovaties waardoor voedseladviezen kunnen worden opgesteld ‘die zijn toegespitst op iemands individuele biologische kenmerken (dna, microbiomen en neurostudies)’. Onomwonden staat erbij: ‘Dit zal Europese bedrijven een concurrentievoordeel opleveren.’

    Wat de expertgroep er niet bij vertelt, is waar ze deze overtuiging op schoeien. In de bronnenlijst staat geen enkel onderzoek waaruit blijkt dat met ‘personalised nutrition’ obesitas en kanker doeltreffend kunnen worden aangepakt, laat staan met 50 procent gereduceerd. Wel wordt het eerdere Food4me-project aangehaald, waaruit volgens het rapport was gebleken dat er een ‘immens potentieel’ ligt op het vlak van gepersonaliseerde voeding en dat ‘meer werk nodig is om dit initiële succes te kapitaliseren’.

    Contacten

    De Ierse Lorraine Brennan is een van de experts die het advies heeft opgesteld, en wordt door collega-rapporteurs aangewezen als bij uitstek deskundig op dit onderwerp. Als hoogleraar aan het University College Dublin is Brennan al vele jaren betrokken bij onderzoeken naar ‘personalised nutrition’, waaronder ook de door Europa gesubsidieerde projecten Lipgene en Food4me.

    Bij dat laatste onderzoek was Mike Gibney de hoofdonderzoeker. Gibney was destijds bestuurder van de afdeling ‘Food and Health van de universiteit. In diezelfde periode was hij ook werkzaam als adviseur voor Nestlé. Officieel is de snoepfabrikant niet betrokken bij de Europese projecten, maar uit de online archieven blijkt dat Nestlé wel aanschoof bij conferenties over de Food4me-onderzoeken. Dat gebeurde in de persoon van Jim Kaput, die destijds als wetenschapper op de loonlijst van het bedrijf stond.

    Kaput, inmiddels gepensioneerd en woonachtig in Californië, blijkt bereid zijn rol bij het project toe te lichten. Via Skype vertelt hij dat Nestlé op papier geen deel mocht uitmaken van het Europese onderzoeksprogramma — naar hij begreep omdat Nestlé een slechte naam heeft in Europa — maar dat hij wel regelmatig optrad ‘als consultant’ voor de Food4me-onderzoeken, en bovendien hielp bij de subsidieaanvraag voor dat project. Inmiddels is Kaput echter niet meer zo enthousiast over ‘personalised nutrition’: ‘Mensen verschillen niet enorm van elkaar. Wat je eet, heeft allerlei kleine effecten en al die verschillende genen reageren daar vervolgens ook maar een klein beetje op. Eigenlijk zou je dus naar duizenden genen tegelijk moeten kijken om het hele plaatje te krijgen.’

    Hierdoor is het amper haalbaar om het effect van voedsel op DNA te bepalen. Eigenlijk ook logisch, zegt Kaput nu: ‘Als bepaald voedsel echt zo essentieel was voor één gen, zou onze soort al gauw uitsterven.’ Zelf vindt hij het zinniger om op andere innovatiegebieden in te zetten. ‘Als ik er nog zou werken, had ik bij Nestlé gepleit om meer onderzoek te doen naar persoonlijkheidsfactoren, om erachter te komen waarom iemand de keuze voor bepaald voedsel maakt.’

    Zorgen

    Meer ‘personalised nutrition’-pioniers zijn inmiddels op hun schreden teruggekeerd. Professor John Mathers van de Newcastle University, die bij veel onderzoeksprojecten – waaronder Food4me – betrokken was, kampt met dezelfde twijfels als Kaput. Hij maakt zich zelfs zorgen over de mogelijke consequenties van alle belangstelling voor het vakgebied, vertelt hij tijdens een telefoongesprek: ‘Ik zou zeggen dat het risico bestaat dat het publiek wordt misleid door gepersonaliseerde voedingsproducten, nu hier nog geen regels over zijn afgesproken.’

    ‘Personalised nutrition’ pretendeert dat ongezond eten niet per sé slecht is

    Mathers benadrukt dat algemene gezondheidsrichtlijnen, zoals die van het Voedingscentrum, onder druk kunnen komen te staan: ‘personalised nutrition’ pretendeert immers dat ongezond eten niet per sé voor iedereen slecht is. Dat kan voor de industrie in theorie een enorme doorbraak betekenen, omdat ze dan verlost worden van het eeuwige getouwtrek met overheden over hoe gezond hun producten zijn. ‘Ik ben bevreesd dat de algemene voedingsregels verwaarloosd zullen worden, terwijl we nog lang niet genoeg van gepersonaliseerde voeding weten om daarop af te kunnen gaan,’ zegt Mathers.

    Overigens gelooft Mathers nog steeds dat onderzoek naar nutrigenomics nuttig is, maar hij is sceptisch of obesitas ermee kan worden aangepakt: ‘Ik denk dat je op veel meer aspecten van het probleem moet focussen. Het individu heeft maar ten dele invloed op zijn dieet en gezondheid. Voor het andere deel gaat het over de producten die de voedingsindustrie op de markt brengt en hoe die aan de man worden gebracht.’

    Wat zegt het Voedingscentrum?

    Onderzoeker Astrid Postma-Smeets van het Voedingscentrum ziet voorlopig geen voordelen in ‘personalised nutrition ten opzichte van hun algemene voedingsrichtlijnen. Desgevraagd laat ze weten dat ze geen onderzoek kent ‘dat laat zien dat iemand gezondheidsvoordeel heeft bij een voedingspatroon dat afwijkt van onze adviezen,’ afgezien natuurlijk van mensen die bijvoorbeeld een voedselallergie of -intolerantie hebben. Ze verduidelijkt: ‘Er zijn bijvoorbeeld geen mensen die voor hun gezondheid beter witbrood dan volkorenbrood kunnen eten.’

    Wat haar betreft zou ‘personalised nutrition’ moeten gaan over advies op maat, waarbij oplossingen worden gezocht die passen bij de problemen en de situatie van het individu. Postma-Smeets: ‘Als iemand bijvoorbeeld als grootste probleem heeft dat hij frisdrank drinkt, dan heeft hij persoonlijk advies nodig over hoe het voor hem haalbaar wordt om een andere drank met minder of geen suiker te gaan drinken.’

    Lees verder Inklappen

    Haken en ogen

    Dat is niet hoe Brennan het ziet, de Ierse onderzoekster die aan het adviesrapport ‘Recipe for Change’ heeft meegeschreven. ‘Individualiteit is enorm belangrijk,’ zegt ze aan de telefoon. ‘We moeten dat verder uitzoeken en echt leren begrijpen, dan kan het mensen zeker helpen gezondere keuzes te maken.

    Volgens Brennan zaten er een boel haken en ogen aan het eerdere Food4me-onderzoek. Ze vindt het daarom te vroeg om te concluderen dat gepersonaliseerd voedsel geen toegevoegde waarde zou hebben. Ze trekt een vergelijking met ‘precision medicine’, waarbij patiënten behandeld worden op basis van unieke kenmerken zoals erfelijke eigenschappen: ‘Er is bewijs dat het kan helpen,’ zegt ze. ‘Maar we zijn er nog niet.’

    Gevraagd of belastinggeld voor de zoektocht naar de bestrijding van obesitas en kanker niet beter kan worden besteed aan onderzoek waarbij de focus ligt op de rol van de industrie in plaats van het individu, antwoordt Brennan dat ze ervan overtuigd is dat ze op de goede weg zit: ‘We noemen ook wel andere onderzoeksgebieden in het rapport, maar ik denk echt dat we bij het dieet van mensen moeten beginnen. Jarenlang is er algemeen voedingsadvies gegeven, maar dat helpt niet. Dankzij gepersonaliseerde voeding zie je verbetering.’

    Onafhankelijk

    Was Brennan eigenlijk onafhankelijk genoeg om zitting te nemen in de expertgroep van de Europese Commissie, aangezien haar eigen wetenschappelijke afdeling al jaren leunt op de Europese subsidies voor gepersonaliseerd voedingsonderzoek? De selectie van de experts was in handen van Karen Fabbri, hoofd van de afdeling Food 2030 van de Europese Commissie, die het Europese onderzoek op voedingsgebied evalueert en doelstellingen bepaalt voor toekomstige onderzoekssubsidies. Zij werkt sinds 1999 bij de Commissie, waar ze zich ontfermt over verschillende onderzoeks- en innovatiesubsidies.

    'Als we verandering willen, is er niet één ei van Columbus. We moeten breed inzetten’

    Fabbri legt uit dat voor de adviesgroep deskundigen zijn gekozen die verstand hebben van het Europese onderzoeksbeleid en die ook de eerdere gesubsidieerde projecten kennen. ‘Dat er dan namen uitrollen van mensen die op de een of andere manier betrokken waren bij die projecten, is vrijwel onvermijdelijk.’ Ze vindt het ook niet vreemd dat ‘personalised nutrition’ als belangrijk onderzoeksgebied in het advies genoemd wordt, ondanks de breed gedragen wetenschappelijke scepsis. ‘Het klopt dat we nog ver verwijderd zijn van voeding die is gepersonaliseerd op basis van je DNA. Maar als we verandering willen, is er niet één ei van Columbus. We moeten breed inzetten.’

    Over een ding is Fabbri echter glashelder: het bedrijfsleven moet bij voorkeur kunnen profiteren. Dat nergens in het adviesrapport onderzoeken en innovaties ter sprake komen die de positie van de grote voedingsbedrijven kunnen ondermijnen, vindt ze dan ook vanzelfsprekend. 'Natuurlijk is het niet het idee om de industrie te schaden,’ zegt Fabbri. ‘Het uitgangspunt is om met win-win-oplossingen voor iedereen te komen.’

    DNA-kit

    Wanneer de Commissie haar definitieve voorstel voor de invulling van het onderzoeksbudget publiceert is nog niet bekend, maar Nederland zal zich er waarschijnlijk vrijwel kritiekloos achter scharen. Minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft al aan de Tweede Kamer laten weten dat het kabinet ernaar streeft ‘op het gebied van kennis en innovatie zoveel mogelijk synergie te zoeken met de Europese activiteiten.’

    Koepelorganisatie FoodDrinkEurope wil desgevraagd niets zeggen over hun standpunt ten aanzien van ‘personalised nutrition’, ook al heeft ze het eerder beschreven als een belangrijke kans voor de industrie. Nu het lobbywerk is gedaan, houdt de Europese voedingsindustrie liever haar adem in, zo lijkt het – in afwachting van de eerste gesubsidieerde DNA-kits.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Lise Witteman

    Onze vrouw in Brussel. Volgt lobby's, legt netwerken bloot en bijt politici, belangenbehartigers en bestuurders in de enkels.

    Volg Lise Witteman
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren