Volg BEPS deel #4: Fiscaal geweld

    Belastingplanning en -concurrentie zijn de voortzetting van oorlog met andere middelen, vindt Christiaan Vos. Legers fiscalisten en advocaten vechten voor de hoogste bieder om een grotere hap uit de belastingkoek. En de slachtoffers zijn de ontwikkelingslanden.

    Met de afschuwelijke gebeurtenissen in Parijs lijken terroristen aan een nieuw hoofdstuk begonnen: willekeurige terreur. En Parijs staat niet op zich. Overal in de wereld wordt angst gezaaid door machtswellustige terreurgroeperingen. Hier zo aan denkend lijkt het tamelijk triviaal om over onze belastingcentjes te praten. Is dat niet slechts een luxeprobleem? En dan vooral van westerse, rijke landen? Of heeft het allemaal met elkaar te maken in een wereld die vooral door geld en macht bij elkaar gehouden lijkt te worden? Een gewelddadige wereld die niet alleen het toneel is van daadwerkelijke oorlogen en bloedige terroristische actie, maar ook van gewelddadige malversaties van onze politieke en juridische werkelijkheid. Carl von Clausewitz (1780-1831) stelde: 'Oorlog is de voortzetting van politiek met andere middelen'. Anderen draaiden dit om: politiek is de voortzetting van oorlog met andere middelen. Chris Kijne voegt toe: 'economie is de voortzetting van oorlog met andere middelen', om uitdrukking te geven aan het grote verschil tussen de wereld waarin wij nu leven en de wereld van de 18e eeuw toen Von Clausewitz zijn meesterwerk schreef. In die lijn denk ik: agressieve belastingplanning van multinationals en belastingconcurrentie tussen staten zijn de voortzetting van oorlog met andere middelen.
    Multinationals vallen staten in de flank aan door agressief gebruik belasting vermijdende constructies
    Die oorlog wordt op meerdere fronten gevoerd. Multinationals vallen staten in de flank aan door agressief gebruik te maken van belasting vermijdende constructies. Rijke particulieren leggen mijnenvelden aan waarachter ze hun vermogens onzichtbaar stashen. En staten vechten elkaar de tent uit, op zoek naar een groter deel van de internationale belastingkoek of de daarmee binnen te slepen economische activiteit.

    Belasting is oorlog

    We hoeven als beschaafde landen geen tanks meer binnen te laten rollen om de rijkdom van andere landen te stelen. Ook koloniale bezettingen zijn niet meer nodig om anderen voor ons te laten werken. We hoeven alleen maar elkaars belastingopbrengst naar binnen te lepelen. Zoals in elke goede oorlog hebben we ook met huurlingen te maken die telkens met de hoogste bieder meevechten: fiscalisten, advocaten, banken, the lot! Teruggrijpend op de woorden van de beste voetbalcoach van de twintigste eeuw, Rinus Michels, de Admiraal, kom ik tot de conclusie: Belasting is Oorlog. Het is tijd fiscaal kleur te bekennen. Heeft de G20 dat gedaan? Is afgelopen weekend op de top in Antalya de fiscale vrede dichterbij gebracht? Nee, verre van dat. Het is te begrijpen dat het OECD BEPS-project niet prominent aan bod is gekomen. ‘Parijs’ was net gebeurd en daar is terecht de meeste aandacht naartoe gegaan. Veel nieuws valt er op dit front dan ook niet te vertellen, anders dan wederom de impliciete bevestiging dat de G20 stiekem niet zo warm loopt voor het BEPS-project. In de slotverklaring wordt steun uitgesproken voor dit plan en worden landen opgeroepen constructief mee te denken en mee te werken aan de uitvoering ervan.
    weinig nieuws, behalve wederom de impliciete bevestiging dat de G20 stiekem niet zo warm loopt voor het BEPS-project
    Maar dat is nogal vrijblijvend. De OECD BEPS-documenten hebben niet eens de lijst van ‘agreed documents’  gehaald. Het enige waar de G20 landen zich toe gecommitteerd hebben is meer informatie-uitwisseling tussen de belastingdiensten van de G20-landen. Dit commitment moet in 2017, uiterlijk eind 2018, geformaliseerd zijn. Voor de rest lijkt het business as usual en zullen de G20 landen vrolijk verdergaan met hun belastingoorlogen. En daar schijnt iets vreemds mee aan de hand te zijn. De G20 lijkt zich niet te realiseren dat zij in deze oorlog als kanonnenvlees op de troepen vooruit loopt. Althans, dat lijkt de strekking van het rapport Still Broken dat vorige week door Tax Justice Nederland en Oxfam Novib is uitgebracht. In dit rapport wordt met cijfers onderbouwd dat het met name de G20-landen zijn die schade ondervinden van agressieve belastingplanning, waardoor multinationals schaamteloos een steeds grotere hap weten te nemen uit de overheidsinkomsten.

    Slagveld van de belastingoorlog

    Het rapport toont dat in 2012 alleen al door Amerikaanse multinationals tussen de 500 en 700 miljard euro winsten zijn weggesluisd naar belastingparadijzen. Waarom laat de G20 zich dat zomaar welgevallen? Waarom laten de landen zich zo de kaas van het brood eten?
    Staten staan er in de oorlog met multinationals alleen voor, in een oorlog van allen tegen allen
    Het probleem is dat staten zich niet kúnnen, of wíllen, verdedigen tegen de oorlogszuchtige multinationals, want ze hebben die ook nodig om invulling te geven aan meer ‘Jobs and Growth’. Staten staan er in de oorlog met multinationals alleen voor, in een oorlog van allen tegen allen met een race to the bottom met almaar dalende belastingtarieven tot gevolg. Om maar zoveel mogelijk multinationals binnen je landsgrenzen te kunnen houden. Ook de G20-landen staan met de rug tegen de muur en nu moeten ze van de OECD zeker ook nog hun fiscale concurrentiepositie prijsgeven. Omdat we daar allemaal een beetje beter van worden?

    Jacht op groei

    Voor de bühne zullen ze dit wel moeten belijden en dat lees je dan terug in de slotverklaring van de afgelopen G20-top, dat bij het hoofdstukje BEPS als volgt begint: 'To reach a globally fair and modern international tax system, we endorse …the G20/OECD BEPS project'. Holle woorden, maar ze kunnen ook moeilijk verklaren dat ze eigenlijk wel tevreden zijn met de status quo. Dat kunnen ze niet omdat het publiek maatregelen eist omdat het moreel verontwaardigd is over parasitaire multinationals die dan wel naar de letter van de wet handelen, maar niet naar de geest. Maar naar wélke geest dan, vraag ik me toch af. De volksgeest, die op grond van een soort ‘common sense-gerechtigdheid’ vindt dat alle bedrijven gewoon moeten meebetalen? Of de koopmansgeest van de G20-leden die bestreden harmful tax practices steeds laten volgen door nieuwe schadelijke fiscale lokkertjes, noodzakelijk voor hun queeste naar banen en groei? Tax Justice Network geeft hiervan een paar voorbeelden. Luxemburg: schaft onder druk van de EU een lucratieve vrijstelling af, maar introduceert doodleuk een innovatiebox met een laag tarief; Zwitserland: in 2019 komt een einde aan het voorkeursregime voor multinationals, maar het algemene belastingtarief gaat sterk omlaag en een ultra laag belaste patent- en goodwillbox wordt ingevoerd; België: de lucratieve regeling voor coördinatiecentra loopt dan wel af, maar de opvolgende regeling voor notionele interessen (een aftrekpost gekoppeld aan het eigen vermogen) blijkt een magneet voor multinationals te zijn; Ierland: stopt gefaseerd met de beruchte Double Irish, maar introduceert een speciaal verlaagd tarief van 6,25 procent voor innovaties.
    Als de geest van de wet gelijk is aan de koopmansgeest van de staten, dan volgen multi-nationals gewoon de wet
    Als de geest van de wet gelijk is aan de koopmansgeest van de staten, dan hebben multinationals schijnbaar wel een punt als ze stellen dat ze gewoon de wet volgen. Afgelopen maandag deden Google, Amazon en Facebook dat weer met verve toen ze gehoord werden door een commissie van het Europees Parlement. Maar ook IKEA, McDonalds en Walt Disney. Zij hielden zich gewoon aan de wet. Wetten die dus al lange tijd door staten bewust in stand worden gehouden. Wetten waarvan fiscalisten voortdurend de grenzen van hebben opgezocht. Ook ik behoor(de) tot die groep van fiscalisten en heb mij lang verweerd met dezelfde soort teksten: als het mogelijk is dat de letter van de wet niet gelijk is aan de geest, dan moeten staten de letters maar aanpassen. De G20-landen zijn daarvoor mans genoeg.

    Collateral damage

    En daar schuilt hem nou juist het probleem van internationale belastingconcurrentie. De bij de OECD en de G20 aangesloten landen zijn inderdaad mans genoeg en weten hun eigen belangen, zelfs met dalende belastingtarieven, goed te verdedigen. Maar dat gaat ten koste van ontwikkelingslanden; die betalen de prijs. De schade voor ontwikkelingslanden wordt door het rijke Westen blijkbaar gezien als collateral damage. Collateral damage van multinationals en staten die als warlords door de wereld banjeren en een fiscale verdeel-en-heerstactiek toepassen, hun handen voortdurend in onschuld wassend. Het perspectief van de ontwikkelingslanden heeft mij de ogen geopend. Vroeger kon ik het kat-en-muisspel tussen fiscus en fiscalist nog beschouwen als een erbij horend spelletje Stratego of Risk, waarbij alle partijen aan elkaar gewaagd zijn en er heldere spelregels zijn. Een spelletje waar de fiscus met de rechtelijke macht voldoende mogelijkheden heeft om partijen te dwingen te handelen naar de geest van de wet. Waar ook de extra economische activiteit zeer welkom is, zodat per saldo de belangen van de burgers van de rijke landen voldoende geborgd waren, ook met minder belastingopbrengsten. No harm done, dacht ik altijd.
    De fiscale spelletjes die multinationals, adviseurs en concurrerende staten gezamenlijk spelen veroorzaken groot menselijk lijden
    In de internationale arena bestaat die gelijkwaardigheid er echter niet. Ontwikkelingslanden en opkomende economieën kunnen maar nauwelijks tegenstand bieden tegen het gesloten blok van multinationals, adviseurs en met belasting concurrerende staten. De fiscale spelletjes die ze gezamenlijk spelen veroorzaken groot menselijk lijden. Ontwikkelingslanden en opkomende economieën kunnen hierdoor niet genoeg belasting heffen om hun maatschappij op te bouwen. Tussen 2008 en 2012 heeft meer dan de helft van de ontwikkelingslanden de uitgaven voor onderwijs zelfs moeten terugschroeven en meer dan twee derde van de ontwikkelingslanden heeft de uitgaven voor gezondheidszorg moeten verminderen. Elk jaar komen er 100 miljoen arme mensen bij. Een neerwaartse spiraal? Die moet gestopt. In de belastingoorlog moeten we onze vijanden dan wel juist kiezen. Alleen maar de multinationals veroordelen is niet genoeg. We moeten de krokodillentranen van politici doorprikken, zoals Cameron die multinationals verweet geen moreel geweten te hebben, maar twee weken later doodleuk zijn Minister van Financiën de opdracht gaf voor het Verenigd Koninkrijk het ‘most competitive tax regime’ van de wereld  te bouwen. Ik bedoel maar. Staten en multinationals, twee handen op één buik. Ik doe niet meer mee met deze spelletjes. Ik val aan. Foto Ben Stephenson / CC BY 2.0

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Christiaan Vos

    Fiscaal-econoom, filosoof, gastdocent bij de UvA. Ervaren fiscalist, mede-oprichter van nachtclub Panama en DJ.

    Volg Christiaan Vos
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren